RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/660019-12 (P) Uitspraakdatum: 20 september 2016 Tegenspraak Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 september 2016 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.S. Heij en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. K. Versteeg, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 juni 2011 in de gemeente Uitgeest, op het Uitgeestermeer, als bestuurder van een snelle motorboot, te weten een (niet als politievaartuig herkenbare) politiesurveillance motorboot, (merk Chaparral) (gedurende de uitoefening van zijn ambt of beroep als politieambtenaar werkzaam bij de Dienst Waterpolitie van het Korps Landelijke politiediensten) en derhalve als degene die zich tijdens het varen zodanig heeft gedragen dat onder meer geen hinder en/of gevaar voor andere gebruikers van het vaarwater wordt veroorzaakt, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig heeft gevaren, immers heeft hij, verdachte, deze motorboot met een zodanig hoge snelheid naar een (mogelijk te snel varende) opblaasbare snelle motorboot (merk Suzumar, type MX-390) gevaren, althans heeft hij deze motorboot op zodanige wijze bestuurd, dat hij met (de stuurboordzijde van) die door hem bestuurde snelle motorboot in botsing of aanvaring is gekomen met (de bakboordzijde van) die opblaasbare snelle motorboot, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat een opvarende van die opblaasbare motorboot, genaamd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten een zware hersenschudding) heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze [slachtoffer] was ontstaan. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.1 Inleiding Op 14 juni 2011 heeft op het Uitgeestermeer een aanvaring plaatsgevonden tussen twee vaartuigen, te weten een politieboot (een onopvallende surveillancemotorboot van het merk Chaparral) die werd bestuurd door verdachte, werkzaam bij de Dienst Waterpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten, en een rubberboot met buitenboordmotor (van het merk Suzumar), in welke boot [slachtoffer] als passagier aanwezig was. [slachtoffer] is na de aanvaring overgebracht naar het VU medisch centrum in Amsterdam en stelt sindsdien aanzienlijke gezondheidsklachten te hebben. Verdachte heeft verklaard dat hij het vermoeden had dat de Suzumar sneller voer dan was toegestaan. Verdachte wilde daarom deze boot benaderen ter zake overtreding van de maximum snelheid alsmede om deze boot/schipper aan een controle te onderwerpen. Daartoe heeft verdachte zijn snelheid verhoogd en een ruime bocht over bakboord gemaakt met de bedoeling om vervolgens op gelijke koers met de Suzumar te komen, op een afstand van ongeveer 3 meter naast de Suzumar. In deze strafprocedure wordt verdachte tenlastegelegd dat het aan zijn schuld is te wijten dat een ander – [slachtoffer] - zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar ambts-of beroepsbezigheden is ontstaan (artikel 308 juncto artikel 309 van het Wetboek van Strafrecht). Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen is aldus vereist dat komt vast te staan dat sprake is van 1) ‘culpa’ aan de zijde van verdachte en 2) letsel als hierboven weergegeven aan de zijde van [slachtoffer] . Voor de conclusie dat sprake is van ‘culpa’ aan de zijde van verdachte is een zekere mate van verwijtbaarheid noodzakelijk. Een zekere mate van onachtzaamheid, onvoorzichtigheid of onoplettendheid moet aanwezig zijn. 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.