RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknummer/rolnummer: 2952478 \ CV EXPL 14-1291 (H.K.) Uitspraakdatum: 4 februari 2015 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap [Naam eiser] gevestigd en kantoorhoudende te Zuid-Scharwoude eisende partij in conventie / verweerster in voorwaardelijke reconventie verder ook te noemen: TDG gemachtigde: mr. Th.C.J. Kaandorp, advocaat te Alkmaar tegen mevrouw [naam gedaagde], wonende te [adres] gedaagde partij in conventie / eiseres in voorwaardelijke reconventie verder ook te noemen: [A] gemachtigde: mr. M.V. Vermeij, advocaat te Alkmaar [toevoeging nr. [nummer]], 1Het tussenvonnis In deze zaak is op 6 augustus 2014 een tussenvonnis uitgesproken, tevens eindvonnis in het incident. De kantonrechter blijft bij hetgeen daarin is overwogen en beslist. 2Het verdere procesverloop in conventie en in ( voorwaardelijke) reconventie Bij voormeld tussenvonnis is de vordering in het incident van [A] afgewezen en is in de hoofdzaak bepaald dat [A] kan dienen van conclusie van antwoord. [A] heeft vervolgens in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in (voorwaardelijke) reconventie een tegenvordering ingesteld. Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast, welke comparitie is gehouden op 5 januari 2015, waarbij zijn verschenen TDG bij haar directeur [X] en [A] in persoon. Partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden. Partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, [A] aan de hand een pleitnotitie. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. Ten slotte is heden uitspraak bepaald. 3De vaststaande feiten in conventie en in reconventie 3.1 Partijen zijn op 23 juli 2008 een overeenkomst van geldlening aangegaan. Op grond van de overeenkomst verstrekt TDG per 1 oktober 2008 aan [A] een bedrag ter leen van € 25.000,--. Dit bedrag dient te worden terugbetaald in 60 maandelijkse termijnen, voor het eerst op 15 oktober
- Er is een rente van 6% per jaar verschuldigd. In artikel 2 van de overeenkomst staat vermeld: “Uiterste opnamedatum 01 oktober 2008 gelijktijdig met de overdracht van de bedrijfsactiviteiten van pandhuis alkmaar en wordt verrekend met de overnamesom (€ 105.000,00 - € 25.000,00 = € 80.000,00).” 3.2 Op of omstreeks 1 september 2008 heeft [A] de onderneming “Het Pandhuis Alkmaar” van de heer [x] overgenomen voor een koopsom van € 105.000,--. Zij heeft ter financiering van die aankoop € 80.000,00 van de ABN AMRO Bank geleend. 3.3 De door TDG verstrekte lening is opeisbaar. [A] heeft de vordering uit de leningsovereenkomst ondanks sommatie niet voldaan. 3.4 De onderneming Het Pandhuis Alkmaar heeft [A] vanwege tegenvallende resultaten in 2011 beëindigd. 4De geschillen in conventie 4.1 TDG vordert veroordeling van [A] tot betaling van € 24.999,--, te vermeerderen met de (samengestelde) rente van 6% over € 21.066,72 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van voldoening, kosten rechtens. In ( voorwaardelijke) reconventie 4.2 [A] vordert , voor het geval de vordering in conventie (deels) wordt toegewezen, de leningsovereenkomst tussen partijen te vernietigen en te verklaren voor recht dat ten gevolge van die vernietiging TDG uit hoofde van de geldleningsovereenkomst niets meer van [A] te vorderen heeft, kosten rechtens. in conventie en in ( voorwaardelijke) reconventie 4.3 Nu de tegeneis voortvloeit uit het verweer in conventie en de vorderingen in nauw verband tot elkaar staan, worden deze hierna gezamenlijk behandeld. 4.4 TDG heeft het volgende -zakelijk weergegeven- gesteld als grondslag van haar vordering en als verweer tegen de reconventionele vordering. Op grond van voormelde leningsovereenkomst heeft TDG de volgende bedragen van [A] te vorderen: Restanthoofdsom € 21.066,72 Rente tot en met 1-4-2014 € 6.937,31 Achterstallige rente € 880,92 Derhalve in totaal: € 28.884,95 TDG beperkt haar vordering tot een bedrag van € 24.999,--, te vermeerderen met de samengestelde rente van 6% over € 21 .066,
- Zij doet onherroepelijk afstand van het meerdere. Volgens TDG staat de onderhavige leningsovereenkomst los van de koopovereenkomst van het Pandhuis Alkmaar. Bij die overeenkomst was TDG niet betrokken, maar de heer [X] in persoon. Ten aanzien van de vordering in reconventie is TDG van mening dat deze dient te worden afgewezen, nu deze vordering feitelijk betrekking heeft op de koopovereenkomst van de onderneming Het Pandhuis Alkmaar, waarbij TDG geen partij is geweest. Ook is TDG van mening dat [A] te laat een beroep op wanprestatie en/of dwaling heeft gedaan, waardoor de klachttermijn als bedoeld in art. 7:23 lid 1 BW en art. 689 BW is overschreden. Overigens betwist TDG dat de heer [(x)] [A] een onjuiste prognose zou hebben verstrekt over de onderneming Het Pandhuis Alkmaar. [A] kan het ondernemersrisico niet bij TDG of de heer [(x)] neerleggen. Door de economische crisis hebben veel ondernemingen het niet gered de afgelopen jaren. 4.5 Als verweer tegen de vordering van TDG en als grondslag voor haar tegeneis heeft [A] het volgende -zakelijk weergegeven- aangevoerd. De geldleningsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de koopovereenkomst van de onderneming Het Pandhuis Alkmaar. De lening wordt verrekend met de overnamesom, zo staat in de leningsovereenkomst (€ 105.000 minus € 25.000,-- = € 80.000,--). [A] heeft gedwaald ten aanzien van het sluiten van de koopovereenkomst van de onderneming, dan wel is sprake van onrechtmatig c.q. onzorgvuldig handelen en/of wanprestatie door [(x)]. Wat voor de koopovereenkomst geldt, geldt in verband met de samenhang ook voor de geldleningsovereenkomst. Bij brief van 27 mei 2014 heeft [A] beide overeenkomsten ontbonden. Omdat de ontvangst door de wederpartij werd betwist, zijn bij brieven van 21 augustus 2014 beide overeenkomsten nogmaals ontbonden. Voor de overname van de onderneming door [A] was de voorwaarde gesteld dat zij van het resultaat van de onderneming de lening zou kunnen aflossen. Ten aanzien van het aangaan van de koopovereenkomst heeft zij zich laten leiden door prognoses die door [(x)] waren opgesteld en toegevoegd aan het ondernemingsplan. Deze prognoses waren onjuist. Omdat [A] geen enkele ervaring had als ondernemer, waarvan [(x)] op de hoogte was, rustte op hem een bijzondere zorgplicht jegens [A]. Deze heeft hij geschonden. Er is geen overschrijding van de klachttermijn. Nadat de nieuwe boekhouder van [A] op onregelmatigheden stuitte heeft [A] geklaagd. Voor een geldlening geldt een verjaringstermijn ex art. 3:52 BW van drie jaar, die aanvangt na ontdekking van het feit. Voor zover een beroep op verrekening in conventie niet slaagt, vordert [A] in reconventie – zo verstaat de kantonrechter – een schadevergoeding ter grootte van het bedrag dat in conventie door TDG wordt gevorderd. 5De beoordeling van de geschillen in conventie en in voorwaardelijke reconventie 5.1 De kern van het geschil betreft de vraag, of de gevolgen van een eventuele dwaling, onrechtmatig handelen of wanprestatie bij het aangaan van de koopovereenkomst, door [(x)] in privé kunnen worden afgewenteld op TDG B.V., waarvan [(x)] directeur is. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord, waartoe het volgende wordt overwogen. Er is sprake van twee afzonderlijke overeenkomsten. Het feit dat [A] de lening niet was aangegaan als zij de onderneming niet zou hebben gekocht doet daaraan niet af. Een mogelijke onjuiste voorstelling van zaken door de heer [(x)] in privé betreffende de koopovereenkomst van de onderneming kan niet zonder meer aan TDG worden toegerekend. Door [A] zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld welke die conclusie rechtvaardigen. Het feit dat [(x)] directeur is van TDG maakt dit niet anders. Overigens is in rechte niet komen vast te staan , samengevat, dat er gegronde redenen zijn de koopovereenkomst te ontbinden dan wel te vernietigen. Daartoe is onvoldoende gesteld en in het kader van deze procedure is beantwoording van die vraag ook niet aan de orde. [A] dient een procedure aanhangig te maken tegen de heer [(x)] in privé om in rechte vast te doen stellen of ten aanzien van de koopovereenkomst sprake is geweest van dwaling, onrechtmatig handelen of wanprestatie. Het beroep op verrekening wordt daarom afgewezen. De kantonrechter verwijst in dit verband ten slotte naar hetgeen in het vonnis in het incident tot oproeping in vrijwaring onder 5 werd overwogen. 5.2 Nu de vordering op grond van de gesloten leningsovereenkomst voor het overige niet wordt betwist, ook niet wat betreft de gevorderde bedragen, is deze toewijsbaar. 5.3 Gelet op het hiervoor overwogene dient de vordering van [A] te worden afgewezen. 5.4 De proceskosten komen voor rekening van [A] als de het ongelijk gestelde partij, terwijl de proceskosten in reconventie wegens de nauwe samenhang van de zaak in conventie en die in reconventie worden vastgesteld op nihil. 5.5 Al het overige door partijen aangevoerde behoeft, gelet op het hiervoor overwogene, verder geen bespreking. 6De beslissing De kantonrechter: in conventie Veroordeelt [A] om aan TDG tegen kwijting te betalen € 24.999,--, te vermeerderen met de (samengestelde) rente ad 6% over € 21.066,72 vanaf 31 maart 2014 tot de dag van betaling. Veroordeelt [A] in de proceskosten, die tot heden voor TDG worden vastgesteld op een bedrag van € 1.802,15 [€ 79,15 dagvaardingskosten, € 923,-- griffierecht en € 800,-- voor salaris van de gemachtigde van TDG]. Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Wijst af het meer of anders gevorderde. in reconventie Wijst de vordering af. Veroordeelt [A] in de proceskosten aan de zijde van TDG begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. Rip, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op woensdag 4 februari 2015 in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter