Rechtbank NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd locatie Alkmaar voorzieningenrechter Wet tijdelijk huisverbod zaak-/rekestnummers: C/14/155860 / FA RK 14-1526 (voorlopige voorziening) en C/14/155870 / KG ZA 4/228 (hoofdzaak) in de zaken van: [eiser], verzoeker, tevens eiser (hierna: eiser), wonende te [woonplaats], gemachtigde: mr. M.P.J. Appelman, advocaat te Enkhuizen, en [verweerder] , verweerder, zetelende te [plaats], in welke zaken belanghebbenden zijn: [belanghebbenden] , beiden wonende te [woonplaats]. 1De procedure 1.1. Bij besluit van 13 juli 2014 heeft verweerder aan eiser een huisverbod als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod (hierna: Wth) opgelegd voor de periode van 10 dagen, van 13 juli 2014 13:59 uur tot 23 juli 2014 13:59 uur. 1.2. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiser bij brief van 16 juli 2014 beroep ingesteld, waarin hij verzoekt het bestreden besluit te vernietigen. Voorts verzoekt hij te bepalen dat belanghebbenden de woning van eiser per ommegaande met behulp van de sterke arm dienen te verlaten, en dat belanghebbenden niet meer in de woning mogen terugkeren. Tot slot is verzocht om een proceskostenveroordeling. 1.3. Voorts heeft eiser bij brief van 16 juli 2014 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2014. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mevrouw [mevrouw] en mevrouw [mevrouw]. Voorts zijn verschenen: [belanghebbenden], belanghebbenden. 2De beoordeling 2.1. Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2.2. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken, gelet op de beschikking van de burgemeester van 21 juli 2014 13.30 uur waarbij vanaf dat moment de intrekking is gelast van het aan eiser opgelegde huisverbod. 2.3. Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, van de Awb heeft de voorzieningenrechter na behandeling ter zitting van het verzoek om een voorlopige voorziening de bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak, indien hij van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Een inhoudelijke behandeling ter zitting van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft, gelet op voormelde intrekking, niet plaatsgevonden. Met instemming van partijen heeft ter zitting wel nader onderzoek plaatsgevonden in de hoofdzaak. Aangezien alle voor de beslissing relevante feiten en omstandigheden aan de orde zijn geweest, meent de rechtbank dat nader onderzoek in dit geval redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Daarom zal de rechtbank onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. 2.4. De rechtbank toetst het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid. Daarnaast dient de rechtbank ambtshalve te beoordelen of het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk is gemotiveerd. 2.5. Op grond van artikel 2 van de Wth kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. 2.6. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de relatie met belanghebbenden, die sinds april 2013 bij eiser inwonen, niet goed is. Er is veel ruzie en er is geen oplossing voor de problematiek. Volgens verweerder heeft eiser aangegeven dat er een “knop omging”. Er was een grote vrees voor escalatie; het slachtoffer,[belanghebbende], zou de week volgend op het gegeven huisverbod alleen in de woning met eiser verblijven door afwezigheid van de zoon van eiser in verband met zijn werk. 2.7. Eiser heeft aangevoerd dat de situatie volgens hem onjuist is beoordeeld in die zin, dat juist belanghebbenden de woning hadden moeten verlaten. Eiser is eigenaar van de woning, eiser betaalt alle lasten en eiser heeft belanghebbenden slechts tijdelijk toestemming gegeven om in zijn woning te verblijven. Toen de toestemming er niet meer was hebben belanghebbenden geweigerd de woning te verlaten. 2.8. De rechtbank stelt voorop dat de aanwezigheid van de door verweerder gestelde feiten en omstandigheden vol dient te worden getoetst. Uit artikel 9 van de Wth volgt dat de gebruikmaking van de bevoegdheid door de burgemeester in een concreet geval slechts terughoudend door de rechter kan worden getoetst. Dit betekent dat die gebruikmaking slechts dan rechtens onaanvaardbaar moet worden geacht indien geoordeeld moet worden dat de burgemeester bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik van die bevoegdheid heeft kunnen maken. 2.9. De rechtbank heeft het beroep ter zitting gegrond verklaard. Het bestreden besluit is genomen in strijd met het in artikel 3:46 van de Awb neergelegde vereiste dat een besluit deugdelijk is gemotiveerd. Het bestreden besluit zal om die reden worden vernietigd. Artikel 2 van de Wth, vierde lid, vermeldt dat het huisverbod in ieder geval bevat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.