RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 15/2298 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2015 in de zaak tussen [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: mevrouw [naam 2]), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, verweerder (gemachtigde: mr. W. Dooijes). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam bedrijf] B.V., te [plaatsnaam], vergunninghouder. (gemachtigde: [gemachtigde]) Procesverloop Bij besluit van 28 april 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van gronden aan de [adres], plaatselijk bekend als [naam lokatie], ten behoeve van drie festivals op respectievelijk 6, 13 en 14 juni
- Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en het primaire besluit te schorsen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei
- Verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn vrouw, [naam 1] en zijn dochter en gemachtigde [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde vergezeld van A. Braams, beiden werkzaam bij de gemeente Velsen. Derde partij is vertegenwoordigd door de gemachtigde en [naam 3]. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen Ter beoordeling staat of de omgevingsvergunning in de bezwaarprocedure in stand kan blijven. Het betreft inmiddels nog twee festivals die zijn gepland op 6 en 13 juni
- Hoewel verweerder heeft toegegeven dat de motivering voor wat betreft de te stellen geluidnormen en de in dat verband te maken belangenafweging beter kan, is dat op zichzelf geen reden om de omgevingsvergunning te schorsen. Verweerder heeft voor de geldende geluidsvoorschriften verwezen naar de evenementenvergunning van 22 mei 2015 en de daarin gestelde geluidsvoorschriften onder ‘Muziek’. Verzoekers vrezen ernstige geluidsoverlast. Zij baseren deze vrees op de ervaringen die vorig jaar met het evenement zijn opgedaan. Onduidelijk is gebleven wat de thans gestelde geluidsnorm van 112 dB(C) op 20 meter afstand voor het podium betekent voor het geluidsniveau ter hoogte van en/of in de woning van verzoeker die is gelegen op een afstand van de podia van 300 à 400 meter. Er is geen deskundige ingeschakeld en er hebben geen objectieve metingen plaatsgevonden (van gemiddelde geluidsniveaus dan wel piekmomenten). Er is vooralsnog dan ook geen grond voor het oordeel dat de verleende omgevingsvergunning daarom niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat zowel vergunninghouder als verweerder hun beloften, zoals op de zitting gedaan, nakomen, te weten vergunninghouder zal in een zo vroeg mogelijk stadium voorafgaand aan het festival een geluidsmeting doen plaatsvinden; vergunninghouder zal geluidsmetingen doen of laten verrichten tijdens de optredens; een en ander onder de voorwaarde dat verzoeker hieraan zijn medewerking verleent; vergunninghouder plaatst de geluidsapparaten, zoals geluidsboxen, zodanig dat deze voor verzoeker de minste overlast veroorzaken, een en ander overeenkomstig de blauwe pijlen op de ter zitting overgelegde aangepaste situatietekening; zowel vergunninghouder als verweerder zullen adequaat reageren op klachten van verzoeker; verweerder zal ter plaatse zorgdragen voor toezicht en handhaving van de geluidsnormen. Met de Milieudienst zal worden geëvalueerd hoe de woonomgeving het evenement ervaart. Verweerder heeft voorts opgemerkt dat de ervaringen van het op 6 juni 2015 te houden evenement op de hoorzitting op 10 juni 2015 al een begin kunnen vormen voor de evaluatie, en nog aanpassingen plaats kunnen vinden ten behoeven van het op 13 juni 2015 geplande festival. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 mei
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.