Rechtbank Noord-Holland – ECLI:NL:RBNHO:2016:11504
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknr/repnr.: 4818066 \ EJ VERZ 16-68 (rvk) Uitspraakdatum: 29 november 2016 Beschikking in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1] verzoekster [verder ook te noemen: [verzoekster] ] gemachtigde: mr. A.M. Lopez-Brea Gertenbach, notaris te Alkmaar Het procesverloop Op 8 februari 2016 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen met betrekking tot de nalatenschap van [erflater], laatst wonende te [woonplaats 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] , overleden op [datum overlijden] te [plaats overlijden] , hierna te noemen erflater.
Op 27 oktober 2016 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij is verzoekster verschenen, vergezeld door dhr. [X] en dhr. [Y] , alsmede voornoemde gemachtigde.
De uitgangspunten 1. Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd, onder het maken van huwelijksvoorwaarden - inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen - met verzoekster, [verzoekster] voornoemd.
Uit gemeld huwelijk van partijen is één thans nog minderjarig kind geboren, te weten: [minderjarige], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] , wonende bij verzoekster.
Hetgeen in de plaats van de aan het vruchtgebruik onderworpen zaak treedt doordat daarover beschikt is, behoort aan de hoofdgerechtigde(n) toe en is eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen, een en ander onder dezelfde voorwaarden als genoemd in deze bepaling D.1.b. Ingeval van zaaksvervanging in voornoemde zin, dient mijn echtgenote ervoor te zorgen dat de tenaamstelling hoofdgerechtigde(n)/beperkt gerechtigde in de openbare registers juist wordt ingeschreven.
Verder zal bij vervanging van de woning in voornoemde zin tien procent (10%) van de verkoopprijs gebruikt kunnen worden voor herinrichting van de nieuwe koopwoning. De resterende verkoopopbrengst wordt toegevoegd aan de bestaande spaarsaldi van mijn zoon, een en ander op een vanuit fiscaal oogpunt zo vriendelijk casu quo gunstig mogelijke wijze. (…) 6. De gerechtigde is niet vrijgesteld van de verplichting tot het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 3:206 BW. (…) 11. De woning en de bijhorende tuinen aan het [adres] verkeren thans in een uitstekende staat van onderhoud en de gerechtigde is verplicht deze staat ongewijzigd te laten en zorg te dragen dat deze uitstekende staat wordt gecontinueerd.
De gerechtigde is verplicht om in de woning aan de [adres] mijn werkkamer in stand te laten zoals deze was ten tijde van mijn overlijden.
Deze ontzegging is onherroepelijk, is absoluut en geldt onder alle omstandigheden.
Ten bewijze van de onvoorwaardelijke nakoming van deze bijzondere verplichting is gerechtigde verplicht een daartoe strekkende door een notaris opgestelde schriftelijke verklaring te ondertekenen en deze ter ondertekening aan mijn zoon voor te lezen en in kopie te verstrekken aan mijn zoon, mijn oudste zus, [naam 1] en haar twee kinderen [naam 2] en [naam 3] , en aan mijn jongste zus, [naam 4] .
Deze geheimhouding van gerechtigde geldt in het algemeen tegenover derden en meer in het bijzonder ten aanzien van haar familieleden onder wie nader genoemd haar moeder, haar broer en diens echtgenote en hun kinderen en haar zus en diens echtgenoot en hun kinderen. Deze absolute geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van het beperkt recht alsook ten aanzien van de periode na het beëindigen van dit beperkt recht.
Ten bewijze van de onvoorwaardelijke nakoming van deze bijzondere verplichting is gerechtigde verplicht een daartoe strekkende door een notaris opgestelde schriftelijke verklaring te ondertekenen en deze ter ondertekening aan mijn zoon voor te lezen en in kopie te verstrekken aan mijn zoon, mijn oudste zus, [naam 1] en haar twee kinderen [naam 2] en [naam 3] , en aan mijn jongste zus, [naam 4] . c. Hypotheekschuld Het is mijn uitdrukkelijke wens, dat indien voormeld registergoed ten tijde van mijn overlijden niet geheel vrij van hypotheek zal zijn, de (restant)hypotheekschuld geheel zal worden afgelost uit het overige door mij nagelaten vermogen -waaronder ik tevens versta de uitkering(en) uit overlijdensrisicoverzekering(en) en tegoed(en) opgebouwd in de spaarhypotheek- zodat de woonlasten voor mijn echtgenote en/of mijn zoon zo laag mogelijk zullen zijn. (…)’ 4. De nalatenschap is voor en namens de minderjarige erfgenaam door verzoekster op 8 juli 2013 beneficiair aanvaard.
Ingeval van weigering de bewindvoering te aanvaarden, defungeren of ontstentenis van de bewindvoerder benoem ik tot bewindvoerders: mijn zus [naam 1] en mijn zus [naam 4] . Zij zullen alsdan gezamenlijk bevoegd zijn.
Ingeval van weigering door mijn beide zusters de bewindvoering te aanvaarden, dan wel hun beider defungeren of ontstentenis, benoem ik tot bewindvoerder: een professioneel bewindvoerderskantoor, aan te wijzen door de executeur dan wel de boedelnotaris. (…)’ 6. Op 10 oktober 2014 is door de kantonrechter te Alkmaar een beschikking gewezen (zaaknummer 2410199 \ EJ VERZ 13-272) waarbij onder meer is bepaald dat de erfgenaam verplicht is mee te werken aan een levenslang vruchtgebruik op de woning en de inboedel als bedoeld in artikel 4:29 BW ten behoeve van verzoekster. Tevens is de executeur dan wel de boedelnotaris in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden na datum van de beschikking een (professioneel) testamentair bewindvoerder aan te wijzen.
De verzoeken en de beoordeling daarvan 8. Verzoekster verzoekt, de kantonrechter om: een levenslang vruchtgebruik op de gehele nalatenschap met een onbeperkte vervreemdings- en verteringsbevoegdheid toe te kennen, waarbij alle in het testament onder 1. b bepalingen vruchtgebruik sub 4. gemelde voorwaarden komen te vervallen; te schrappen de bepaling uit het testament inhoudende de verplichting de lopende hypotheek ad € 34.000,- af te lossen; vervallen te verklaren de testamentaire last om de geldlegaten uit te keren, zoals omschreven onder D ‘Legaten’ sub 3 ‘Geldbedragen’; haar broer, dhr. [X] te benoemen tot testamentair bewindvoerder.
De beoordeling 10. De kantonrechter stelt bij de beoordeling van de verzoeken voorop dat [verzoekster] als moeder van [minderjarige] de ruimte moet hebben om diens belangen te behartigen. Verzoekster verzoekt in dat licht om een algeheel vruchtgebruik over de gehele nalatenschap van erflater te vestigen. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. In de beschikking van de ambtgenoot-kantonrechter van 10 oktober 2014 is geoordeeld dat [verzoekster] geen aanspraak kan maken op de vestiging van een vruchtgebruik op de gehele nalatenschap aangezien niet is voldaan aan de voorwaarde dat zij ‘behoefte’ heeft aan een dergelijk vruchtgebruik. Aan het onderhavige verzoek legt verzoekster ten grondslag dat zij, gelet op de nadien gewijzigde omstandigheden – door ziekte en een door die ziekte ernstig beperkte levensverwachting, niet meer in staat is, ook niet meer in de toekomst – enige inkomsten te genereren. De kantonrechter is van oordeel dat verzoekster de gewijzigde omstandigheden voldoende aannemelijk heeft gemaakt, hetgeen met zich meebrengt dat er nu zeker sprake is van behoeftigheid in de zin van artikel 4:30 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat de aanspraak op de vestiging van een vruchtgebruik op de gehele nalatenschap toewijsbaar is.
De kantonrechter overweegt als volgt. Zoals reeds is overwogen is er sprake van gewijzigde omstandigheden in die zin dat [verzoekster] niet meer geacht kan worden inkomsten te verwerven. De uitkering van de geldlegaten kan er daarom naar het oordeel van de kantonrechter alleen maar toe leiden dat de financiële positie van [verzoekster] slechter wordt. De kantonrechter betrekt daarbij dat dit ook gevolgen heeft voor de nabije toekomst van [minderjarige] op het gebied van onder meer scholing en studie. Het belang van [minderjarige] op dit punt dient meegewogen te worden. Blijkens het testament was het de uitdrukkelijke wens van erflater om [minderjarige] goed verzorgd achter te laten en het hem mogelijk te maken een studie te volgen.
Daartegenover staat dat het geldlegaten betreft van relatief geringe omvang, waar de bevoordeelden geen wezenlijk belang aan kunnen ontlenen. Het betreft met name oud-collega’s van erflater die € 150,- ieder zouden moeten krijgen. De persoonlijke en maatschappelijke belangen in aanmerking nemend, komt de kantonrechter tot de conclusie dat instandhouding van de last ongerechtvaardigd is. De last tot uitkering van de geldlegaten zal daarom vervallen verklaard worden.
De kantonrechter vat het thans voorliggende verzoek zo op dat verzocht wordt de in het testament aan het bewindvoerdeschap van verzoekster gekoppelde beperkingen te schrappen. De kantonrechter zal tot het schrappen van deze bepalingen uit het testament overgaan aangezien de daarin neergelegde beperkingen in strijd geacht worden te zijn met de goede zeden. De kantonrechter overweegt dat aansluiting zal worden gezocht bij de ‘Aanbevelingen meerderjarigenbewind’ inhoudende dat de testamentair bewindvoerder voor elke uitgave boven de € 1.500,- toestemming nodig heeft van de kantonrechter. Dit betekent dat de belangen van [minderjarige] bij een zorgvuldige omgang met en beheer van zijn vermogen, voldoende zijn gewaarborgd.
Het in handen leggen van de controle op deze belangen van [minderjarige] op de ex-schoonzussen van verzoekster is niet alleen onzinnig, maar kennelijk enkel ingegeven door de wens van erflater om het leven van zijn echtgenote zo onaangenaam mogelijk te maken. De kantonrechter zal de door verzoekster voorgestelde heer [X] ex artikel 4:157 lid 1 BW benoemen tot testamentair bewindvoerder en wel voor de duur als in het testament bepaald, te weten tot [minderjarige] de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt.
De beslissing De kantonrechter: bepaalt dat de erfgenaam, [minderjarige] verplicht is mee te werken aan de vestiging van een levenslang vruchtgebruik ten behoeve van verzoekster, [verzoekster] , op de gehele nalatenschap, als bedoeld in artikel 4:30 BW; verklaart vervallen de testamentaire last zoals in het testament omschreven onder D ‘Legaten’ sub 3 ‘Geldbedragen’, om de geldlegaten uit te keren; verklaart vervallen de testamentaire last zoals in het testament omschreven onder D ‘Legaten’ sub c ‘Hypotheekschuld’ om de hypotheekschuld rustend op de woning [adres] zoveel mogelijk af te lossen; schrapt de ontbindende voorwaarde zoals in het testemant opgenomen onder M ‘Beschermingsbewind’ sub d. ‘Benoeming bewindvoerder’; benoemt tot testamentair bewindvoerder dhr. [X] .
Wijst het meer of anders verzochte af.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 29 november 2016 in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter