← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2013:10218

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/713124-13 (P) Uitspraakdatum: 16 oktober 2013 Tegenspraak (ex artikel 279 Wetboek van Strafvordering) Vonnis (P) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2013 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres 1]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Visser (Lies) en van wat de raadsman, mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, naar voren heeft gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: primair: hij op of omstreeks 14 december 2012 te [pleegplaats], gemeente [pleeggemeente], ter uitvoering van zijn, verdachtes, voornemen om met [slachtoffer 1] [geboortedatum slachtoffer 1]) en/of [slachtoffer 2] ([geboortedatum slachtoffer 2]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) te plegen, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in hun/haar directe bijzijn, nadat deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bij de woning van verdachte had(den) aangebeld en nadat verdachte de deur had geopend en die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verdachte had(den) gevraagd om "een heitje voor een karweitje", heeft toegevoegd:"Nee, maar jij mag wel aan mijn lul pijpen", althans woorden van dergelijke strekking en/of daarbij/vervolgens die [slachtoffer 1] bij de arm, althans het lichaam, heeft vastgepakt, zijnde de verdere uitvoering niet voltooid; subsidiair: hij op of omstreeks 14 december 2012 te [pleegplaats], gemeente[pleeggemeente], opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten nabij de woning van verdachte aan [adres 1] aldaar, [slachtoffer 1] ([geboortedatum slachtoffer 1]) en/of [slachtoffer 2] ([geboortedatum slachtoffer 2]), in hun/haar directe bijzijn, nadat deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bij de woning van verdachte had(den) aangebeld en nadat verdachte de deur had geopend en die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verdachte had(den) gevraagd om "een heitje voor een karweitje", heeft toegevoegd:"Nee, maar jij mag wel aan mijn lul pijpen", althans woorden van dergelijke strekking en/of daarbij/vervolgens die [slachtoffer 1] bij de arm, althans het lichaam, heeft vastgepakt. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.

  1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van hetgeen primair aan verdachte ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit. 3.
  2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht verdachte van zowel het primair als het subsidiair aan hem ten laste gelegde feit vrij te spreken wegens gebrek aan (wettig) bewijs. 3.
  3. Vrijspraak De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank stelt voorop dat de verklaringen van[slachtoffer 1] en van [slachtoffer 2] het centrale punt vormen in het door de officier van justitie aan de rechtbank voorgelegde dossier. De moeders van de [slachtoffers] verklaren bij de politie over hetgeen zij van hun dochters hebben gehoord. In het dossier bevinden zich geen andere, onafhankelijke, bewijsmiddelen die deze verklaringen tegen verdachte ondersteunen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] niet eensluidend zijn over de door verdachte verrichte handelingen. Tegenover de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] staat verder de stellige ontkenning van verdachte van betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit. Zijn verklaring vindt op belangrijke onderdelen steun in de getuigenverklaring van zijn ex-vrouw [getuige]. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn om de aan verdachte verweten handelingen bewezen te verklaren. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij, naast het ontbreken van wettig bewijs, ook niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Derhalve acht de rechtbank hetgeen verdachte onder primair en subsidiair ten laste is gelegd niet bewezen en zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken. 4Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. van Montfrans-Wolters, voorzitter, mr. H.E.C. de Wit en mr. N. Cuvelier, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.R. Mol, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.