RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd locatie Alkmaar RvD Zaak- en rekestnummers: C/14/159280 / FA RK 14-2672 en C/15/224561/FA RK 15/2006 Beschikking van 11 november 2015 betreffende de echtscheiding in de zaak van: [naam man], wonende te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, hierna te noemen de man, advocaat mr. F.R. Menso, gevestigd te Alkmaar, tegen [naam vrouw], wonende te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. Y.A.R. Seen, gevestigd te Noord-Scharwoude. 1De procedure 1.
(3x)2.4.6. Ter zitting is gebleken dat de woning inmiddels is verkocht. Op 24 september 2015 is het voorlopig contract getekend voor een koopsom van € 403.000,00. Daarom heeft de vrouw haar verzoek zoals genoemd onder 2 ingetrokken. De hypotheek op de woning bedroeg op 1 oktober 2014 € 199.897,49, zodat sprake is van een overwaarde. Op grond van artikel 1:100 BW hebben beide partijen in beginsel recht op de helft van de netto verkoopopbrengst. 2.4.7. Aanvankelijk heeft de vrouw onder 3 verzocht te bepalen dat bij verkoop van de woning eerst de hypothecaire lening afgelost zal worden, de man vervolgens € 15.000,00 toebedeeld krijgt en het resterende gedeelte bij helfte verdeeld dient te worden. Na wijziging van haar verzoek heeft de vrouw gevraagd te bepalen dat bij verkoop van de woning eerst de hypothecaire geldlening afgelost zal worden en de overwaarde vervolgens bij helfte verdeeld dient te worden. De man heeft gevraagd om dit verzoek af te wijzen en gesteld dat hij van zijn ouders tweemaal een schenking onder uitsluitingsclausule heeft ontvangen met een totaalbedrag van € 20.000,00 (op 23 december 2013 € 5.000,00 en op 1 september 2014 € 15.000,00). Dit bedrag valt niet in het gemeenschappelijk vermogen en dient eerst te worden afgetrokken van de overwaarde op de woning, alvorens tot verdeling kan worden overgegaan. Ter onderbouwing verwijst de man naar producties 1 en 2 bij zijn verweerschrift op zelfstandige verzoeken. De vrouw heeft dit betwist. Zij stelt dat de man in september 2014 inderdaad een schenking van zijn ouders heeft ontvangen van € 15.000,00, welk bedrag is afgelost op de hypotheek. Het betreft volgens de vrouw echter geen schenking onder uitsluitingsclausule en ook geen bedrag van € 20.000,00. Bovendien is de schenking op de gezamenlijke rekening van partijen gestort. De schenkingsovereenkomst is volgens de vrouw pas later, nadat partijen al in scheiding lagen, door de ouders van de man opgemaakt. De vrouw stelt derhalve dat de overeenkomst is geantidateerd. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat de schenkingen wel bij uitsluiting zijn gedaan, stelt de vrouw zich op het standpunt dat het bedrag in de gemeenschap is gevallen en dat partijen deze hebben opgesoupeerd, dan wel niet meer als zodanig traceerbaar is. 2.4.8. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:94 BW, tweede lid, vallen in beginsel alle goederen van de echtgenoten in de gemeenschap, met uitzondering van – voor zover thans van belang – a. goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen. Dat in het onderhavige geval sprake is van voornoemde uitsluiting ten aanzien van beide schenkingen heeft de man naar het oordeel van de rechtbank aangetoond. Immers, aan de schenking van € 15.000,00 ligt een schenkingsovereenkomst van 1 september 2014 ten grondslag, waarin de ouders van de man onder meer het volgende hebben verklaard: “deze schenking, de opbrengst daarvan en alles wat hiervoor in de plaats treedt, zullen buiten iedere huidige of toekomstige goederengemeenschap vallen waarin de ontvanger getrouwd is of zal trouwen.”. Anders dan de vrouw, heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de overeenkomst geantidateerd zou zijn, aangezien op het door de man overgelegde bankafschrift als omschrijving bij de overboeking op 1 september 2014 vermeld staat: “Schenking aan [naam man] volgens overeenkomst (ivm verruimde schenkingsregeling).” Aan de schenking van € 5.000,00 ligt geen schenkingsovereenkomst ten grondslag, maar daarbij staat op het bankafschrift bij de overboeking op 23 december 2013 als omschrijving vermeld: “Belastingvrije schenking 2013, met uitsluitingsclausule alsmede uitsluiting van eventuele rente en vruchtgebruik.”. De man stelt zich derhalve terecht op het standpunt dat de schenkingen niet in het gemeenschappelijk vermogen vallen. Als gevolg van het feit dat - in ieder geval de schenking van € 15.000,00 - in het gemeenschappelijk vermogen is geïnvesteerd, is aan de zijde van de man een vergoedingsrecht in de zin van artikel 1:87 BW jegens de gemeenschap is ontstaan. Dat ter zake van de schenking van € 5.000,00 eveneens een vergoedingsrecht is ontstaan, heeft de man onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is waar dit bedrag aan is besteed. Op het vergoedingsrecht van de man is de beleggingsleer van toepassing. Nu partijen echter hebben nagelaten om te stellen wat toepassing van de beleggingsleer zou betekenen en evenmin feitelijke gegevens daaromtrent hebben verschaft, kan de rechtbank daarover geen oordeel geven. 2.4.9. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank de verdeling van de verkoopopbrengst van de echtelijke woning vaststelt aldus, dat van de netto verkoopopbrengst van de woning eerst een bedrag van € 15.000,00 aan de man zal worden voldaan, waarna het restant van de overwaarde bij helfte tussen partijen zal worden verdeeld. Tussen partijen is niet in geschil dat zij ieder recht hebben op de helft van de waarde van de drie verzekeringspolissen bij Nationale Nederlanden. De aan de hypotheek verbonden verzekering zal vrijvallen bij het aflossen van de hypotheek. Partijen zijn het erover eens dat de andere twee verzekeringen worden afgekocht.
- d)Belegging Binck Bank 2.4.10. Ter zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de aandelenportefeuille bij Binck Bank aan de man wordt toegedeeld. Partijen twisten over de waarde van de portefeuille. Omdat partijen geen afspraken hebben gemaakt over de waarde peildatum en evenmin duidelijkheid hebben kunnen verschaffen over de huidige waarde van de aandelenportefeuille, zal de rechtbank de wijze van verdeling gelasten aldus, dat de portefeuille aan de man wordt toegedeeld onder de verplichting van de man om de helft van de waarde op de datum van deze beschikking aan de vrouw te voldoen en de vrouw inzage in deze waarde te verschaffen.
- e)Auto’s 2.4.11. Partijen zijn het erover eens dat de Fiat Panda tegen een waarde van € 1.000,00 aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting van de man om € 500,00 aan de vrouw te voldoen. Ter zitting zijn partijen het erover eens geworden dat de Opel Meriva tegen een waarde van € 6.500,00 aan de vrouw wordt toegedeeld, onder de verplichting om € 3.250,00 aan de man te voldoen.
- f)Saldi bankrekeningen 2.4.12. Ter zitting is gebleken dat de man de rekening bij ASN met nummer [rekening 1] in december 2014 heeft geopend ten behoeve van zijn salaris. De vrouw heeft in dezelfde periode een bankrekening bij de Rabobank, eindigend op 577 (volledig nummer onbekend), geopend ten behoeve van haar salaris. Naar de rechtbank begrijpt, zijn partijen het er ten aanzien van deze twee bankrekeningen over eens dat ieder der partijen het op zijn/haar naam staande saldo behoudt, zonder nadere verrekening, en dat ieder der partijen de op zijn/haar naam staande rekening voortzet. 2.4.13. Ter discussie staat nog de verdeling van de saldi op de volgende bankrekeningen: ABN AMRO [rekening 2] ASN [rekening 3] (spaarrekening) ASN [rekening 4] (spaarrekening) ASN [rekening 5] (spaarrekening) ABN AMRO [rekening 6] ([naam 1]) ABN AMRO [rekening 7] (betaalrekening partijen) ABN AMRO [rekening 8] ([naam 2]) 2.4.14. De vrouw stelt voor om de bij haar bekende bankrekeningen op te heffen en de saldi bij helfte tussen partijen te delen. Zij meent dat er nog meer bankrekeningen zijn, maar daar heeft zij geen inzage in. Er is nog een Visa Card en een Raborekening. De vrouw verzoekt de man inzage te verschaffen in alle bij hem bekende rekeningen. De man meent dat de waarde dient te worden genomen per datum indiening verzoekschrift tot echtscheiding. De man betwist dat er nog meer bankrekeningen zijn. 2.4.15. De rechtbank constateert dat partijen geen afspraak hebben gemaakt over de waarde peildatum van de saldi op de bankrekeningen. De rechtbank is niet in staat om te beoordelen of de redelijkheid en billijkheid met zich brengt dat in het onderhavige geval afgeweken moet worden van het uitgangspunt dat voor de waardering de datum van feitelijke verdeling geldt, aangezien partijen hebben nagelaten om door middel van bankafschriften inzicht te bieden in de saldi op 24 december 2014 en het verloop daarna. Ook niet duidelijk is wat de tenaamstelling is van de rekeningen, wie welke rekening voortzet en of er rekeningen opgeheven zullen worden. Dit betekent dat de rechtbank de wijze van verdeling zal gelasten aldus, dat de saldi op de onder 2.4.13. genoemde rekeningen per de datum van deze beschikking bij helfte gedeeld dienen te worden. Op grond van de wet zijn partijen reeds gehouden om eventuele debetstanden bij helfte te dragen. De rechtbank gaat ervan uit dat ieder der partijen in beginsel de op zijn/haar naam staande rekening voortzet en dat de gezamenlijke rekeningen worden opgeheven. De vrouw, heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door de man, niet aannemelijk gemaakt dat er nog een Visa Card of Rabobankrekening is, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat deze er niet zijn. De rechtbank wijst partijen evenwel op artikel 3:194, tweede lid, BW waarin vermeld staat dat een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel in die goederen verbeurt aan de andere deelgenoten.
- g)Inboedel 2.4.16. Gebleken is dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de inboedel zoals vermeld op de door de vrouw als productie 2 overgelegde lijst, doch dat de feitelijke verdeling nog niet heeft plaatsgevonden. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat de man de goederen die op grond van de lijst aan de vrouw toekomen in de woning achterlaat wanneer hij deze op 2 december 2015 verlaat. De man zal geen overige goederen/afval in de woning achterlaten. Los van het feit dat de vrouw eerst ter zitting in haar pleitnotities heeft verzocht hieraan een dwangsom te verbinden en dit verzoek dus reeds op formele gronden dient te worden afgewezen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor toewijzing van dit verzoek.
- h)Belastingteruggaven/aanslagen 2.4.17. De vrouw heeft voorgesteld de eventuele belastingteruggaven c.q. aanslagen 2014 en 2015 bij helfte te verdelen. Zij stelt geen inzage te hebben in de aangifte door de man. De man heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ter zitting hebben partijen tegenstrijdige verklaringen afgelegd over wie de hypotheekrenteaftrek heeft genoten. De rechtbank zal de wijze van verdeling gelasten aldus, dat partijen gehouden zijn om de belastingteruggaven die ontvangen zijn na 24 december 2014 en die zien op de huwelijkse periode, bij helfte te verdelen en dat partijen gehouden zijn om elkaar wederzijds inzage te verschaffen in de betreffende stukken. Uit de wet volgt reeds dat partijen gehouden zijn om de belastingaanslagen die zien op de huwelijkse periode bij helfte te dragen. Pensioenverevening 2.4.18. Het verzoek van de vrouw ter zake van de pensioenverevening zal, wegens gebrek aan belang, worden afgewezen, nu uit de wet Pensioenverevening en de Pensioenwet reeds volgt dat verevening/verdeling van het ouderdomspensioen respectievelijk het nabestaandenpensioen dient plaats te vinden. De rechtbank gaat voorbij aan de enkele stelling van de vrouw ter zitting dat de man weigert een volledig overzicht van zijn pensioenen aan te leveren, nu de vrouw heeft nagelaten daaraan een verzoek te verbinden. 3De beslissing De rechtbank: 3.1. spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te Heerhugowaard op [huwelijksdatum]; 3.2. stelt de verdeling van de verkoopopbrengst van de echtelijke woning vast aldus, dat van de netto verkoopopbrengst van de woning eerst een bedrag van € 15.000,00 aan de man zal worden voldaan, waarna het restant van de overwaarde bij helfte tussen partijen zal worden verdeeld; 3.3. gelast de wijze van verdeling van de overige tot de ontbonden gemeenschap behorende goederen aldus, dat: de aandelenportefeuille bij Binck Bank aan de man wordt toegedeeld onder de verplichting van de man om de helft van de waarde op de datum van deze beschikking aan de vrouw te voldoen en de vrouw inzage in deze waarde te verschaffen; de saldi op de onder 2.4.13. genoemde rekeningen per de datum van deze beschikking bij helfte tussen partijen verdeeld dienen te worden; partijen gehouden zijn om de belastingteruggaven die ontvangen zijn na 24 december 2014 en die zien op de huwelijkse periode bij helfte te verdelen en dat partijen gehouden zijn om elkaar wederzijds inzage te verschaffen in de betreffende stukken. 3.4. verklaart deze beslissing, behoudens de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad; 3.5. wijst het meer of anders verzochte af. 3.6. verstaat dat partijen het er ter zake van de (wijze van) verdeling over eens zijn dat: zij ieder recht hebben op de helft van de waarde van de drie verzekeringspolissen bij Nationale Nederlanden. De aan de hypotheek verbonden verzekering zal vrijvallen bij het aflossen van de hypotheek. De andere twee verzekeringen worden afgekocht; de Fiat Panda tegen een waarde van € 1.000,00 aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting van de man om € 500,00 aan de vrouw te voldoen en dat de Opel Meriva tegen een waarde van € 6.500,00 aan de vrouw wordt toegedeeld, onder de verplichting om € 3.250,00 aan de man te voldoen; dat het saldo op de rekening bij ASN met nummer [rekening 1] zonder nadere verrekening aan de man wordt toegedeeld en het saldo op de bankrekening bij de Rabobank, eindigend op 577 (volledig nummer onbekend), zonder nadere verrekening aan de vrouw en dat ieder der partijen de op zijn/haar naam staande rekening voortzet; de inboedel wordt verdeeld zoals vermeld op de door de vrouw als productie 2 overgelegde lijst en dat de man de goederen die op grond van de lijst aan de vrouw toekomen in de woning achterlaat wanneer hij deze op 2 december 2015 verlaat, waarbij hij geen overige goederen/afval in de woning zal achterlaten. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Friedberg, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.M. van Diepen op 11 november 2015. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.