← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2015:11543

beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer C/15/236110 HA RK 15/205 Beslissing van 9 december 2015 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker. Het verzoek is gericht tegen: mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg hierna te noemen: de rechter. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 9 december 2015 ter zitting de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie Familie & Jeugd, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/225731/JU RK 15/758, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De rechter heeft niet in de wraking berust. 1.3 Het verzoek is vervolgens terstond behandeld ter zitting van de wrakingskamer van 9 december 2015, alwaar zijn verschenen: verzoeker en de rechter. Na afloop van de mondelinge behandeling is de zitting geschorst voor beraad waarna mondeling uitspraak is gedaan. 2Het standpunt van verzoeker 2.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat – het volgende aangevoerd. Van volle gelijkheid en eerlijke behandeling is geen sprake, omdat de rechter alleen waarde hecht aan wat andere mensen op papier schrijven. Deze discriminatie en het wegnemen van waarborgen bij wet gesteld heeft hem doen besluiten de rechter wederom te wraken, aldus verzoeker. 3De beoordeling 3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert (zogenaamde subjectieve toets). Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid (zogenaamde objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk maar niet doorslaggevend. 3.2 Naar het oordeel van de wrakingskamer heeft verzoeker geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het oordeel rechtvaardigen dat sprake is van vooringenomenheid of objectieve vrees voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking ligt voor afwijzing gereed. 3.3 Aangezien verzoeker thans voor de tweede maal in dezelfde hoofdzaak wraking van dezelfde rechter heeft verzocht, wijst de wrakingskamer verzoeker erop dat, behoudens nieuwe feiten of omstandigheden, een volgend verzoek tot wraking van dezelfde rechter niet in behandeling zal worden genomen. 4Beslissing De rechtbank 4.1 wijst het verzoek tot wraking van de rechter af, 4.2 bepaalt dat, behoudens nieuwe feiten of omstandigheden, een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen, 4.3 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de betrokkenen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden, 4.4 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. P.G. Vroom en mr. D.D.M. Hazeu, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2015. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.