RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 13/3186 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 12 augustus 2013 in de zaak van: [verzoekers] wonende te [woonplaats], verzoekers, gemachtigde mr. drs. E.M. Bosscher tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder. Bij besluit van 2 juli 2013 (het primaire besluit] heeft verweerder de aanvraag van verzoekers om toekenning van een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen, omdat, gelet op de door [naam](hierna: verzoeker) verstrekte inlichtingen over zijn werkzaamheden in loondienst, het recht op bijstand niet is vast te stellen. Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben voorts de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Ter zitting zijn verzoekers, bijgestaan door mr. drs. E.M. Bosscher, verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde R.C. de Vos. Beslissing De voorzieningenrechter heeft: - het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Gronden van de beslissing
- Het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend op 10 juli
- Op 15 juli 2013 hebben verzoekers een nieuwe Wwb-aanvraag ingediend.
- Verweerder stelt zich op het standpunt dat het primaire besluit juist is, omdat verzoeker niet (tijdig) al zijn gewerkte uren aan verweerder heeft doorgegeven. Op 5 juni 2013 heeft verzoekers klantmanager nog per e-mail aan verzoeker gevraagd alle gewerkte uren door te geven. Nadien is bij controle gebleken dat verzoeker op meer data en tijdstippen bij de werkgever aanwezig was dan hij had opgegeven. Hij gaf aanvankelijk slechts 9 juni 2013 als werkdag op, terwijl later bleek dat hij meer dagen had gewerkt. Verzoeker heeft weliswaar verklaard dat hij wel eens iets voorbereidt waarvoor hij geen geld ontvangt, maar deze stelling baat hem niet. Het is vaste jurisprudentie dat dit ook op geld waardeerbare arbeid is. Hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, kan er niet toe leiden dat hun bezwaar tegen het primaire besluit een redelijke kans van slagen heeft.
- Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de nieuwe Wwb-aanvraag van verzoekers zal worden gehonoreerd. Een besluit op die aanvraag wordt nog deze week verwacht. Vooruitlopend hierop heeft verweerder een voorschot van € 400,-- overgemaakt op de bankrekening van [naam]. Gelet hierop en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er thans geen spoedeisend belang (meer) is bij een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook af.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- De voorzieningenrechter deelt tot slot mede dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2013 te Haarlem door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van P.M. van der Pol, griffier. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden: