RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton – locatie Alkmaar zaak/rolnr.: 4621292 CV EXPL 15-9903 (H.K.) datum uitspraak 29 juni 2016 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake [naam 1] , wonende te [plaats] eisende partij in conventie / verwerende partij in reconventie hierna ook te noemen: [de verhuurder] gemachtigde: F.J.M. van der Meer, gerechtsdeurwaarder te Alkmaar tegen 1 [Naam] , wonende [adres 1] gedaagde partij in conventie hierna ook te noemen: [huurder 1] niet in rechte verschenen 2. [naam 2], wonende te [adres 2] gedaagde partij in conventie / eisende partij in reconventie hierna ook te noemen: [huurder 2] gemachtigde: mr. F.R. Menso, advocaat te Alkmaar. 1De procedure in conventie en in reconventie 1.1. [de verhuurder] heeft [huurder 1] en [huurder 2] gedagvaard op 17 november 2015. [huurder 1] heeft niet gereageerd op de dagvaarding. Tegen haar is verstek verleend. [huurder 2] heeft in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in reconventie een tegenvordering ingesteld. 1.2. Na beraad heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 17 februari 2016 een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie is gehouden op 31 mei 2016, waarbij zijn verschenen: [de verhuurder] , bijgestaan door gemachtigde R.W.J. Geel (medewerker van deurwaarderskantoor F.J.M. van der Meer) en [huurder 2] , bijgestaan door gemachtigde mr. F.R. Menso. Op de zitting hebben [de verhuurder] en [huurder 2] hun standpunten nader toegelicht. Van het ter terechtzitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. 1.3. Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2De feiten in conventie en in reconventie 2.1. Tussen partijen is een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de kantoorruimte [Adres] . De overeenkomst is aangegaan voor de minimale duur van drie jaar, ingaande op 1 september 2013 en lopende tot en met 31 augustus 2016. Na het verstrijken van deze periode wordt de overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van twee jaar, derhalve tot en met 31 augustus 2018. De overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens één jaar. Beëindiging van de huurovereenkomst vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden. 2.2. Tot de maand juli 2015 bedroeg de huur c.a. € 847,-- per maand en nadien € 1.089,-- per maand. 2.3. [huurder 1] en [huurder 2] waren destijds een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan en handelden onder de naam Comic Toys. Het geregistreerd partnerschap is inmiddels beëindigd. 2.4. Medio maart 2015 waren de sloten van het gehuurde pand veranderd. 2.5. Op Goede Vrijdag (3 april 2015) is [huurder 2] bij [de verhuurder] aan de deur geweest met het verzoek een sleutel van de nieuwe sloten van het gehuurde aan hem af te geven. [de verhuurder] heeft dit geweigerd. 2.6. Inmiddels staat het pand leeg en heeft [de verhuurder] het wederom te huur aangeboden voor nieuwe huurders. 3De vordering in conventie en het verweer in reconventie 3.1. [de verhuurder] vordert (samengevat) bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: ontbonden te verklaren de tussen partijen gesloten huurovereenkomst betreffende de kantoorruimte gelegen aan het adres [Adres] , met hoofdelijke veroordeling van [huurder 1] en [huurder 2] om dit perceel met al de zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [de verhuurder] te stellen alsmede met veroordeling van [huurder 1] en [huurder 2] in de kosten van een eventueel noodzakelijke gedwongen ontruiming indien zij het perceel niet uit eigen beweging verlaten en ontruimen; [huurder 1] en [huurder 2] hoofdelijk te veroordelen om aan [de verhuurder] te betalen een bedrag van € 8.978,53, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 8.091,-- vanaf 13 november 2015 en verhoogd met een bedrag van € 1.089,-- per maand, ingaande 1 december 2015 voor elke maand of gedeelte daarvan, als gebruiksvergoeding, dat [huurder 1] en [huurder 2] met die ontruiming in gebreke mochten blijven, zulks tot aan de dag van ontruiming en vervolgens als schadevergoeding tot aan het einde van de overeenkomst voor zover eiser het gehuurde niet eerder onder minimaal dezelfde voorwaarden aan een derde heeft kunnen verhuren; [huurder 1] en [huurder 2] hoofdelijk te veroordelen om aan [de verhuurder] te betalen de kosten van dit geding, alsmede de nakosten. 3.2. [de verhuurder] legt aan zijn vordering, zakelijk samengevat, het volgende ten grondslag.Tussen [de verhuurder] als verhuurder en [huurder 1] en [huurder 2] als huurders is een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de kantoorruimte [Adres] . Tot en met november 2015 is een achterstand in de huurbetaling ontstaan van € 8.091,--. Dit bedrag wordt hoofdelijk van beide gedaagden gevorderd, evenals de nadien verschuldigde huur en/of schade. Met de onderlinge problemen tussen [huurder 1] en [huurder 2] heeft [de verhuurder] geen bemoeienis. Daarom heeft [de verhuurder] [huurder 2] ook niet aan een andere sleutel willen helpen toen hij hier op Goede Vrijdag 4 april 2015 om vroeg. [de verhuurder] heeft op verzoek van [huurder 1] de sloten in de woning vervangen, omdat zij dat zelf niet kon. Omdat het pand inmiddels is verlaten, heeft [de verhuurder] het opnieuw in de verhuur gezet. Zijn vordering dient daarom ten aanzien van beide gedaagden te worden toegewezen en de vordering in reconventie van [huurder 2] dient te worden afgewezen. 4Het verweer in conventie van [huurder 2] en zijn vordering in reconventie 4.1. [huurder 2] betwist de vordering in conventie. Hij voert hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende aan. [huurder 2] ontkent niet dat een huurovereenkomst is gesloten tussen [de verhuurder] als verhuurder en [huurder 1] en [huurder 2] als huurders; er was destijds sprake van een geregistreerd partnerschap tussen [huurder 1] en [huurder 2] . Deze is beëindigd, maar tot een verdeling van de gemeenschap is het nog niet gekomen. De slechte verhouding tussen [huurder 1] en [huurder 2] zorgde ervoor dat [huurder 1] [huurder 2] uitsloot van alles wat betrekking had op het bedrijf Comic Toys. Medio maart 2015 kwam [huurder 2] het gehuurde pand niet meer in, de sloten waren veranderd. Vervolgens heeft [huurder 2] zich gewend tot [de verhuurder] – dit kan op Goede Vrijdag zijn geweest – met het verzoek te vernemen wat er gaande was met het gehuurde en met het verzoek om sleutels te krijgen. Dit werd door [de verhuurder] geweigerd, terwijl hijzelf de sloten van het pand had veranderd. Vanaf dat moment werd door [de verhuurder] geen huurgenot meer aan [huurder 2] verschaft. Het gevolg was dat zijn bedrijf ten onder ging. Hij kon nergens meer bij, niet bij de voorraden noch bij de administratie. [huurder 2] is daarom geen huur meer verschuldigd vanaf dat moment. 4.2. Omdat vanaf Goede Vrijdag 2015 geen huurgenot meer aan [huurder 2] werd verschaft, is er sprake van een grond voor ontbondenverklaring van de huurovereenkomst per 1 maart 2015. Dit wordt dan ook in reconventie door [huurder 2] gevorderd. 5De beoordeling in conventie ten aanzien van gedaagde [huurder 1] 5.1. heeft de vordering van [de verhuurder] niet betwist. De vordering, die niet onrechtmatig of ongegrond is voorgekomen, dient daarom ten aanzien van [huurder 1] te worden toegewezen, met dien verstande: - dat de gevorderde ontruiming zal worden afgewezen, nu ter zitting is komen vast te staan dat het pand reeds is ontruimd; - de gevorderde schadevergoeding zal worden toegewezen tot en met 31 augustus 2016, nu de kantonrechter aanneemt dat [de verhuurder] heeft bedoeld te vorderen de schadevergoeding tot en met de in de overeenkomst genoemde expiratiedatum van de huurovereenkomst. Nu het pand al enige tijd niet meer in gebruik is geweest bij de huurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.