vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling privaatrecht Sectie Handel & Insolventie zaaknummer / rolnummer: C/15/191862 / HA ZA 12-226 Vonnis van 7 augustus 2013 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. drs. H.J.M. van Schie te Schiphol-Rijk, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAARLEMMERMEER, zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, gedaagde, advocaat mr. A.M. van de Laar te Haarlem. Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 27 juni 2012 de akte houdende overlegging producties van [eiser] het proces-verbaal van comparitie van 21 juni 2013. 1.2. Aanvankelijk was de comparitie bepaald op 31 oktober 2012. Op verzoek van partijen is de comparitie, in verband met een mediationtraject, uitgesteld. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] heeft in 2001 gekocht en geleverd gekregen percelen landbouwgrond ter grootte van 8.50.90 ha aan de Schipholweg te Vijfhuizen, gemeente Haarlemmermeer, (hierna aan te duiden als: de percelen) voor ƒ 15 per m². De percelen zijn gelegen aan de westzijde van het bestaande bedrijventerrein De Liede, hierna aan te duiden als “De Liede West”. [eiser] had de percelen aangekocht met het oog op de ontwikkeling aldaar door hem van een prostitutiebedrijf, aangeduid als City of Love of City4Love. 2.2. De percelen hadden op grond van het sedert 1975 vigerende bestemmingsplan een agrarische bestemming. In het vigerende streekplan (laatstelijk gewijzigd 17 februari 2003) was de bestemming groen en recreatie en lagen de percelen buiten de rode contour van stedelijke gebied waarbinnen bebouwing was toegestaan. De ontwikkeling van een prostitutiebedrijf was daarmee in strijd. 2.3. Sedert 2000 is [eiser] in overleg getreden met de gemeente om de ontwikkeling van een prostitutiebedrijf mogelijk te maken. [eiser] heeft de gemeente sedert november 2001 voorstellen gedaan tot ruiling van de percelen met grond elders in de gemeente om aldaar een prostitutiebedrijf te realiseren. 2.4. Bij brief van 26 november 2002 (G7) heeft de gemeente (directeur van de Dienst Ruimte, Wonen en Economie, de heer [A]) aan [eiser] het bestaande planologische kader van de percelen meegedeeld. 2.5. Bij brief van 21 januari 2003 (G8) gericht aan de gemeente, ter attentie van de heer [A], hoofd sector Economische Zaken, verzoekt de advocaat van [eiser] bij de provincie onder de aandacht te brengen dat de locatie De Liede een uiterst geschikte locatie is voor (al dan niet laagwaardige) bedrijventerreinen. Hij schrijft voorts: “Ten slotte breng ik nog onder uw aandacht dat cliënt er geen enkel bezwaar tegen heeft indien de Gemeente Haarlemmermeer zijn grond van hem afneemt zodat de Gemeente Haarlemmermeer zelf de ontwikkeling overeenkomstig haar wensen kan vormgeven.” 2.6. Op 5 juni 2003 vind een gesprek plaats “inzake City of Love/gronden De Liede” tussen twee wethouders van de gemeente, [eiser], zijn (toenmalige) advocaat mr. Abeln, de eerder genoemde heer [A] en een verslagleggend ambtenaar. Het verslag (G9) van dat gesprek luidt onder meer: “Vervolgens komt de grond die de heer [eiser] enige tijd geleden in De Liede heeft verworven aan de orde. De heer Abeln zet uiteen waarom de heer [eiser] deze gronden heeft gekocht: niet om te speculeren of om als bedrijventerrein te ontwikkelen, maar voor de City of Love. Later is gebleken dat de gemeente op het standpunt staat dat De Liede planologisch gezien geen geschikte locatie wordt geacht voor de City of Love. Inmiddels komt het einde van de financiële mogelijkheden van de heer [eiser] in zicht, zodat hij het op prijs zou stellen als de gemeente zou willen meedenken over een oplossing. (…) De heer [A] zet uiteen waarom de gemeente de locatie niet geschikt acht voor ontwikkeling in het algemeen en meer in het bijzonder niet voor de City of Love. Dat hangt in hoofdzaak samen met het streekplan van de provincie voor dit gebied, dat een “groene” ontwikkeling voorschrijft. De heer [eiser] reageert daarop door aan te geven dat hem in zijn contacten met de provincie is gebleken dat een gebruik als laagwaardig bedrijventerrein, gelet op het tekort in de regio aan dat soort gronden, door de provincie niet wordt uitgesloten. De gemeente had dat volgens de heer [eiser] redelijk eenvoudig in zijn eigen plannen kunnen “meenemen”. De heer [A] geeft aan dat de informatie van de heer [eiser] afwijkt van wat de gemeente van de provincie heeft vernomen, maar dat duidelijk is dat in de regio veel vraag is naar laagwaardige bedrijventerreinen en dat de gemeente De Liede daarvoor niet bij voorbaat ongeschikt acht. De gemeente zal onderzoeken of de bereidheid bestaat de gronden van de heer [eiser] (en eventueel die van zijn buren) te verwerven tegen de thans geldende (agrarische) waarde, met een clausule over een nabetaling, indien binnen een bepaalde tijd de bestemming zal worden gewijzigd in (laagwaardig) bedrijventerrein. Dat hangt onder meer af van de vraag of de provincie daadwerkelijk bereid is af te wijken van het Streekplan. De heer [eiser] toont zich daarmee voorlopig tevreden.” 2.7. In een brief van 27 juni 2003 (G10) deelt een wethouder van de gemeente aan [eiser] mee: “Inzake de gronden die u in eigendom heeft in “De Liede” merken wij op dat daarover eerst overleg met de provincie nodig is om te bepalen of deze gronden wellicht interessant zijn voor de gemeente. Over de uitkomst daarvan kunnen wij geen garanties geven.” 2.8. In het verslag (E22) van een zogenoemd “Goede Diensten Overleg” (hierna GDO) van 26 september 2003, waaraan deelnamen ambtenaren van de gemeente (waaronder [B]) en de provincie (waaronder [C]), is vermeld: “3. Bestemmingswijziging De Liede West/streekplanherziening [B]) Aan het college van B&W is een voorstel voorgelegd tot uitbreiding van bedrijventerrein De Liede, teneinde tegemoet te komen aan de vraag vanuit zowel Haarlemmermeer als de regio naar laagwaardig bedrijventerrein. Hiervoor is een streekplanherziening nodig. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak. Volgens [C] zijn er wel wat blokkades, maar die zijn op zich oplosbaar. Het is wel de vraag of een streekplanherziening gevoerd moet worden voor zo’n klein gebied. Het (concept) plan van aanpak zal bilateraal besproken worden met de provincie.” 2.9. In of omstreeks oktober 2003 heeft [eiser] met Dura Vermeer en Meerschip (DVM) een overeenkomst over de percelen gesloten. Op 13 oktober 2003 heeft [eiser] contact opgenomen met de gemeente. In een verslag van dat contact (G11) is onder meer vermeld: “Maandag 13 oktober heeft [eiser] contact opgenomen en het volgende voorstel gedaan: (…) 8. De kavels op de Liede die (..) [eiser] [heeft] verkocht aan V.o.f. De Liede West (Meerschip en Dura Vermeer), worden ontwikkeld tot laagwaardig bedrijfsterrein. De gemeente verleent hieraan medewerking.” 2.10. In een brief van 30 oktober 2003 (G12) schrijft [eiser] aan de gemeenteambtenaar [A] onder meer: “Zoals ik U vertelde had ik mijn gronden in de Liede, verkocht aan Dura Vermeer en Meerschip. (…) … nog geen week later hebben zij (…) het contract opgezegd. Ik ben daar, gezien de positieve houding van de nieuwe Wethouders niet rauwig om (…) Daarom wil ik U het volgende voorstellen. Voordat ik een nieuwe kandidaat koper benader (…) wil ik U de eerste mogelijkheid geven de gronden van mij (…) te verwerven. (…) Gezien deze gunstige win/win situatie zowel voor de Gemeente Haarlemmermeer als die van mij, wil ik U de gelegenheid geven van dit voorstel gebruik te maken.” In een telefoongesprek (G13) op 4 november 2003 biedt [eiser] de gronden in De Liede aan voor € 50 per m². 2.11. In een brief van 1 december 2003 (G14) aan (wethouders van) de gemeente stelt [eiser] een ruil van een deel van de percelen voor met kavels elders in de gemeente. Hij schrijft daarbij onder meer: “(…) Om eerst het geschil op te lossen, het volgende. (…) De Gemeente Haarlemmermeer ruilt de aantal voornoemde vierkante meters met het aantal vierkante meters gelegen aan de Liede in het bezit zijnde gronden van [eiser], de Gemeente Haarlemmermeer koopt de overige vierkante meters gelegen aan de Liede voor een bedrag van 30,- euro per vierkante meter. [eiser] had de gronden aan Meerschip verkocht voor 40,- euro per vierkante meter, maar de ontwikkeling op de Liede werd volgens Meerschip door de Gemeente dusdanig vertraagd, dat Meerschip van het koopcontract af moest zien. Dit gebeurde 6 dagen na het tekenen van het koopoptiecontract. Ik geloof deze uitleg van Meerschip niet en heb een andere mening, ook dit zal in het onderzoek naar boven komen. (…).” 2.12. In een brief van 8 december 2003 (G15) deelt [eiser] aan (wethouders van) de gemeente onder meer mee: “(…) Voor uw informatie de heer [A] komt ook steeds met andere voorstellen, maar geen één van deze voorstellen wordt op papier gezet. (…) Ik ben mans genoeg mijn zaken zelf te regelen. Ik weet immers precies wat ik wil! (…) Het voorstel (hierna te noemen keuze 1) is: De gemeente Haarlemmermeer koopt de gronden van [eiser] gelegen aan de Liede voor de prijs van 25,- euro per vierkante meter kosten koper. (…) De Gemeente Haarlemmermeer levert [eiser] de volgende stukken grond om niet (…) [daar volgen drie kavels] Alternatief (hierna te noemen keuze 2): De heer [A] had mij 20 november jl. gebeld met de mededeling dat er rozenblaadjes op mijn pad lagen. Volgens hem stond het College positief tegenover mijn toenmalige aanbieding welke als volgt luidde: De gemeente ruilt haar gronden gelegen aan de Spoorlaan/hoek Bennebroekerweg groot ongeveer 3 ha tegen dezelfde aantal vierkante meters aan de Liede vrij op naam. De rest van de gronden aan de Liede, ongeveer 5,5 ha verkoopt [eiser] aan de Gemeente voor Euro 15,- per vierkante meter kosten koper. (…) Tegemoet komend aan de wensen van Raadscommissie heb ik bij de heer [A] voorgesteld dat het project de COL vanaf 4.000 vierkante meter bespreekbaar is. (…) [eiser] ziet bij keuze 1 definitief af van het project COL in de Gemeente Haarlemmermeer. (…) Verder wil ik U erop wijzen dat ik vrij ben mijn gronden aan de Liede te verkopen (…)” 2.13. In een brief van 9 december 2003 (E30) deelt DVM aan de gemeente mee dat de aanleiding voor het beëindigen van hun contractuele relatie met [eiser] over de verwerving van grond in De Liede West was gelegen in de onduidelijkheid ten aanzien van de termijn waarbinnen de bestemmingswijziging van het gebied wordt gerealiseerd en het voornemen van de gemeente om een maximumgrens aan de uitgifteprijs van de grond te verbinden. 2.14. De dienst RWE/sector Ruimtelijke Planvorming van de gemeente heeft met dagtekening 6 januari 2004 een “Startnotitie: Ontwikkelingskader De Liede” opgesteld. Als doel van het Ontwikkelingskader is vermeld: uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Liede met terreinen voor zogenoemde laagwaardige bedrijven. In dat kader zijn ook de percelen van [eiser] in de Liede West betrokken. In de notitie wordt onderscheid gemaakt tussen drie gebieden: De Liede Noord, Zuid en West. Aangegeven wordt dat Noord en Zuid planologisch met een zogenaamde artikel 19 procedure kunnen worden ontwikkeld tot bedrijfsterrein. Van De Liede West wordt aangegeven dat waarschijnlijk moet worden gewacht op een streekplanherziening. 2.15. Bij brief van 7 januari 2004 (G17) stelt [eiser] in een brief van zijn advocaat, die ook door [eiser] zelf is ondertekend, aan de gemeente voor 3 ha van de percelen te ruilen met gronden aan de Spoorlaan, waar [eiser] zijn City of Love wil realiseren, en de rest van de percelen voor € 15 per vierkante meter aan de gemeente te verkopen. Bij brief van 27 januari 2004 doet de gemeente een tegenbod. 2.16. Op 26 februari 2004 komt een koopovereenkomst (E1 en G19) tot stand tussen [eiser] en de gemeente over de percelen. De koopsom is gebaseerd op een prijs van € 25 per vierkante meter, samengesteld uit “€ 20 waarde grond en € 5 voor door de verkoper ten behoeve van de grond gemaakte kosten”. Op 17 maart 2004 heeft [eiser] de eigendom van de percelen aan de gemeente geleverd. 2.17. Op 9 maart 2004 (G23) heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente het plan van aanpak Ontwikkelingskader De Liede vastgesteld. 2.18. Het streekplan, dat geldt voor de percelen, is bij besluiten van Provinciale Staten van 19 november en 17 december 2007 gewijzigd, waardoor De Liede West en dus de percelen binnen de rode (bebouwings)contour zijn komen te liggen en aanpassing van het bestemmingsplan voor ontwikkeling van (laagwaardige) bedrijven mogelijk werd. Een nieuw bestemmingsplan voor de percelen is thans in voorbereiding, maar (nog) niet in werking getreden. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - vernietiging van de onder 2.16 bedoelde koopovereenkomst van 26 februari 2004 wegens dwaling, met veroordeling van de gemeente in de proceskosten. 3.2. De gemeente voert verweer. De gemeente voert primair aan dat [eiser] als gevolg van verjaring geen beroep op dwaling meer toekomt omdat hij van de gemeentelijke plannen uit onder meer 2004 veel eerder kennis had kunnen nemen en in 2007 reeds kennis had van een “Opstartnotitie” van oktober 2003, waarin voorstellen voor ontwikkeling van De Liede Noord, Zuid en West worden gedaan. Daarnaast voert zij aan dat aan de vereisten voor dwaling niet is voldaan. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Op grond van artikel 6:228, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voor zover hier van belang - een overeenkomst, die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.