← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2014:10012

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 14/3733 en HAA 14/3768 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 oktober 2014 in de zaak tussen Vereniging de Fietsersbond, te Utrecht, (gemachtigde: J. Kamminga), en Stichting Wandelnet, te Amersfoort, (gemachtigde: P.O. Mars), verzoeksters, en het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Heemstede, verweerder (gemachtigden: mr. I.A. Oudendijk en mr. drs. A. Borg). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: ProRail B.V., te Utrecht, gemachtigde: mr. A.C. Clerx en E.H.C. Schuurmans. Procesverloop Bij besluit van 8 oktober 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van verzoeksters om preventief tot handhaving van de Wegenwet over te gaan en ProRail te sommeren de openbare onbewaakte spoorwegovergang ter hoogte van het Laantje van Alverna openbaar en voor fietsers en voetgangers toegankelijk te houden afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeksters ongegrond verklaard. Verzoeksters hebben afzonderlijk tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben beiden de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeksters vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Verweerder is verschenen bij gemachtigden. Derde-partij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
  2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.
  3. Derde-partij heeft ter zitting verklaard dat hij in afwachting van de bodemzaken geen gebruik zal maken van de omgevingsvergunning en voorlopig geen watergang gaat aanleggen. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken daarom af.
  4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober
  5. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.