← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2015:8185

Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem zaaknummers: HAA 10/1059, 10/1060, 10/1061, 10/1062, 10/4908 en 10/4909 uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2015 in de zaken tussen [X] , eiser (gemachtigde: mr. F.H.H. Sijbers), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder. 1Procesverloop Navorderingsaanslag ib/pvv 2001 (HAA 10/1059) 1.1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2001 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 2.300.000, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 700.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.640.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 100% ten bedrage van € 1.854.821. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 328.573. 1.1.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 29 januari 2010 de navorderingsaanslag ib/pvv 2001 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 514.151, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 2.192.375 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.634.496, en de boete verminderd tot een bedrag van € 470.635. De heffingsrente is verminderd tot een bedrag van € 229.705. 1.1.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 26 februari 2010 en op diezelfde dag per fax bij de rechtbank binnengekomen. Navorderingsaanslag ib/pvv 2002 (HAA 10/1060) 1.2.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2002 een navorderingsaanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.000.000, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 200.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.640.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 100% ten bedrage van € 12.493.577. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 1.800.897. 1.2.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 29 januari 2010 de navorderingsaanslag ib/pvv 2002 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.816.374, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.895.469 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.634.474, en de boete verminderd tot een bedrag van € 4.923.501. De heffingsrente is verminderd tot een bedrag van € 1.473.077. 1.2.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 26 februari 2010 en op diezelfde dag per fax bij de rechtbank binnengekomen. Aanslag ib/pvv 2003 (HAA 10/1061) 1.3.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.000.000, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 70.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.640.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 100% ten bedrage van € 8.300.945. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 949.190. 1.3.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 29 januari 2010 de aanslag ib/pvv 2003 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.343.437, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.658.303 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.634.448, en de boete verminderd tot een bedrag van € 3.730.890. De heffingsrente is verminderd tot een bedrag van € 895.777. 1.3.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 26 februari 2010 en op diezelfde dag per fax bij de rechtbank binnengekomen. Aanslag ib/pvv 2004 (HAA 10/1062) 1.4.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2004 een aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 2.300.000, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 70.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.640.000, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 100% ten bedrage van € 1.697.033. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 134.654. 1.4.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 29 januari 2010 de aanslag ib/pvv 2004 en de beschikking heffingsrente gehandhaafd en de boete verminderd tot een bedrag van € 809.809. 1.4.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 26 februari 2010 en op diezelfde dag per fax bij de rechtbank binnengekomen. Navorderingsaanslag ib/pvv 2004 (HAA 10/4908) 1.5.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.345.622, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 23.613.170 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.635.200, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 3.753.697. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 2.412.429. 1.5.2. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 20 augustus 2010 de belastbare inkomens in de navorderingsaanslag ib/pvv 2004 en de boetebeschikking gehandhaafd. Het bedrag van de primitieve aanslag ten bedrage van € 1.697.033 is daarbij alsnog in mindering gebracht op de navorderingsaanslag. De heffingsrente is verminderd tot een bedrag van € 2.030.668. 1.5.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 10 september 2010 en op 13 september 2010 bij de rechtbank binnengekomen. Aanslag ib/pvv 2005 (HAA 10/4909) 1.6.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2005 een aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 2.804.015, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 16.159 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.131.963. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht tot een bedrag van € 251.243. 1.6.2. Verweerder heeft het daartegen gerichte bezwaar afgewezen bij uitspraak op bezwaar van 12 augustus 2010. 1.6.3. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. Het beroepschrift is gedagtekend 10 september 2010 en op 13 september 2010 bij de rechtbank binnengekomen. Beroepsfase 1.7.1. Eiser heeft de beroepen inzake de navorderingsaanslagen ib/pvv 2001 en 2002 en de aanslagen ib/pvv 2003 en 2004 (zaaknummers HAA 10/1059, 10/1060, 10/1061, 10/1062) gemotiveerd bij brief van 15 april 2010. 1.7.2. Verweerder heeft met betrekking tot deze aanslagen een verweerschrift ingediend met dagtekening 19 mei 2010 en heeft daarbij op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd. 1.8.1. Eiser heeft de beroepen inzake de navorderingsaanslag ib/pvv 2004 en de aanslag ib/pvv 2005 (zaaknummers HAA 10/4908 en 10/4909) gemotiveerd bij brief van 20 oktober 2010. 1.8.2. Verweerder heeft met betrekking tot deze aanslagen op de zaken betrekking hebbende stukken ingezonden op 17 februari 2011. 1.9. Partijen hebben vóór de zitting de volgende nadere stukken ingediend: - Eiser heeft met dagtekening 25 mei 2010 een brief tot herstel van typefouten in de motivering van 15 april 2010 ingediend. - Verweerder heeft bij brieven met dagtekening 31 mei en 22 oktober 2010 nadere stukken ingediend. - Eiser heeft bij brief van 15 december 2010 nadere stukken ingediend, waaronder een nieuwe machtiging wegens een nieuwe gemachtigde. - Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 27 mei 2013 bericht dat een schikkingspoging niet heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst en verzocht de zaken niet meer aan te houden. - Bij brief van 23 juli 2013 is aangegeven dat eiser wederom een nieuwe gemachtigde heeft (de huidige gemachtigde). Gemachtigde geeft aan dat hij de zaken verder zal voortzetten. - Verweerder heeft bij brief van 27 oktober 2014 nadere stukken ingediend en een reactie op het betoog van de (voormalige) gemachtigde over het onderwerp ‘zaaksstukken’. - Verweerder heeft bij brief van 12 november 2014 nadere stukken ingediend, onder meer inhoudende een aanvulling/herziening van de in het verweerschrift van 19 mei 2010 (zaaknummers HAA 10/1059, 10/1060, 10/1061 en 10/1062) ingenomen standpunten en verweer in de beroepen inzake de navorderingsaanslag ib/pvv 2004 en de aanslag ib/pvv 2005 (zaaknummers HAA 10/4908 en 10/4909). - Eiser heeft bij brief van 12 november 2014 de rechtbank verzocht de op 14 januari 2015 geplande zitting aan te merken als een regiezitting teneinde vast te stellen wat de geschilpunten zijn en te bekijken op welke wijze de behandeling van de zaken voortgezet kan worden. - Eiser heeft bij brief van 21 november 2014 een nadere reactie gegeven op de brief van verweerder van 27 oktober 2014 inzake de op de zaken betrekking hebbende stukken. - Bij brief van 8 december 2014 heeft verweerder gereageerd op een vragenbrief van de rechtbank d.d. 2 december 2014 inzake de discussie over ontbrekende gedingstukken. Bij zijn antwoordbrief heeft verweerder nadere stukken als bijlagen gevoegd en voor enkele stukken een beroep gedaan op geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). - Eiser heeft bij brief van 16 december 2014 gereageerd op het door verweerder gedane beroep op artikel 8:29 van de Awb. - Eiser heeft bij brief van 23 december 2014 een zogenoemd tiendagenstuk met bijlagen ingediend. - Eiser heeft bij brieven van 29 en 30 december 2014 een aantal getuigen opgeroepen voor de geplande mondelinge behandeling bij de rechtbank op 14 januari 2015 en heeft de rechtbank hiervan bij brief van 30 december 2014 bericht. - Eiser heeft bij brieven van 7 januari 2015 opnieuw genoemde getuigen opgeroepen voor de geplande mondelinge behandeling bij de rechtbank op 14 januari 2015 en daarbij het juiste bezoekadres van de rechtbank vermeld. Bij brief van 7 januari 2015 heeft eiser de rechtbank hiervan bericht. - Verweerder heeft bij brief van 8 januari 2015 te kennen gegeven dat de door eiser opgeroepen getuigen niet (als getuige) ter zitting zullen verschijnen en dat [A] ter bijstand van de heer [B] ter zitting zal verschijnen. - Daarnaast zijn stukken ingediend betreffende een verzoek om mediation van eiser en hebben partijen diverse aanhoudings- en uitstelverzoeken gedaan en hebben partijen desgevraagd verhinderdata voor de te plannen zitting opgegeven. Genoemde (nadere) stukken en verzoeken (en de beslissingen daarop) zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij. 1.10.1. De rechtbank heeft op 18 december 2014 een geheimhoudingsbeslissing als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb gegeven betreffende het verslag van een afstemmingsoverleg tussen de Belastingdienst en het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) (hierna ook: het verslag). De beslissing van de geheimhoudingskamer luidt als volgt: “De rechtbank: - bepaalt dat beperking van de kennisneming ten aanzien van het verslag deels gerechtvaardigd is, namelijk voor het gedeelte tussen “Gelet op paragraaf 3 van het Besluit (...) zonder te handelen in strijd met de strekking van het Besluit.” en “Noot [C] ”; - stelt verweerder in de gelegenheid om de rechtbank binnen twee weken mede te delen welke gevolgen hij aan deze beslissing verbindt; - stelt eiser op de voet van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb in de gelegenheid de rechtbank binnen twee weken te berichten of hij toestemming geeft dat de rechtbank uitspraak doet mede op grondslag van het volledige verslag.” 1.10.2. Eiser heeft bij brief van 19 december 2014 verzocht om een afschrift van de geschoonde versie van het verslag zoals vermeld in de uitspraak van de geheimhoudingskamer. Verweerder heeft het verslag van het afstemmingsoverleg ingebracht bij brief van 23 december 2014, met weglating van de passages die naar het oordeel van de geheimhoudingskamer weggelaten kunnen worden (geschoonde versie). Genoemde stukken zijn in afschrift aan eiser verstrekt. 1.10.3. Eiser heeft bij brief van 22 december 2014 de rechtbank te kennen gegeven geen toestemming te geven om van het volledige (ongeschoonde) verslag van het afstemmingsoverleg kennis te nemen en om uitspraak te doen op de grondslag van het volledige (ongeschoonde) verslag. Een afschrift van deze brief is aan verweerder verstrekt. 1.11. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015 te Haarlem. Namens eiser is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door mr. [D] . Namens verweerder zijn verschenen mr. [B] , mr. drs. [E] , [F] en [A] . 1.12. Het onderzoek is vervolgens op de zitting geschorst en daarbij is bepaald dat het vooronderzoek zal worden hervat. Partijen hebben vervolgens nadere stukken ingediend en schriftelijke inlichtingen gegeven. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij. Het gaat om de volgende stukken: - Verweerder heeft op 4 maart 2015 aanvullende stukken ingediend en schriftelijke inlichtingen gegeven. Verder heeft hij bij aanvullende brief van dezelfde datum aangegeven dat in de vervolgzitting de heer [B] mede ter bijstand zal worden vergezeld door [G] . - Eiser heeft bij brief van 14 april 2015 gereageerd op de stukken van 4 maart 2015 van verweerder en heeft daarbij schriftelijke inlichtingen gegeven en nadere stukken overgelegd. - Verweerder heeft bij brief van 7 mei 2015 een nadere toelichting gegeven over het niet (kunnen) overleggen van de agenda van de voormalige vriendin van eiser ( [H] ). - Eiser heeft bij brieven van 11 mei 2015 een aantal getuigen opgeroepen voor de geplande nadere mondelinge behandeling bij de rechtbank op 20 mei 2015 en heeft de rechtbank hiervan bij brief van 11 mei 2015 bericht. - Eiser heeft bij brief van 11 mei 2015 gereageerd op de brief van verweerder van 7 mei 2015. - Bij brief van 13 mei 2015 heeft verweerder te kennen gegeven dat dat de door eiser opgeroepen getuigen niet (als getuige) ter zitting zullen verschijnen en dat [A] en [G] ter bijstand van de heer [B] ter zitting zullen verschijnen. 1.13. Eiser heeft bij brief van 8 mei 2015 verzocht om aanhouding van de nadere zitting. Dit verzoek is afgewezen bij brief van de rechtbank van 11 mei 2015. Een afschrift van het verzoek en van de afwijzing van het verzoek is naar verweerder verzonden. 1.14. De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2015 te Haarlem. Namens eiser is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door mr. M.M. Mokveld. Namens verweerder is verschenen mr. R. [B] , bijgestaan door mr. drs. [E] , [F] , [A] en [G] . 2Feiten 2.1. Algemeen 2.1.1. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] in Nederland. In juli 1980 is eiser getrouwd met [I] (hierna ook: de echtgenote). De echtgenote is geboren op [geboortedatum 2] te Willemstad, Curaçao. Zij hebben een zoon [J] (hierna ook: [J] , de zoon of [J] ). [J] is geboren op [geboortedatum 3] . 2.1.2. Eiser is na het afronden van zijn opleiding te New York, Verenigde Staten, in 1977 achtereenvolgens gaan werken bij diverse banken. Eerst in Nederland, daarna vanaf 1983 in [PLAATSNAAM 12] , Verenigd Koninkrijk (VK). In 1990 heeft hij zijn loopbaan als bankier opgegeven en heeft hij voor 1 gulden het verlieslijdende [A BEDRIJF] BV ( [A BEDRIJF] ) gekocht. Van dit Nederlandse buitenreclamebedrijf, gevestigd aan de [ADRES 1] , was hij tot 2000 directeur/eigenaar. Het bedrijf behaalde nagenoeg alleen omzet in Nederland. In 2000 heeft eiser via zijn vennootschap [B BEDRIJF] BV de aandelen in dit bedrijf aan een derde verkocht voor f 313.950.000. 2.1.3. Vanaf het midden van de jaren ’90 van de vorige eeuw is eiser zich bezig gaan houden met de handel in en exploitatie van onroerend goed. Na de verkoop van [A BEDRIJF] heeft hij zich hier volledig op toegelegd. Bij een totaalinventarisatie is de Belastingdienst gestuit op circa 90 Nederlandse vennootschappen en circa 75 buitenlandse vennootschappen waarvan de eigendom op enig moment is terug te voeren op eiser. Het overgrote deel van deze vennootschappen is ondergebracht in structuren waarbij buitenlandse vennootschappen het zicht op de ‘Ultimate Beneficial Owner’ (UBO) ontnemen. Deze vennootschappen zijn veelal opgericht naar het recht van de Nederlandse Antillen, Aruba, of de British Virgin Islands, maar ook naar het recht van Panama, Liechtenstein, Zwitserland, Groot-Brittannië, Denemarken, België, Frankrijk, Ierland, Anguilla, Guernsey en Malta. De offshore vennootschappen worden bestuurd door in het buitenland gelegen trustmaatschappijen. 2.1.4. Van de panden die eiser, al dan niet via vennootschappen, in zijn bezit heeft, ligt globaal 90 procent in Nederland. De meeste belangen in vastgoed zijn ondergebracht in de [C BEDRIJF] . Eiser houdt de aandelen in de [C BEDRIJF] via de Antilliaanse vennootschap [D BEDRIJF] NV. Tot de [C BEDRIJF] behoren onder meer [E BEDRIJF] BV, [F BEDRIJF] BV (tot 10 november 2004 [G BEDRIJF] BV geheten), [H BEDRIJF] BV, [I BEDRIJF] BV, [J BEDRIJF] BV, [K BEDRIJF] BV, [L BEDRIJF] BV en [M BEDRIJF] BV. Vanaf 20 februari 1997 tot 13 mei 2005 was de formele leiding van de gehele [C BEDRIJF] in handen van [K] . [K] was gedurende deze periode statutair directeur van de vennootschappen van de [C BEDRIJF] en alleen/zelfstandig bevoegd. 2.1.5. Naast de [C BEDRIJF] heeft eiser de aandelen in onder meer [N BEDRIJF] NV, [O BEDRIJF] BV, Maatschappij tot instandhouding en exploitatie van de [L4 BEDRIJF] (hierna: [L4 BEDRIJF] ), [B BEDRIJF] BV en [Q BEDRIJF] BV. 2.1.6. Voorts investeert eiser via zijn vennootschappen o.a. in [R BEDRIJF] (telecom, Nederland) en [S BEDRIJF] , [T BEDRIJF] en [U BEDRIJF] (technologie, Verenigde Staten) en heeft hij belangen in [V BEDRIJF] (media, Nederland) en in [W BEDRIJF] (onroerend goed, Nederland). 2.1.7. Verder ondersteunt eiser de [X BEDRIJF] , [Y BEDRIJF] , de Stichting [Z BEDRIJF] en het [A1 BEDRIJF] . 2.2. Feiten woonplaats 2.2.1. Op 27 juni 1983 hebben eiser en zijn echtgenote zich uitgeschreven bij de gemeente Amsterdam en hebben zij zich in [PLAATSNAAM 12] , VK, gevestigd. Het VK kent geen gemeentelijke basisadministratie. Eiser heeft de Nederlandse nationaliteit en in zijn paspoort staat [PLAATSNAAM 12] als woonplaats vermeld. Hij staat ingeschreven in het Register of Electors van de City of Westminster. Verder heeft hij een Brits rijbewijs en geen Nederlands rijbewijs. Daarnaast stond eiser ingeschreven bij the City of Westminister ten behoeve van de heffing van Council Tax. 2.2.2. Het eerste woonadres van eiser in [ADRES 2] en later [ADRES 3] . Beide woningen waren koopwoningen. Vervolgens is het gezin de woning [ADRES 4] gaan huren. Eiser en zijn echtgenote [I] verwierven op 11 september 1994 de leasehold property van de woning [ADRES 4] voor £ 444.500 en de freehold property (vergelijkbaar met de volledige eigendom of eeuwigdurende erfpacht) op 30 september 1999 voor £ 111.750. Op 18 december 2006 is in het kader van de scheiding van tafel en bed de freehold property van de woning overgedragen aan de echtgenote [I] voor £ 125.000. 2.2.3. Tot de gedingstukken behoren diverse aan eiser gerichte nota’s uit 2001-2005 van Londense clubs, te weten [B1 BEDRIJF] en [NAAM CLUB] . Daarnaast was eiser met zijn gezin lid van diverse charitatieve instellingen, zoals [D1 BEDRIJF] en [E1 BEDRIJF] , die mede zijn gericht op vrijetijdsbesteding. 2.2.4. Blijkens de gedingstukken is eiser in de onderhavige jaren in privé eigenaar van auto’s met Engels kenteken. In 2004 was hij eigenaar van zes auto’s, waarvan er vier altijd in [PLAATSNAAM 12] verbleven. De auto’s zijn bij Britse verzekeraars verzekerd en bij Britse garages in onderhoud. 2.2.5. Eiser heeft blijkens de stukken diverse levens- en hypotheekverzekeringen in het VK afgesloten. 2.2.6. Eiser ontvangt in het VK nota’s voor televisie, telefoon, water en licht. 2.2.7. De Staatssecretaris van Financiën heeft op 7 augustus 2009 op grond van de EG-Richtlijn van 19 december 1977 (77/799) betreffende de wederzijdse bijstand en artikel 25 van het Verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland (hierna ook: het VK) tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten, Trb. 1980, 205 (hierna: het Verdrag), aan de bevoegde autoriteiten in het VK de volgende vragen gesteld: “1. What facts and circumstances are known to the British tax administration with regard to the place of residence of Mr [X] for the period 2001 up to now? 2. Is Mr [X] considered a resident taxpayer for income tax purposes? 3. What economic relations does Mr [X] have with the UK? 4. What is the financial interest of these economic relations? 5. What possessions does Mr [X] have in the UK? 6. What is the value of these possessions?” Op deze vragen zijn bij brief van HM Revenu & Customs met dagtekening 3 september 2009 de volgende antwoorden ontvangen: “1. Mr [X] appears on the Electoral Roll for the years 1997 to the present at the following address: [ADRES 4] . Although this in itself is not proof of his residence in the UK. 2. Based upon the information provided, I have been unable to trace a live or ceased UK tax record for Mr [X] . 3. [G1 BEDRIJF] show that Mr [X] has been a director of [F1 BEDRIJF] Ltd, UK company number [NUMMER 1] , since 17 December 1999 and that Mr [X] ’s latest address is [ADRES 5] . 4. Mr [X] does not have any shares in the company mentioned in 3 above nor does he appear to receive remuneration from it. 5. [X] and [I] purchased the leasehold property at [ADRES 4] on 14 September 1994 for £444,500. They jointly purchased the freehold of this property for £111,750 on 30 September 1999. On 18 December 2006 the freehold was transferred to the sole name of [I] for a consideration of £125,000. 6. This is not known however, a commercial database shows that a property in the same road was sold for over £2 million in 2005.” 2.2.8. Tot de gedingstukken behoort een memo van [L] van 9 maart 2006, inzake de woonplaats van eiser. Verweerder heeft het memo andermaal ingebracht bij het nader stuk van 4 maart 2015 en in het memo de vindplaatsen van de brondocumenten in het onderhavige dossier aangegeven (versie met verwijzingen). Het oorspronkelijke memo luidt - voor zover hier van belang - als volgt: “1 Inleiding Tijdens het politie onderzoek [NAAM ONDERZOEK 1] zijn diverse doorzoekingen verricht. Uit de stukken die daarbij inbeslaggenomen zijn, is op te maken dat [X] ( [geboortedatum 1] ) alleen om fiscale redenen zegt in Groot Brittannië te wonen. Zijn feitelijke woonplaats is Nederland. Dit memo bevat een globaal overzicht van enkele relevante aspecten over dit onderwerp, en is bedoeld als instap in de documenten die behoren tot de vrijgave voor fiscaal gebruik. Tot de vrijgegeven documenten behoort ook andere informatie over [X] en zijn vennootschappen dat mogelijk van fiscaal belang is. 2Veertien woningen Zeker sinds juni 1998 stelt [H1 BEDRIJF] Leiden opstellingen samen terzake van de vermogensbestanddelen van [X] . Uit flankerende correspondentie is op te maken dat deze opstellingen vooral gebruikt worden in relatie tot financieringsaanvragen bij allerlei banken. [X] bezit volgens diverse vermogensopstellingen van [H1 BEDRIJF] uit 2003 in privé (“private”) diverse woningen (“dwellings”). Uit de term “private” leid ik af dat dat deze woningen zijn bestemd voor eigen gebruik door [X] , en niet voor de verhuur. Uit deze vermogensopstellingen en uit andere informatie kan worden afgeleid dat [X] direct, of indirect via vennootschappen behorend tot zijn concernstructuur, een veertiental woningen tot zijn beschikking heeft staan. Een overzicht: Adres Opmerkingen 1. [ADRES 4] [X] ’s officiële adres voor de Nederlandse fiscus. 2. [ADRES 6] Woonboerderij in [N BEDRIJF] NV. 3. [ADRES 7] . Kantoorruimte met woongedeelten. 4. [ADRES 8] Appartement in [Q BEDRIJF] BV. Huur: € 1.322 5. [ADRES 9] vakantiewoning [NAAM WONING] / [NAAM 2] bij St. Tropez, Frankrijk in [NAAM 2] . (vanaf juni 2001). 6. [ADRES 10] Appartement in [Y1 BEDRIJF ] (vanaf februari 2003) 7. [ADRES 11] (vanaf juli 1995) 8. [ADRES 12] (gekocht in 1999, beschikbaar vanaf 2001) 9. [ADRES 13] (in ieder geval vanaf maart 2001) 10. [ADRES 14] Ondergebracht in [Y1 BEDRIJF ] (vanaf juni 2001) 11. [ADRES 15] (vanaf mei 2000) 12. [ADRES 16] Appartement behorende bij Hotel [NAAM HOTEL 1] . 13. [ADRES 17] Woning gekocht voor [H] (vanaf 22 april 2002). 14. [ADRES 18] Woning gekocht voor [H] (vanaf voorjaar 2005) 2.1 [ADRES 4] (…) In maart 1993 gebruikt [X] dit adres als zijn woonadres in een uittreksel van [I1 BEDRIJF] NV van de Kamer van Koophandel Curacao. In een concept pand akte gedateerd op 3 februari 2004 gebruikt [X] dit adres ook nog. [I] , vanaf 18 juli 1980 de wettige echtgenote van [X] , woont er, samen met hun zoon [J] (geboren [geboortedatum 3] ). [X] werkt tussen 1983 en 1989 voor (achtereenvolgens) drie banken in London. Vanaf 1990 is hij als directeur betrokken bij de [A BEDRIJF] , een Amsterdams bedrijf dat doet in buitenreclame. In de pers wordt [X] ook aangemerkt als (enig) eigenaar van [A BEDRIJF] . In oktober 1990 begint de intieme relatie tussen [X] en [M] , die vanaf mei 1990 als secretaresse in dienst is bij [A BEDRIJF] . Volgens haar eigen verklaring heeft deze relatie bestaan tot 2003. In 2002 is de relatie tussen [X] en [H] echter ook al tot bloei gekomen. Opmerkelijk is dat de gasrekening van december 2003 voor de woning in London gericht is aan Mrs [I] , en niet aan [X] zelf. 2.2 [ADRES 6] (…) Uit de verklaring van [M] , voormalige secretaresse en levenspartner van [X] : “Ik heb een relatie gehad met [X] . Die relatie is inmiddels voorbij. (...) In mei 1990 ben ik in dienst getreden van [A BEDRIJF] . Ergens in oktober 1990 is de persoonlijke relatie begonnen met [X] . Wij waren zo intensief met [A BEDRIJF] bezig en zoveel samen. Het liep gewoon zo. De relatie heeft bestaan tot 2003. Op een gegeven moment reden wij langs die woning in [ADRES 6] en toen ontstond het idee om dat huis te kopen. Ik hoefde dan veel minder heen en weer te reizen. De woning is gekocht, verbouwd en ingericht door [X] . Ik kon wel mijn wensen kenbaar maken.” Op 19 juni 1992 wordt op Curacao [N BEDRIJF] NV (hierna ook ‘ [N BEDRIJF] ’) opgericht. Niet lang daarna is door deze NV de economische eigendom gekocht van de woonboerderij aan de [ADRES 6] . De vraagprijs van de woning betrof f 1.290.000. Volgens de bijbehorende volmacht d.d. 24 juni 1992 van [J1 BEDRIJF] bedraagt de koopsom echter slechts f 750.000. Volgens de gemeente staat alleen [M] hier als bewoner ingeschreven vanaf 2 april 1993. Op 12 mei 2003 is zij hier uitgeschreven en ingeschreven op [ADRES 19] . Op dit adres staan ook twee andere personen ingeschreven, vermoedelijk haar zus en haar moeder. Op 21 oktober 1993 stuurt [X] een brief aan [J1 BEDRIJF] op Curacao inzake een tweede hypotheek in deze NV aangaande deze woning. Deze brief in aangetroffen in de kluis van [X] . Er is kennelijk bij de aankoop ook al een hypotheek verstrekt van f 750.000. Volgens het Kadaster is deze hypotheek op 2 september 1992 ingeschreven en is op dat moment de juridisch eigenaar nog de vorige bewoner [N] . In deze brief is voorts nog opmerkelijk [X] ’s opmerking over de aankoop: “Naar aanleiding van ons telefoongesprek heb ik met de notaris gesproken in verband met de hypotheekvestiging van [N BEDRIJF] NV. Daar er reeds een zekerheidshypotheek op zit in verband met de economische aankoop indertijd, zei hij dat het voor jullie beter is om een gewone hypotheek te vestigen waarbij de zekerheidshypotheek in rang verschuift. Ik sluit hierbij een afschrift in van het eigendomsbewijs alsmede van de zekerheidshypotheek. het gaat om een bedrag van f 750.000,00. Ik heb het pand voor een lager bedrag gekocht dan je op bijgaande makelaarsaanbieding ziet. Het verschil heb ik op Curacao aan de verkopers betaald, aangezien zij geëmigreerd zijn naar Curacao. Vervolgens heb ik nog voor ± f 300.000,00 in het pand geïnvesteerd.” De makelaarsaanbieding is ook in de kluis aangetroffen. De vraagprijs was f 1.290.000. Ik maak hieruit op dat [X] f 540.000 buiten de notariële akte om heeft betaald aan de geëmigreerde eigenaar. De later opgemaakte jaarrekeningen 1992 en 1993 van [N BEDRIJF] lieten in eerste instantie echter in het geheel niets van de aankoop van het vastgoed zien. Op 19 november 1998 is ene [O] van het Antilliaanse trustkantoor [K1 BEDRIJF ] bezig met de controle van deze door [J1 BEDRIJF] NV opgestelde jaarrekeningen. Hij constateert in een brief aan enerzijds dat de woning niet is opgenomen op de balans en anderzijds dat er op de balans een deposito staat van f 750.000 bij [L1 BEDRIJF] tegen 10,5% rente. Zie het eerder vermelde sub-memo voor een verdere behandeling van deze constateringen. Omdat [O] beschikt over de nota van afrekening van de notaris waar sprake is van een koopsom van f 750.000, is van de additionele betaling van f 540.000 ook in latere jaarstukken van [N BEDRIJF] niets vermeld. Ook van de extra investeringen ad f 300.000 na de aankoop is op de balansen van [N BEDRIJF] niets terug te vinden. Op 11 februari 1994 stuurt [X] een fax naar de [P] van [J1 BEDRIJF] met de volgende opmerkelijke mededeling: “Hierbij zend ik je een afschrift van de opstalverzekering, deze staat op naam van mijn secretaresse mevrouw [M] , dit heb ik gedaan in verband met fiscale woonplaats. Mevrouw [M] zal een cessie-akte tekenen, teneinde de verzekeringsuitkering, bij een eventuele calamiteit, jullie te doen toekomen.”. Op 23 februari 1998 stuurt [Q] een fax aan [R] , waarin hij meldt: “ [N BEDRIJF] NV bezit een in Nederland gelegen onroerende zaak. Het betreft een verhuurde woning in Woerden. Client heeft ons verzocht te zorgen dat er een huurovereenkomst wordt opgesteld tussen [N BEDRIJF] NV en de huurder. (...) Vanaf 2 april 1993 wordt de woning gehuurd door mevrouw [M] [rechtbank: [M] ].” Volgens een door [X] ondertekende brief d.d. 27 maart 2001 verklaart hij enig eigenaar te zijn van het certificaat van de aandelen in de Antilliaanse vennootschap [N BEDRIJF] , en verzoekt hij [K1 BEDRIJF ] te Curacao dit certificaat over te dragen aan [M] . Verder meldt [X] : “In case Mrs [M] passes away the share certificate no 1 goes to Mr [J] , born on [geboortedatum 3] ” In een brief d.d. 16 september 2002 meldt [Q] aan [S] en [R] onder meer: “voor het vastgoed in Woerden bestaat een huurovereenkomst. Een kopie is opgevraagd en zal aan jullie ter beschikking worden gesteld. Bedoeling is om de huur als inkomsten te verantwoorden. Deze zijn echter nooit feitelijk betaald. De huurschuld is echter overgenomen door de aandeelhouder. Derhalve dient de huurinkomsten in mindering worden gebracht te worden op de r/c met de aandeelhouder.” In een brief d.d. 24 oktober 2002 meldt [Q] aan [R] en [T] : “In order to finalize the [N BEDRIJF] accounts we now were informed that the rental agreement for the property Woerden is missing. 1 agreed that a new rental agreement will be signed. This will include following aspects which you need to include in the drafts: - the agreement will commence on the 1st January 1994; - the rent will be Dfl. 1.500 monthly; - no indexation; - the not paid rent will be accrued.” In een brief d.d. 9 december 2002 meldt [Q] aan [S] en [R] : “Inzake de fiscale positie merk ik op dat de inkomsten bij de huurder is stilgelegd totdat een uitspraak is gedaan op het verzoekschrift van [N BEDRIJF] . Tevens willen wij voorkomen dat de vennootschap geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd. Naast het feit dat de feitelijke leiding op Curacao is, is het tevens van belang dat de vennootschap nog een andere, niet Nederlandse activiteit heeft. Dit is mogelijk door de aandelen die [F5 BEDRIJF] Ltd. houdt (25%) in [N1 BEDRIJF] NV over te dragen aan [N BEDRIJF] .” In een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 14 augustus 2004 tussen [X] en [I] komt een krantenartikel ter sprake waarin de beveiliging van de woonboerderij door [U] vermeld wordt. “ [I] zegt dat zij de krant heeft gezien en meteen in de vuilnisbak heeft gegooid. Jij hebt toch nooit een boerderij gehad vraagt [I] . Nee maar ik heb wel een boerderij maar die heb ik gewoon verhuurd zegt [X] . Oh en die is in de buurt van Wilnis vraagt [I] . Ja die is gewoon verhuurd die heb ik al twaalf dertien of vijftien jaar maar zo heb ik wel meerdere [PLAATSNAAM 5] ik heb 200 panden aldus [X] .” Kennelijk is [I] nooit in kennis gesteld van de activiteiten rondom de woonboerderij en [M] , de achteraf opgemaakte huurovereenkomsten en de betaling door hemzelf van deze gecreeerde huurschuld. 2.3 [ADRES 7] In [H1 BEDRIJF] vermogensopstelling d.d. 30 december 1999 verschijnt voor het eerst het bezit van kasteel [NAAM ] . In een begeleidende brief van [H1 BEDRIJF] d.d. 7 maart 2000 wordt het volgende vermeld: Maatschappij tot instandhouding en exploitatie van de [L4 BEDRIJF] Mr [X] has acquired the shares of MIE van [NAAM ] , this company owns the monumental premises ( [NAAM ] ) in Maarssen . This building is one of the most well known historical buildings/castles in Holland. Mr [X] will use this building as a residence for his holding companies (in Dutch guilders: value 12,5 million, loan 8 million). Volgens de Kamer van Koophandel is [X] zelf vanaf 2 juli 1999 eigenaar van de aandelen van deze BV. In de computerbestanden van [NAAM ] is o.m. aangetroffen de jaarrekening 2000 met vergelijkende cijfers 1999 van deze BV, volledige naam Maatschappij tot instandhouding en exploitatie van de [L4 BEDRIJF] . Balanswaarde per ultimo 1999: 8.632.495, per ultimo 2000: 11.431.310. De hypothecaire lening bedraagt f 7.700.000. Ingaande 1 januari 2001 is er een huurcontract tussen deze BV en [E BEDRIJF] BV, waarin laatstgenoemde de kantoor-, vergader- en presentatieruimten huurt voor f 500.000 over 2001 en € 240.000 vanaf 2002. Op 12 januari 2001 meldt [X] aan de verbouwer ter plaatse: “ons nieuw adres is: [X] , [ADRES 7] ”. Tevens meldt [M] aan [V ] van de Bank [O1 BEDRIJF] te Saint-Tropez : “ons nieuw adres is: [NAAM ] , tav. Mr. [X] , [ADRES 7] , Holland. In de stukken is ook aangetroffen een samenvatting van de presentatie van [W] (verantwoordelijk voor de inrichting van [NAAM ] ) aan de lokale monumentencommissie tijdens een lunchbijeenkomst op 28 september 2001. Uit de inleiding is op te maken dat een toelichting is gegeven op de verbouwings- en inrichtingsplannen van de bijgebouwen van [NAAM ] . Een citaat: ‘Toen [X] de [NAAM ] in de zomer van 1999 kocht kon hij nog niet, vermoeden welk een belangrijke plaats het huis zou gaan innemen in zijn dagelijks bestaan. Zijn lang gekoesterde droom eens aan de rivier de Vecht te wonen ging in vervulling en werd het begin van een groot avontuur. De bestemming van het huis stond hem vanaf het eerste moment duidelijk voor ogen. Hij wilde er in een uniek ingerichte omgeving wonen en werken. (...) Het eerste jaar ging geheel op aan intensieve herstelwerkzaamheden. Het huis werd aan een grondig intern en extern onderzoek onderworpen waarna de verbouwingen konden beginnen.”(...) In zijn werk is [X] een modern mens (...). Daarnaast is hij een romanticus met een uitgesproken voorkeur voor een woon- en werkomgeving waarin “inspiratie” en “huiselijkheid” sleutelwoorden zijn. De opdracht van [NAAM ] een huis te maken waarin “hard gewerkt” maar ook “hard gewoond” moet worden was een extra uitdaging voor het team dat zich met de inrichting en decoratie heeft beziggehouden.” (...) Nu [NAAM ] , na twee jaar restaureren, verbouwen en inrichten vrijwel klaar is, verplaatst de aandacht zich naar de verdere inrichting van het perceel en de bijgebouwen aan de voorzijde. 2.4 [ADRES 8] De vennootschap [Q BEDRIJF] BV (aandelen in handen van [X] privé), en vanaf 2004 diens dochtervennootschap [P1 BEDRIJF] BV, is voor 50% eigenaar van het zogenaamde [NAAM 1] complex aan de [ADRES 20] . Het complex bestaat uit 26 appartementen. De BV heeft in 1999 deze 50% (een onverdeelde helft) verkregen. De verkoper, [Y] , stuurt op 30 augustus 2000 een overzicht van de betalingen aan hem die zijn gedaan ten behoeve van [Q BEDRIJF] BV [rechtbank: [Q BEDRIJF] BV] terzake van de transactie [NAAM 1] . Hieruit blijkt dat op 15 september 1999 f 1.000.000, en op 31 maart 2000 f 8.500.000 aan notaris [Z] is betaald voor [Y] . Met de [I3] is op de brief steeds bijgeschreven dat het afkomstig zou zijn van “ [X] privé”. Ten aanzien van het eerste bedrag is uit de rekening-courant overzichten van [X] bij de [A BEDRIJF] vennootschapen het volgende op te maken: 2 september 1999 : ontvangen op de bankrekening [Q1 BEDRIJF] BV f 1.500.000 afkomstig van [R1 BEDRIJF] Ltd. 9 september 1999 : betaald van de bankrekening [A BEDRIJF] BV f 1.200.000 naar de bankrekening van notariskantoor [S1 BEDRIJF] . Onduidelijk is op welke wijze het tweede bedrag bij de notaris is gekomen. Het geld is niet afkomstig van de ontvangen bedragen voor de verkoop van [A BEDRIJF] . Wat er wel met deze op 12 april 2000 op bankrekeningen ontvangen bedragen is gebeurd, is vermeld in een afzonderlijk sub-memo dat als bijlage aan dit memo is toegevoegd. Volgens een brief d.d. 28 november 2003 van [X] heeft hij deze aankoop in privé gefinancierd voor een bedrag van ca. € 6,3 mln. Op het complex berust dan nog geen hypotheek. Voor één van de appartementen [ADRES 20] betaalt [X] in 2003 een bedrag van plm. € 22.000 aan huur. Op 18 februari 2003 maakt [X] bezwaar tegen de aanslag verontreinigingsheffing. “Op het onderhavige adres, [ADRES 20] , is slechts één persoon woonachtig, t.w. de heer [A1] .” De gemeente Amsterdam stuurt op 3 maart 2003 een kennisgeving waardebeschikkingen woningen aan [X] , [ADRES 4] , waarbij de woning gewaardeerd wordt op € 395.696. Op 25 augustus 2003 maakt [X] van zijn bankrekening [NUMMER 2] € 700 over naar hierboven genoemde [A1] , onder vermelding van “OZB”. Op 29 maart 2004 stuurt [T1 BEDRIJF] een brief aan [X] , [ADRES 20] waarbij zij het verzoek bevestigen “voor het opheffen van uw telefoonaansluiting”. 2.5 [ADRES 9] [X] doet op 22 mei 1997 een bod op het huis “Villa [NAAM 2] ” te [ADRES 9] . Op 15 januari 1998 wordt de koopovereenkomst getekend. Prijs FFR 4,5 miljoen (€ 686.000). Er is vervolgens voor minimaal € 1,2 miljoen euro verbouwd en aangebouwd. Op 10-3-1999 wordt [NAAM 2] opgericht. Geplaatst kapitaal FFR 10.000, geplaatst bij [X] FFR 5.000 en bij [M] FFR 5.000. Op 16-3-1999 vindt de definitieve levering van de villa plaats aan [NAAM 2] . In maart, mei en augustus 1999 is [X] steeds enkele dagen in Zuid Frankrijk. In mei, augustus en oktober 2000 ook. In oktober 2000 is er overeenstemming over de aankoop door [X] van het aangrenzende bosperceel. Koopprijs 1 miljoen euro. Het huis wordt door [X] en [M] gebruikt als vakantiehuis en soms mogen vrienden of kennissen er logeren. De woonhuis en inboedelverzekering loopt via [U1 BEDRIJF] Assurantiën te Amsterdam. Vanaf mei 2001 is er een lokaal echtpaar in dienst als huismeester/werkster. In de zomer 2001 verblijft [X] een paar maal enkele dagen in [PLAATSNAAM 1] . De inrichting wordt in 2001/2002 o.a. verzorgd door mensen van [V1 BEDRIJF] (een gerenommeerde electronicazaak te [PLAATSNAAM 2] ), ene [B1] en verder door [M] en [X] zelf. De naam van het huis wordt veranderd in [NAAM WONING] . In juli 2002 houden [X] en [M] een week vakantie in [PLAATSNAAM 1] . - Op 10 september 1997 meldt [X] aan een Franse notaris dat hij het huis wil kopen in een vennootschap waarvan de aandelen gelijkelijk worden gehouden door mw. [M] en [X] zelf. Volgens deze brief woont mw [M] aan de [ADRES 6] en [X] zou op Curacao wonen aan de [ADRES 11] . - [Q] adviseert [X] op 1-5-1998. In zijn overwegingen neemt [Q] mee dat [X] in de UK ‘non-domiciled resident’ is. - Op 21-11-2002 meldt [M] aan de huishoudster o.a. dat [C1] op 25 november samen met een vriend ( [D1] ) in een autobus spullen uit Nederland komen brengen, waaronder parasols en planten. - De woonhuis en inboedelverzekering loopt via [U1 BEDRIJF] Assurantiën te Amsterdam. Eind december 2002 wordt de verzekerde som voor de inboedel verhoogd naar € 227.000. - In februari 2003 zijn [M] en [X] enige dagen in het huis, aansluitend vertrekt [M] en arriveert [K] . - 8-4-2003: Om problemen met de franse fiscus te voorkomen wordt de woonplaats van [X] in de officiële stukken gewijzigd van Curaçao in Engeland. - Per 1-7-2003 is de heer [E1] ontslagen (mw [E1] blijft in dienst). [M] geeft aan de [O1 BEDRIJF] opdracht zijn salarisbetalingen te stoppen. - Op 24-7-2003 (als de relatie [X] — [M] op de klippen is gelopen) draagt [M] haar aandelen in [NAAM 2] over aan [Q BEDRIJF] BV (1 aandeel) en aan [X] zelf (49 aandelen). 2.6 [ADRES 10] In februari, maart en juni 2003 worden bedragen overgemaakt ten behoeve van de aankoop van het pand [ADRES 10] . Het pand is ondergebracht in [Y1 BEDRIJF ] . SCI staat voor Société Civile Immobiliere. In november 2004 brengt een Franse vennootschap een offerte uit terzake van diverse werkzaamheden in dit pand. Onduidelijk is of, en zo ja wanneer het pand in gebruik is genomen. 2.7 [ADRES 11] De koopovereenkomst inzake appartement [ADRES 11] dateert van 19 augustus 1994. De leveringsakte is van 21 juli 1995 waarbij [X] , volgens deze akte destijds wonende te [ADRES 21] , het appartement met berging en parkeerplaats in appartementsgebouw [ADRES 11] koopt. De koopsom bedraagt NLG 500.000,-. De verkoper is [M1 BEDRIJF] BV te Nederland. Op 27 oktober 1995 wordt de eerste vergadering van de Vereniging van Eigenaren van [ADRES 11] gehouden. [X] kan daar niet bij zijn. Hij laat zich vertegenwoordigen door [P] van [J1 BEDRIJF] te Curacao. Op 10 september 1997 meldt [X] zelf aan een Franse notaris die betrokken is bij de overdracht van het huis te [PLAATSNAAM 1] dat hij woont aan de [ADRES 11] . Hij vermeldt er wel bij: “ Please never send correspondence to Curacao. Could you please send any correspondence to the following address: Private & Strictly confidential Mr [X] [A BEDRIJF] BV, [ADRES 5] .” In deze brief staat verder onder meer: “I would like to buy the house in a company as we discussed, where the shares will be equally held by mrs. [M] and myself.” Uit [X] ’s creditcard gegevens is op te maken dat hij op 23 december 1995, op 13 juli 1996, op 1 januari 1998 op Curacao verblijft. Daarna is van [X] geen enkele creditcard uitgave op Curacao meer aangetroffen. Later (januari 2001) wordt dit adres gewijzigd in Kasteel [NAAM ] [ADRES 7] . In september 2003 geeft [X] aan dat zijn woonadres [ADRES 11] te Curacao gewijzigd is in [ADRES 4] . In een brief van 28 januari 1999 (de brief zegt 1998, maar dit lijkt een typefout te zijn, zo blijkt uit andere corresondentie [rechtbank: correspondentie]) inzake een investering in een project, genaamd [U BEDRIJF] , zegt [X] dat in de overeenkomst niet [A BEDRIJF] BV partij is, maar [X] privé met als adres [ADRES 11] . Uitdrukkelijk vraagt [X] geen post te sturen naar Curacao, maar alles te sturen naar [A BEDRIJF] BV te Amsterdam. 2.8 [ADRES 12] Medio 1999 koopt [X] (via [W1 BEDRIJF] NV, een van zijn Antilliaanse NV’

  1. s)van een Nederlandse dame het huis [ADRES 12] voor f1. 500.000 (althans dat lijkt het te zijn, maar het kan ook f1. 800.000 zijn, zie de details) In Portugal neemt ene [F1] de zaken van [X] waar. Het huis wordt gedurende de jaren 2000 en 2001 uitgebreid verbouwd en ingericht. Hierbij spelen [G1] en [I] een rol. De kosten van [G1] bedragen mogelijk plm. f 200.000. Aan [F1] is in de loop van de tijd meer dan € 550.000 overgemaakt. Uit de creditcard gegevens is op te maken dat [X] in maart en april 2001 enkele dagen in Portugal is. Rond de jaarwisseling 2001/2002 is [X] ook enkele dagen in Portugal. Op 28 december 2001 betaalt [X] echter één nacht in het [NAAM HOTEL 2] Hotel in [PLAATSNAAM 3] . (…) Daarna is [X] volgens zijn creditcard gegevens niet meer in Portugal geweest. Vermoedelijk gaat [I] in Portugal op vakantie. Er zijn ook aanwijzingen dat anderen in de woning vakantie vieren. 2.9 [ADRES 13] Mogelijk ergens in april of mei 2000 (maar mogelijk pas later, in begin 2001) koopt [X] een zeven kamer appartement in [ADRES 13] met uitzicht op [LOKATIE 2] . Voor hoeveel is niet bekend. In zijn eigen staatjes vermeldt [X] een bedrag van f 12.500.000. Hoe het betaald is, is ook niet bekend. Hij gaat er niet in wonen. Sterker nog, hij richt het niet eens in. [X] komt in de jaren 2000-2003 een aantal malen in New York. Hij verblijft dan echter in Hotel [NAAM HOTEL 3] . Vanaf juni 2003 staat het appartement te koop. Vraagprijs rond de $ 5 miljoen. Dat lukt niet. Het blijft leeg staan. Vanaf 1-3-2005 wordt het appartement eindelijk verhuurd aan [H1] , een medewerker van [X1 BEDRIJF ] , waaraan hij sinds 2003 de [C BEDRIJF] aan lijkt te willen verkopen, en die een cruciale rol speelt bij de [W BEDRIJF] deal. [X] laat zijn lopende zaken rondom het appartement in New York behartigen door ene [I1] , een medewerker van een advocatenbureau. 2.10 [ADRES 14] In juni 2001 is sprake van toestemming voor aankoop van een villa in St. Tropez voor een prijs van FFR 6.500.000. Op 7 februari 2002 vindt de overdracht plaats van het pand door [J1] aan [Y1 BEDRIJF ] . Verder is er geen additionele informatie over aankoopprijs en geldstroom. Ook is niet duidelijk of, en zo ja wanneer, dit pand is verbouwd en ingebruik is genomen. 2.11 [ADRES 15] In maart 2000 is er correspondentie betreffende de aankoop van [ADRES 15] . Dit is een pand met diverse etages, dat grotendeels als kantoorruimte is ingericht, maar dat ook (deels) tot bewoning kan dienen. Er wordt gesproken van een koopprijs van 2.500.000 danwel van 2.706.000 Engelse ponden. Als koper wordt genoemd [O BEDRIJF] BV. Later blijkt dat het pand is ondergebracht in een dochtervennootschap daarvan, genaamd [Z1 BEDRIJF] Ltd. Op 15 juni 2000 stuurt [K] een brief aan [H1 BEDRIJF] waarin hij wijst op enkele onjuistheden in hun opstelling van de vermogensbestanddelen van [X] . Onder het kopje “ [X] Privé” vermeldt hij onder meer: [X] bezit de aandelen van [Z1 BEDRIJF] Ltd., in deze vennootschap zit een A1 kantoorpand te London ter waarde van f 11 miljoen, er is geen hypotheek. Op 25 oktober 2000 schrijft [X] , met briefhoofd [Z1 BEDRIJF] Limited met adres te Maarssen , dat hij een rekening ontvangen heeft. Hij wijst er vervolgens op dat het pand sinds 1 mei 2000 leeg staat en dat het pand nog steeds niet verhuurd is. Mogelijk ten behoeve van een financiering wordt gesproken van verhuur (via [O BEDRIJF] BV) aan [A2 BEDRIJF] Ltd, danwel aan [A2 BEDRIJF] Ltd. [X] zelf echter is bij deze Limiteds betrokken, blijkens een aangetroffen visitekaartje en een op de computer van [NAAM ] in 2000 opgemaakte biografie van [X] . Het is niet duidelijk of [A2 BEDRIJF] Ltd danwel een andere vennootschap het pand [ADRES 15] daadwerkelijk als kantoor heeft gebruikt. Er is verder ook geen aanwijzing dat sprake is van daadwerkelijke bewoning. 2.12 Appartement bij Hotel [NAAM HOTEL 1] , [PLAATSNAAM 5] . In 1998 koopt [B2 BEDRIJF] BV (behorende tot [C BEDRIJF] BV) de aandelen [C2 BEDRIJF] BV. In deze BV is het hotel [NAAM HOTEL 1] te [PLAATSNAAM 5] ondergebracht. Tot dit hotel behoort ook een aantal appartementen waarvan de bewoners wel gebruik kunnen maken van de faciliteiten van het hotel, maar die verder gezien moeten worden als zelfstandige wooneenheden. In de computer van [X] is een brief van [X] aangetroffen dd. 12 december 2002, gericht aan [K1] , [PLAATSNAAM 6] . Overigens staat bovenaan vermeld “NIET VERZONDEN !!!!!“. In deze brief staat onder meer vermeld: “Zowel [NAAM 3] als ik waren enorm geschokt te horen dat jullie zo’n vreselijk jaar achter de rug hebben. In je email vroeg je mij te kijken of er bij Hotel [NAAM HOTEL 1] een mogelijkheid was voor een appartement. Wij zijn bereid gezien onze zeer goede relatie, je voor een periode van ca. 2 maanden het volgende aanbieden. Appartement Hotel [NAAM HOTEL 1] In ons eigen zeer luxe en grote privé appartement zou [NAAM 4] kunnen verblijven; wij bieden jullie dit ‘huurvrij’ aan. (...)“ Het is verder niet duidelijk door wie dat zeer luxe en grote privé appartement is ingericht en normaal gesproken wordt gebruikt. 2.13 [ADRES 17] Op 12 augustus 2002 wordt door [K] ten name van [O BEDRIJF] BV een verzoek om taxatie gedaan aan een makelaar voor het object [ADRES 17] . (…) Op 15 augustus 2002 wordt [ADRES 17] gekocht voor € 556.500 door [X] ’s vennootschap [O BEDRIJF] BV voor € 556.500. Volgens het kadaster is het pand gekocht voor € 525.000. [NAAM BANK] verstrekt voor € 525.000 een hypotheek. Dit pand is gekocht voor [H] en haar twee zonen. (…) De woning is vervolgens vermoedelijk verbouwd en opnieuw ingericht door [W] , een vriend van [X] die zichzelf stylist noemt. (…) Volgens BVR woont [H] en haar twee zonen sinds 1 januari 2003 op dit adres. (…) Dit is ook de woning waar [X] zelf zegt dat hij het meest verblijft (zie hierna, onderdeel 3, terzake van de gesprekken met de waarzegger). (…) Eind 2004/begin 2005 worden de aangekochte panden aan de [ADRES 22] (zie ook 2.14) verbouwd / gerenoveerd onder leiding van architektenbureau [E2 BEDRIJF] . De correspondentie m.b.t. de panden [NUMMERS 1] aan [F2 BEDRIJF] BV, t.a.v. de heer [X] op het adres [ADRES 17] . De correspondentie m.b.t. het pand 29 stuurt deze architect naar [Q BEDRIJF] BV, t.a.v. de heer [X] op het adres [ADRES 7] . 2.14 [ADRES 22] [X] koopt in mei 2004 de panden [ADRES 22] voor € 3.250.000. De transportakte is van 15 maart 2005. Het is in drieën op te splitsen, een leegstaand koetshuis, een leegstaand kantoorpand, dat verbouwd kan worden tot woning, en een pand dat is/was verhuurd aan een uitzendbureau. Vanaf december 2004 worden de panden verbouwd (onduidelijk is welke precies), zodanig dat bewoning mogelijk wordt. Het woongedeelte ( [NUMMERS 1] ) komt in [F2 BEDRIJF] BV, een nieuwe BV, waarvan [X] voor de helft aandeelhouder is en [H] de andere helft van de aandelen bezit. Ter financiering leent [X] uiteindelijk € 2.750.000 van zijn zakenvriend [L1] . Onduidelijk is hoe het restant van de koopsom en de verbouwing wordt gefinancierd. Tot op heden (8 november 2005) staat er niemand ingeschreven op de nummers [NUMMERS 2] . Uit een brief van verzekeringstussenpersoon [M1 ] van [U1 BEDRIJF] Assurantiën BV te Amsterdam d.d. 15 april 2004 is op te maken dat er drie privé panden “inclusief de inboedel te Portugal” op de [NAAM 5] polis worden verzekerd. 3Centrum sociale leven [X] In april 1988 werkt [X] nog bij [H2 BEDRIJF] Limited in London. Deze Amerikaanse investmentbank is dan, samen met [X] in privé, betrokken als gedeeltelijk aandeelhouder en financier bij de [G2 BEDRIJF] , een zieltogende Amsterdamse tijdschriftenonderneming. In deze onderneming worden in 1990 onder begeleiding van advocaat [N1] diverse verliesgevende buitenreclame activiteiten samengebracht onder de naam [A BEDRIJF] Groep. [A BEDRIJF] houdt kantoor in Amsterdam. Via [I2 BEDRIJF] (betrokken bij de in Zwitserland gevestigde [J2 BEDRIJF] vennootschap) en een groep Chinezen uit Hong Kong wordt [A BEDRIJF] voorzien van een complexe financieringsstructuur. Onduidelijk is of, en zo ja voor welk deel, [X] uiteindelijk aandeelhouder is van de [A BEDRIJF] . In 1999 starten gesprekken met de Amerikaanse onderneming [K2 BEDRIJF] , dochter van het [L2 BEDRIJF] -concern, die in april 2000 leiden tot de verkoop van [A BEDRIJF] . Vanaf het begin van de gesprekken er sprake van is GBP 100 miljoen als de verkoopprijs, omgerekend tot NLG 313.950.000. Over deze verkoop bestaan nog vele onduidelijkheden. (…) Normaal gesproken is [X] van maandag tot vrijdag in Nederland. Op het kasteel [NAAM ] , [ADRES 7] te Maarssen , bevinden zich een grote woonruimte op de 2e etage, en op de 1e etage twee slaapkamers en een badkamer. In het pand werken ook administratieve krachten en secretaresses. De vennootschappen behorende tot de [C BEDRIJF] , alsmede andere Nederlandse BV’s van [X] , zijn gevestigd op dit adres. In het souterrain, op de begane grond, en op de 1e etage bevinden zich kantoorruimten, waaronder een kantoorkamer van [X] . Op zaterdag en zondag wordt de creditcard van [X] vaak gebruikt voor winkel-aankopen en restaurant-afrekeningen in London. Vanaf vliegveld London Heathrow neemt [X] , blijkens zijn declaraties bij [B BEDRIJF] BV, normaliter gebruik van de Heathrow Express trein. Niet alleen zakelijk maar ook privé bevindt zich het centrum van [X] ’s leven in Nederland. [X] (geb. [geboortedatum 1] ) is op 18 juli 1980 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met [I] (geb. [geboortedatum 2] ). [X] is alleen formeel nog steeds met haar getrouwd. [I] is de moeder van [J] , geboren [geboortedatum 3] . Uit allerlei documenten (deze worden later in dit memo beschreven) blijkt dat [I] al een hele tijd niet meer de belangrijkste vrouw is in het leven van [X] . Dat is sinds oktober 1990 [M] ( [geboortedatum 4] ). Haar plaats is sinds 2001/2002 ingenomen door [H] ( [geboortedatum 5] ). In een lijst genaamd “In case of emergency’ met de namen van de kantoormedewerkers van [NAAM ] staat achter [X] vermeld als eerste [O1] met twee telefoonnummers, als tweede [M] met haar mobiele nummer en pas als derde [I] / [J] met hun Londense telefoonnummer. Hoewel geen datum op het document is vermeld, is aan de namen af te leiden dat de lijst vermoedelijk in 2002 is gemaakt. In het voorjaar 2003, derhalve na het einde van de relatie tussen [X] en [M] , vinden diverse boekingen plaats vanaf een bankrekening van [X] ( [NUMMER 2] ) naar een bankrekening op naam van [M] . Deze worden i.h.a. voorafgegaan door contante stortingen op de rekening van [X] . De reden, herkomst en bestemming van deze geldstromen is onduidelijk. Een overzicht: 11-03-2003 kasstorting bij kantoor [STRAATNAAM 1] 7.000 14-03-2003 kasstorting bij kantoor [STRAATNAAM 1] 8.000 17-03-2003 ovb naar [NUMMER 4] [M] 7.000 18-03-2003 kasstorting bij kantoor [STRAATNAAM 1] 8.000 24-03-2003 ovb naar [NUMMER 4] [M] 16.000 25-03-2003 kasstorting bij kantoor [STRAATNAAM 1] 8.000 03-04-2003 ovb naar [NUMMER 4] [M] 8.000 14-04-2003 ovb van [NAAM 5] Part. [NUMMER 3] 600.000 15-04-2003 ovb naar [NUMMER 5] [M] 70.000 15-04-2003 ovb naar [NUMMER 4] [M] 2.450 Recentelijk is [X] met [H] in de pers verschenen (Telegraaf [DATUM] ) bij een feest in een Haags hotel. In het artikel staat vermeld : Projectontwikkelaar [X] had met zijn levenspartner [H] ook een tafel gekocht.” [I] Uit de creditcard gegevens van [X] bij [B BEDRIJF] blijkt dat hij regelmatig in de weekends naar London reist. Het zijn met name restaurant- en winkelrekeningen. Met wie hij eet en waar [X] ‘s nachts verblijft, blijkt niet uit de beschikbare gegevens. Uit een tapgesprek van februari 2005 is op te maken dat er in Engeland minimaal twee bankrekeningen zijn (waarvan één behorende bij [Z1 BEDRIJF] ). [X] geeft [P1] telefonisch opdracht om vanaf de [C BEDRIJF] geld over te boeken, waaronder “47.000 pond aan [Z1 BEDRIJF] ”, en “770.000 euro naar [PLAATSNAAM 12] ”. Mogelijk worden andere Engelse betalingen door [X] via (creditcards van) deze bankrekeningen verricht. [M] In haar getuigenverklaring zegt [M] zelf over haar relatie o.a. het volgende: “ Ik heb een relatie gehad met [X] . Die relatie is inmiddels voorbij (...) In mei 1990 ben ik in dienst getreden van [A BEDRIJF] . Ergens in oktober 1990 is de persoonlijke relatie begonnen met [X] . Wij waren zo intensief met [A BEDRIJF] bezig en zoveel samen. Het liep gewoon zo. De relatie heeft bestaan tot 2003. Op een gegeven moment reden wij langs die woning in [ADRES 6] en toen ontstond het idee om dat huis te kopen. Ik hoefde dan veel minder heen en weer te reizen. De woning is gekocht, verbouwd en ingericht door [X] . Ik kon wel mijn wensen kenbaar maken.” Op 5 december 2002 stuurt [M] een fax naar de huisoppassers in [PLAATSNAAM 1] , waarin o.m. staat: “...malheureusement, ce n’est pas possible pour nous de visiter [PLAATSNAAM 1] ce mois. [X] est retourné d’Asia et iI y a beaucoup de travaille ici. (...) [X] en [M] .” Op 16 december 2002 stuurt [M] een briefje aan een hotel waar op dat moment twee vrienden verblijven. “Graag zouden wij vandaag de heer [Q1] willen verrassen met een fles mooie champagne in koeler op zijn kamer, de kosten hiervan komen ten laste van Visa creditcard [NUMMER 6] , exp. 05/05 t.n.v. [X] , [B BEDRIJF] BV. Tekst op kaartje: Lieve [Q1] , wij toasten thuis op je, maar nogmaals Van Harte gefeliciteerd en nog heel veel gezellig jaren met ons!. Liefs [X] en [M] .” Op 25 september 2003 stuurt [M] een fax naar [Q] , de adviseur van [X] , waarin o.a. het volgende: “Beste [Q] , Bijgaand tref je een kopie aan van de brief welke ik ontving van de gemeente Nieuwkoop. Zoals je weet ben ik nu (officieel) ingeschreven op de [ADRES 19] (dit i.v.m. de aankoop van het huis op mijn naam, hetgeen, naar ik begrepen heb, belastingtechnisch van belang is). Op de [STRAATNAAM 2] stond alleen ik ingeschreven en dit moet (gedeeltelijk) natuurlijk ook zo blijven, hoe moet ik hierop reageren?” [H] (…) In 2005 is een tijdlang de telefoon van [X] getapt. Daaruit blijkt dat [X] sporadisch belt met [I] . Daarentegen belt [H] vrijwel dagelijks en meerdere malen per dag met [X] . Het is duidelijk dat zij een amoureuze relatie hebben. [X] koopt voor [H] en haar twee zonen, via zijn vennootschap [O BEDRIJF] BV, op 16 augustus 2002 een pand aan de [ADRES 17] . Koopprijs € 525.000. Volgens het bevolkingsregister is [H] per 1 januari 2003 officieel in deze woning ingeschreven. (…) Op 24 september 2004 tekent [H] een volmacht ten behoeve van de oprichting van [F2 BEDRIJF] BV. Zij ontvangt 50% van de aandelen van deze BV. Nadat de [NAAM PANDEN] zijn verbouwd is het kennelijk de bedoeling dat zij en [X] deze panden gaan bewonen. Overige informatie over de relatie [X] en [H] - Op 15 maart 2004 stuurt [R1] een email naar Maatschappij [M2 BEDRIJF] , inzake het PI lidmaatschap van [X] . “Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van vanmorgen, doe ik u onderstaand het adres van mevrouw [H] toekomen voor het toesturen van het lidmaatschapspasje.” - Op 11 oktober 2004 stuurt [R1] , namens [X] een email naar Privium@schiphol.nl: “Hierbij zou ik graag willen verzoeken een partnercard te zenden voor mijn partner: mevrouw [H] .” - Tijdens de doorzoeking zijn ook cassettebandjes inbeslaggenomen, met daarop twee gesprekken tussen [X] en een tweetal waarzeggers. Daarin zegt [X] o.a.: “ [H] ken ik van vroeger. Het is uitgegaan. Ik kende haar toen nog niet zo goed. Ik was nog jong. Ik ben getrouwd met een vrouw waar ik niet verliefd op was. En later zijn [H] en ik elkaar weer tegengekomen. Het contact met de zoons is heel goed, vooral met de oudste, [S1] . Ik zou wel met [H] willen trouwen, maar zij is net gescheiden. Ik zit zelf nog in een scheiding, dat duurt langer dan ik had gewild. Ik heb het huis in [PLAATSNAAM 12] (hypotheekvrij) aan haar aangeboden en het huis in Portugal wil ik op naam van [J] zetten.” “U moet uw huis goed beveiligen” zegt de waarzegger. “Waar woont u eigenlijk?” [X] : “Door de week woon ik eigenlijk altijd in Den Bosch en soms slapen we wel eens een nacht op het kasteel. Een enkele maal ga ik in het weekend naar [PLAATSNAAM 12] om mijn zoon te zien. In Den Bosch heb ik nu een ander huis gekocht met [H] . En dat moet helemaal gerestaureerd worden. Dat is op de [LOKATIE 3] .” Op 24 september 2004 ondertekent [H] een volmacht voor de oprichting van [F2 BEDRIJF] BV. In mei 2004 is de aankoop, de akte van levering is op 15 maart 2005. Dat [X] en [H] ook sociaal een eenheid vormen blijkt bijvoorbeeld uit een bedankbriefje van [T1] en [U1] op 14 december 2004: “Lieve [X] & [H] , Ik wil jullie hartelijk bedanken voor de super leuke knuffel voor [V1] ! (...) ik vind het gezellig als jullie [V1] snel komen bewonderen.” 4Kunstverzameling [X] heeft een privé collectie kunst en antiek verzameld, die verzekerd is bij [N2 BEDRIJF] BV te Breda. Op 19 juni 2001 stuurt deze verzekeringsmaatschappij een brief, gericht aan de directie van MIE [L4 BEDRIJF] , waarin de verhoging van het verzekerde bedrag tot f 40 miljoen wordt bevestigd. De hierbij behorende en meegestuurde polis vermelden als verblijf voor deze privé-collectie : “Deze verzekering is van kracht gedurende het verblijf van de verzekerde voorwerpen in de navolgende panden: - [ADRES 7] te Maarssen , dienende tot kantoor van verzekerde - [ADRES 6] , dienende tot woonhuis van verzekerde - [ADRES 8] , dienende tot woonhuis van verzekerde - [ADRES 13] , dienende tot appartement van verzekerde. Al deze adressen moeten voor de verzekering beveiligd zijn door een erkend beveiligingsbedrijf. Op de andere aan [X] ter beschikking staande woningen, waaronder dus zijn officiële adres in [PLAATSNAAM 12] , bevindt zich kennelijk geen deel van [X] ’s privé collectie. Ook aangetroffen is een oudere polisvoorwaardenbrief van 25 juni 1999, op welke datum de waarde van de collectie is verhoogd van f 5 miljoen naar f 11 miljoen. In deze brief zijn vier adressen genoemd: - [ADRES 6] , dienende tot woonhuis van verzekerde - [ADRES 8] , dienende tot woonhuis van verzekerde - [ADRES 5] , dienende tot kantoor van verzekerde - Kasteel te Maarssen (oplevering/adres nader op te geven. Op 28 augustus 2003 ontvangt [X] op zijn privérekening bij de [J1 BEDRIJF] ( [NUMMER 2] ) een bedrag van 334.881 euro inzake “opbrengst [NAAM 6] ”. Het geld wordt gestort door [O2 BEDRIJF] Kunsthandel uit Amsterdam. 5Auto’s [X] bezit een grote hoeveelheid auto’s. Volgens een brief van [P2 BEDRIJF] Ltd d.d. 26 maart 2004 zijn zes daarvan via hun verzekerd. Omschrijving Kenteken Overnight Location - [AUTOMERK 1] [KENTEKEN 1] beveiligde garage nabij [ADRES 23] - [AUTOMERK 2] [KENTEKEN 2] - [AUTOMERK 3] [KENTEKEN 3] beveiligde garage [NAAM ] - [AUTOMERK 4] [KENTEKEN 4] beveiligde gagare [garage] [NAAM ] - [AUTOMERK 5] [KENTEKEN 5] [NAAM 7] garage London - [AUTOMERK 6] [KENTEKEN 6] [NAAM 7] garage London Volgens de brief willen de Britse verzekeringsmaatschappijen de verzekering niet meer verlengen ivm de verlangde uitbreiding van de dekking naar Nederland. NB: [X] heeft regelmatig betalingen naar [NAAM 7] betaald. Uit een email van [W1] dd. 13 november 2003 van verzekeraar [P2 BEDRIJF] is op te maken dat de verzekering van de twee auto’s bij de [NAAM 7] garage gebaseerd is op het feit dat ze permanent bij de [NAAM 7] garage blijven totdat ze verkocht zijn, m.a.w. deze zijn niet verzekerd op de weg. De [AUTOMERK 2] zou in gebruik zijn door [I] . De overige vijf auto’s zijn in oktober 2003 door [X] ’s chauffeur [C1] in Nederland ingevoerd. De [AUTOMERK 6] [KENTEKEN 6] komt ook voor in een eerdere fax aan [X] , afkomstig van [X1] , [Q2 BEDRIJF] & Co. d.d. 1 mei 2002. “ I refer to the above and to my recent conversation with [Z1] from [NAAM 7] regarding the [AUTOMERK 6] [KENTEKEN 6] going to Belgium and then to your home in Holland for the summer. Due to the fact that the tracker system will no longer operate on the vehicle your insurers are concerned regarding the potential theft of such an expensive vehicle. As imposed on the [AUTOMERK 7] they now wish to impose an additional excess for malicious damage and theft. This amounts to a total excess of £ 25.000. 1 appreciate that this is much higher than the excess placed on the [AUTOMERK 7] but, the value of the vehicle is substantially more than £250.000”. NB: niet duidelijk is welk adres in Nederland bedoeld wordt met [X] ’s “home in Holland”. Uit het faxverkeer is overigens ook op te maken dat [X] in 2002 ook de beschikking heeft over een [AUTOMERK 7] ter waarde van £250.000. Het is bekend dat [X] ook nog andere auto’s in gebruik heeft. Op naam van [B BEDRIJF] staan in februari 2005 de volgende auto’s: - [AUTOMERK 2] [KENTEKEN 8] - [AUTOMERK 8] [KENTEKEN 7] - [AUTOMERK 9] [KENTEKEN 9] - [AUTOMERK 10] [KENTEKEN 10] - Op 26 februari 2004 wordt een parkeerboete op de PC Hooftstraat te Amsterdam uitgeschreven inzake een [AUTOMERK 11] met kenteken [KENTEKEN 11] . Op 25 maart 2004 wordt op Schiphol een parkeerboete uitgeschreven inzake [KENTEKEN 11] . Deze auto staat op naam van [R2 BEDRIJF] BV. Het bedrag van beide boetes wordt echter overgemaakt aan [R2 BEDRIJF] door [X] vanaf zijn [NAAM BANK 1] [NUMMER 2] . Op 16 november 2001 koopt [X] een nieuwe [AUTOMERK 12] bij [S2 BEDRIJF] voor FFR 209.000. Betaald is met een cheque ten laste van [X] ’s bankrekeningnummer [REKENINGNUMMER 1] bij [NAAM BANK 2] . Uit een brief van [M] uit april 2002 is op te maken dat naast deze auto (kenteken [KENTEKEN 12] ) er nog een [AUTOMERK 13] ( [KENTEKEN 13] ) en een [AUTOMERK 14] ( [KENTEKEN 14] ) op lokale Franse kentekens zijn gesteld. 6Boten [X] heeft in ieder geval 2 plezierboten ter beschikking. - De [NAAM BOOT 2] van 11 bij 3 meter met als ligplaats Saint-Tropez (in ieder geval van maart 2003 tot januari 2005). - [NAAM BOOT 1] van 8 meter met als ligplaats Amsterdam (in ieder geval in 2002). 7Bankrekeningen privé - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 1] . [NAAM BANK 2] Lopend in 2003 en 2004. - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 2] . [NAAM BANK 3] Hillegom-Bennebroek. Geopend op 15-12-1995. Tenaamstelling: [X] en [A2] [ADRES 5] . - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 3] . Lopend in 2003 en 2004. - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 4] . [NAAM BANK 3] Amsterdam en omstreken. Lopend in 1994, slapende rekening in 2000, 2001. Tenaamstelling: [X] [ADRES 20] . - Rek.nr. [NUMMER 2] . [J1 BEDRIJF] , [STRAATNAAM 1] Amsterdam. Lopend in 1994, 2003 en 2004. Tenaamstelling: [X] , [ADRES 4] . - Rek.nr [REKENINGNUMMER 5] . [J1 BEDRIJF] , [STRAATNAAM 1] / [NAAM 8] Amsterdam. Lopend in 1994, 1995 en in 2004. Tenaamstelling 2004: [X] , [ADRES 4] . In 1994 wordt de Nederlandse postcode [POSTCODE] Amsterdam vermeld. In 1995 wordt als bijbehorend adres [ADRES 20] vermeld. - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 6] . Lopend in 1995. Rek.nr. [REKENINGNUMMER 7] . [NAAM BANK 5] [ADRES 24] . Lopend in 1997. - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 8] . [NAAM BANK 6] . Lopend in 1995, 2002 en 2003. - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 9] . Kantoor [LOKATIE 4] bus.centre Lopend in 2001 en 2003. - Een lening bij de [NAAM BANK 3] Nedersticht onder nummer [REKENINGNUMMER 10] . Lopend in 2002. Tenaamstelling: [X] , [ADRES 7] . - [J1 BEDRIJF] [ADRES 25] . Rek.nr [REKENINGNUMMER 11] . Lopend in 1994. Tenaamstelling : [X] [ADRES 26] . - Bank [O1 BEDRIJF] te Saint-Tropez . Rek.nr [REKENINGNUMMER 12] Lopend in 2001 en 2003. Tenaamstelling : monsieur [X] , etr Kasteel [NAAM ] , [ADRES 7] , Pays-Bas. Overige bankrekeningen - Rek.nr. [REKENINGNUMMER 13] . [J1 BEDRIJF] , [STRAATNAAM 1] Amsterdam. Lopend in 1994, 1995, 1998, 2002. Tenaamstelling tot 1998 [T2 BEDRIJF ] BV, [ADRES 27] . Tenaamstelling 2002: [T2 BEDRIJF ] BV, [ADRES 7] . 8Adresgebruik door [X] zelf Uit diverse documenten blijkt dat [X] een woonadres opgeeft zoals hem dat in dat geval goed uitkomt: Op 21 oktober 1993 geeft de Vreemdelingendienst van Curacao een verblijfsvergunning af aan [X] , die daarbij als woonadres [ADRES 21] heeft opgegeven. In september 1997 meldt [X] zelf aan een Franse notaris die betrokken is bij de overdracht van het huis te [PLAATSNAAM 1] dat hij woont aan de [ADRES 11] . Hij vermeldt er wel bij: “Please never send correspondence to Curacao.” Op 28 januari 1998 stuurt [X] een brief aan [L1] te Heerlen, inzake zijn deelname in een vennootschap. [X] meldt daarin: “Onderhavige overeenkomst heb ik in goede orde ontvangen, echter, niet [A BEDRIJF] BV, maar ikzelf ben partij in privé, t. w. [ADRES 11] . Gaarne alle correspondentie sturen naar [A BEDRIJF] BV te Amsterdam, nooit naar Curacao.” NB: Mogelijk met opzet, mogelijk per ongeluk, is in deze brief een verkeerd huisnummer vermeld. In ieder geval is duidelijk dat het centrum van [X] ’s sociale leven zich niet in Curacao bevindt. - In mei 1998 schrijft [Q] een advies mbt de aankoop van onroerend goed in Frankrijk. Hierin meldt [Q] dat [X] in de UK een non-domiciled resident is. Bij aankoop van extra grond aangrenzend aan het huis te [PLAATSNAAM 1] in 1999 geeft [X] nog steeds aan op Curacao te wonen. - In een toelichting op een financieringsaanvraag van [Q BEDRIJF] / [X] bij de [NAAM BANK 3] d.d. 22 oktober 1998 wordt door de bank o.m. het volgende vermeld: “De heer [X] is om fiscale redenen niet ingezeten in Nederland.” - De factuur van [NAAM WINKEL 1] voor diverse kostuums ad f 40.734 wordt op 21 april 2000 gericht aan [X] , [ADRES 20] . - De rekening van [NAAM WINKEL 2] d.d. 27 november 2000 voor de aankoop van een collier en oorbellen ad f 176.200 is gericht aan Kasteel [NAAM ] , [X] , [ADRES 7] . - In januari 2001 zegt [M] dat “ons nieuw adres is: Kasteel [NAAM ] , attn Mr. [X] , [ADRES 7] .” - De rekening van het [NAAM HOTEL 4] d.d. 21 februari 2001 voor de twee lidmaatschappen van de [NAAM CLUB 1] is gericht aan: “ [X] , [ADRES 7] .” - Het vignet voor het binnenhavengeld voor een vaartuig (een [NAAM BOOT 1] van 8 meter lang) dat kennelijk in Amsterdam gebruikt wordt door [X] , wordt door de afdeling Binnenwaterbeheer Amsterdam in januari 2002 gericht aan [X] [ADRES 7] . - [X] is kennelijk lid van Maatschappij [M2 BEDRIJF] , aan het [LOKATIE 5] te Amsterdam. Als lidnummer [NUMMER 7] vult hij op 6 februari 2002 voor het jaar 2002 een “Aanvraagformulier Permanent Introducé(e)” in. De permanente introducée is volgens het formulier [M] , [ADRES 6] . Als eigen adres van [X] wordt [ADRES 7] vermeld. Iemand heeft hierbij geschreven “omzetten naar [PLAATSNAAM 12] adres”. - De rekening van de lockerhuur bij deze [NAAM CLUB 1] d.d. 23 juli 2002 is zelfs gericht aan de Heer en Mevrouw [X] , [ADRES 7] ”. In april 2003 merkt [U2 BEDRIJF ] op dat de Franse fiscus zich afvraagt of [X] belasting moet betalen over het onroerend goed in Frankrijk. Niet Frans-ingezetenen binnen de EU genieten een vrijstelling. Curacao valt daar niet onder. Daarop heeft [U2 BEDRIJF ] geantwoord dat [X] sinds kort weer in Engeland woont. Op 29 september 2003 stuurt [B2] van [U2 BEDRIJF ] uit Parijs een brief aan [B BEDRIJF] BV, De heer [X] , [ADRES 7] , waarin o.a. te lezen valt: “Hierbij doe ik je toekomen een nieuw uittreksel uit het Handelsregister van [NAAM 2] . In dit uittreksel is verwerkt dat jij in [PLAATSNAAM 12] woonachtig bent en niet langer op Curacao. Het belang van deze wijziging is om te voorkomen dat [NAAM 2] inkomstenbelasting in Frankrijk betaalt, welke vergelijkbaar is met het Nederlandse huurwaardeforfait. Zolang de SCI gehouden wordt door inwoners van één van de Europese lidstaten is dergelijke inkomstenbelasting in Frankrijk niet verschuldigd.” Als vervolg op deze brief ondertekent [X] een in het Frans opgestelde volmacht, gedateerd september 2003, Saint Tropez, waarin [X] als directeur van [V2 BEDRIJF] , waarin hij aangeeft dat zijn adres voor alle legale formaliteiten [ADRES 4] moet zijn in plaats van [ADRES 11] . In aangetroffen correspondentie van jachtwerf [NAAM 10] te Saint-Tropez inzake zijn boot de [NAAM BOOT 2] wordt [X] aangeschreven op het adres [ADRES 7] . De jachthaven [NAAM 11] schrijft hem aan op het adres [ADRES 28] . - Op de rekeningen voor [X] van het [NAAM HOTEL 3] Hotel in New York komen verschillende tenaamstelllingen [tenaamstellingen] voor. Zo is op de factuur dd. 29 januari 2001 vermeld: ‘Mr [X] [NAAM 12] Partners [ADRES 7] ” Op de factuur van 4 april 2001 wordt de kamer 729 afgerekend op naam van: “Mr & Mrs [X] [NAAM 12] Partners”, en kamer 1108 op naam van: “ Mr. [X] [NAAM ] [ADRES 7] ” In een tweede exemplaar van deze factuur staat vermeld: “Mr. [X] [B BEDRIJF] BV [ADRES 7] ”. 9Lidmaatschappen - Zoals al eerder vermeld huren “de heer en mevrouw [X] , Kasteel [NAAM ] , [ADRES 7] ” een locker bij de [NAAM CLUB 1] van het [NAAM HOTEL 4] Hotel. Het lidmaatschap voor twee personen (kosten 2004/2005 2x € 1250) loopt in ieder geval vanaf 15 maart 2001 tot 14 maart 2005. We kunnen er vanuit gaan dat met “Mevrouw [X] ” niet [I] wordt bedoeld. Daarnaast wordt door [B BEDRIJF] € 500 betaald voor het lidmaatschap 2005 van [NAAM CLUB 2] . - Zoals hierboven vermeld is [X] lid van Maatschappij [M2 BEDRIJF], aan het [LOKATIE 5] te Amsterdam. Op 22 januari 2003 maakt hij 290 euro over naar deze vereniging. Hij ontvangt de contributienota 2004 op 5 januari 2004. Het adres is kennelijk conform [X] ’s verzoek in 2002 omgezet naar zijn adres in London. - Blijkens een uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering op 28 november 2001 [X] en [M] zijn in 2001 beide lid van “ [NAAM CLUB 3] ” in Den Dolder. Op 2 december 2003 betaalt [X] het lidmaatschap voor deze golfclub voor het jaar 2004. [X] is lid van de [NAAM CLUB 4] (adres: [ADRES 29] ) De Club stuurt een acceptgiro (ik denk voor de contributie) aan het adres van [X] in [PLAATSNAAM 12] . In 2003 betaalt hij het van [NAAM BANK 1] rekening [REKENINGNUMMER 5] , dit is een rekening bij het filiaal aan het [STRAATNAAM 1] te Amsterdam. Dit is een particuliere rek.crt. De afschriften worden geadresseerd aan zijn adres in [PLAATSNAAM 12] . In 1995 betaalt hij het van een bankrekening van [X] Holding BV. Tevens is/was hij lid van de [NAAM CLUB 5] . Er zijn contributiebetalingen in 1994 en 1995 van (…) de bankrekening van [X] Holding BV. Bij de betaling van 1994 staat erbij geschreven: privé. In mei 2004 betaalt [X] 1980 euro aan [NAAM CLUB 6] te Vught inzake loten [H] . 10Overige uitgaven Op 27 november 2000 koopt [X] bij [NAAM WINKEL 2] in Amsterdam een collier en oorbellen ter waarde van f 176.200. Op 21 december 2000 ruilt [X] te Maarssen een collier twv DM 67.100 in bij mevr [C2] van [NAAM WINKEL 2] Köln, en ontvangt hij een collier twv DM 240.000. (…) Het [NAAM ZIEKENHUIS] te Amsterdam stuurt een factuur dd. 15 april 2002 (NB: gericht aan J. [X] , [ADRES 7] ), die betrekking heeft op radiodiagnostische handelingen die op deze dag zijn verricht. Aan het eind van deze dag betaalt [X] overigens met zijn creditcard een Thais restaurant in Amsterdam. Volgens een brief d.d. 13 februari 2003 is [X] miv 21 januari 2003 via [U1 BEDRIJF] Assurantiën BV te Amsterdam verzekerd voor ziektekosten bij [W2 BEDRIJF] Maatschappij. Volgens de polis woont [X] op de [ADRES 7] . Op 6 december 2003 koopt [X] bij Juwelier [X2 BEDRIJF] (Den Haag) voor € 70.000 een ring. In maart 2004 heeft [H] afspraken met de bekende couturier [NAAM 13] . [X] verricht een aanbetaling voor de kosten. Op 17 maart 2004 stuurt [Y2 BEDRIJF] BV ( [NAAM 13] ) een factuur aan de [C BEDRIJF] , tav de heer [X] : “Hierbij brengen wij u een eerste aanbetaling in rekening voor de, voor uw [H] , in opdracht genomen ontwerpen: # [NAAM 13] Haute Couture, € 11.500,00”. Op 7 december 2004 betaald [X] 4 keer 14 euro terzake van de decemberlotto van de St. Nat. Sporttotalisator. Woonhuis en inboedel van huis te [PLAATSNAAM 1] zijn in Nederland verzekerd bij [U1 BEDRIJF] Assurantiën. (…) 12Reizen / Vakanties Hoewel [X] regelmatig in het weekend naar London reist, moet dat meer gezien worden als het bezoeken van zijn zoon, dan het naar huis gaan na het doordeweekse verblijf in Nederland. Zo ziet [X] het zelf ook, zie het al eerder besproken gesprek met een waarzegger. (…)” 2.2.9. Op basis van de gedingstukken kan voorts - in aanvulling op de hiervoor weergegeven memo inzake Woonplaats [X] - het volgende worden vastgesteld: - In 1998 koopt eiser via één van zijn vennootschappen een woonboerderij in [PLAATSNAAM 10] voor zijn vriend [G1] . Voor de financiering is een aanvraag ingediend bij de [NAAM BANK 3] die in een document van 22 oktober 1998 vaststelt: “De heer [X] is om fiscale redenen niet ingezeten in Nederland”; - Op 1 maart 2001 wordt bij [NAAM WINKEL 3] , in Amsterdam voor f 26.015 kleding aangeschaft; - Op 24 mei 2001 worden diverse kosten betaald met betrekking tot een reis van eiser met [M] naar Venetië. De nota van 27 mei 2001 van hotel [NAAM HOTEL 5] Venetië is gericht aan ‘mr en mrs [X] ’; - Op 25 juli 2001 stort eiser van een op zijn naam staande bankrekening een bedrag van f 100.000 op de bankrekening van [M] ; - Op 19 december 2002 koopt eiser bij [NAAM WINKEL 1] , hoofdkantoor te Purmerend, kleding voor € 1.208,60. Als factuuradres wordt vermeld [ADRES 7] ; - Op 22 januari 2003 koopt eiser bij [NAAM WINKEL 1] , hoofdkantoor te Purmerend, kleding voor € 2.998. Als factuuradres wordt vermeld [ADRES 7] ; - Op 3 maart 2003 koopt eiser bij [NAAM WINKEL 1] , hoofdkantoor te Purmerend, kleding voor € 508,30. Als factuuradres wordt op deze factuur vermeld [ADRES 8] ; - Op 19 november 2004 factureert [NAAM WINKEL 4] aan eiser, [ADRES 7] , een bedrag wegens geleverde Atmos klassiek klok. - Naast de in de memo genoemde bankrekeningen komen in de stukken de volgende bankrekeningen van eiser naar voren: [NAAM BANK 3] Nederland rekeningnummer [REKENINGNUMMER 14]; saldo 1 januari 2002 € 119.662, saldo 1 januari 2006 € 7.419. Woonadres volgens de bank [ADRES 7] ; [NAAM BANK 1] bank rekeningnummer [REKENINGNUMMER 15]; saldo volgens opgave bank in 2006: € 468,03; [NAAM BANK 1] bank rekeningnummer [REKENINGNUMMER 16]; saldo volgens opgave bank in 2006: € 2.101,17; [NAAM BANK 6] rekeningnummer [REKENINGNUMMER 17]; saldo volgens opgave bank in 2006 € 4.345,43; [NAAM BANK 7] rekeningnummer [REKENINGNUMMER 18]; saldo volgens opgave bank in 2006 € 3.859,07; [NAAM BANK 8] , rekeningnummer [REKENINGNUMMER 19]; Rekeningnummer [REKENINGNUMMER 20], [NAAM BANK 9] , London. 2.2.10. Op 22 september 2006 is [Q] verhoord door de politie. [Q] is een fiscaal adviseur die vooral met betrekking tot de internationale vennootschappenstructuur van eiser adviezen verstrekt. Het proces-verbaal van dit verhoor houdt onder meer in: “Vraag verbalisanten: U heeft vanochtend gezegd dat toen [X] [NAAM ] betrok u met [X] heeft gesproken over zijn woonplaats. Wat kunt u daarover verklaren? Antwoord gehoorde: “Het was voor mij van belang om te weten wat zijn fiscale woonplaats was. Toen ik hem leerde kennen in 1994 of 1995 had hij een dubbele woonplaats, te weten Engeland en op Curaçao. Toen hij [A BEDRIJF] had verkocht en [NAAM ] betrok heb ik wel gevraagd wat de gevolgen waren voor zijn fiscale woonplaats. Hij heeft toen gezegd dat hij zich aan de fiscale regelgeving hield omtrent de woonplaats, onder andere de 183 dagenregeling in Nederland”. Vraag verbalisanten: Wij hebben u gevraagd of u tegen [X] heeft gezegd dat hij risico liep met betrekking tot zijn woonplaats. U heeft gezegd dat u tegen [X] niet heeft gezegd dat hij risico liep, maar u heeft gezegd: Pas op met de regels rondom de fiscale woonplaatsbepaling. Wat is daarop uw reactie? Antwoord gehoorde: “Dat is correct.” 2.2.11. Op 9 mei 2006 is [K] verhoord door de politie. Het proces-verbaal van dit verhoor houdt onder meer in: “De beslissing om naar het kasteel te gaan is van [X] , ik was daar niet zo enthousiast over. Ik vond een kantoor in Amsterdam veel logischer. Maar als [X] echt iets wilde dan gebeurde dat ook. In het kasteel had [X] een eigen kantoor, [D2] zat in de straat met de [NAAM 5] administratie, [E2] zat met [F2] op één kantoor, er waren twee slaapkamers voor [X] en zijn zoon, de zolder was een soort huiskamer en beneden was een ontvangstruimte en salon. (…) Het was zo ingericht dat [X] daar in de toekomst door de weeks zou kunnen wonen. Hij heeft wel eens gezegd dat hij dat in de toekomst van plan was. (…) “V: De heer [X] heeft gedurende lange tijd een verhouding gehad met [M] ? A: [M] zat al bij [A BEDRIJF] toen ik kwam. Zij was de officiële maîtresse van [X] . Hoe hij haar heeft leren kennen weet ik niet precies. Van horen zeggen weet ik dat hij in ’ [NAAM RESTAURANT 1] zijn huidige vriendin [H] opnieuw heeft leren kennen. Op een gegeven moment heeft hij het na 11 jaar met [M] uitgemaakt. Al voor mijn tijd had [X] die woonboerderij. Daar woonden ze samen. [X] ging in het weekeinde regelmatig naar [PLAATSNAAM 12] naar zijn vrouw. (…) Je vraagt mij naar zijn vrouw [I] , in de [M] periode ging hij ieder weekeinde naar [PLAATSNAAM 12] voor zover ik weet. In de [H] periode is hij veel meer gaan reizen. Ook heeft hij het een en ander geregeld voor [H] zoals de aankoop van een huis in Den Bosch. Het huis in de [ADRES 20] heeft [X] al jaren. [I] kwam er ook wel eens als zij over was vanuit Engeland.” 2.2.12. Op 19 mei 2006 is [G2] gehoord door de politie. [G2] vervulde een administratieve functie (financial controller) bij de [C BEDRIJF] . Het proces-verbaal van het verhoor houdt onder meer in: “V: Wanneer bent u in dienst getreden van het concern [X] ? A: Ik ben 16 november 1998 begonnen bij [L BEDRIJF] BV en ben per 1 november 2005 uit dienst getreden. Mijn functie was financial controller. Ik was verantwoordelijk voor de administratie en de financiële verslaglegging van de [C BEDRIJF] V: Wat was uw takenpakket bij de [E BEDRIJF] BV? A: In eerste instantie waren de heer [K] en ik met zijn tweeën. Wij zaten op het kantoor aan de [ADRES 1] van [A BEDRIJF] . Ik had een eigen kamertje. In die tijd deed ik de primaire vastlegging van de bank, kas, inkoopfacturen etc. Voor mijn tijd werd dat uitbesteed, dacht ik. Vanaf het begin stelde ik de concept jaarrekening op van de vennootschappen rondom [NAAM 5] . V: Wie was uw baas bij de [E BEDRIJF] , met andere woorden aan wie was u verantwoording schuldig? A: Dat was [K] . In het begin waren we maar met zijn tweeën. Ik had veel contact met hem. Hij was mijn aanspreekpunt. Ik had zelden contact met [X] rechtstreeks. In december 2000 verhuisden wij naar Maarssen . In 2001 kregen wij administratieve versterking. Toen kwam [H2] , zij heeft ook een spd-opleiding en [I2] . [I2] had geen SPD. [I2] beviel niet goed en zij is na een jaar vertrokken. Toen kwam [J2] en die werkt er nog steeds. Ons kantoor was niet op het kasteel maar wij zaten in een gebouw aan de [STRAATNAAM 3] . [NAAM 3] kwam misschien vier keer per jaar op kantoor. Ik ging altijd naar het kasteel om met hem te overleggen. [X] is misschien twee keer op ons kantoor geweest. V: Wie was de aandeelhouder van de [E BEDRIJF] ? A: Ik weet dat dat [D BEDRIJF] is, dat is een buitenlandse vennootschap. V: Wie is de aandeelhouder van [D BEDRIJF] ? A: Van zowel [X] als [K] heb ik vernomen dat [X] aandeelhouder is van [D BEDRIJF] . V: Wie werkten er nog meer op [NAAM ] ? A: Er waren twee secretaresses die ook voor ons werkzaamheden verrichten, dat was [M] en [R1] . Dan was daar [K2] maar die deed niets voor [NAAM 5] , die zat op het kasteel. [L2] was de assistent van [K2] . [M2] en [N2] zijn technische medewerkers die ook onderhoud verrichten voor de [E BEDRIJF] . U noemt nog de naam van [O2] . Dat klopt, zij werkte ook bij ons. Zij is in 1998 voor Hotel [NAAM HOTEL 1] begonnen maar was niet meer zo tevreden. Na enige jaren heeft zij daar met [NAAM 3] over gesproken en in de loop van 2003 is zij bij ons gekomen. Zij was een soort juridische back-office voor de [E BEDRIJF] . [K] was veel op pad voor zijn commerciële werkzaamheden. (…) V: Hoe vaak had u overleg met [K] ? A: Dat wisselde. Ik vind het moeilijk om daar antwoord op te geven. De ene keer een paar keer de andere keer eens per twee weken. We hebben wel gestreefd naar een vast moment in de week maar dat is niet gelukt. Ik had natuurlijk ook telefonisch contact als dat nodig was. V: Had u overleg met [X] ? A: Nee. V: Waar was [K2] verantwoordelijk voor? A: [B BEDRIJF] , [Z2 BEDRIJF] , [Q BEDRIJF] , [NAAM ] o.i.d., en naar horen zeggen privé dingen van [X] . Net zo als ik privé dingen voor [K] doe. Dat deed ik toen al en dat doe ik nu nog steeds. (…) V: Was het u bekend dat [X] een relatie had met een collega van u? A: Ja dat wist ik maar dat wist ik pas na 1,5 a 2 jaar dat ik bij [NAAM 5] werkte V: Wist u dat [X] met haar samen woonde in een boerderij aan de [ADRES 6] ? A: Ja dat heb ik gehoord. Ook heb ik later begrepen dat die relatie is beëindigd.” 2.2.13. Er heeft een hoorgesprek plaatsgevonden op 14 december 2009; hierbij waren onder meer aanwezig eiser, zijn zoon en zijn echtgenote. Het verslag van het hoorgesprek van 14 december 2009 zoals dat is opgemaakt door verweerder en is meegestuurd bij de motivering van de uitspraken op bezwaar bij brief van verweerder aan eiser van 19 januari 2010 luidt - voor zover hier van belang - als volgt: “In eerste instantie is een vriendenkring opgebouwd via het werk. Daarnaast werd buiten [PLAATSNAAM 12] een cottage gehuurd. Vrienden huurden daar ook cottages. Tot op heden bestaan deze vriendschappen nog. Ieder weekend werd eigenlijk in de cottages doorgebracht. Na de geboorte van [J] in [JAARTAL] is de huur van de cottage nog 5/6 jaar aangehouden, daarna is de huur opgezegd. Het gezinsleven bestond voornamelijk in het weekend. De weekends werden doorgebracht in het [NAAM HOTEL 6] . Daarnaast zijn de heer [X] en zijn vrouw lid geworden van diverse clubs. Het sociale leven in [PLAATSNAAM 12] speelt zich op een andere manier af dan in Nederland. In [PLAATSNAAM 12] is het sociale leven erg georganiseerd in clubs. Met vrienden spreek je af in clubs, restaurants, ook wel thuis. In de loop der jaren heeft het gezin [X] een vaste vriendenkring in [PLAATSNAAM 12] opgebouwd. (…) [J] merkt op dat hij in de periode 2001-2004 14-17 jaar was. In de weekends was zijn vader thuis. Op vrijdagavond kwam zijn vader naar [PLAATSNAAM 12] en werd er gegeten of naar een club gegaan. Op zaterdag bracht hij zijn tijd door met zijn vader en gingen ze bijvoorbeeld winkelen, eten en af en toe was er een culturele activiteit (ingegeven door zijn moeder). Op zondag ging het gehele gezin dan voor een high tea naar een club of naar vrienden. Zijn vader vloog dan vervolgens voor zijn werk weer op maandag of dinsdag weg. [J] heeft zijn gehele leven in [PLAATSNAAM 12] gewoond. Naast het gezamenlijke weekend was er bijna dagelijks telefonisch contact. Zijn vader is nooit de standaard vader geweest die om 18.00 uur thuiskomt om te eten en de krant te lezen. (…) Kasteel [NAAM ] is voor de heer [X] altijd een droom geweest. Voor mw [I] was dit minder van belang. In het kasteel werd een kantoor gevestigd. Daarbij bestond er wel de mogelijkheid voor overnachting. De heer [X] sliep door de week immers niet in [PLAATSNAAM 12] . Mw [I] stelt dat het nooit de bedoeling is geweest om daar te gaan wonen. Daarnaast was hun zoon op dat moment veel belangrijker, hij was in die periode een beetje een rebel. In 1991 ging [J] naar de Amerikaanse school en is daar gebleven. Betrof een vrijere school. In de periode dat hij 13-17 jaar was, moesten de heer [X] en zijn vrouw vaker naar school komen voor gesprekken in verband met het gedrag van [J] . Hierdoor moest zijn vader vaker in [PLAATSNAAM 12] aanwezig zijn en ging haar aandacht vooral uit naar hun zoon.” 2.2.14. Eiser heeft eveneens een verslag opgemaakt van het hoorgesprek van 14 december 2009. Dit verslag is van 24 december 2009 en luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “12. Mevrouw [I] licht toe. - Allereerst bespreekt zij, zoals eerder vermeld, dat zij haar echtgenoot in 1979 ontmoet heeft. In 1983 hebben zij samen er heel bewust voor gekozen naar [PLAATSNAAM 12] te verhuizen. - Destijds hebben zij ook een sociaal netwerk in [PLAATSNAAM 12] via het werk, maar ook anderszins (buurt, school, bezoeken van clubs e.d.) opgebouwd. Met die vrienden gingen de heer [X] senior en mevrouw [I] vaak uit eten maar ze nodigde deze vrienden ook wel bij hen thuis uit. Een greep uit deze vriendenkring: [NAMEN 1] , [NAMEN 2] , [NAMEN 3] , [NAMEN 4] , [NAMEN 5] , [NAAM 14] , [NAMEN 6] , [NAAM 15] , [NAMEN 7] en [NAAM 16] . - Verder zijn ze lid geworden van diverse clubs. In [PLAATSNAAM 12] speelt het sociale leven zich veelal af (zeker in die tijd waar alles nog een stuk formeler er aan toe ging, aldus mevrouw [I] ) in clubverband. Enkele van die clubs zijn: [B1 BEDRIJF] , [NAAM CLUB 7] en de [NAAM CLUB 8] club. De echtelieden gingen met name vaak samen uit, vooral op vrijdagavond, naar [B1 BEDRIJF] . In dergelijke clubs treffen ze hun relaties en vrienden. Het biedt ook de mogelijkheid om nieuwe mensen te leren kennen. De heer [X] senior en mevrouw [I] bezochten die gelegenheden vaak samen. - Naast clubs was een andere belangrijke gezamenlijke tijdsbesteding het bezoeken van horecagelegenheden. De heer [X] senior geniet er erg van uit eten te gaan. Dat is eigenlijk één van zijn passies. De echtelieden gingen dan ook vaak samen uit eten (bijvoorbeeld: restaurant [NAAM RESTAURANT 2] in [PLAATSNAAM 12] ) - Verder heeft het gezin [X] in [PLAATSNAAM 12] een huisarts (dokter [NAAM DOKTER] ) en een tandarts. - Het gezinsleven was voor beide echtelieden erg belangrijk en hecht. De activiteiten concentreerden zich in het weekeinde. De heer [X] senior was door de week veelal bezig met zijn werk. Maar dan hadden de echtelieden vaak telefonisch contact over zaken die het gezinsleven kenmerken. Het weekeinde bracht het gezin samen door. Het gezin beschikte ook over een cottage dicht bij [PLAATSNAAM 12] . Het gezin ging geregeld een weekeindje met elkaar weg in het VK. Mevrouw [I] organiseerde ook wel theaterbezoeken met het gezin. Het gezin ging ook vaak samen naar de film. 13. De heer [J] licht hierover in aanvulling op zijn moeder nog het volgende toe. - Hij herinnert zich dat zijn ouders geregeld met vrienden uit eten gingen en dat vrienden ook hen bezochten. Met een van die vrienden heeft zijn zoon ook een band opgebouwd over de jaren. - De heer [J] vertelt verder dat hij laatst naar [B1 BEDRIJF] is geweest (dit mag pas na je achttiende) en dat werkelijk iedereen daar zijn vader kende. - De heer [J] en de heer [X] senior gingen ook vaak samen in de weekeinden — meestal zaterdag — met elkaar op stap (in de avonduren voegde mevrouw [I] zich dan vaak weer bij het duo). Ze gingen dan samen de stad in, bijvoorbeeld om te winkelen en dingen te bezichtigen. Een enkele keer bezochten ze musea, maar dit gebeurde met name omdat mevrouw [I] hen daartoe aanspoorde. - Naast de gezamenlijke bezigheden in het weekeinde, ging de heer [J] ook zeer geregeld met zijn vader en moeder gezamenlijk op vakantie naar het buitenland. Als voorbeelden: in 2001 is het gezin een maand naar China geweest en in 2002 [de rechtbank begrijpt dat dit in 2003 moet zijn geweest] zijn ze samen naar Barbados geweest. Het gezin is ook een keer op bezoek geweest bij [C5] in Frankrijk (naar zijn vakantiehuis aldaar). Dit is niet een uitputtende opsomming. 14. De heer [P2] merkt na deze toelichtingen op dat deze voor een groot deel gaan over het verleden, terwijl het geschil draait om de periode 2001-2004. Hij vraag of de heer [J] meer specifiek kan verklaren over de periode 2001-2004. De heer [J] licht toe dat deze periode niet verschilt van die vroegere periode. Zijn vader was na 1989 weliswaar regelmatig in Nederland, maar hij keerde elk weekeinde terug. Vrijdagavond ging zijn vader op stap met zijn moeder, vaak naar [B1 BEDRIJF] . Op zaterdag ging hij samen met zijn vader op pad, waarna ze in de avonduren vaak weer samen met zijn moeder dingen deden c.q. tijd met elkaar doorbrachten. Zondagochtend brachten zij sowieso met elkaar door. Zijn vader vertrok dan maandag of dinsdag weer naar Nederland. Naast het feit dat de heer [X] senior altijd in de weekeinden terugkeerde naar [PLAATSNAAM 12] , kwam hij in die periode ook nog, indien dat nodig was (met oog op hem maar ook met het oog op zijn moeder) terug naar [PLAATSNAAM 12] . De heer [J] noemt in het bijzonder dat hij destijds puber was en dat er nogal eens problemen waren op school. De heer [X] senior keerde dan door de week terug naar huis om gesprekken met de schoolleiding te voeren. Verder licht de heer [J] toe (zie ook hierboven) dat zij in die periode ook zeer regelmatig met elkaar als gezin op vakantie gingen. 15. De gemachtigde vraagt of mevrouw [I] ook specifieker over het gezinsleven in de periode 2001-2004 kan verklaren. Mevrouw [I] licht toe dat deze periode niet verschilde van de periode voorheen. Het gezinsleven speelde zich veelal in het weekeinde af. Verder merkt zij op dat zij en/of de heel [J] door de week veelvuldig telefonisch contact met de heer [X] senior hadden over zaken die horen bij het gezinsleven. Destijds, in 1990, hebben de heer [X] senior en mevrouw [I] er ook heel bewust voor gekozen om in [PLAATSNAAM 12] te blijven wonen. Die keus was mede ingegeven door het feit dat het gezin aldaar was ingebed in een sociaal netwerk en dat de heer [J] daar opgroeide en naar school ging. Er is nooit de intentie geweest om in Nederland te gaan wonen. Mevrouw [I] verklaart dat zij en haar echtgenoot er alles aan deden om, zodra het werk van haar man dat toeliet, samen tijd door te brengen. 16. De heer [P2] vraagt hoe zij de periode met betrekking tot het kasteel heeft meegemaakt. Zij vertelt dat het al heel lang een droom was van haar echtgenoot om ooit een kasteel te verwerven. Zij vindt het een heel mooi project. Er is evenwel nooit aan de orde geweest dat het gezin zich daar zou vestigen. Daarvoor was het gezin te verknocht aan [PLAATSNAAM 12] . Zij acht met name van belang dat de heer [J] in [PLAATSNAAM 12] is opgegroeid. Daar komt bij dat het kasteel toch meer een kantoor was. Ook de heer [J] verklaart dat, hoewel zijn vader daar door de week verbleef, [NAAM ] [de rechtbank begrijpt: [NAAM ] ] veleer [ rechtbank: veeleer] een kantoor was dan een woonhuis.” 2.2.15. Verweerder heeft aan de hand van de creditcards, declaraties, reisbureaufacturen, vluchtgegevens en diverse overige documenten van eiser een kleurenschema gemaakt van de verblijfplaatsen van eiser in de jaren 2001 en 2002. Uit het overzicht blijkt dat eiser in de onderhavige jaren veelvuldig in Nederland en in het VK heeft verbleven. Daarnaast heeft eiser uitgaven gedaan en heeft hij verbleven in vooral de Verenigde Staten van Amerika, Frankrijk en Portugal. Voor 2003 en 2004 is een soortgelijk overzicht gemaakt, aangevuld met informatie uit de agenda’s van [H] , de vriendin van eiser destijds. Volgens de vlieggegevens is eiser nagenoeg steeds vanuit Amsterdam naar het buitenland vertrokken. Voor de trans-Atlantische vluchten naar de Verenigde Staten wordt vaak via [PLAATSNAAM 12] gevlogen. 2.2.16. Eiser heeft op basis van de stukken eveneens een overzicht gemaakt van de dagen waarop eiser in Nederland, het VK dan wel elders verbleef en heeft daarbij de gegevens uit de agenda’s van [H] buiten beschouwing gelaten. 2.3. Gebruikelijk loon (2001-2005) 2.3.1. Op 19 mei 2006 is [G2] gehoord door de politie. [G2] vervulde een administratieve functie (financial controller) bij de [C BEDRIJF] . Het proces-verbaal van het verhoor houdt naar aanleiding van de vraag of hij wist hoe de betaalprocedure in elkaar zat, onder meer in: “In eerste instantie was er nog geen electronic banking en werkten wij met overschrijvingsformulieren. Ik bereidde dat voor en [NAAM 3] tekende. Op enig moment kreeg ik de bevoegdheid om kleinere betalingen te doen tot NLG 25.000 dacht ik. (...) [NAAM 3] zette het kenmerk ‘D’ op de facturen als ze akkoord waren om te betalen. Ook [X] parafeerde wel facturen. Toen ik zelfstandig kleinere betalingen ging doen ging de controle als volgt. Sommige facturen hadden dus een akkoord van [NAAM 3] of [X] . (…) Ten aanzien van niet reguliere posten, daarvoor was een akkoord van [K] of [X] nodig. Zo rond 2001/2002 kwamen we in de situatie dat we liquiditeitsproblemen hadden bij [NAAM 5] . (…) Vanaf dat moment ben ik lijsten met crediteuren gaan maken. Die lijsten besprak ik met [K] , soms met [X] erbij. (…) [X] wilde soms ook wel dat betalingen werden uitgevoerd aan bijvoorbeeld bepaalde adviseurs, makelaars en/of aannemers. [X] stelde ook zijn prioriteiten daarin. (…) [K] was de directeur. Hij moest de handtekening zetten maar ik weet zeker dat er ruggespraak was met [X] . In sommige gevallen instrueerde [X] wat er moest gebeuren. U vraagt mij hoe ik dit weet. In een aantal gevallen is het gebeurd dat ik overlegde met [K] , dat [X] belde en dat [K] vertelde waar hij mee bezig was. [K] heeft mij verteld dat hij overlegde met [X] . In een aantal gevallen heeft hij gezegd dat hij dat aan [X] moest vragen. Ook wat betreft sommige facturen zei [K] dat [X] moest fiatteren en dan legde hij de factuur in het bakje van [X] . In het begin was [X] nadrukkelijker aanwezig dan later. Dat leid ik af uit het feit dat in de [W BEDRIJF] periode [X] heel veel weg was. Hij was dan bij [W BEDRIJF] (…) V: Was [X] de baas? A: Ja. [K] besprak alles en had ook de goedkeuring nodig van [X] . Ik heb dat zelf waargenomen tijdens telefoongesprekken waar ik bij zat, [K] zei mij in een aantal gevallen dat [X] akkoord moest gaan, en een aantal facturen moesten door [X] worden goedgekeurd. Bovendien ben ik zelf aanwezig geweest bij de verkoop van een aantal objecten van mijn vorige werkgever. Bij die besprekingen zat ik ook aan tafel. [K] en [X] zaten daar dan namens [NAAM 5] . Tijdens die besprekingen voerde [X] het woord.” 2.3.2. Op 24 april 2006 is [K] verhoord door de politie. Het proces-verbaal van dit verhoor houdt onder meer in: “Het is zo dat ik voor het [X] -concern actief was in het onroerend goed. Op momenten dat de banken niet voor 100% financierden, was het zo dat [X] zorgde voor het ontbrekende stuk van de financiering, het restant van de funding. (…) [X] wilde een onroerend goed portefeuille opstarten en vroeg mij om hem daarbij te helpen. Het is niet zo dat ik een specialist was op het gebied van de handel in onroerend goed, natuurlijk wist ik wel alles van de financiering van onroerend goed. Ik had ook mijn netwerk in het onroerend goed en een perfecte reputatie. [X] beschouwde mij als een talentvolle kracht die hij graag wilde inlijven. (…) V: In Amsterdam heeft u verklaard dat bij investeringen in onroerend goed [X] op de achtergrond zou blijven maar dat dat in de praktijk toch anders ging. Met welke projecten heeft [X] zich intensief, zijdelings of niet bemoeid? A: De volgende projecten werden vooral gedaan door [X] . Hij kwam er mee aanzetten, hij initieerde ze en maakte de uiteindelijke deal. Ik bemoeide me dan alleen met de afwerking. Als voorbeeld noem ik de volgende projecten. [NAAM PROJECT 1] [NAAM HOTEL 1] [NAAM PROJECT 2] [NAAM RESTAURANT 1] en een aantal andere horeca gelegenheden, [W BEDRIJF] [NAAM PROJECT 3] (portefeuille) Frankrijk, een villa in Saint Tropez en een appartement in Parijs Den Helder Projecten die vooral uit mijn koker kwamen waren onder andere: (...) Ik kon in deze projecten zelfstandig opereren, maar ik overlegde regelmatig met [X] . Er was geen vast vergadermoment. Het ging vrij informeel. (…) Ik heb zelf nooit zaken gedaan met [Q2] . Hij was een relatie van [X] . Hij deed zelf ook nog een aantal zaken. [R2] , [Q2] behoorden nadrukkelijk tot de eigen relaties van [X] . Hij onderhield die relaties zelf.” 2.3.3. Op 2 mei 2006 is [K] verhoord door de politie. Het proces-verbaal van dit verhoor houdt over de aankoop van panden in de [ADRES 30] in september 2000 onder meer in: “V: Wie heeft tot deze aankoop besloten? A: [X] in overleg met mij. V: Heeft u met [R2] over de aankoop onderhandeld? A: Nee dat deed [X] . Ik deed de afwikkeling dat wil zeggen de financiering regelen, het papierwerk, afspraken met de beheerder enz. V: Wie was er nog meer betrokken bij deze aankoop vanuit de [E BEDRIJF] . A: Behalve het eigen personeel als [D2] , de controller e.d. voor zover ik weet niemand. [X] deed de deal.” 2.3.4. Op 9 mei 2006 is [K] verhoord door de politie. Het proces-verbaal van dit verhoor houdt onder meer in: V: U was directeur van de [C BEDRIJF] , als er zaken waren de [C BEDRIJF] betreffende wist extern en intern dat ze bij u moesten zijn? A: Ik maak een onderscheid tussen de [A BEDRIJF] -periode en de Maarssen -periode. [X] was in de [A BEDRIJF] -periode minder betrokken bij [NAAM 5] . Ik was in die tijd veel bezig met [A3 BEDRIJF] en ‘ [NAAM RESTAURANT 1] en was ondertussen voorzichtig bezig [NAAM 5] op te zetten. Toen [X] [A BEDRIJF] verkocht eind ‘99/ begin 2000 ging hij zich intensiever met [NAAM 5] bemoeien en zie je onze onroerend goed portefeuille exploderen. Echter het was in die fase wel zo dat als [X] andere activiteiten ontwikkelde, bijvoorbeeld [R BEDRIJF] , bijvoorbeeld [W BEDRIJF] dan zag je hem nauwelijks. Wat betreft de financiële administratie lag dat in zoverre anders dat in de beginperiode [X] over mijn schouders meekeek hoe ik de zaken aanpakte. In de periode op Maarssen was dat veel minder het geval. Dus wat betreft personen intern en extern, in de Maarssen -periode wist iedereen dat voor zaken betreffende [NAAM 5] bij mij moest zijn. (…) Maar ik noemde het zelf zo dat ik [X] ’s bemoeienis redelijk kon managen. Ik had geen vast overleg met [X] , hij belde mij heel veel mobiel maar ook thuis. (....) Op Maarssen als ik hem nodig had liep ik zijn kamer binnen. Ik had geen eigen kamer, ik zat op het secretariaat. [X] was regelmatig op Maarssen maar bijvoorbeeld in de [W BEDRIJF] periode was hij veel minder op Maarssen . (…) Wat betreft de contacten extern, [X] had zijn eigen projecten maar ook in het kader van [NAAM 5] had hij externe contacten. De verkoop van de Hogeschool in [PLAATSNAAM 7] bijvoorbeeld was een pand aanvankelijk gekocht door [X] . Hierover heeft hij wel eens rechtstreeks met (...) gesproken. De afwikkeling van de deal deed ik dan overigens wel weer. De beslissing om naar het kasteel te gaan is van [X] , ik was daar niet zo enthousiast over. Ik vond een kantoor in Amsterdam veel logischer. Maar als [X] echt iets wilde dan gebeurde dat ook. (…) [X] en ik waren volledig bevoegd. (...) [G2] bereidde de betalingen voor en ik fiatteerde. In mijn afwezigheid fiatteerde [X] . Later namen [X] en ik de crediteurenlijsten in detail door om prioriteiten te stellen in verband met de liquiditeitsproblemen. Alles met betrekking tot de off-shores was de verantwoordelijkheid van [X] , dat heb ik al meerdere malen toegelicht. Ten aanzien van de facturen met betrekking tot deals van [X] overlegde ik natuurlijk met hem.” 2.3.5. Overige bevindingen met betrekking tot de rol van eiser binnen de door hem gehouden vennootschappen: - In 2005 is er een raadkamerzitting geweest. Eiser heeft daar verklaard: “ik heb inmiddels ondernemingen met verlies moeten afstoten, personeel gedwongen moeten laten afvloeien, transacties met boetes en verlies moeten afblazen, het houdt niet op”. - In een overeenkomst betreffende de overdracht van een Liberiaanse maatschappij tekent op 8 mei 2000 eiser namens [O BEDRIJF] BV. - Op een lijst genaamd ‘kerst 2002’ staat onder het hoofdje ‘ [NAAM ] medewerkers’ als eerste genoemd ‘ [X] ’. - Verder wordt op een lijst van telefooninstructies een tweetal mensen genoemd die altijd met eiser doorverbonden mogen worden. Ook worden twee mensen genoemd die altijd naar [K] mogen worden doorverbonden. Eiser heeft een interne lijn op kasteel [NAAM ] . - Op 22 mei 2003 stuurt een Engelse relatie ( [S2] ) een brief naar eiser/ [B BEDRIJF] BV. - In een fax op briefpapier van de [C BEDRIJF] van 3 december 2003 aan de [NAAM BANK 10] bank worden aan deze bank de escrow agreement en letter of undertaking aangeboden. Deze fax wordt ondertekend door eiser. - Op 17 maart 2004 stuurt [Y2 BEDRIJF] NB een factuur inzake kleding voor mevrouw [H] aan de [C BEDRIJF] t.a.v. eiser. - Op 18 maart 2004 schrijft eiser een brief aan de [NAAM BANK 10] bank op briefpapier van de [C BEDRIJF] naar aanleiding van een eerder die dag gehouden telefoongesprek tussen hem en [NAAM BANK 10] bank. - Op 10 juni 2004 verklaart eiser dat [R2] omstreeks oktober 2003 bij hem langs kwam op zijn kantoor in Maarssen . - Een aanzienlijk aantal van de facturen die gericht zijn aan [L4 BEDRIJF] , wordt door eiser persoonlijk ter goedkeuring geparafeerd. Enkele willekeurige voorbeelden: 16-07-2001 van drs [T2] inzake Kunsthistorisch onderzoek f 2.737 31-07-2001 Waterschapsbelasting f 879,24 24-09-2001 [B3 BEDRIJF] projecten f 7.435,42 29-09-2001 [C3 BEDRIJF] architecten f 7.496,11 02-11-2001 Aannemingsbedrijf [D3 BEDRIJF] BV f 1.774,29 24-04-2002 Aannemingsbedrijf [D3 BEDRIJF] BV f 35.700 08-05-2002 [E3 BEDRIJF] SRL Italië € 6.000 11-03-2003 [F3 BEDRIJF] Kft € 30.400 07-07-2003 Aannemingsbedrijf [D3 BEDRIJF] BV € 95.200 14-10-2003 [G3 BEDRIJF] € 44.247,18 12-12-2003 Verzekering kunstverzameling € 16.765,25 15-01-2004 [R2 BEDRIJF] € 51,65 19-01-2004 [H3 BEDRIJF] Elektrotechnisch bureau € 430,72 13-05-2004 [I3 BEDRIJF] € 86,64 29-07-2004 [B3 BEDRIJF] projecten € 9.447,02 02-07-2004 Aannemingsbedrijf [D3 BEDRIJF] BV € 130.900 17-08-2004 [J3 BEDRIJF] Generatoren € 83,22 26-10-2004 [KOFFIEMERK] € 115,20 2.3.6. Het loon dat [K] van [L BEDRIJF] BV ontving in 2001 tot en met 2003 bedroeg circa € 74.000. 2.4. Loon [W BEDRIJF] (2002, 2003) 2.4.1. Eiser is vanaf oktober 2002 tot en met november 2003 werkzaam geweest als commissaris van (een vennootschap van ) [W BEDRIJF] NV. 2.4.2. Een ‘Confidential Supplement to Memorandum of Understanding’ d.d. 26 juni 2002 ondertekend door [E BEDRIJF] BV, [X1 BEDRIJF ] L.P., [K] en eiser houdt onder meer in: “This agreement is supplemental to the Memorandum of Understanding (incorporating heads of terms) dated May 31, 2002 and signed by [E BEDRIJF] B.V. ( [NAAM 5] ) and [X1 BEDRIJF ] L.P. (“ [X1 BEDRIJF ] ”) (the “Memorandum”) in respect of the proposed acquisition, through a public tender offer, of the entire issued share capital of [W BEDRIJF] N.V. (“ [K3 BEDRIJF] ”) a company incorporated in the Netherlands and publicly listed on the Amsterdam Euronext Exchange (such acquisition defined as the “Public Offer”). For the purposes of this agreement, [K] and [X] (the “Individual Investors”) and [NAAM 5] and [X1 BEDRIJF ] , are each referred to as a “Party” and are collectively referred to as the “Parties”. 1. Parties to the Memorandum The Parties agree that references to “ [NAAM 5] ” in the Memorandum shall be (...) deemed to include [E BEDRIJF] B.V. acting for itself and on behalf of the Individual Investors and any corporate entities used by the Individual Investors in connection with the proposed joint venture arrangements between the Parties and that the Individual Investors shall be bound by the terms of the Memorandum as if they were a party thereto. (…) 5Management Services The Parties agree that, in the event that the Public Offer is consummated and the Bidcos acquire the shares of [K3 BEDRIJF] (“Offer Completion”), the Bidcos and/or [K3 BEDRIJF] will wish to retain the services of the Individual Investors and [NAAM 5] to manage [K3 BEDRIJF] , either directly or through an entity or entities established for this purpose. The Parties will ensure that the following fees and expenses retated to the estabtishment and operation of such management services entity wifl be payable by [NAAM 5] and [X1 BEDRIJF ] as provided in the Memorandum (or at their direction by the Bidcos or [K3 BEDRIJF] ), provided that no other management fees and expenses shall be payable to [NAAM 5] or the Individual Investors, and further provided that the expenses and fees set forth in clauses (
  2. a)and (
  3. b)shall only be payable in the event there is Offer Completion: (
  4. a)(…) (
  5. b)to each of the Individual Investors (or entities established by them for this purpose) a fee of Euro 300.000 per annum for management services rendered pursuant to a management services contract to be entered into between the Individual Investors (or entities established by them for this purpose) and Bidcos and/or [K3 BEDRIJF] , to be paid monthly in arrears, plus reasonable expenses incurred”. 2.5. Afkoop Sweet Equity (navorderingsaanslag 2004) 2.5.1. Begin 2002 hebben eiser en [K] contact gehad met [U2] en J. [V2] , beiden directeur bij [W BEDRIJF] NV (hierna ook: [W BEDRIJF] ). [U2] was daarnaast niet alleen in het bezit van aandelen in [W BEDRIJF] , maar was ook via een structuur van vennootschappen in het bezit van een pakket van rechten jegens [W BEDRIJF] (hierna ook: Protective Measures), dat als beschermingsconstructie dienst deed. Vervolgens hebben in de eerste maanden van 2002 vele besprekingen tussen eiser en [K] enerzijds en [U2] en [V2] anderzijds plaatsgevonden betreffende een mogelijk openbaar bod op de aandelen [W BEDRIJF] . 2.5.2. Op 31 mei 2002 hebben [E BEDRIJF] BV en [X1 BEDRIJF ] L.P. (hierna ook: [X1 BEDRIJF ] of [X1 BEDRIJF ] ) de zogenoemde ‘Confidential Memorandum of Understanding’ getekend waarin het voornemen is vastgelegd om gezamenlijk een bod uit te brengen op de aandelen [W BEDRIJF] . In genoemd stuk wordt [W BEDRIJF] aangeduid als ‘ [K3 BEDRIJF] ’ en wordt met het ‘Project [K3 BEDRIJF] ’ gedoeld op de voorgenomen overname. [E BEDRIJF] BV zou na overname – al dan niet direct – eigenaar worden van 10% van het belang in [W BEDRIJF] en [X1 BEDRIJF ] van 90%. Naar rato zou ieder der partijen bijdragen in het kapitaal. 2.5.3. Op 31 mei 2002 hebben [E BEDRIJF] BV en [X1 BEDRIJF ] in aanvulling op het hiervoor genoemde stuk getekend ‘Project [K3 BEDRIJF] Heads of Terms’. Daarin is onder meer opgenomen: “The preliminary business plan foreseen by the Investors calls for: (…) 3. Disposition of approximately 50% of the Portfolio in the first and second year after closing of the Transaction; 4. Maximisation of the value of the remaining properties through active asset management, strategic capital expenditures and optimal refinancing; 5. Disposition of substantially all of the remaining properties no later than the end of the envisioned time horizon of the investment (six years). (…) Cash flow from operations, from sale and/or refinance proceeds, after all expenses, taxes, debt service and capital improvements will be distributed as follows: 1. Return of cumulative contributed capital (90% [X1 BEDRIJF ] – 10% [NAAM 5] ): pari passu, until all of the Investors’ respective capital is returned; 2. Cash flows up to a cumulative post-tax annual rate of return of 12%: 82,6% [X1 BEDRIJF ] , 17,4% [NAAM 5] (for indicative purposes only, equivalent to € 15 million sweet equity [from] [X1 BEDRIJF ] to [NAAM 5] ); 3. Cash flows above a cumulative post-tax annual rate of return of 12%: (…) Either Investor to be entitled to call for final liquidation of the investment after a 6-year horizon.” 2.5.4. In aanvulling op de ‘Confidential Memorandum of Understanding’ is op 26 juni 2002 de hiervoor in 2.4.2 genoemde ‘Confidential Supplement to Memorandum of Understanding’ getekend door [E BEDRIJF] BV, [X1 BEDRIJF ] , [K] en eiser. 2.5.5. Voorts is op 30 juni 2002 de zogenoemde ‘Protective Measures Agreement’ gesloten waarbij is overeengekomen dat [E BEDRIJF] BV en [X1 BEDRIJF ] het exclusieve optierecht verkregen om de Protective Measures te verwerven. In de aanhef van deze overeenkomst wordt [E BEDRIJF] BV als volgt aangeduid: “ [E BEDRIJF] B.V., a company duly incorporated and validly existing under the laws of the Netherlands (“[NAAM 5]”), (…) acting on behalf of [eiser], [K] and/or other persons and/or legal entities to be nominated by [NAAM 5] (…)”. 2.5.6. Op 17 september 2002, de dag waarop het openbare bod is uitgebracht, is de zogenoemde ‘Joint Bidders Agreement’ getekend. Daarbij zijn partij enkele met [X1 BEDRIJF ] gelieerde vennootschappen (de zogenoemde [NAAM 17] -vennootschappen), [E BEDRIJF] BV, [K] en [M3 BEDRIJF] BV, welke vennootschap niet (direct) aan de [E BEDRIJF] BV is gelieerd. De aandelen in [M3 BEDRIJF] BV worden middellijk (via [M3 BEDRIJF] SARL (Luxemburg) en [N3 BEDRIJF] NV (de Nederlandse Antillen) (hierna: [N3 BEDRIJF] NV)) gehouden door eiser en, vanaf 12 mei 2003, [U2] (in de verhouding 50/50). In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “11.2 [ [K] ] hereby grants [ [M3 BEDRIJF] BV] an irrevocable power of attorney to exercise all his rights, powers and discrections, and to comply with his duties and obligations, under this Agreement and the Share Transfer Deed.” In het bij deze overeenkomst behorende schema is opgenomen dat [K] belang in [W BEDRIJF] 4,9% bedraagt. [K] heeft zijn belang gefinancierd middels een leenovereenkomst met [M3 BEDRIJF] BV. [K] en [M3 BEDRIJF] BV hebben hun aandelen verkregen op 15 oktober 2002. 2.5.7. Eveneens op 17 september 2002 hebben de [NAAM 17] -vennootschappen met [M3 BEDRIJF] SARL, de moedervennootschap van [M3 BEDRIJF] BV, de zogenoemde ‘Profit sharing deed’ gesloten. In deze overeenkomst is opgenomen op welke wijze de winstuitdelingen aan alle betrokkenen dienen plaats te vinden. Zo is onder meer bepaald dat [M3 BEDRIJF] SARL recht zou hebben op zogenoemde ‘sweet equity’ en ‘promote’, welke winstrechten afhankelijk zijn van de door het nieuwe consortium gerealiseerde winsten en daarbij in aanmerking te nemen drempels. 2.5.8. De hiervoor genoemde ‘Profit sharing deed’ is gewijzigd bij overeenkomst van 14 februari 2003, welke overeenkomst is aangeduid als ‘Amended and restated profit sharing deed’. Naast de [NAAM 17] -vennootschappen en [M3 BEDRIJF] SARL zijn hierbij ook [M3 BEDRIJF] BV en [K] partij. In deze overeenkomst is vastgelegd dat ook [K] recht heeft op ‘sweet equity’. 2.5.9. Op 27 augustus 2003 heeft [K] zijn belang in [W BEDRIJF] overgedragen aan [M3 BEDRIJF] BV. Bij overeenkomst van 28 augustus 2003 zijn deze partijen overeengekomen dat [K] het recht heeft de over te dragen aandelen terug te kopen indien aan de in deze overeenkomst genoemde voorwaarde wordt voldaan. 2.5.10. Bij notariële akte van 15 januari 2004 is vastgelegd dat [K] en [M3 BEDRIJF] BV hun aandelen in [W BEDRIJF] zullen overdragen aan de [NAAM 17] -vennootschappen. Ter zake van deze ontvlechting hebben genoemde partijen met inbegrip van eiser, [E BEDRIJF] BV, [M3 BEDRIJF] SARL en [O3 BEDRIJF] BV, een aan [M3 BEDRIJF] BV gelieerde vennootschap, op dezelfde dag bij overeenkomst aangeduid als ‘Settlement Agreement – Sale and purchase of shares and other interests in [W BEDRIJF] Holding B.V.’ (“ [W BEDRIJF] ”) onder meer het volgende vastgelegd: “4.1 Pursuant to an agreement dated 17 September 2002 made between the [NAAM 17] (…), [ [M3 BEDRIJF] BV], [ [M3 BEDRIJF] SARL], and [ [K] ] (together the “PSD Parties”), as amended and restated as at 14 February 2003 (the “Profit Sharing Deed”), [ [K] ] and [ [M3 BEDRIJF] SARL] were granted certain rights in respect of capital, income and other distributions receivable by shareholders in [W BEDRIJF] after 21 October 2002. In particular, [ [K] ] and [ [M3 BEDRIJF] SARL] were entitled in certain circumstances to receive under the Profit Sharing Deed preferential distributions under clause 5.1 and 5.2(
  6. c)(“Sweet Equity Entitlements”) ans under clause 5.2(
  7. d)of that deed (the “Promote”). 4.2 the parties acknowledge that all rights and obligations under the Profit Sharing Deed, including the Sweet Equity Entitlements ans the Promote, will automatically terminate pursuant to clause 2.3.1 tereof as a result of the Share Sale. In consideration of the Share Sale, the PSD Parties have agreeds that: (
  8. a)subject to the terms of this Agreement, the right to the Promote shall be replaced after compeltion by a right to a reduced promote in accordance with the terms and conditions out in Schedule A (the “Reduced Promote”) (
  9. b)the [NAAM 17] will pay on Completion, in accordance with Section 5.3 [van de Amended and restated profit sharing deed, rechtbank], the sum of EUR 5,000,000 (the “Sweet Equity Amount”), as consideration for the termination, and in full and final settlement, of the Sweet Equity Entitlements.” 2.5.11. In een (intern) memo getiteld ‘deal update’ van 19 september 2003 van [X1 BEDRIJF ] was in aanloop naar de ontvlechting onder meer het volgende opgenomen: “[Eiser] has recently expressed a desire, on behalf of himself and [K] , to exit the transaction and has also requested that [ [X1 BEDRIJF ] ] make him an offer for his equity, ‘sweet equity’ and promote. Discussions are ongoing on this matter, but all parties agreed to first close the refinancing before concluding anything on a buy out. (…) Losing [eiser] and [ [K] ] at the operating level of the business is no longer of great concern (…) given the evidence of their contributions over the past 12 months. (…) Partner Buy-Out [NAAM 5] contributed equity to the transaction at closing of €22,0mm. The total expected gross profit on this in 2008 (excluding sweet equity and promote) is € 53,6mm. The full value of [NAAM 5] ’s sweet equity and promote are projected to be worth €43,1 mm in 2008, split about equally between free equity and promote. [X1 BEDRIJF ] values [NAAM 5] ’s interest today on the following basis: (…) 2. Sweet equity: € 2,25mm Discounted expected proceeds at 20% and then reduced them by half for uncertainty and half again because [NAAM 5] is leaving the deal early and not working for its sweet equity, i.e. pv at 20% and multiply by 25%. This reduces the value of the sweet equity from € 21,4mm to €2,25mm. (…). To arrive ar a fair settlement with [NAAM 5] , ther are 5 components to bear in mind: 1) the amount of his invested equity; 2) the return for one year on his invested equity; 3) his free equity; 4) his promote and (…). [X1 BEDRIJF ] has proposed the following buyout proposal to [NAAM 5] : (…) 2. € 2,18mm sweet equity valuation paid to [NAAM 5] in cash 3. Promote to stay in the deal, but reduced to 25% of the original agreed amount and to be paid out if, as and when. [Eiser] is currently considering this proposal on behalf of [NAAM 5] .” 2.5.12. Eveneens op 15 januari 2004 hebben [M3 BEDRIJF] SARL, [M3 BEDRIJF] , [K] en [O3 BEDRIJF] BV een aldus aangeduide vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin is onder meer het volgende opgenomen: “IN AANMERKING NEMENDE DAT: “(A) Partijen, tezamen met [eiser] en [C BEDRIJF] B.V., staan op het punt een “Settlement Agreement” te sluiten met [de [NAAM 17] -vennootschappen] en [ [X1 BEDRIJF ] ] in het kader waarvan [ [M3 BEDRIJF] BV] alle door haar gehouden aandelen in [ [W BEDRIJF] ] en [ [M3 BEDRIJF] BV] en [ [K] ] door hen gehouden aandelen in [ [W BEDRIJF] ] zullen verkopen en overdragen aan [de [NAAM 17] -vennootschappen] en [ [M3 BEDRIJF] SARL] en [ [K] ] in het kader daarvan afstand zullen doen van hun rechten met betrekking tot “Sweet Equity”, als gedefinieerd in de Settlement Agreement [ [M3 BEDRIJF] SARL], [ [M3 BEDRIJF] BV], [ [K] ] en [de [NAAM 17] -vennootschappen] worden hierna ook genoemd “Joint Bidders”; het evt. recht op een gereduceerde ‘promote’ overeenkomstig de Settlement Agreement zal bij [ [M3 BEDRIJF] SARL] en [ [K] ] verblijven in de verhouding 3/4 en 1/4. (B) (…) de prijs voor de Sweet Equity bedraagt € 5 miljoen; (…) (D) [ [K] ] was oorspronkelijk eigenaar van 4,9% van de door Joint Bidders gehouden aandelen (…). [ [K] ] had daarbij de verplichting op zich genomen hiervan dat deel dat de 2,5% van alle aandelen van Joint Bidders oversteeg ter beschikking te stellen aan [V2] zodat hij het economisch recht zou hebben op 2,5% van de aandelen. [ [K] ] heeft zijn aandelen (…) in verband met de [X1 BEDRIJF ] Loan overgedragen aan [ [M3 BEDRIJF] BV] met een terugkoopoptie. [ [M3 BEDRIJF] BV] en [ [K] ] hebben afgesproken dat [ [M3 BEDRIJF] BV] deze terugkoopoptie zal afkopen onder voorwaarden als geregeld in deze overeenkomst, te weten kwijtschelding door [ [M3 BEDRIJF] BV] aan [ [K] ] van alle door [ [M3 BEDRIJF] BV] ten behoeve van [ [K] ] gemaakte kosten in verband met de verwerving van de aandelen (…) en een aanspraak op betaling van één kwart van de overwaarde van 5 miljoen (overeenkomende met 2,5% aandelenbezit) door [ [M3 BEDRIJF] BV] aan [ [K] ]. (…) ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT: 1. Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarde van ondertekening en uitvoering (“completion”) van de Settlement Agreement; (…) 3. [ [M3 BEDRIJF] BV] verklaart zich jegens [ [M3 BEDRIJF] SARL] schuldig ter zake van Sweet Equity een bedrag van € 3.750.000 (…). 4. [ [M3

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.