RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht Zaaknummer: HAA 14/2225 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 20 juni 2014 in de zaak tussen [verzoekster] te[woonplaats], verzoekster, (gemachtigde: mr. M. Raaijmakers) en het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 mei 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die verzoekster ontvangt op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) per diezelfde datum opgeschort. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni
- Verzoekster is verschenen, bijgestaan door een kantoorgenoot van haar gemachtigde, mr. W.R.S. Ramhit. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde I. Roubos. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- De voorzieningenrechter staat allereerst geplaatst voor de vraag of verweerder op 12 mei 2014 bevoegd was de bijstandsuitkering van verzoekster op te schorten. Deze vraag beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. Hiervoor is het volgende redengevend.
- Naar oordeel van de voorzieningenrechter is aannemelijk geworden dat verzoekster niet alle gegevens aan verweerder heeft verstrekt, die zij op grond van de WWB wel aan verweerder zou moeten verstrekken. Verzoekster heeft zelf verklaard dat zij vanaf december 2013, dan wel januari 2014 katten en kittens van haar vader in huis heeft gekregen. Daarbij heeft verzoekster verklaard dat zij zorgdraagt voor deze katten en kittens. Verzoekster doet de inkoop van de benodigde voeding en verzorgd hun medicatie. Daarbij heeft verzoekster in juli 2013 op haar naam een cattery (kattenfokkerij) aangevraagd. Tevens is op naam van verzoekster een lidmaatschap afgesloten bij een fokkersvereniging. Verzoekster voert het woord bij kopers. Verzoekster beheert de website en er worden advertenties op marktplaats geplaatst op het account van verzoekster. Uit al deze punten blijkt dat verzoekster zich intensief met het fokken van katten heeft beziggehouden, al dan niet in samenwerking met haar vader. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat het hier om op geld waardeerbare werkzaamheden, waarvan verzoekster op grond van de WWB melding had moeten doen bij verweerder. Verzoekster heeft dit nagelaten, zodat verweerder bevoegd was op grond van artikel 54, eerste lid, van de WWB de uitkering van verzoekster op te schorten.
- Vervolgens staat de voorzieningenrechter geplaatst voor de vraag of verzoekster inmiddels alle gegevens heeft ingediend, op grond waarvan aanleiding zou zijn de opschorting ongedaan te maken. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval.
- In het onderhavige geval is het belangrijkste punt waarover door verzoekster nog altijd geen gegevens zijn verschaft, de administratie van de dierenarts en de registratie van de katten bij deze dierenarts. Met verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze gegevens van belang zijn bij de beoordeling van haar recht op bijstand. Voorts is het aan verzoekster om deze gegevens te overleggen. De omstandigheid dat de dierenarts op dit moment op vakantie is, dient voor rekening en risico van verzoekster te blijven. Geoordeeld wordt dat bij deze stand van zaken er geen aanleiding is om de opschorting bij wijze van voorlopige voorziening ongedaan te maken. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Buiskool, griffier, op 20 juni
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open