← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2016:4728

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Enkelvoudige raadkamer Registratienummers: 16-001515 + 16-001518 Parketnummer: 15/800068-16 Uitspraakdatum: 10 juni 2016 Beschikking (art. 89 en 591a Sv.) 1Ontstaan en loop van de procedure Op 1 maart 2016 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. A. de Visser, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 29 februari 2016, van [verzoeker] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , domicilie kiezende te

(1506)Zaandam, Westzijde 154, ten kantore van mr. A. de Visser, voornoemd. Het verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 210,- ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane verzekering; € 280,- wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift. 2Beoordeling De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door een brief van de officier van justitie van 12 februari 2016 aan verzoeker waarin deze meedeelt dat de strafzaak is geseponeerd. Het door verzoeker ondertekende verzoekschrift is tijdig ingediend. Verzoeker is op 11 februari 2016 in verzekering gesteld en op 12 februari 2016 in vrijheid gesteld. De raadsman van verzoeker heeft zich onder verwijzing naar een uitspraak van gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 10 december 2015 op het standpunt gesteld dat verzoeker een vergoeding toekomt voor twee dagen ten onrechte ondergane verzekering. De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat slechts één dag voor vergoeding in aanmerking komt. Op de voet van het bepaalde in de artikelen 89, 90 en 591a van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door deze tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis geleden schade, respectievelijk de gemaakte kosten van een advocaat, zo daartoe althans gronden van billijkheid aanwezig zijn, alle omstandigheden in aanmerking genomen. De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding. Onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 10 december 2015 overweegt de rechtbank als volgt. Zoals in artikel 89 en volgende van het Wetboek van Strafvordering wordt bepaald, dient het uitgangspunt te zijn dat de rechter een vergoeding toekent voor geleden schade. Deze toekenning van schadevergoeding vindt plaats op gronden van billijkheid. Ook op de laatste dag die de gewezen verdachte in detentie doorbrengt wordt hij nog geconfronteerd met zijn vrijheidsbeneming en lijdt hij ten gevolge daarvan schade. Uit billijkheidsoverwegingen valt niet in te zien waarom verzoeker niet ook voor deze dag recht heeft op een vergoeding. Daarom komt ook de laatste dag die verzoeker in detentie heeft doorgebracht voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat de forfaitaire vergoeding wordt uitgekeerd per dag of gedeelte van een dag die verzoeker in de politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht. Het verzoek zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hieronder is aangegeven. 3Beslissing De rechtbank: Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 490,- (zegge: vierhonderdnegentig euro), welk bedrag als volgt is samengesteld: € 210,- wegens een verblijf van twee dagen op een politiebureau; € 280,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening van het verzoekschrift. Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden BHV Advocaten, onder vermelding van “schadevergoeding [verzoeker] /om.” Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2016. Informatie bij deze beschikking Voor zover er in deze uitspraak een bedrag is toegewezen kan de opdracht tot uitbetaling van dit bedrag pas worden gegeven nadat de beslissing onherroepelijk is geworden. Bijgaande beschikking is op dit moment nog niet onherroepelijk; de officier van justitie heeft 14 dagen de tijd om hoger beroep in te stellen en voor de verzoekende partij is binnen een maand (30 dagen) na betekening van deze uitspraak hoger beroep mogelijk. Genoemde termijnen kunnen worden bekort wanneer ter griffie afstand wordt gedaan van het recht op het instellen van hoger beroep. U kunt op de volgende wijze ter griffie afstand doen van het recht op het instellen van hoger beroep: (als verzoeker) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank; (als advocaat) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank, indien u verklaart daartoe door verzoeker te zijn gevolmachtigd; (in het geval dat noch verzoeker noch de advocaat in de gelegenheid is om in persoon bij de informatiebalie afstand te doen) door aan een medewerker van de strafgriffie daartoe een schriftelijke bijzondere volmacht te verlenen. ECLI:NL:GHSHE:2015:5611

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.