← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2013:7637

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht Zaaknummer: HAA 13/2807 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 18 juli 2013 in de zaak van: [verzoeker] wonende te[woonplaats], verzoeker, gemachtigde mr. M. de Miranda tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder. Bij besluit van 27 maart 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om verzoeker per 1 april 2013 in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geen hulp bij het huishouden ex artikel 8 van de gemeentelijke Verordening individuele voorzieningen toe te kennen, omdat verweerder niet heeft kunnen vaststellen of verzoeker zich onder behandeling heeft gesteld dan wel welke resultaten deze behandeling heeft opgeleverd. Bij besluit van 14 mei 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het beroep is geregistreerd onder nr. 13/

  1. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. 13/
  2. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli
  3. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, C.M. Valkering. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter heeft: het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen; het bestreden besluit van 14 mei 2013 geschorst met ingang van 18 juni 2013 tot1 september 2013; verweerder opgedragen om met ingang van 18 juni 2013 bij wijze van voorschot op een voorziening ten behoeve van huishoudelijke hulp aan verzoeker wekelijks een bedrag van € 66,19 uit te betalen; verweerder gelast het door verzoeker betaalde griffierecht van € 44,-- aan hem te vergoeden. Gronden van de beslissing
  4. Ter zitting is naar voren gekomen dat verweerders medisch adviseur in het kader van een aanvraag van verzoeker om toekenning van een scootmobiel een nader medisch onderzoek instelt naar verzoekers gezondheidssituatie. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat hij de medisch adviseur zal vragen nadere medische informatie op te vragen bij de huisarts van verzoeker en bij diens eventuele behandelaars. Ook heeft verweerder ter zitting verklaard dat deze medische informatie (eveneens) betrekking zal moeten hebben op verzoekers gezondheidssituatie in de periode vanaf januari 2013 tot heden. Verweerder schat in dat dit onderzoek in ieder geval op 1 september 2013 zal zijn afgerond.
  5. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat het feit dat er thans onvoldoende medische informatie over verzoeker beschikbaar is, niet geheel aan verzoeker kan worden toegerekend, omdat verweerder sinds 3 oktober 2012 beschikte over een door verzoeker afgegeven medische machtiging voor het opvragen van informatie bij de revalidatiearts en de huisarts. Van deze machtiging heeft verweerder echter niet (volledig) gebruik gemaakt.
  6. Nu in het kader van een nieuwe aanvraag van verzoeker een nader medisch onderzoek door verweerders medisch adviseur wordt ingesteld en verweerder ter zitting heeft aangegeven dat hij de medisch adviseur nadere vragen zal stellen over verzoekers gezondheidssituatie vanaf januari 2013 tot heden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat het bestreden besluit wordt geschorst met ingang van 18 juni 2013, de datum van indiening van het verzoek, tot 1 september
  7. De voorzieningenrechter zal verweerder opdragen om met ingang van 18 juni 2013 bij wijze van voorschot op een voorziening ten behoeve van huishoudelijke hulp aan verzoeker wekelijks een bedrag van € 66,19 uit te betalen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel zal de voorzieningenrechter verweerder gelasten het door verzoeker betaalde griffierecht van € 44,-- aan hem te vergoeden.
  9. De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2013 te Haarlem door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.