vonnis RECHTBANK TE ALKMAAR Sector civiel recht AJB/SJ zaaknummer / rolnummer: 132100 / HA ZA 11-591 Vonnis van 30 oktober 2013 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid P.C. VAN DER WIEL B.V., gevestigd te Beinsdorp,
- vennootschap onder firma HUIBERTS V.O.F., gevestigd te Den Helder, [eiser 3], wonende te [woonplaats], [eiseres 4], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. B.M. Vijverberg te Eindhoven, tegen de publieke rechtspersoon DE GEMEENTE DEN HELDER, gevestigd te Den Helder, gedaagde, advocaat mr. D.J.L. van Ee te Amsterdam. Partijen zullen hierna ''de Combinatie'' en ''de gemeente'' genoemd worden. 1De procedure 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 5 juni 2013; - de akte na tussenvonnis van 7 augustus 2013 van de Combinatie; - de akte uitlating benoeming derde deskundige van 4 september 2013 van de gemeente. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingelast. 2De verdere beoordeling 2.1 In het tussenvonnis van 5 juni 2013 heeft de rechtbank besloten dat, indien zal blijken dat geen geschikte derde deskundige bereid kan worden gevonden de benoeming te aanvaarden, partijen schriftelijk verslag dienen te doen van de zoektocht naar de derde deskundige en de redenen van het mislukken ervan, zodat de rechtbank zich ervan kan vergewissen dat partijen en de door hun voorgedragen personen redelijkerwijs al het mogelijke hebben gedaan om een derde deskundige te vinden en aan haar bevindingen de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht. 2.2 De zaak is vervolgens naar de rol verwezen zodat partijen zich bij akte uit kunnen laten over de vraag wie op aanwijzing van de heren [deskundige 1] en [deskundige 2] wordt voorgedragen als derde deskundige. 2.3 Partijen hebben beiden een akte genomen (zie het vermelde onder 1.1). Uit de inhoud van deze akten blijkt dat de heren [deskundige 2] en [deskundige 1] er niet in zijn geslaagd gezamenlijk een derde deskundige te vinden. Wel hebben partijen ieder apart (opnieuw) deskundigen voorgesteld. Mede in acht genomen het vermelde onder 2.1 acht de rechtbank het van belang dat beide partijen over en weer op elkaars akte reageren. De rechtbank zal partijen daarvoor opnieuw een ruime termijn gunnen, zodat de heren [deskundige 2] en [deskundige 1] met elkaar een laatste poging kunnen doen om tot een gezamenlijke voordracht voor een derde deskundige te komen. 2.4 Ter vermijding van misverstanden wijst de rechtbank er overigens nog wel opdat – anders dan de gemeente in haar akte onder punt 1.5 betoogt – ten aanzien van de te benoemen derde deskundige niet het vereiste geldt dat hij of zij niet werkzaam of financieel afhankelijk mag zijn van een organisatie die de verspreiding en acceptatie van één of meer van de certificeringssystemen in kwestie voorstaat. In zoverre is de gemeente uitgegaan van een onjuist profiel. De rechtbank verwijst in dit verband naar de onder 2.5 in het tussenvonnis van 5 juni 2013 opgenomen overweging. 2.5 In afwachting van voormelde akten wordt iedere beslissing aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.1 verwijst de zaak naar de rol van woensdag 29 januari 2014, voor akte aan beide zijden met betrekking tot het vermelde onder 2.
- 3.2 houdt iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Jongkind-Jonker en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2013.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.