RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Enkelvoudige raadkamer Registratienummer: RK 15-005476 Parketnummer: 15/184956-14 Uitspraakdatum: 8 februari 2016 Beschikking (art. 591a Sv.) 1Ontstaan en loop van de procedure Op 7 oktober 2015 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. H.K. ter Brake, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 24 september 2015, van [verzoeker] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]. Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 8.576,65, wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman, alsmede tot vergoeding van de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van het onderhavige verzoekschrift. Op 25 januari 2016 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld. Voor verzoeker is verschenen mr. H.K. ter Brake, voornoemd. Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. D. Sarian. 2Beoordeling De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door het onherroepelijk worden van het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 03 september 2015, waarbij verzoeker van het hem tenlastegelegde is vrijgesproken. Het door verzoeker ondertekende verzoekschrift is tijdig ingediend. Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten van een raadsman. Bij de beoordeling van het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman in de zin van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering stelt de rechtbank voorop dat de declaratie van de raadslieden niet meer is dan een uitgangspunt, dat door de rechtbank wordt betrokken in haar oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadslieden en zo ja, tot welk bedrag. Deze maatstaf voor het beoordelen van het verzoek brengt met zich mee dat de rechtbank geenszins gebonden is aan de door de raadslieden gedeclareerde tijd of het door hen gehanteerde uurtarief. Van de zijde van verzoeker is er op gewezen dat het door de raadsman gehanteerde uurtarief van € 300,00 alleszins billijk is omdat de raadsman gespecialiseerd is in het strafrecht en de strafzaak van een dusdanige complexiteit was, dat verzoeker bijstand van een ervaren strafrechtspecialist behoefde. Het is bovendien het gangbare uurtarief van de raadsman. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een vergoeding van de kosten van de raadsman voor toewijzing in aanmerking komt, gebaseerd op een uurtarief van € 200,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.