← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2016:4839

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/871848-14 (P) Uitspraakdatum: 14 juni 2016 Tegenspraak Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 mei 2016 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande, volgens eigen opgave ter terechtzitting feitelijk verblijvende aan [adres]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. van Doorn en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Primair hij op of omstreeks 27 september 2014 te Zandvoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, - ( meermalen) met de vuist in/tegen het gezicht, althans tegen het lichaam heeft gestompt, ten gevolge waarvan hij ten val kwam en/of - terwijl hij op de grond lag (meermalen) (met geschoeide voet) met (grote kracht) in/tegen het gezicht, althans tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair hij op of omstreeks 27 september 2014 te Zandvoort, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een meervoudige verbrijzelde onderkaakfractuur, heeft toegebracht door - ( meermalen) met de vuist in/tegen het gezicht, althans tegen het lichaam heeft gestompt, ten gevolge waarvan hij ten val kwam en/of - terwijl hij op de grond lag (meermalen) (met geschoeide voet) (met grote kracht) in/tegen het gezicht, althans tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.

  1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. 3.
  2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit omdat er volgens de verdediging geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. 3.
  3. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Er is één getuige, [getuige], die heeft verklaard dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer] op 27 september 2014 heeft geslagen en geschopt. Deze verklaring vindt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun in overige bewijsmiddelen. Ingevolge het tweede lid van artikel 342 Sv kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De rechtbank zal verdachte daarom wegens onvoldoende wettig bewijs vrijspreken. 4Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 9.549,40 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. 5Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen wat aan verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. I.S. Burggraaff, voorzitter, mrs. N.E. Kwak en R.A. Otter, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juni 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.