← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2015:789

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Meervoudige raadkamer Registratienummer: 14-004652 Parketnummer: 15/800550-14 Uitspraakdatum: 6 februari 2015 Beschikking (ex art. 182 lid 6 Sv.) 1Ontstaan en loop van de procedure Op 4 december 2014 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. K.H. Zonneveld, advocaat, ingediend bezwaarschrift, van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats], domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsvrouw mr. K.H. Zonneveld voornoemd op het adres Westeinde 6 te Amsterdam (Postbus 10878, 1001 EW Amsterdam), hierna verdachte. Het bezwaarschrift is op 2 februari 2015 achter gesloten deuren in raadkamer behandeld. Hierbij waren aanwezig de raadsvrouw, mr. K.H. Zonneveld voornoemd, en de officier van justitie mr. M. Kattouw. Verdachte is niet verschenen. 2De beoordeling De raadsvrouw heeft namens verdachte op grond van artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bij brief van 10 november 2014 de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank verzocht om onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit het horen van [aangeefster] als getuige. De rechter-commissaris heeft dit verzoek bij beschikking van 20 november 2014 afgewezen onder de motivering dat de concrete vraag die aan de getuige zou moeten worden voorgelegd al beantwoord was en voorts dat het verzoek tot het horen van de getuige onvoldoende specifiek was. Op 4 december 2014 heeft de raadsvrouw tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift is, overeenkomstig de wettelijke voorschriften, binnen veertien dagen na de beslissing van de rechter-commissaris en dus tijdig ingediend. De raadsvrouw heeft in raadkamer het bezwaarschrift toegelicht en het verzoek om de getuige te horen gehandhaafd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk dient te worden verklaard aangezien de getuige reeds uitgebreid heeft verklaard, eventuele vragen over haar mogelijke zwangerschap reeds zijn beantwoord en de verdediging onvoldoende heeft aangegeven over welke punten nog nadere vragen gesteld zouden moeten worden. De rechtbank overweegt als volgt. Voor de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar is in de eerste plaats van belang dat, zoals in de Memorie van Toelichting bij de Wet versterking positie rechter-commissaris in paragraaf 5.2.2 (Het verrichten van onderzoekshandelingen op verzoek van de verdachte) valt te lezen, de rechter-commissaris het in artikel 182 Sv bedoelde verzoek afwijst ‘indien de gevraagde onderzoekshandeling niet kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing’. Bij de beantwoording van de vraag of de rechter-commissaris in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen, dient de rechtbank uit te gaan van de gegevens die de rechter-commissaris op het moment dat zij haar beslissing nam ter beschikking stonden (toetsing ex tunc). De rechtbank is van oordeel dat, gezien het belang van de verdediging bij het kunnen bevragen van de aangeefster, niet gezegd kan dat worden dat de gevraagde onderzoekshandeling niet kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. Derhalve zal de rechtbank het bezwaar gegrond verklaren en bepalen dat de rechter-commissaris [aangeefster] als getuige zal horen. 3De beslissing De rechtbank: verklaart het bezwaar gegrond; bepaalt dat de rechter-commissaris als getuige zal horen: [aangeefster], aangeefster. 4Samenstelling raadkamer Deze beslissing is op 6 februari 2015 gegeven door mr. A.S. van Leeuwen, voorzitter, mr. J. van Beek en mr. M.L.M. van der Voet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier, uitgesproken op 6 februari 2015 en ondertekend door de voorzitter en de griffier. Tegen deze beslissing staat voor zowel verdachte als de officier van justitie geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.