RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 4342750 VV EXPL 15-160 Uitspraakdatum: 13 oktober 2015 Vonnis in kort geding in de zaak van: [eiseres] wonende te [woonplaats] eiseres in conventieverweerster in (voorwaardelijke) reconventie verder te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen tegen [naam] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] gedaagde in conventieeiseres in (voorwaardelijke) reconventie verder te noemen: [de b.v.] gemachtigde: J.P. Dikker 1Het procesverloop 1.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding van 10 september 2015 een vordering tegen [de b.v.] ingesteld. 1.2. Op 22 september 2015 heeft een zitting plaatsgevonden, tegelijkertijd met het door [de b.v.] ingestelde verzoek tot voorwaardelijke ontbinding en voorwaardelijke betaling van vergoeding (4342486 AO VERZ 15-214). De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen producties toegezonden. Ter zitting heeft [de b.v.] een voorwaardelijke vordering in reconventie ingesteld. 2De feiten 2.1. [de b.v.] is leverancier van accu's, aggregaten, elektromotoren en elektrotechnische artikelen. Daarnaast verricht zij onderhoudsdiensten op dit gebied. 2.2. [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1952, is 1 oktober 2003 in dienst getreden bij [de b.v.] in de functie van receptioniste/telefoniste. Laatstelijk had [eiseres] een loon van € 2.429,61 bruto (exclusief emolumenten) per maand op basis van een parttime dienstverband van 32 uur per week. 2.3. [eiseres] is lid van de personeelsvertegenwoordiging (pvt). 2.4. Onderdeel van de taakomschrijving van receptioniste is het verwerken van inkomende en uitgaande post. 2.5. Op 13 juni 2015 heeft [de b.v.] [eiseres] op staande voet ontslagen. Dit ontslag heeft [de b.v.] bevestigd bij brief van 17 juni 2015, waarin staat: (...) Met deze brief bevestigen wij het gesprek van afgelopen zaterdagochtend 13 juni, op ons kantoor in [plaats] met u, mevrouw [XXX] en ondergetekende waarin wij u op staande voet hebben ontslagen. De reden hiervan is als volgt. U heeft uitgaande vertrouwelijke post, die in gesloten enveloppen aan u gegeven was ter verzending en die niet voor u bestemd was, zonder toestemming van ons of van de geadresseerde geopend, gelezen en vervolgens in een nieuwe envelop gedaan en alsnog verzonden. U heeft eerst ontkend maar nadat wij u vertelden dat wij hiervan bewijs hebben (getuigen, stukken), heeft u direct toegegeven dat u vertrouwelijke, niet voor u bestemde post hebt gelezen zonder da tu daarvoor toestemming had van ons of van de geadresseerde. U hebt gezegd dat u dit al geruime tijd doet en dat u ermee bent begonnen toen het bij [de b.v.] [plaats] begon te rommelen. Op onze vraag waarom u het hebt gedaan, heeft u geantwoord: "puur uit nieuwsgierigheid". Deze gedragingen vormen een dringende reden voor ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 7:678 lid 1 BW. U hebt het in u gestelde vertrouwen onherstelbaar geschaad. Op grond daarvan hebben wij zaterdagmorgen uw arbeidsovereenkomst dan ook met onmiddellijke ingang beëindigd. Bij het nemen van deze beslissing hebben wij rekening gehouden met uw persoonlijke omstandigheden, waaronder de lengte van uw dienstverband en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor u heeft. Door dit ontslag op staande voet bent u schadeplichtig omdat u ons door opzet of schuld een dringende reden hebt gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Wij behouden ons het recht voor om de gefixeerde schadevergoeding of een volledige schadevergoeding te vorderen. (...) 2.6. In een e-mail van 15 juni 2015 heeft [eiseres] aan een aantal medewerkers van [de b.v.] geschreven: (...) Lieve mensen hiermee wil ik jullie even melden dat mijn dienstverband per direct beeindig is bij [de b.v.] . Ik heb met vuur gespeeld en mijn vingers verbrand. (...) 2.7. Bij brief van 26 juni 2015 heeft de gemachtigde van [eiseres] de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet betwist wegens het ontbreken van een dringende reden. Daarbij heeft [eiseres] zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van haar werkzaamheden en aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon. 3De vordering 3.1. [eiseres] vordert dat [de b.v.] wordt veroordeeld tot betaling van het gebruikelijke salaris van [eiseres] te vermeerderen met de gebruikelijke emolumenten vanaf 13 juni 2015 tot aan de dag waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal worden beëindigd, tevens vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, de wettelijke rente en de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat het haar verleende ontslag op staande voet nietig dan wel vernietigbaar is, omdat de vereiste dringende reden hiervoor ontbreekt, althans de gevolgen voor haar te ernstig zijn. Het dienstverband loopt dus nog door en aangezien [eiseres] zich steeds beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van haar werkzaamheden, heeft zij recht op betaling van loon. Bij gebreke van enige andere inkomsten of van een uitkering heeft zij ook spoedeisend belang bij haar vordering. 4Het verweer 4.1. [de b.v.] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat wel degelijk sprake is van een dringende reden die ondanks de gevolgen die het ontslag voor [eiseres] heeft, dit ontslag op staande voet rechtvaardigt. 4.2. In voorwaardelijke reconventie, namelijk voor het geval afdeling 9 van boek 7, titel 10 van het BW zoals dat luidde tot 1 juli 2015 van toepassing zou zijn op de procedure tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, vordert [de b.v.] veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 810,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, alsmede tot betaling van € 11.807,90 bruto aan gefixeerde schadevergoeding, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 4.3. Voor wat betreft de vordering tot betaling van € 810,- voert [de b.v.] aan dat [eiseres] zonder toestemming van [de b.v.] zogenoemde spaarpunten voor zakelijke reizen van [de b.v.] heeft gebruikt om voor privé doeleinden producten te bestellen met een totale waarde van € 810,-. Daardoor heeft zij zich zelf voor dat bedrag bevoordeeld ten nadele van [de b.v.] . Zij dient dat bedrag als schade aan [de b.v.] te betalen. 4.4. Voor wat betreft de vordering tot betaling van € 11.807,90 voert [de b.v.] aan dat [eiseres] haar door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven haar op staande voet te ontslaan, zodat [eiseres] aan [de b.v.] een gefixeerde schadevergoeding gelijk aan loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had moeten voortduren is verschuldigd. 5De beoordeling 5.1. Naar haar aard is de vordering tot doorbetaling van loon spoedeisend, zodat [eiseres] daarin kan worden ontvangen. 5.2. De gevorderde voorlopige voorzieningen zijn slechts toewijsbaar als aan de hand van de feiten en omstandigheden in dit geding de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure soortgelijke vorderingen zullen worden toegewezen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat dit niet het geval is. 5.3. Nu het ontslag op staande voet heeft plaatsgevonden, is hier het recht zoals dat tot 1 juli 2015 gold (en meer specifiek: artikel 7:677 jo. 7:678 BW), van toepassing. 5.4. Uitgangspunt in deze is dat een ontslag op staande voet alleen rechtsgeldig kan zijn indien sprake is van een onverwijld aan de werknemer meegedeelde dringende reden, welke dringende reden tot gevolg heeft dat van een werkgever redelijkerwijs niet meer kan worden gevergd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. Bij de beoordeling van de dringende reden moeten alle omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen, waaronder niet alleen de aard en de ernst van de gedragingen, maar ook de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze van arbeidsuitoefening, de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de gevolgen die het ontslag voor hem zou hebben. 5.5. Nu de onverwijldheid van de mededeling in deze geen punt van discussie is, spitst de beoordeling zich toe op de (aanwezigheid van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.