RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 4579880 \ CV EXPL 15-9395 (PA) Uitspraakdatum: 4 mei 2016 Vonnis in de zaak van: [naam] , wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. S. Kandemir [toevoeg.nr.: [nummer] ] tegen [Naam] , wonende te [plaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. K. Meijer 1Het procesverloop 1.
- [eiser] heeft bij dagvaarding van 28 oktober 2015 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- Op 5 april 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2De vordering 2.
- [eiser] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem door de trailer die aan [eiser] toebehoorde mee te nemen en zich toe te eigenen. Daarnaast vordert [eiser] dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 20.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Hij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zijn echtgenote [x] (hierna: [X] ) op 26 april 2010 bij [gedaagde] een vrachtwagen van het merk Scania met kenteken [kenteken1] en een trailer met kenteken [kenteken2] heeft gekocht. De vrachtwagen en trailer zijn omstreeks 30 april 2010 en 1 april 2010 gestolen. De vrachtwagen en de trailer zijn later weer gevonden. [eiser] stelt dat hij kort na 1 mei 2010 via de post een factuur gedateerd 10 mei 2010 heeft ontvangen waaruit blijkt dat [gedaagde] de trailer op 7 mei 2010 heeft opgehaald bij bergingsbedrijf Logicx Berging B.V. (hierna: Logicx). Volgens [eiser] heeft [gedaagde] hiermee onrechtmatig jegens hem gehandeld, nu [X] de eigenaar van de trailer is, en vordert hij derhalve betaling van de door hem geleden schade ad € 20.000,-, zijnde de waarde van de trailer. De vordering van [X] is middels een akte van cessie d.d. 11 mei 2015 overgegaan op [eiser] . 3Het verweer 3.
- [gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] niet aan zijn substantiëringsplicht heeft voldaan, nu de grondslagen van de vordering, alsmede de hoogte en de opbouw onvoldoende blijken uit de inleidende dagvaarding. Daarnaast stelt [gedaagde] dat [eiser] niet aan de waarheidsplicht heeft voldaan door geen melding te maken van de eerdere procedures tussen [X] en Logicx, waarbij [X] in het ongelijk is gesteld. Voorts stelt [gedaagde] dat de vordering is verjaard, dat sprake is van een gebrekkige akte van cessie, dat geen sprake is van een onrechtmatige daad en betwist [gedaagde] de hoogte van de vermeende schade van [eiser] . 4De beoordeling 4.
- Het verweer van [gedaagde] , dat de vordering van [eiser] verjaard is, zal het eerst beoordeeld worden. De verjaringstermijn voor een vordering tot vergoeding van schade, zoals hier aan de orde in de vordering van [eiser] , verjaart ingevolge artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. 4.
- Vast staat dat [eiser] in mei 2010 een factuur gedateerd 10 mei 2010 en een vrachtbrief met kenmerk [nr.] heeft ontvangen, welke is ondertekend door [gedaagde] , en waarop is vermeld dat [gedaagde] de trailer heeft opgehaald bij Logicx. Vanaf deze datum is [X] en/of [eiser] bekend geworden met de door hem gestelde schade en de daarvoor volgens hem aansprakelijke persoon als bedoeld in artikel 3:310 BW. Dit betekent dat de vordering is verjaard omstreeks 11 mei 2015 doch in ieder geval eind mei 2015, tenzij [eiser] de verjaring voordien heeft gestuit. [eiser] heeft in dit kader gesteld dat [gedaagde] voor het laatst omstreeks januari/februari 2011 in [plaatnaam] is geweest en dat partijen elkaar toen hebben gesproken. [eiser] heeft bewijs van zijn stelling aangeboden door onder meer [X] als getuige te horen. 4.
- De kantonrechter stelt voorop dat volgens artikel 3:317 BW de verjaring wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Gesteld noch gebleken is dat van een dergelijke schriftelijke stuitingshandeling sprake zou zijn. Een gesprek geldt niet als stuitingshandeling. Dit betekent dat de kantonrechter voorbij gaat aan het door [eiser] aangeboden bewijs. 4.
- De conclusie van het bovenstaande is dat de vordering van [eiser] is verjaard. Dit betekent dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen. 4.
- In het midden kan dan ook worden gelaten wat de consequenties moeten zijn van het feit dat gebleken is dat de dagvaarding niet voldoet aan de substantiëringsplicht (art. 111 lid 2 sub d Rv) en de waarheidsplicht (art. 21 Rv), nu [eiser] heeft nagelaten melding te maken van de eerdere procedure tussen [X] en Logicx terwijl hij wist dat die procedure ging over de eigendomsvraag betreffende de trailer en relevant is voor de onderhavige procedure. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 600,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] . Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus, kantonrechter en op 4 mei 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter