RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie [plaats 6] Zaaknr./rolnr.: 4845714 \ CV EXPL 16-1591 BL Uitspraakdatum: 15 juni 2016 Vonnis in de zaak van: 1 [1] en [2] , wonende te [plaats 1]
(2013)onder aanbieding van een minimaal gelijkwaardige plaats op het terrein van Camping De Bocht en/of volledige vergoeding van de als gevolg van de opzegging c.q. beëindiging geleden schade (de economische waarde van het kampeermiddel, niet zijnde een verrijdbare caravan, indien de betreffende huurovereenkomst niet zou zijn opgezegd), als ook vergoeding van de schade bestaande uit sloopkosten, gederfd huurgenot, juridische kosten etc., dit alles nader op te maken bij staat; III. alsmede ten aanzien van de verrijdbare caravans, zie II, met dien verstande dat de vaste vergoeding wordt betaald conform de Recron Voorwaarden, als ook vergoeding van de schade bestaande uit gederfd huurgenot, juridische kosten etc., dit alles nader op te maken bij staat; Subsidiair, in het geval dat de opzegging wel rechtsgeldig zou zijn: IV. Camping De Bocht aan alle huurders een vervangende/gelijkwaardige plaats dient aan te bieden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag na betekening van het te wijzen vonnis, met een maximum van € 50.000,00 per huurder; V. en/of dat Camping De Bocht aan alle huurders (of een gedeelte van hen dat geen vervangende plaats krijgt aangeboden of dit niet kan aannemen) de schade zal vergoeden die zij lijden als gevolg van de opzegging, nader op te maken bij staat, bestaande uit, doch niet beperkt tot, de economische waarde van het kampeermiddel op het moment van opzegging, gederfd huurgenot, sloopkosten, juridische kosten etc. 3.
- De huurders leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – het volgende. De huurovereenkomsten moeten worden aangemerkt als duurovereenkomst, zodat bij opzegging de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond vereist is, een redelijke opzegtermijn in acht moet worden genomen en/of een voldoende schadevergoeding moet worden aangeboden. De toepasselijke RECRON-voorwaarden bevatten strenge eisen ten aanzien van opzegging in geval van herstructurering. Camping De Bocht stelt de huurovereenkomsten te hebben opgezegd wegens bedrijfsbeëindiging. De huurders zijn er echter vast van overtuigd dat er overeenstemming op hoofdpunten bestaat tussen Camping De Bocht en Dutchen over verkoop van de grond van de camping en het privéterrein van [X] en [Y] . De werkelijke reden van opzegging is een voorgenomen herstructurering. Het herstructureringsplan is echter onvoldoende concreet, zodat niet is voldaan aan artikel 11 lid 1 onder h van de RECRON-voorwaarden en de opzegging op die grond prematuur en daarmee nietig is. Bovendien is de opzeggingsbrief in strijd met de RECRON-voorwaarden niet aangetekend verstuurd. Verder moet de opzegging nietig worden geacht omdat deze niet gepaard is gegaan met het aanbieden van een redelijke vergoeding van de gehele door de huurders geleden schade, en hen geen gelijkwaardige plaats op het terrein is aangeboden. 3.
- Verder hebben de huurders een incidentele vordering ingesteld tot het treffen van voorlopige voorzieningen voor de duur van de procedure in de hoofdzaak. 4Het verweer 4.
- Camping De Bocht betwist de vorderingen in de hoofdzaak en het incident en voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Aan het eind van seizoen 2016 beëindigt Camping De Bocht haar bedrijf en staakt zij de bedrijfsvoering. Camping De Bocht heeft zich niet verbonden tot verkoop van het terrein aan een derde, ook niet op termijn. De bedrijfsbeëindiging is tijdig schriftelijk aan de huurders gemeld, zodat zij zich daarop redelijkerwijs konden richten. De Huurders zijn verplicht tegen het einde van de contractperiode hun kampeermiddel te verwijderen en de staplaats leeg en schoon op te leveren aan Camping De Bocht. De huurders hebben geen recht op een vergoeding voor het verplaatsen of afbreken van het kampeermiddel, zoals bij herstructurering wel het geval is. 5De beoordeling 5.
- Ter zitting zijn partijen het erover eens gebleken dat voor alle onderhavige huurovereenkomsten Camping De Bocht als verhuurder heeft te gelden. De vorderingen die zijn ingesteld tegen [X] en [Y] moeten daarom worden afgewezen. 5.
- Tussen partijen is niet in geschil dat [X] en [Y] aan het einde van seizoen 2016 willen stoppen met de exploitatie van Camping De Bocht. De huurders stellen zich op het standpunt dat de exploitatie vervolgens (na herstructurering) zal worden voorgezet door een derde, en dat die herstructureringsplannen onvoldoende concreet zijn voor een rechtsgeldige opzegging. Camping De Bocht betwist een en ander, en stelt dat sprake is van bedrijfsbeëindiging en dat de campingactiviteiten op het terrein volledig zullen worden gestaakt. 5.
- Indien een ondernemer het terrein niet zelf wenst te herstructureren, maar het terrein verkoopt aan een derde die wel voornemens is dit te herstructureren, dan is sprake van een situatie waarin de bedrijfsvoering van de verkopende ondernemer ophoudt te bestaan (zie ECLI:NL:GHDHA:2014:17, Gerechtshof Den Haag 28 januari 2014, r.o. 5.8). Dit betekent dat Camping De Bocht ook in dat geval de huurovereenkomsten op grond van artikel 11 lid 1 onder d van de RECRON-voorwaarden kan opzeggen wegens bedrijfsbeëindiging. 5.
- Dit brengt mee dat indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van zowel de huurders (dat de camping door een derde zal worden geherstructureerd) als van Camping De Bocht (dat sprake is van bedrijfsbeëindiging per 1 oktober 2016) Camping De Bocht kan opzeggen wegens bedrijfsbeëindiging. 5.
- Op grond van artikel 11 lid 2 RECRON-voorwaarden moet de opzegging schriftelijk bij aangetekend schrijven of persoonlijk overhandigde brief geschieden, met inachtneming van een termijn van drie maanden tegen het einde van het lopende overeenkomstjaar (zijnde in dit geval 30 september 2016). De opzeggingsbrief dateert van 19 november
- Niet is gesteld of gebleken dat de opzegging op een te korte termijn heeft plaatsgevonden. Vaststaat dat de opzeggingsbrief niet aangetekend is verzonden. Dit betekent echter niet zonder meer dat er geen rechtsgeldige huuropzegging heeft plaatsgevonden. Het niet in acht nemen van overeengekomen vormvoorschriften brengt geen nietigheid van de opzegging mee. Deze vormvoorschriften worden geacht te zijn overeengekomen met het oog op de rechtszekerheid. Met voldoende zekerheid moet komen vast te staan dat de opzegging de partij tegen wie deze is gericht bereikt, de tijdigheid daarvan en het tijdstip waartegen is opgezegd. Tussen partijen is niet in geschil dat de huurders de opzeggingsbrief tijdig hebben ontvangen. 5.
- Verder beroepen huurders zich erop dat sprake is van een duurovereenkomst die in beginsel weliswaar opzegbaar is, maar de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond vereist is, en een redelijke opzegtermijn in acht wordt genomen en/of een voldoende schadevergoeding wordt aangeboden. De jurisprudentie waarnaar de huurders in dit verband verwijzen ziet echter op situaties waarin de wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, en gaat het om de vraag of de overeenkomst desondanks überhaupt opzegbaar is. Ook r.o. 5.3 van eerdergenoemd arrest van Gerechtshof Den Haag waarnaar de huurders in dit verband verwijzen ziet expliciet op huurovereenkomsten waarop geen algemene voorwaarden van toepassing zijn. In deze zaak staat echter vast dat op de huurovereenkomsten de RECRON-voorwaarden van toepassing zijn, waarin een duidelijke opzeggingsregeling is opgenomen. 5.
- Bovendien is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Zoals onder de feiten is omschreven staat op pagina 1 van de RECRON-voorwaarden onder ‘wat de recreant zeker moet weten!’ in niet mis te verstane bewoordingen vermeld dat de huurders er rekening mee moeten houden dat de huurovereenkomst een tijdelijk karakter heeft en telkens voor een jaar wordt aangegaan, dat in beginsel jaarlijks wordt verlengd, maar telkens tegen het eind van de contractsperiode beëindigd kan worden. Verder omschrijft artikel 11 van de overeengekomen RECRON-voorwaarden duidelijk in welke gevallen de ondernemer de overeenkomst kan beëindigen, zoals in verband met herstructurering of bedrijfsbeëindiging. De huurders hebben derhalve steeds rekening kunnen en moeten houden met de mogelijkheid dat de huur van de staplaats zou eindigen. Daarbij komt dat naar eigen zeggen van de huurders [X] al sinds 2008 verkondigt dat de camping binnen afzienbare tijd verkocht zal worden ten behoeve van herstructurering. De enkele omstandigheid dat (een deel van) de huurders al sinds tientallen jaren dezelfde staplaats huren, waardoor de opzegging voor hen ingrijpend is, maakt niet dat sprake is van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd (zie ook ECLI:NL:GHARNH:2011:BP9421, r.o. 4.12). 5.
- Gelet op het voorgaande heeft Camping De Bocht de huurovereenkomsten rechtsgeldig op basis van artikel 11 lid 1 onder d RECRON-voorwaarden beëindigd. Het primair gevorderde moet daarom worden afgewezen. 5.
- In geval van beëindiging van de overeenkomst wegens bedrijfsbeëindiging is Camping De Bocht op grond van de RECRON-voorwaarden geen schadevergoeding aan de huurders verschuldigd. Dit brengt echter niet mee dat de huurders door Camping De Bocht niet in enige mate schadeloos moeten worden gesteld. Uitgangspunt bij een regelmatige opzegging is dat er geen grond bestaat voor toekenning van schadevergoeding aan de opgezegde partij, ook al heeft de opzegging nadelige consequenties. Desalniettemin kan op grond van redelijkheid en billijkheid ook bij een regelmatige opzegging ruimte zijn voor schadeplichtigheid van de opzeggende partij. In dit geval wijst de kantonrechter erop dat de huur van de staplaatsen ooit bedoeld is geweest voor tenten en caravans: kampeermiddelen die naar hun aard verplaats- en verwijderbaar zijn. Zoals op zo veel kampeerterreinen zijn de aanwezige kampeermiddelen op Camping de Bocht in de loop der jaren – kort gezegd – steeds meer onverplaatsbaar geworden. Daardoor is er ten eerste een discrepantie ontstaan tussen het tijdelijk karakter van de jaarlijks opnieuw te sluiten huurovereenkomsten, en het evident duurzame karakter van (het merendeel van) de kampeermiddelen die met toestemming van Camping De Bocht zijn opgericht. Daarenboven heeft Camping De Bocht (althans haar rechtsvoorgangers) zichzelf bij verkoop van het kampeermiddel aan de opvolgend huurder 10% van de verkoopprijs bedongen. De op zichzelf rechtmatige opzegging van de huurovereenkomsten moet naar het oordeel van de kantonrechter vergezeld gaan van een redelijke schadevergoeding die recht doet aan genoemde omstandigheden. Het gaat dan niet om een volledige vergoeding van de economische waarde van de kampeermiddelen. Door te investeren in – naar eigen zeggen – onverplaatsbare kampeermiddelen op gehuurde grond (waarbij de overeengekomen RECRON-voorwaarden volstrekt duidelijk zijn over de tijdelijkheid van de huur) hebben de huurders immers het risico genomen dat die investering eens verloren zou gaan. Dat dit risico zich uiteindelijk heeft verwezenlijkt moet daarom in overwegende mate voor hun eigen rekening blijven. 5.
- De conclusie is dat het subsidiair sub V gevorderde gedeeltelijk wordt toegewezen, zoals hierna vermeld. 5.
- De vraag of sprake is van een voorgenomen herstructurering door een derde kan verder als niet relevant buiten bespreking blijven. Immers, zoals hiervoor is overwogen zijn ook in dat geval de huurovereenkomsten wegens bedrijfsbeëindiging door Camping De Bocht opzegbaar, en is ook bij deze vorm van opzegging een schadevergoeding aan de orde. Aan het bewijsaanbod van huurders kan daarom voorbij worden gegaan. 5.
- Als al sprake zou zijn van een voorgenomen toekomstige herstructurering door een derde dan is, zoals ook de huurders zelf betogen, dit herstructureringsplan onvoldoende concreet om daaraan de in de RECRON-voorwaarden omschreven gevolgen te verbinden. De subsidiair sub IV door de huurders gevorderde verklaring voor recht dat hen een vervangende/gelijkwaardige plek op het terrein moet worden aangeboden is daarom niet toewijsbaar. Daarbij komt dat zowel in het geval van herstructurering door een derde als bij bedrijfsbeëindiging van Camping De Bocht het niet meer aan Camping De Bocht is om te beoordelen of een vervangende plaats op het terrein beschikbaar is. 5.
- Nu in dit vonnis al een beslissing wordt gegeven over de vorderingen van de huurders in de hoofdzaak, is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding. 5.
- Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- verklaart voor recht dat Camping De Bocht aan de huurders de schade te vergoeden zoals omschreven in dit vonnis onder 5.9, nader op te maken bij staat; 6.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter