← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2013:7634

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 13/3217 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 25 juli 2013 in de zaak van: [naam 1] wonende te [woonplaats], verzoekster, gemachtigde mr. S.L. Sarin tegen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder. Bij besluit van 24 juni 2013 heeft verweerder verzoeksters aanvraag om toekenning van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een [pasnaam] bij [bedrijf] te Schiphol afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli

  1. Verzoekster is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. M. Wieringa. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter heeft: - het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Gronden van de beslissing
  2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat op verzoekster het algemene screeningsprofiel met de risicogebieden goederen en proces van toepassing is. Vaststaat immers dat verzoekster in haar functie op Schiphol is belast met het vervoer van goederen en dieren. Verzoekster is speciaal belast met het laden, lossen en begeleiden van dieren. Daarnaast staat vast dat verzoekster met justitie in aanraking is gekomen in het kader van een drugsdelict. Op grond hiervan stelt verweerder terecht dat verzoekster voldoet aan het zogeheten objectieve criterium, hetgeen de afgifte van een VOG in de weg staat. Er bestaat in het kader van het risicogebied Schiphol immers een directe relatie tussen verzoeksters functie en het strafbare feit dat door haar is begaan.
  3. Ter zitting is naar voren gekomen dat er in het kader van de bezwaarprocedure een hoorzitting zal plaatsvinden op 26 augustus
  4. Ook is ter zitting aan de orde geweest het feit dat verzoekster ter zake van voormeld drugsdelict op 5 juli 2013 door de politierechter is veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur. Op de hoorzitting zal verzoekster in de gelegenheid worden gesteld om in het kader van de toetsing aan het zogeheten subjectieve criterium naar voren te brengen dat zij ter zake van het drugsdelict niet zwaar is gestraft. Dit element heeft verweerder nog niet in zijn beoordeling betrokken. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat er in bezwaar een algehele heroverweging zal plaatsvinden.
  5. Voorts heeft de voorzieningenrechter laten meewegen dat het niet in de rede ligt dat verzoeksters werkgever haar zal ontslaan zolang er tegen de weigering van een VOG een (bezwaar)procedure aanhangig is.
  6. Het voorgaande brengt mee dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening zal afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  7. De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2013 te Haarlem door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.