vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Haarlem Vonnis van 16 november 2016 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/15/224905 / HA ZA 15-253 van
(2008). […] […] De hierboven geciteerde definitieve bevindingen van de AIA stemmen overeen met de uitgevoerde werkzaamheden en de documentatie aanwezig in het dossier. Daarnaast sluiten de bevindingen aan bij de norm zoals opgenomen in het franchisecontract. Aanvullend merken wij nog de volgende zaken op: […] Binnen de onverdeelde marge is er op grond van het franchisecontract en het normenkader sprake van bijdragen die wel met de franchisenemers worden verrekend (bijvoorbeeld bonussen en assortimentsvergoedingen) en bijdragen die niet met de franchisenemers worden verrekend (bijvoorbeeld reclamebijdragen of de Samenwerkende Leveranciersbijdragen). Op ons verzoek is door de AIA een trendanalyse gemaakt naar de ontwikkeling van de verhouding tussen wel en niet te verrekenen bijdragen. […] Uit bovenstaand overzicht blijkt ten eerste dat de totale bijdragen (te verrekenen en niet te verrekenen) in 2010 procentueel stabiel zijn ten opzichte van voorgaande jaren en liggen op € 207 miljoen. De met de franchise te verrekenen posten hierin nemen echter af (van 43,2% naar 29,8%): er lijkt derhalve sprake van een verschuiving van wel te verrekenen naar niet te verrekenen posten. […] [...].” 2.21. De notulen van de Klankbordgroep Financiën van 9 december 2011, waarbij aanwezig waren het bestuur van de VAHFR en vertegenwoordigers van AEF (Ahold Europe Franchise, de voorganger van AHF), houden – voor zover hier van belang – het volgende in: “[…] Eindafrekening 2008-2010 Er is nog € 0,5 mln uit te keren over 2008-2010 uitgaande van het rapport van bevindingen van AIA. Over € 2,3 mln is nog discussie (acquisitiebijdrage en WACC). Het bestuur [rechtbank: van de VAHFR] heeft het rapport van bevindingen 2010 nog onvoldoende kunnen bestuderen en wil nu tot een oplossing komen over 2008 en 2009. Het bestuur wil 2010 graag bespreken in februari. Het standpunt van AEF is om 2008, 2009 en 2010 tegelijkertijd af te handelen. Het voorstel van het bestuur om tot een oplossing over 2008 en 2009 te komen is: De WACC op 8% Issues m.b.t. onverdeelde marge 50%-50% delen. […] Normenkader 2011 Er is onduidelijkheid over de normenkaders van 2009 en 2010. Het is de wens van het bestuur om de normenkaders voorafgaand aan het kalenderjaar te maken. In het verleden gebeurde dit niet, omdat niet alle wijzigingen vooraf bekend zijn. Het voorstel is om nu een inhaalslag te maken. Het bestuur vindt het wenselijk om nu zowel het normenkader voor 2011 als voor 2012 vast te stellen en het normenkader 2012 in oktober 2012 bij te stellen. De voorstellen van AEF voor wijziging van het normenkader 2011 zijn: […] Het bestuur neemt de voorstellen in beraad.” 2.22. Bij e-mail van 23 december 2011 heeft AHF onder meer het volgende geschreven aan het bestuur van de VAHFR: “Ik zou graag nog éénmaal een poging doen om tot een oplossing te komen: monetaire oplossing voor de openstaande benoemde issues 2008/2009 obv 50/50 en vermogenskosten/WACC tegen 8% voor de jaren 2008/2009. Geen precedentwerking mbt de jaren erna. finale kwijting voor 2008, […].” 2.23. Bij e-mail van 27 december 2011 heeft het bestuur van de VAHFR als volgt op de onder 2.22 vermelde e-mail gereageerd: “Bij deze bevestig ik nogmaals per mail dat wij instemmen met het voorstel zoals jij dit hebt geformuleerd […].” 2.24. Op 18 mei 2012 heeft het bestuur van de VAHFR een e-mail gestuurd aan AHF met – voor zover van belang – de volgende inhoud: “[…] De beantwoording van 16 mei vinden wij teleurstellend. Uiteraard hadden wij bij het stellen van de vragen mbt een flink aantal onderwerpen verwachtingen over de antwoorden die zouden komen. Nu constateren wij dat – in algemene zin – de antwoorden niet afdoende zijn, of niet meer dan een uitnodiging tot een verder gesprek. Met onze adviseurs hebben wij inmiddels wel kunnen concluderen dat een dergelijk gesprek zal leiden tot aanscherping van het laatst overeengekomen normenkader, met aanzienlijke financiële consequenties in het voordeel van franchise. […].” 2.25. Bij e-mail van 29 juni 2012 heeft het bestuur van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “afrekening 2008/9 op de door jou aangegeven manier is OK. […].” 2.26. Bij brief van 24 augustus 2012 heeft het bestuur van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “Betreft: Afrekening 2010 […] U geeft aan dat de drie bedoelde accountantsonderzoeken zijn uitgevoerd op basis van een bestendige gedragslijn. Wat daarvan zij, als die gedragslijn niet juist is, of strijdig met overeengekomen afspraken, dan is er alle aanleiding om voor 2010 wél de juiste gedragslijn te volgen. Voor de vereniging zijn daartoe slechts een tweetal elementen van belang: de Franchiseovereenkomst en het laatst overeengekomen normenkader. Voor zover wij kunnen nagaan betreft dat het normenkader voor het boekjaar 2008 en zijn er daarna slechts stellingen betrokken en monetaire oplossingen gevonden. Wij beoordelen de antwoorden in uw brief van 16 mei dan ook langs deze twee lijnen. Voor zover wij daarbij afwijken van hetgeen door u als “bestendige gebruiken” wordt aangeduid voelen wij geen belemmering. Wél zullen wij in beginsel niet meer terugkomen op de gemaakte afspraken over eerdere jaren ook al zouden die bij nadere beoordeling in theorie hebben kunnen leiden tot aanzienlijke correcties. […] Meer specifiek: 1.a Vermogenskosten/WACC - percentage: De WACC maakt sinds 1991 deel uit van de distributiekosten. Vanaf het jaar 1997 is afgesproken een WACC te hanteren op basis de post-tax WACC. In 2003 bleek deze niet meer te berekenen en is eenvoudigheidshalve gekozen voor de WACC van het laatst berekende jaar, zijnde 8%. Hierna is deze WACC vast gebleven. Dit laat onverlet dat de oorspronkelijke berekening uitgaat van de post-tax WACC in plaats van de door u gesuggereerde consistente pre-tax WACC. De vereniging deelt de mening dat het zinvol is te onderzoeken onder welke voorwaarden tot een berekende pre-tax WACC te komen. Daarbij dient, bij voorbeeld middels een overgangsregeling, rekening gehouden te worden met het feit dat het verschil tussen een pre-tax benadering en een vast percentage wellicht nu voordelig is voor franchisenemers, maar dat wij bij het maken van deze afspraken uitdrukkelijk het voordeel aan Ahold hebben gegund, ten tijde van een moeilijke situatie voor het concern. Afgezien van correctie t.a.v. de grondslag betekent hanteren van de overeengekomen 8% een nabetaling door AHF in relatie tot resp. de WACC tbv de logistieke kosten en tbv de AIL van 661K en 180K, dus in totaal van 841K […].” 2.27. Bij e-mail van 24 december 2012 heeft het bestuur van de VAHFR in reactie op de concept kerstbrief van AHF aan de franchisenemers geschreven: “Wij hebben geen commentaar op de concept kerstbrief. […].” 2.28. De kerstbrief die AHF op 28 december 2012 aan de franchisenemers heeft gestuurd houdt – onder meer – het volgende in: “[…] Afrekening Onverdeelde marge en Distributiekosten Na definitieve overeenstemming te hebben bereikt tussen het bestuur van de VAHFR en AH Franchising bv heeft de definitieve afrekening van de onverdeelde marge en distributiekosten over 2008 en 2009 op de kostenfactuur van week 2 2012 plaatsgevonden. Over de afrekening van 2010 en 2011 is nog geen overeenstemming bereikt met het bestuur van de VAHFR, maar vindt intensief overleg plaats […]”. […].” 2.29. Bij brief van 6 mei 2013 heeft het bestuur van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “[…] Algemene opmerkingen. De VAHFR heeft leden die er op vertrouwen dat het bestuur voor hen op basis van de juiste en complete informatie afspraken maakt met AHF en die afspraken kan uitleggen en verdedigen. In een periode waarin ook concurrerende formules een steeds transparanter relatie tussen franchisegever en franchisenemer nastreven, mét een voor beide partijen gezond model, is dat steeds belangrijker. […] Los van welke timing gaan wij geen enkele discussie uit de weg. Wij zijn dus ook steeds bereid om te spreken over aanpassing van bestaande afspraken, waaronder over aanpassing van de FO. Wij zullen binnenkort aangeven hoe wij naar onze mening gezamenlijk het beste de aanpassing van de FO kunnen aanpakken. […] Een laatste algemene opmerking is dat wij te vaak een verschil van mening ervaren over de vraag of een gesprek met AHF heeft geleid tot concrete afspraken, of dat er slechts een uitwisseling van meningen is geweest. In voorkomende gevallen zullen wij onze conclusies sneller vastleggen en delen. […] 2. Financiële afrekening verleden: Het voorstel tot afwikkeling van de jaren 2010, 2011 en 2012 komt te vroeg. Wij kunnen eenvoudigweg niet met een dergelijk (of enig ander) voorstel instemmen als wij niet aan onze leden kunnen uitleggen wat de argumenten voor en tegen zijn. Leden verwachten van het bestuur om besluiten te nemen op basis van feiten en inzicht. […] In onze brieven van februari, augustus en november van 2012 (die wij volledigheidshalve bijvoegen) hebben wij een aantal principiële vragen gesteld t.a.v. posten die naar ons inziens met franchise dienen te worden gedeeld waar dat nu niet gebeurt of waar minstens meer duidelijkheid over moet zijn. Te denken valt aan: - WACC (grondslag - punt 1 uit de augustus brief); uit de recente gesprekken begrepen wij dat het betalen van vermogenskosten over niet gefinancierde voorraad niet meer het issue is, maar dat voornamelijk gesproken moet worden over de opbrengsten uit het leverancierskrediet c.q. de verschraling van de overige financiële afspraken met leveranciers, - AMS (punt 4): het principiële punt, naast het effect op inkoopprijzen, is of inkoop taken, al dan niet via outsourcing, tot de in de fee begrepen dienstverlening behoort - Forward Buying (punt 6a): in hoeverre is het juist dat eenzijdige aanpassing van methodiek door AH leidt tot wegnemen van bestendige inkoopvoordelen voor franchise als daar geen financiële compensatie voor franchise tegenover staat. - accijnsverhogingen (punt 11): juist is dat er geen afspraken zijn over het buiten de fee laten van accijnswijzigingen; de principiële vraag is of dat een juiste gang van zaken is. Wij kunnen ons voorstellen afspraken te maken waarbij noch franchisegever, noch franchisenemer baat of schade heeft van accijnswijziging, zoals dit ook bij andere formules is gebeurd. […] Kortom: Als de antwoorden op de gestelde vragen spoedig beschikbaar zijn en principiële discussies tijdig zijn afgerond, zijn wij bereid en in staat op zeer korte termijn zowel de afrekening 2010 af te ronden als een nieuw financieel stelsel af te spreken. […] Het ligt overigens voor de hand de eventuele nieuwe afspraken ook over de jaren 2011 en 2012 te leggen. Wij verwachten spoedig van UNP hun rapportage over 2011 te ontvangen, en zullen daar snel op reageren.” 2.30. Bij brief van 27 maart 2014 heeft de voorzitter van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “[…] Wij onderschrijven overigens het standpunt van AH dat het huidige conditiestelsel aan revisie toe is. Er zijn momenteel te veel communicerende vaten tussen leveranciersbijdragen onderling en de kosten hiervan. Het huidige conditiestelsel leidt tot wantrouwen bij de franchisenemers en zal na iedere aanpassing wederom (nieuwe) vragen oproepen. Een structurele wijziging is daarom gewenst. De franchisenemers wensen dan ook dat er, net als nu bij een aantal andere supermarktketens, een nieuw transparant, eerlijk en eenduidig conditiestelsel wordt ingevoerd, waarin ook e-commerce kan worden opgenomen. Zo is in dat geval een andere feestructuur bespreekbaar, bij een ander conditiestelsel, welke bijvoorbeeld zal leiden tot hogere instuwingsmarges. […] Vragen Het is ons bekend dat er meerdere standaardovereenkomsten door AH worden gehanteerd met de franchisenemers. Dit blijkt ook uit het in november 2005 bereikte akkoord. Naast de franchiseovereenkomst is er ook sprake van individuele afspraken met individuele franchisenemers, die niet openbaar zijn en waar het Bestuur van de Vereniging geen weet van heeft. Uit het rapport van KPMG blijkt dat er sprake is van een trendbreuk. Dit geldt met name voor prijsverschillen, omzetpremies, bonussen en product gerelateerde kosten. Bij constatering van een trendbreuk dient AH het bestuur te informeren om vervolgens gezamenlijk daarover afspraken te maken. Blijkens artikel 17 van de franchiseovereenkomst zijn franchisenemers lid van de VAHFR. Het Bestuur functioneert als overlegorgaan met Franchisegever. Afspraken met een individuele franchisenemer zelf, mogen in beginsel geen afbreuk doen aan de door ons centraal met u gemaakte afspraken. Tussen AH en individuele ondernemers gelden in beginsel de afspraken die in de met de betreffende ondernemer overeengekomen variant van de opeenvolgende standaard FO’s zijn beschreven. […].” 2.31. Bij brief van 27 juni 2014 heeft het bestuur van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “[…] Juridisch kader Contractueel zien art. 7 en art. 20 van de laatste door ons geaccordeerde versie van de Franchiseovereenkomst op drie bronnen van onderzoek, te weten: 1. De gehanteerde belastprijzen en kosten; 2. De onverdeelde marge (met een drempel); en 3. L & D kosten (Logistieke en Distributiekosten) […] Belastprijzen en kosten Krachtens art. 7 van de Franchiseovereenkomst zal Franchisegever voor de door of via haar geleverde artikelen aan Franchisenemer in rekening brengen de door haar aan de eigen filialen in rekening te brengen betastprijzen, te vermeerderen met de BTW. Overeenstemming bestaat over de definitie van de belastprijs, zoals die blijkt uit bijlage III, hoofdstuk V van de franchiseovereenkomst en aangevuld met de verpakkingsbelasting conform uw presentatie update normkader van 21 oktober 2008, te weten: “De belastprijs is de inkoopprijs van het artikel vermeerderd met alle direct toerekenbare kosten, waaronder, doch niet beperkt tot, verpakkingskosten, inklaringskosten, transportkosten, ontwerpkosten eigen verpakkingen. De belastprijzen die de Franchisegever de Franchisenemer in rekening brengt zal gelijk zijn aan de aan de eigen filialen in rekening te brengen belastprijzen, te vermeerderen met de BTW.” […] Onverdeelde marge Krachtens art. 20 van de Franchiseovereenkomst ziet de onverdeelde marge op ‘de niet in de kostprijs opgenomen omzetpremie en bonussen.’ In het op 23 november 2005 gesloten convenant is overeengekomen dat de Franchisenemers meedelen in de positieve EBIT van Albert.nl. Zoals blijkt uit de Overlegvergadering d.d. 26 november 2008 zijn voorts aan het normenkader toegevoegd: AH Foundation, AEE kosten en opbrengsten, Gall & Gall omzet. Daarentegen is uitdrukkelijk overeengekomen dat vanaf 2009 uit de onverdeelde marge worden gehaald het saldo van de opbrengsten en kosten van karton, papier en plastic en vanaf dan in de L & D kosten worden verwerkt. Over wijziging of toevoeging van overige posten is niet gerept en derhalve niet overeengekomen. […].” 2.32. Bij brief van 30 juli 2014 heeft het bestuur van de VAHFR het volgende geschreven aan AHF: “[…] De financiële afhandeling doet u uiteraard, zoals altijd, rechtstreeks met de leden. Eveneens is het bij AH bekend dat gedurende de afgelopen 30 jaar het bestuur van de VAHFR terzake van de financiële afrekening namens alle leden spreekt en daarover met AHF zaken doet. De hele opzet van de controle door de verenigings-accountant is op een dergelijke wijze van afhandelen ingericht. Het bestuur van de VAHFR acteert vanzelfsprekend ook thans op uitdrukkelijk verzoek van de leden van de vereniging. Wij zien het als een groot voordeel dat indringende discussies niet met individuele ondernemers of juist met een grote groep ondernemers in volstrekte openheid geschieden, maar dat deze met het bestuur in een zekere beslotenheid tot afronding kunnen worden gebracht. […].” 2.33. De brief van 26 augustus 2016 van de accountant van VAHFR aan het bestuur houdt – onder meer – het volgende in: “[…] De basis voor onze werkzaamheden is vastgelegd in artikel 20 van de franchiseovereenkomst […] waarin is opgenomen dat “De vereniging is gerechtigd om haar accountant de juistheid van de facturering met betrekking tot de belastprijzen en de berekening in overleg met de interne accountant van Koninklijke Ahold B.V. te laten onderzoeken. De vereniging is daarnaast gerechtigd om haar accountant, in overleg met de interne accountant van Koninklijke Ahold N.V. inzake gehanteerde belastprijzen, kosten en onverdeelde marge te laten onderzoeken en zelfstandig met een rapportage over de door de interne accountant van Koninklijke Ahold N.V. uitgevoerde werkzaamheden te komen”. […] De specifiek overeengekomen werkzaamheden die wij ingevolge uw opdracht jaarlijks hebben uitgevoerd zijn steeds uitgewerkt weergegeven in de individuele rapporten van bevindingen over de individuele boekjaren […] Nader uitgewerkt in gedetailleerde werkstappen verrichten wij steeds de navolgende specifieke werkzaamheden: Wij nemen kennis van de inhoud van het rapport van bevindingen van de AIA; Wij beoordelen de door de AIA gehanteerde werkprogramma’s naar opzet en inhoud; Wij gaan na, door middel van een dossierreview, of de uitvoering van de in de hiervoor vermelde werkprogramma’s opgenomen werkzaamheden op adequate wijze en met voldoende diepgang heeft plaatsgevonden; Wij gaan na of de werkzaamheden en bevindingen zijn uitgevoerd in overeenstemming met het gehanteerde normenkader; Wij stellen vast of de inhoud van het rapport van bevindingen overeenkomt met het dossier. […].” 2.34. KPMG heeft in opdracht van het bestuur van de VAHFR onderzoek verricht naar de vendor allowances van 5 grote leveranciers over de jaren 2008-2012 ten behoeve van de afrekening tussen AH en VAHFR. Het eindrapport d.d. 18 december 2014 houdt – voor zover van belang – het volgende in: “[…] [in verband met vertrouwelijkheid is een gedeelte van het geciteerde rapport verwijderd] […] De samenvattende bevindingen kunnen worden geclusterd langs drie thema’s: 1. Administratieve verwerking VAs door AH en Organisatie van het bedrijfsproces 2. Meerjarige trends in de verschillende VA categorieën 3. Kenmerken van de VA elementen waarover AH en VAHER (mogelijk) van inzicht verschillen 1. Administratieve verwerking VAs door AH en organisatie van het bedrijfsproces. • De aansluiting tussen de contracten, facturen en boekingen is acceptabel; De aansluiting tussen de bedragen uit de contracten en de gefactureerde bedragen is meestal duidelijk. In sommige gevallen is als gevolg van afwijkende omschrijvingen nadere toelichting vanuit AH nodig. • Het boekingsproces en de financiële verwerking van de VAs bij AH (inclusief de functiescheidingen, de processen, de controls en de controle achteraf) zijn van een geavanceerd niveau. • […] 2Meerjarige trends in de verschillende VA categorieën • Op AH-totaalniveau stijgen de totale leveranciersbijdragen (incl. Price Differences en Incentives Strategic Partners) met 19% mee met de omzet over de jaren 2008 - 2012 (+18%). Ongeveer de helft van deze 18% omzetstijging heeft tussen 2008 en 2009 plaatsgevonden als gevolg van de overname van 56 C1000 winkels. • In 2008 - 2012 daalde het te verrekenen deel van de leveranciersbijdragen met 55% waarbij overigens een substantieel deel van de daling het gevolg is van de systeemwijziging in het boeken van het Action Discount Resultaat eind 03 2011. • De overeenkomsten in de trends in de VAs van de 5 geselecteerde leveranciers en van AH als geheel maken dat de 5 geselecteerde leveranciers representatief zijn voor het geheel van leveranciers. • Binnen de verschillende VA-categorieën stijgen vooral de Advertising Allowances (+36% met onder andere de Bonusfolder - niet verrekend) en het Action Discount Resultaat (met name door systeemwijziging - niet vertekend) en dalen de Bonus Arrangements (-35% - wel verrekend). • Daarnaast is sprake van een negatief effect op het met de franchisenemers te verrekenen deel van de VA. De Bonus Arrangements en Lump Sum and Other VAs (beiden wel verrekend) dalen in de periode 2008-2012 met 14% maar door de toenemende drempel (als gevolg van de stijgende omzet) daalt het te verrekenen deel met 74%. […].” 2.35. Eisers hebben een schriftelijke verklaring overgelegd van [B] , verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van franchise bij Albert Heijn vanaf 1981 tot 1984. Deze verklaring houdt – onder meer – het volgende in: “[…] De start kwam in 1981 voor Albert Heijn […] We kozen voor een franchise model, welke op een aantal pijlers rustte: 1. de ondernemers zou een netto inkoopprijs in rekening worden gebracht, gelijk aan die aan de filialen. Variabele inkoopkosten als bijvoorbeeld prijsverschillen, koersverschillen en veemkosten zouden aan deze inkoopprijs mogen worden toegevoegd; 2. alle bonussen gerelateerd aan hun deel in de totale omzet zouden aan de ondernemers toekomen middels een onverdeelde marge. Hiertoe behoren volgens mij ook alle leveranciersbijdragen. Ik kan me herinneren dat we expliciet zowel omzetpremies als bonussen hebben genoemd om aan te geven dat er niets uitgezonderd zon worden; 3. de distributiekosten (L&D kosten) zouden o.b.v. werkelijke integrale kosten worden doorbelast. Vanaf de start gebeurde dit op collobasis: een vast bedrag per collo geleverd. 4. AH was eigenaar van de formule, de franchisenemer leverde zijn vestiging, zijn personeel en de financiering, al dan niet geholpen door een financieringsarrangement toentertijd bij de NMB. 5. Voor het gebruik van de formule, de advertising, de know how, de begeleiding, enz., betaalde de franchisenemer een fee van toen 3% over de consumenten omzet dus over de omzet incl. BTW. Een accountant van de vereniging zou daarbij jaarlijks controleren of de bonussen inderdaad werden doorgegeven aan de ondernemers, of de netto prijzen inderdaad netto waren en ook de DC kosten zouden worden gecontroleerd op juistheid. Op deze manier werd een systeem in het leven geroepen dat uitging van eerlijk delen en transparantie. Albert Heijn B.V. had als inkomsten de fee. Deze fee was bedoeld voor kosten organisatie, inkoop, promotie en kosten eigen merk en uiteraard als winst. […] U heeft mijn mening gevraagd over een aantal specifieke zaken: 1. U vraagt me of een vendor allowance een bonus is. Het is een leverancierbijdrage die uiteraard een bonus is en in de onverdeelde marge thuishoort. 2. U vraagt me of het een bonus is als er een First placement is met een prijs 0 en een bijdrage in het blad Allerhande. Een prijs 0 is uiteraard een netto inkoopprijs 0, dus dient dit tegen een belastprijs van 0 geboekt te worden (en doorgegeven te worden aan de ondernemers) en een bijdrage in Allerhande is uiteraard een bonus. 3. U vraagt me of een stellingbonus een bonus is. Ik begrijp die vraag niet. Het is een bonus, toch? 4. En forward buying dan? Dat betekent dat tijdelijk tegen een lage(
- re)prijs wordt ingekocht (actie), maar dat meer wordt ingekocht dan noodzakelijk, zodat na de actie een hogere (marge) wordt behaald. De uitleg is toch eenvoudig! De netto inkoopprijs moet worden doorbelast, immers die is betaald aan de leverancier en dat is conform de afspraken. (netto inkoopprijs) En de kosten van voorraad houden, daar deelt de ondernemer toch in mee (DC kostprijs). Dus de opbrengst daarvan horen eerlijk te worden verdeeld tussen filialen en franchisenemers. 5. U vraagt mij of er kosten in mindering kunnen worden gebracht op de onverdeelde marge. In mijn tijd was dat niet het geval en ook niet overeengekomen. Ik kan me voorstellen dat er met nadrukkelijke toestemming van beide partijen kosten in mindering worden gebracht, maar niet die van promotie, merk, inkoop en logistiek. Deze zijn allen benoemd. Over de (huidige) discussie tussen AH en zijn franchisenemers over het contract kan ik kort zijn: daarin heb ik geen inzicht, noch kennis. Dus daar houd ik mij verre van. Ik begrijp wel dat de verhoudingen tussen de franchisegever en haar franchisenemers er ernstig door onder druk zijn komen te staan. En dat is betreurenswaardig omdat de kracht van een goede franchise nu juist de “win win” is! En een “win win” is mede gebaseerd op wederzijds respect en eerlijk delen. Immers, als je niet kunt delen kun je ook niet vermenigvuldigen! Voor wat het waard is: mijn conclusie na de zeer succesvolle start van AH franchising in 1981 was: Het franchisesysteem van AH was in opzet een duidelijk netto systeem. AH had als beloning de fee (3% van de omzet incl. btw). De logistieke kosten werden o.b.v. werkelijke kosten doorbelast. Ons rendement op de investering was zeer bevredigend en de aanwas van nieuwe ondernemers voor dit eerlijke systeem was groot. Dus kort samengevat: het was een enorme successtory. Naar mijn overtuiging vooral ook omdat het een eerlijk, transparant en fair systeem was dat duidelijk afweek van de toen door de meeste groothandelaren gehanteerde systemen die op zijn zachts gezegd nogal eenzijdig waren! […].” 2.36. Eisers hebben een schriftelijke verklaring overgelegd van [C] , van 1987 t/m 1993 Vice President Economische Zaken bij AH. Deze verklaring houdt – onder meer – het volgende in: “[…] Het handelen naar redelijkheid en billijkheid is belangrijk als je in de detailhandel zit. Detailhandel betekent miljoenen details. Dus je kunt niet alles in een contract zetten. Je moet de globale spelregels in een contract zetten en je moet naar redelijkheid en billijkheid die spelregels toepassen. […]. Brief [B] […] Ik zal […] opschrijven wat ik nog weet over mijn tijd bij Albert Heijn. Waar ik in dit verband mee heb gewerkt was voornamelijk het franchisecontract uit 1989 en de controle van de accountants. Dat werkte goed. Belastprijs Het klopt dat aan de franchisenemers een netto inkoopprijs in rekening werd gebracht die gelijk was aan die voor onze eigen filialen. Wij noemden dat de belastprijs. Dat was in principe de kostprijs die Albert Heijn aan de fabrikant moest betalen. Bij de eigen merken was dat soms anders. De kosten van het ontwikkelen van het eigen merk, bijvoorbeeld het ontwerp van de verpakking, probeerde je bij de fabrikant neer te leggen die het in de kostprijs deed. Dan is er niets aan de hand, want dan kwam dat in de belastprijs. Een enkele keer wilde die fabrikant dat niet. Die wilde dan wel dat eigen merk maken maar niet de ontwikkeling van bijvoorbeeld de verpakking. Dat ging dan in een post die wij de margecorrecties noemden. Dat werkte toen ten gunste van de franchisenemers, want het zou redelijk zijn om die kosten naar rato in rekening te brengen aan de franchisenemers maar op dat moment deden we dat niet omdat we franchise wilden stimuleren en het zo simpel mogelijk wilden houden. Onverdeelde marge Naast de belastprijs waren er omzetpremies en bonussen die niet in de kostprijs opgenomen waren, en dus ook niet in de belastprijs aan de filialen en de franchisenemers verwerkt werden. Dit noemden wij de onverdeelde marge. Dat was zo omdat je van tevoren niet wist of je die omzetpremies of bonussen zou ontvangen, omdat ze meestal gekoppeld waren aan het behalen van bepaalde doelen. Wat [B] zegt over de onverdeelde marge klopt in grote lijnen. Wij hadden in die tijd geen moeite met de indeling. Iets was een omzetpremie, een korting of een bonus. Al deze posten werden gedeeld met de franchisenemers. Ik kan mij niet herinneren dat we ingewikkelde afspraken hadden over bonussen die niet werden gedeeld. Die hadden we niet. Het was heel simpel. Wel werd er regelmatig overleg gepleegd over nieuwe ontwikkelingen zoals BTW en first placements (zie onder). De onverdeelde marge werd niet helemaal evenredig verdeeld. Als de onverdeelde marge lager was dan 0,15% van de consumentenomzet incl. BTW, dan kon Albert Heijn het verschil factureren aan de Franchisenemer. Als die hoger was dan 0,35%, kreeg de franchisenemer het verschil naar rato van zijn consumentenomzet teruggestort. Uw leden hebben mij gevraagd of dat om instuwingsomzet ging of om consumentenomzet en of de btw daar bij betrokken werd. De hele cultuur binnen Albert Heijn was zo dat als je het over omzet had, je het altijd over consumentenomzet incl. btw had. In het contract van 1989, waar ik mee gewerkt heb, werden de percentages van de onverdeelde marge duidelijk gekoppeld aan de consumenten omzet inclusief BTW. De fee daarentegen werd expliciet gekoppeld aan de Albert Heijn verkoopwaarde van de instuwing (de door of via AH aan franchisenemers geleverde goederen) exclusief btw, dit naar aanleiding van een btw verhoging. […] Valutaverschillen Ik weet niet meer of verliezen en winsten als gevolg van schommelingen in de valutakoersen via de belastprijs met de franchisenemers werd verrekend, maar ik denk het wel. […] Het zat in ieder geval niet in de onverdeelde marge. Distributiekosten en Centrale Slagerijkosten De distributiekosten werden altijd op basis van dezelfde tarieven doorbelast die ook aan de eigen filialen in rekening werden gebracht. Die tarieven waren gebaseerd op de kostprijs en een redelijke vergoeding voor het in de distributiecentra geïnvesteerde vermogen. Dus wat [B] daarover zegt klopt ook. […] Fee Natuurlijk werd er een fee betaald voor het gebruik van de Albert Heijn formule. De diensten en kosten die worden gedekt door de fee staan in het contract van 1989 globaal beschreven. Genoemd worden de landelijke publiciteit in de media, het reclame materiaal in de winkel, de kosten van facturering en administratieve afwikkeling binnen de administratie van AH, de verkoopplannen en berichten met betrekking tot de door AH geleverde goederen, het recht om de Albert Heijn formule te voeren en het verkrijgen van een exclusief verzorgingsgebied, de benodigde opleidingen en begeleiding om zo snel mogelijk vertrouwd te taken met de AH systemen en procedures, en een bijdrage in de initiële kosten van verkoopbevordering na de opening. […] Uw leden hebben mij voorbeelden voorgelegd van algemene verrekeningen met de onverdeelde marge, en vroegen mij hoe wij daar destijds over zouden oordelen: - kosten voor de organisatie van AH: gedekt door de fee. - kosten voor de inkoop bij de leveranciers (zoals kosten van mensen die betrokken zijn bij onderhandelingen met de leveranciers): gedekt door de fee. - kosten personeel […]: gedekt door de fee. AES is een geval apart. Het staat voor Ahold European Sourcing, en is een Ahold dochter die voor alle Europese vestigingen inkoopdiensten verleent. AES wordt geacht scherper te kunnen inkopen dan de eigen inkooporganisatie van AH door gebruik te maken van het grotere gezamenlijke volume van alle Europese Ahold vestigingen. Waarschijnlijk zullen zij ook eigen bonussen genereren. Als AH proportioneel personeelskosten van AES in mindering brengt van de onverdeelde marge, dan zou het redelijk zijn om ook de door AES gegenereerde bonussen proportioneel aan de onverdeelde marge toe te voegen. - kosten voor knowhow ontwikkeling en innovaties en kosten voor formuleontwikkeling waardoor de merknaam “Albert Heijn” verder wordt geladen: gedekt door de fee. - kosten voor spaaracties: deze producten worden meestal besteld door de winkels, en bij de kassa gratis geleverd aan de klanten. Het is logisch dat deze kosten doorbelast worden aan alle winkels, ook aan franchisenemers. Niet als verrekening bij de onverdeelde marge, maar als belastprijs bij de bestelling. Specifieke vragen die aan [B] zijn gesteld. Hieronder geef ik mijn antwoorden op de specifieke vragen die aan [B] zijn gesteld. 1. Is een vendor allowance een bonus? Vendor allowance is de Amerikaanse naam voor een bonus, meestal gebruikt door buitenlandse leveranciers en multinationals. Het is een leveranciersbijdrage die uiteraard een bonus is en in de onverdeelde marge hoort. 2. Is het een bonus als het een ‘first-placement’ is met een inkoopprijs nul en een bijdrage in het blad Allerhande? Een first placement is de eerste inname van een nieuw product in de winkel. Wanneer de inkoopprijs nul is, beoogt de fabrikant de investering in de voorraad van de winkel voor zijn rekening te nemen. Dan hoort uiteraard de belastprijs ook nul te zijn, of het nu een filiaal is of een franchisenemer. Zo is het destijds ook afgesproken naar aanleiding van een concrete casus. Soms is ook een second placement gratis of tegen een verlaagde prijs. Daar geldt dan hetzelfde voor. Het is formeel geen bonus in geld, maar in gratis goederen. De verrekening geschiedt dan ook via de belastprijs van 0, niet via de onverdeelde marge. In tegenstelling tot wat [B] schrijft, is een bijdrage aan het Allerhande winkelmagazine geen bonus, en zat die dus niet in de onverdeelde marge. Het blad Allerhande zat in de Media/Reclame begroting van Albert Heijn. Doordat de leveranciers betalen voor een advertentie in Allerhande of voor een artikel over hun product, werden de kosten van de Allerhande gedekt. Het mooie is, dat we zonder kosten een hele goede marketingtool hadden. Hiervan profiteerden alle winkels, filiaal of Franchisenemer. In de media-begroting werden zowel de kosten van Allerhande als de opbrengsten begroot. In de begroting van 1993 werden de kosten begroot op bijna 12 mln euro, en de opbrengsten op ruim 12 mln. Het verschil was minder dan 1 mln, bedoeld om eventuele tegenvallers bij de verkoop van advertenties op te kunnen vangen, In het gesprek met de leden van uw vereniging is mij verteld dat Albert Heijn nu wel substantiële winst maakt op de Allerhande. Dat was in mijn tijd niet zo. Dit is dan een voorbeeld van een nieuwe ontwikkeling waar je in redelijkheid en billijkheid naar moet kijken. Dat begint met het in alle openheid boven water krijgen van de cijfers, zowel de opbrengsten als de kosten. 3. Is een Stellingbonus een bonus? Een stellingbonus is een financiële tegemoetkoming voor het feit dat de winkel stellingruimte beschikbaar stelt, of dat nou een filiaal is of een franchisenemer. Een fabrikant wil immers graag zijn product op de plank zien. Een nieuwe ontwikkeling, maar naar redelijkheid en billijkheid hoort deze bonus in de onverdeelde marge. 4. Hoe dat gaat met forward buying is door [B] goed verwoord. Als je teveel producten inkoopt tegen de goedkope actieprijs en je hebt daar van over na de actie, dan kan je een product dat je tegen de actieprijs hebt ingekocht verkopen voor de normale verkoopprijs. […]. Maar voor zover leveranciers het oude systeem nog toepassen, hoort de lagere actieprijs in de belastprijs te staan, ook als de franchisenemer na de actie nog een restantvoorraad heeft. Het zou onredelijk zijn wanneer Albert Heijn via het oude systeem inkoopt, en de franchisenemers (en de filialen) via het nieuwe systeem belast worden. 5. Kunnen er kosten in mindering gebracht worden op de onverdeelde marge? Mijn antwoord is: in principe niet tenzij daarover overlegd wordt en afspraken worden gemaakt. En voor de kosten die gedekt worden door de fee, zoals verwoord in het contract, kunnen uiteraard geen kosten in rekening worden gebracht. […] Betalingskortingen Uw leden hebben verder nog gevraagd wat ik weet over de betalingskortingen die Albert Heijn verkrijgt van leveranciers. De betalingskorting zat niet in de onverdeelde marge. De reden was, dat betalingskorting een financieringskeuze was. Ik kan kiezen tussen snel betalen met korting, maar dan moet ik het eerst zelf financieren met een banklening. Of ik kan langzaam betalen zonder korting en dan hoef ik geen lening bij de bank af te sluiten. De retail markt in Nederland heeft zich ontwikkeld in de richting van de Zuid-Europese betaalgewoonten: De betaaltermijn is steeds langer geworden en beweegt zich nu rond de 60 dagen. Vroeger was er een korte betaaltermijn voor verse goederen (rond 10 dagen) en een langere voor niet-verse goederen (rond 30 dagen). De verlenging van de betaaltermijn is door de hele retailsector afgedwongen, niet alleen door Albert Heijn. Dit ging ten koste van de leveranciers, die extra leningen bij hun bank moesten afsluiten om hieraan te kunnen voldoen. Feitelijk worden nu de goederen pas betaald wanneer zij allang verkocht zijn. Voor een leverancier moet het ook uit de lengte of de breedte komen, dus het is niet ondenkbaar dat de langere betaaltermijn na verloop van tijd ten koste van de betalingskorting of de bonussen is gegaan. Uiteindelijk maakt het voor de leverancier niet uit of hij de korting via een betalingskorting of via een bonus geeft, voor hem telt het netto bedrag onder aan de streep. Mocht het zo zijn (wat ik niet weet) dat de bonussen omlaag zijn gegaan, en de betalingskortingen omhoog, dan zou het redelijk en billijk zijn om nog eens naar de condities te kijken. […] Vermogenskosten Op uw vraag of het nog redelijk is dat in het Distributiekosten tarief vermogenskosten op basis van een WACC (Weighted Average Cost of Capital) percentage zit, zeg ik ja, want het gaat hierom een redelijke vergoeding voor het gehele geïnvesteerde vermogen in de distributiecentra, gebaseerd op een gewogen gemiddelde van het rendement op het eigen vermogen (aandeelhouders vergoeding), de rente op vreemd vermogen (de banken), en het ter beschikking gestelde ‘gratis’ vermogen (de leveranciers). Als dit goed berekend is, is het correct om dit in het tarief mee te nemen. […] Accountantscontrole Bij de jaarlijkse accountantscontrole werd door de Interne Controledienst van Albert Heijn gecontroleerd of alle aspecten van het Franchisecontract juist en volledig waren toegepast. De resultaten werden met mij besproken, en met het hoofd van de Interne Accountantsdienst van Ahold. Vervolgens werd de accountant van de Vereniging van AH Franchisenemers uitgenodigd om de resultaten te bespreken. Beide accountants konden in alle openheid alles met elkaar bespreken en onderzoeken. […].” 2.37. Eisers hebben een e-mail overgelegd van [D] , van 1992 t/m 1994 directeur franchising bij Albert Heijn. Deze e-mail houdt – onder meer – het volgende in: “[…] De feiten die [B] noemt in zijn brief, kan ik bevestigen. Hij was de eerste directeur franchising, ik was de derde. In mijn tijd waren de volgende zaken veranderd ten opzichte van de door [B] beschreven situatie: 1 .de fee is van 3% naar (ik meen) 3,27%gegaan en werd niet langer geheven over de consumentenomzet inclusief btw maar over de consumentenomzet exclusief btw. Dit is gedaan om de effecten van een door de overheid doorgevoerde btw wijziging te neutraliseren. 2.de bonusafspraken zijn kennelijk aangepast. In mijn tijd gold de regel: de franchisegever heeft recht op een bonus van tenminste 0,15% en ten hoogste 0,3%. Daar boven delen de franchisenemers mee en daar onder betalen de franchisenemers bij. […].” 2.38. In het weekbericht van AHF aan de franchisenemers d.d. 3 oktober 1994 heeft AHF het te introduceren airmilesprogramma toegelicht. Het weekbericht houdt – voor zover hier van belang – het volgende in: “[…] Verdeling van de kosten tussen de deelnemende bedrijven LMN is de exploitant van het programma. De kosten die zij maakt worden gedekt uit de bijdrage door de hoofdsponsors (AH, […]). Naast deze bedrijven kunnen ook anderen airmilepunten gaan uitgeven waarbij inkomsten uit de verkoop van airmiles ontstaan. Deze inkomsten verlagen de kostprijs van een airmile. […] Verdeling van kosten tussen AH en AH Franchising […] Eénmaal per jaar worden vooraf de kosten van een airmilepunt ingeschat. Iedere winkel krijgt dan periodiek de kosten van uitgegeven airmilepunten doorberekend via AH Franchising B.V.. Jaarlijks wordt het tarief vastgesteld waarbij overs of tekorten in het nieuwe tarief worden gestopt. Franchisenemers en filialen worden gelijkelijk behandeld. […].” 2.39. In een memo van 23 februari 1995 van AH aan het bestuur van de VAHFR zijn de volgende notulen van de werkgroep administratie d.d. 2 februari 1995 opgenomen: “[…] Met betrekking tot de air-miles-aktie wordt de opmerking gemaakt dat AH op dit moment wel bedragen in rekening brengt bij ondernemers, maar zelf (nog) niet veel kosten hoeft te maken. Dit houdt in dat AH een rente-voordeel geniet. Gesteld wordt dat dit op enige wijze dient terug te vloeien naar ondernemers. De heer [E] [de rechtbank: AHF] antwoordt dat er inderdaad sprake moet zijn van een vergoeding aan ondernemers en dat dit tot uiting zal komen in het tarief per air-mile van volgend jaar. Hij zegt toe terug te komen op de hoogte van deze rente-vergoeding. [...].” 2.40. Bij brief van 20 juni 1995 heeft AHF het volgende geschreven aan de VAHFR: “[…] Eventuele winsten, uitgekeerd door LMN aan Albert Heijn B.V., komen zowel ten goede aan filialen als franchisenemers. Voor zover deze opbrengsten worden gerealiseerd tijdens de looptijd van de airmilescampagne wordt dit verwerkt in het tarief.” 3. De vorderingen 3.1. De franchisenemers c.s. vorderen – na wijzigingen van eis – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Ten aanzien van de uitleg van de bepalingen van de FO: Inhoud onverdeelde marge A. Te verklaren voor recht dat artikel 7 van de franchiseovereenkomsten met betrekking tot de inhoud van de werkelijke onverdeelde marge zo moet worden uitgelegd dat daarin zijn begrepen alle opbrengsten en/of andere voordelen, hoegenaamd en van welke omvang ook en derhalve niets uitgezonderd, die de franchisegever en/of Ahold-Groep verkrijgt van leveranciers en andere partijen die via de Albert Heijn winkelformule (inclusief de e-commerce component daarvan) onder meer hun producten, diensten en/of activiteiten willen verkopen en promoten en/of die klantendata en andere informatie willen kopen welke met gebruikmaking van de Albert Heijn winkelformule zijn verzameld, alles steeds in de ruimste zin van het woord. Dit voor zover deze opbrengsten niet via een verlaging van de inkooprijs als onderdeel van de belastprijs aan de franchisenemer zijn doorgegeven. B. Te verklaren voor recht primair dat artikel 7 van de franchiseovereenkomsten met betrekking tot de inhoud van de werkelijke onverdeelde marge geen ruimte laat voor het in aftrek brengen van kosten voordat een opbrengst of voordeel zoals hiervoor bedoeld onder A. kwalificeert als inhoud van de werkelijke onverdeelde marge. En subsidiair - voor het geval uw rechtbank van oordeel is dat artikel 7 van de franchiseovereenkomsten wel ruimte laat voor het in rekening brengen van kosten voordat een opbrengst of ander voordeel als bedoeld onder A. kwalificeert als werkelijke onverdeelde marge - de franchisegever aan de franchisenemers schriftelijk en per onderscheiden post gespecificeerd moet aangeven welke kosten hij precies in aftrek heeft gebracht en wat de omvang daarvan is, zodat eisers zich daarover een oordeel kunnen vormen. C. Te verklaren voor recht dat Advertising Allowances zoals omschreven in alinea 4.2.95 van de conclusie van repliek kwalificeren als werkelijk onverdeelde marge zoals bedoeld in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten. Geen dubbele kosten D. Te verklaren voor recht dat het door de franchisenemers met de franchisegever in de franchiseovereenkomsten afgesproken conditiestelsel met zich brengt dat dezelfde kosten slechts een keer en niet meerdere keren (dus dubbel of driedubbel) via verschillende onderdelen van het conditiestelsel aan de franchisenemers in rekening mogen worden gebracht en/of met de franchisenemers mogen worden verrekend. Action Discount Resultaten E. Te verklaren voor recht dat de franchisegever de door hem en/of de Ahold-Groep behaalde Action Discount Resultaten (actiekorting resultaten) zoals omschreven in alinea 4.2.141 van de conclusie van repliek met de franchisenemers moet delen. Dit primair door deze in mindering te brengen op de aan de franchisenemers in rekening te brengen inkoopprijzen als onderdeel van de belastprijzen zoals bedoeld in Bijlage Ill sub V (versie 2002), respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) bij de franchiseovereenkomsten of een latere correctie daarop als dat niet mogelijk is en subsidiair door de Action Discount Resultaten met de franchisenemers te delen via de afrekening van de werkelijk onverdeelde marge zoals omschreven in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten. Payment Discounts F. Te verklaren voor recht dat de franchisegever de door hem en/of de Ahold-Groep behaalde Payment Discounts (betalingskortingen) zoals omschreven in alinea 4.2.172 van de conclusie van repliek met de franchisenemers moet delen. Dit primair door deze in mindering te brengen op de aan de franchisenemers en de eigen winkels van de franchisegever in rekening te brengen inkoopprijzen als onderdeel van de belastprijzen zoals bedoeld in Bijlage III sub V (versie 2002), respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) bij de franchiseovereenkomsten of een latere correctie daarop als dat niet mogelijk is, en subsidiair door de Payment Discounts in mindering te brengen op de werkelijke vaste kosten van de logistieke/distributie infrastructuur van de franchisegever en AH zoals bedoeld artikel 7 en Bijlage III sub II (versie 2002), respectievelijk Bijlage II sub II (versie 2014) bij de franchiseovereenkomsten die als basis dienen voor het Abonnementstarief dat als onderdeel van de kosten voor Logistiek en Distributie aan de franchisenemers in rekening wordt gebracht en meer subsidiair door deze met de franchisenemers te delen via de afrekening van de werkelijke onverdeelde marge zoals omschreven in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten. Positieve margecorrecties G. Te verklaren voor recht dat de franchisegever met de franchisenemers moet delen alle door hem, en of AH en/of de Ahold-Groep toegepaste positieve margecorrecties zoals omschreven in de als productie 14 overgelegde pagina's van het Handboek, te weten: "bonussen, betalingskorting, bijdrage Samenwerkende leveranciers, Prijsverschillen, koffiewaardepunten, opbrengsten Eigen Merk, herwaarderingen, bijzonder baten en overige margeverschillen. Dit in beginsel via de kostprijs als onderdeel van de aan de franchisenemers in rekening gebrachte belastprijzen zoals bedoeld in artikel 7 en Bijlage III sub V (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten of een correctie daarop op een later tijdstip als dat in redelijkheid niet kan. En voor zover het geen zuiver kostprijselement is via de afrekening van de werkelijke onverdeelde marge zoals omschreven in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten. Positieve posten rapport Con4All H. Te verklaren voor recht dat de franchisegever met de franchisenemers moet delen alle door Con4All in haar rapport d.d. 5 oktober 2015 (gedeponeerd als productie 52) genoemde positieve posten te weten: Incentives Strategische Partners, AES-baten, Advertising Allowances (onder meer voor het blad Allerhande en de AH bonus folder), Acquisitiebijdrage leveranciers, CeWe Colours vendor allowance, AMS opbrengsten, dividend inzake AMS, bijdrage frisdrankenleverancier, levering van producten voor eigen gebruik, WK-actie promotionele bijdrage, bijdrage bancarellas, correctie vrijval voorziening prijsverschillen en marge verkopen e-vouchers. Dit door deze met de franchisenemers te delen via de afrekening van de werkelijke onverdeelde marge zoals omschreven in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten. En als het een bijdrage betreft welke kwalificeert als een zuiver kostprijs element via de kostprijs als onderdeel van de aan de franchisenemers in rekening gebrachte belastprijzen zoals bedoeld in artikel 7 en Bijlage III sub V (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten of een correctie daarop op een later tijdstip als dat in redelijkheid niet kan. Aandeel onverdeelde marge I. Te verklaren voor recht dat het verhoudingsaandeel van de franchisenemers in de werkelijke onverdeelde marge zoals bedoeld in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten moet worden berekend als volgt: de bruto omzet die de franchisenemers realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw als percentage van de optelsom van de bruto omzet die de franchisenemers realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw + de bruto omzet die de eigen winkels van AH (inclusief de internetwinkel(
- s)van de Albert Heijn winkelformule en AH ToGo winkels) realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw. Geen kosten in de onverdeelde marge J. Te verklaren voor recht dat de franchisegever bij de afrekening van de werkelijk onverdeelde marge zoals bedoeld in artikel 7 van de franchiseovereenkomsten geen kosten in mindering mag brengen op het aandeel van de franchisenemers in de werkelijk onverdeelde marge. Direct toerekenbare kosten in de belastprijs K. Te verklaren voor recht primair dat kosten welke de franchisegever als direct toerekenbare kosten aan de franchisenemers in rekening wil brengen via de belastprijs als omschreven in artikel 7 en Bijlage III sub V (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten, vooraf, schriftelijk en per kostenpost gespecificeerd met hen overeengekomen moeten worden alvorens deze aan hen in rekening mogen worden gebracht, en subsidiair te verklaren voor recht dat het ontbreken van een goede definitie van de term "direct toerekenbare kosten" in relatie tot de belastprijs als omschreven in artikel 7 en Bijlage III sub V (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub V (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten maakt dat de franchisegever aan de franchisenemers schriftelijk en per post gespecificeerd moet aangeven welke kosten hij precies onder de term "direct toerekenbare kosten" laat vallen en wat de omvang daarvan is. Dit opdat voor de franchisenemers inzichtelijk is welke kosten zij in rekening gebracht krijgen en zij zich daar een oordeel over kunnen vormen. Kosten voor Logistiek en Distributie - Abonnementstarief L. Te verklaren voor recht dat voorraad pas kwalificeert als grondslag (activa) waarover vermogenskosten mogen worden berekend die aan de franchisenemers in rekening worden gebracht via het Abonnementstarief als onderdeel van de kosten voor Logistiek en Distributie zoals omschreven in artikel 7 en Bijlage III sub II (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub II van de franchiseovereenkomsten, indien en voor zover de franchisegever althans AH en/of Ahold-Groep deze voorraad aan de leveranciers heeft betaald voordat deze via de franchisegever in rekening worden gebracht aan de franchisenemers en de franchisegever van de franchisenemers daarvoor betaling heeft ontvangen. M. Te verklaren voor recht dat rentevoordelen of andere voordelen die franchisegever althans AH en/of Ahold-Groep verkrijgt gedurende de perioden waarin zij wel al over de betalingen van de franchisenemers beschikken als tegenprestatie voor via de franchisegever aan de franchisenemers geleverde voorraad maar zij deze voorraad zelf nog niet hebben betaald aan de leveranciers daarvan, kwalificeren als vermogensopbrengsten die moeten worden betrokken in de jaarlijkse eindafrekeningen van het definitieve Abonnementstarief als onderdeel van de kosten voor Logistiek en Distributie zoals omschreven in Bijlage III sub II (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub II (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten. Kosten voor Logistiek en Distributie - Collotarief N. Te verklaren voor recht dat de met ingang van 2009 doorgevoerde verhoging van het Collotarief als onderdeel van de kosten voor Logistiek en Distributie zoals omschreven in artikel 7 en bijlage III sub II (versie 2002) respectievelijk Bijlage II sub II (versie 2014) van de franchiseovereenkomsten ten onrechte aan de franchisenemers in rekening is gebracht en ook niet aan de franchisenemers in rekening gebracht mag worden. En dat ditzelfde ook geldt voor alle extra andere kosten die direct samenhangen met de wijze van belevering die aan de verhoging van het Collotarief ten grondslag ligt, zoals - maar niet uitsluitend - kosten die verband houden met het grotere beslag op ruimte in de distributiecentra, het daaraan gerelateerde deel van de huur in distributiecentra en de kosten van extra vervoersbewegingen. Airmiles - winst O. Te verklaren voor recht dat de franchisegever eventuele winsten of andere baten, uitgekeerd en/of opgebouwd en/of gereserveerd door LMN aan / door / voor AH of een andere entiteit binnen de Ahold-Groep en toerekenbaar aan AH, met de franchisenemers moet delen. Dit primair door het aandeel in die winst per individuele franchisenemer te berekenen als volgt: (
- i)het aantal in de winkel(
- s)van de individuele franchisenemer uitgegeven Airmiles als percentage van de optelsom van (
- i)het aantal in de winkels van alle franchisenemers uitgegeven Airmiles + (
- ii)het aantal in de eigen winkels van AH (inclusief haar internetwinkel(
- s)uitgegeven airmiles. En subsidiair door het aandeel in die winst per individuele franchisenemer te berekenen naar rata van zijn aandeel in de totale consumentenomzet van AH en alle franchisenemers tezamen, waarbij dat aandeel wordt berekend als volgt: de bruto omzet die de franchisenemer realiseert door zijn verkopen aan consumenten exclusief btw als percentage van de optelsom van de bruto omzet die alle franchisenemers tezamen realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw + de bruto omzet die de eigen winkels van AH (inclusief de internetwinkel(
- s)van de Albert Heijn winkelformule en exclusief AH ToGo winkels*) realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw (*over aankopen bij AH ToGo worden geen Airmiles uitgegeven) En bij zowel de primaire als de subsidiaire vordering te verklaren voor recht dat betaling van dit aandeel door de franchisegever aan de individuele franchisenemers steeds dient plaats te vinden gelijktijdig met de jaarafrekeningen van de kosten voor Logistiek en Distributie en het aandeel van de franchisenemers in de onverdeelde marge. Airmiles-rentevoordelen P. Te verklaren voor recht dat de franchisegever primair aan iedere individuele franchisenemer dient (door) te betalen alle rente- of andere voordelen genoten en/of opgebouwd en/of gereserveerd door / voor de franchisegever, AH of een andere entiteit binnen de Ahold-Groep en toerekenbaar aan AH, tussen het moment waarop hij van deze franchisenemer betaling heeft ontvangen voor de kosten voor de uitgifte van Airmiles en het moment waarop de franchisegever en/of AH of een andere entiteit binnen de Ahold-Groep deze van de franchisenemer ontvangen betaling doorbetaalt aan LMN of een door LMN aangewezen derde. Dit steeds gelijktijdig met de jaarafrekeningen van de kosten voor logistiek en distributie en het aandeel van de betrokken franchisenemer in de onverdeelde marge. En subsidiair door het aandeel in die rentevoordelen per individuele franchisenemer te berekenen naar rata van zijn aandeel in de totale consumentenomzet van AH en alle franchisenemers tezamen, waarbij dat aandeel wordt berekend als volgt: de bruto omzet die de franchisenemer realiseert door zijn verkopen aan consumenten exclusief btw als percentage van de optelsom van de bruto omzet die alle franchisenemers tezamen realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw + de bruto omzet die de eigen winkels van AH (inclusief de internetwinkel(
- s)van de Albert Heijn winkelformule en exclusief AH ToGo winkels*) realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw (*over aankopen bij AH ToGo worden geen Airmiles uitgegeven) En bij zowel de primaire als de subsidiaire vordering te verklaren voor recht dat betaling van dit aandeel door de franchisegever aan de individuele franchisenemers steeds dient plaats te vinden gelijktijdig met de jaarafrekeningen van de kosten voor Logistiek en Distributie en het aandeel van de franchisenemers in de onverdeelde marge. Airmiles-non-redemptie Q . Te verklaren voor recht dat voordelen genoten en/of opgebouwd en/of gereserveerd door /voor de franchisegever en/of Ahold-Groep en toerekenbaar aan AH, uit hoofde van non-redemptie van door de franchisenemers uitgegeven en betaalde Airmiles aan de franchisenemers moeten worden (terug)betaald. De eenvoudigste manier daarvoor is om aan iedere franchisenemer de door hem betaalde kosten voor de niet-verzilverde airmiles terug te betalen, maar het kan ook door afdracht van het door de non-redemptie ontstane deel van de winst. Dit laatste door het aandeel in die non-redemptie per individuele franchisenemer te berekenen naar rato van zijn aandeel in de totale consumentenomzet van AH waarbij dat aandeel wordt berekend als volgt: de bruto omzet die de franchisenemer realiseert door zijn verkopen aan consumenten exclusief btw als percentage van de optelsom van de bruto omzet die alle franchisenemers tezamen realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw + de bruto omzet die de eigen winkels van AH (inclusief de internetwinkel(
- s)van de Albert Heijn winkelformule en exclusief AH ToGo winkels) realiseren door hun verkopen aan consumenten exclusief btw (*over aankopen bij AH ToGo worden geen Airmiles uitgegeven) En bij zowel de primaire als de subsidiaire vordering te verklaren voor recht dat betaling van dit aandeel door de franchisegever aan de individuele franchisenemers steeds dient plaats te vinden gelijktijdig met de jaarafrekeningen van de kosten voor Logistiek en Distributie en het aandeel van de franchisenemers in de onverdeelde marge. Ten aanzien van de wijziging van artikel 20 FO 2007: R. De overeenkomst tot wijziging van artikel 20 van de franchiseovereenkomsten, zoals verwoord en vastgelegd in de brief van 9 maart 2007 van Albert Heijn Franchising B.V. aan de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers voor akkoord ondertekend, te vernietigen; Ten aanzien van de normenkaders: Primair: S. te verklaren voor recht dat eisers sub 2 t/m 243 niet gebonden zijn aan enig normenkader, althans in ieder geval niet met betrekking tot de boekjaren 2008 en volgende; Subsidiair: T. te verklaren voor recht dat de normenkaders geen wijzigingen in de rechten en plichten uit hoofde van artikel 7 van de franchiseovereenkomst met betrekking tot de belastprijzen, de onverdeelde marge en de kosten van logistiek en distributie kunnen aanbrengen, althans hebben aangebracht; Meer subsidiair: U. Te verklaren voor recht dat VAHFR in haar statuten, noch in de franchiseovereenkomsten overeenkomstig de modellen als opgenomen in producties 1 t/m 5 van de inleidende dagvaarding, noch bij de wijziging van artikel 20 FO op 9 maart 2007 bevoegdheid c.q. volmacht heeft verkregen van franchisenemers om namens hen met de franchisegever afspraken te maken die de rechten van franchisenemers met betrekking tot de belastprijzen, de onverdeelde marge en de kosten van logistiek en distributie verminderen of beperken en dat, voor zover dergelijke afspraken zouden zijn gemaakt, deze eisers sub 2 t/m 243 niet binden; Ten aanzien van de nakoming van de franchiseovereenkomst: Primair: V. Een deskundigenbericht te bevelen als bedoeld in artikel 194 Rv en in dat kader drie onafhankelijke registeraccountants tot deskundigen te benoemen met de opdracht onderzoek te doen naar a. de juistheid van de aan de franchisenemers in rekening gebrachte belastprijzen voor de door of via de franchisegever aan de franchisenemers geleverde artikelen, deze vast te stellen, daarover een controleverklaring met een goedkeurend oordeel af te leggen en daarnaast verslag te doen over de inhoud en omvang van de kosten die als "direct toerekenbare kosten" in de belastprijs zijn opgenomen zodat eisers zich daar een oordeel over kunnen vormen en kunnen controleren of kosten dubbel aan hen in rekening worden gebracht; b. de omvang en volledigheid van alle door de Ahold-Groep verkregen onverdeelde marge, deze vast te stellen en daarover een controleverklaring met een goedkeurend oordeel af te leggen; c. het definitieve Abonnementstarief, Ordertarief en Collotarief als onderdeel van de kosten van Logistiek en Distributie, deze vast te stellen en daarover een controleverklaring met een goedkeurend oordeel af te leggen; d. hetgeen iedere eiser sub 2 t/m 243 op basis van de sub a., b. en c. gemaakte vaststellingen toekomt en dit voor ieder van hen vast te stellen, rekening houdend met hetgeen ter zake onverschuldigd door hen aan de franchisegever is voldaan en hetgeen de franchisegever ter zake reeds aan hen heeft voldaan, een en ander zoals als bedoeld in artikel 7 en Bijlage III van de franchiseovereenkomst, versie 2002, en met betrekking tot de boekjaren 2008 en volgende, tot en met het laatste boekjaar dat op de datum van het ten deze te wijzen eindvonnis is voltooid, alles met inachtneming van de in deze procedure te wijzen vonnissen ten aanzien van de gevraagde verklaringen voor recht en vaststelling van nietigheden en vernietigingen, een en ander zo nodig aan de hand van een door de rechtbank op te stellen vragenlijst aan de deskundigen ten behoeve van het door hen uit te voeren onderzoek, althans een zodanig deskundigenbericht als uw rechtbank in goede justitie meent te moeten gelasten; W. gedaagden, althans de franchisenemer [de rechtbank: bedoeld zal zijn: franchisegever], en Koninklijke Ahold N.V. ieder afzonderlijk (hoofdelijk) te bevelen volledige medewerking te verlenen aan het in sub V bedoelde onderzoek van deskundigen en binnen een door uw rechtbank te bepalen redelijke termijn alle naar het oordeel van de deskundigen voor het onderzoek relevante informatie en bescheiden, in welke vorm dan ook, aanwezig binnen de administratie van de Ahold-Groep, aan de deskundigen ter beschikking te stellen en/of ter inzage te verstrekken, waaronder in ieder geval de in par. 5.8 van hoofdstuk 5 van de conclusie van repliek genoemde informatie en bescheiden, en onder de verplichting op verzoek van de deskundigen een Letter of Representation te ondertekenen waarin wordt verklaard dat aan de deskundigen alle relevante informatie heeft verstrekt, op straffe van verbeurte door de overtreder aan eisers van een dwangsom van EUR 100.000,-, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere overtreding van dit bevel en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt; X. te bepalen dat de kosten en verschotten verbonden aan de werkzaamheden van die deskundigen worden gedragen door het Ahold concern; Y. de franchisegever en Koninklijke Ahold N.V. jegens ieder van de eisers sub 2 t/m 243 hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan ieder van hen van die bedragen die de franchisegever over de boekjaren 2008 en volgende tot en met het laatste boekjaar dat op de datum van het ten deze te wijzen eindvonnis is voltooid verschuldigd is uit hoofde van nakoming, althans uit hoofde van herstel van tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van de franchiseovereenkomst met betrekking tot de belastprijzen, de onverdeelde marge en de kosten van logistiek en distributie, rekening houdend met hetgeen ter zake onverschuldigd door hen aan de franchisegever is voldaan, een en ander zoals door uw rechtbank naar aanleiding van het deskundigenbericht te bepalen, alles te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand, subsidiair met de wettelijke handelsrente ex art. 6: 119a BW, meer subsidiair met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW, vanaf 30 dagen na de opeisbaarheid van de respectievelijke vorderingen, oftewel per 1 februari ten aanzien van de afrekening van het boekjaar daaraan voorafgaand, subsidiair vanaf het gereedkomen van het concept KPMG rapport d.d. 31 januari 2014, meer subsidiair vanaf 27 juni 2014, nog meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening; Subsidiair: Z. Gedaagden, althans de franchisegever, en Ahold hoofdelijk te veroordelen tot nakoming van de franchiseovereenkomsten met eisers 2 t/m 243, althans tot herstel van tekortkomingen, in het bijzonder door zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden na het te dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen termijn a. de juiste belastprijzen voor de door of via de franchisegever aan de franchisenemers geleverde artikelen te vast te stellen en, indien in de belastprijs "direct toerekenbare kosten" zouden zijn opgenomen, daarnaast verslag te doen over de inhoud en omvang van die kosten, zodat eisers zich daar een oordeel over kunnen vormen, en b. de omvang van alle door de Ahold-Groep verkregen onverdeelde marge vast te stellen, ten aanzien van de kosten van logistiek en distributie het definitieve Abonnementstarief, Ordertarief en Collotarief vast te stellen, en d. hetgeen iedere eiser sub 2 t/m 243 op basis van de sub a., b. en c. gemaakte vaststellingen toekomt voor ieder van hen vast te stellen, rekening houdend met hetgeen ter zake onverschuldigd door hen aan de franchisegever is voldaan en hetgeen de franchisegever ter zake reeds aan hen heeft voldaan, een en ander als bedoeld in de artikel 7 van de franchiseovereenkomst, versie 2002, een en ander met betrekking de boekjaren 2008 en volgende, tot en met het laatste boekjaar dat op de datum van het ten deze te wijzen eindvonnis is voltooid, alles met inachtneming van de in deze procedure te wijzen vonnissen, in ieder geval ten aanzien van de gevraagde verklaringen voor recht en vaststelling van nietigheden en vernietigingen, op straffe van verbeurte door de overtreder aan eisers van een dwangsom van EUR 100.000,-, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere overtreding van deze veroordeling en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt; AA. gedaagden, althans de franchisegever, en Ahold hoofdelijk te bevelen de sub Z bedoelde vaststellingen te voorzien van (
- i)een contoleverklaring met goedkeurend oordeel van drie door uw rechtbank aan te wijzen onafhankelijke registeraccountants en (
- ii)een ondertekende Letter of Representation waarin jegens de registeraccountants wordt verklaard dat aan hen alle relevante informatie is verstrekt, en deze binnen 14 dagen na afloop van de onder Z gestelde termijn aan eiser sub 1 doen toekomen, op straffe van verbeurte door de overtreder aan eisers van een dwangsom van EUR 100.000,- , althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere overtreding van dit bevel en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt; BB. gedaagden, althans de franchisegever, en Koninklijke Ahold N.V. ieder afzonderlijk (hoofdelijk) te bevelen aan eisers, althans eiser sub 1, althans een of meer door eisers aan te wijzen deskundigen, zo nodig onder door uw rechtbank te stellen redelijke voorwaarden, binnen 2 weken, althans een door uw rechtbank te bepalen redelijke termijn inzage te geven in alle benodigde informatie en bescheiden, in welke vorm dan ook, aanwezig binnen de administratie van de Ahold-Groep, althans de in par. 5.8 van hoofdstuk 5 van de conclusie van repliek genoemde informatie en bescheiden, teneinde de vaststellingen als bedoeld onder Z te controleren op juistheid en volledigheid, althans zich een oordeel over het aan eisers sub 2 t/m 243 toekomende bedrag te vormen, op straffe van verbeurte door de overtreder aan eisers van een dwangsom van EUR 100.000,- , althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere overtreding van dit bevel en voor iedere dag dat die overtreding voortduurt; CC. de franchisegever en Koninklijke Ahold N.V. jegens ieder van de eisers sub 2 t/m 243 hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan ieder van hen van die bedragen die de franchisegever over de boekjaren 2008 en volgende tot en met het laatste boekjaar dat op de datum van het ten deze te wijzen eindvonnis is voltooid verschuldigd is uit hoofde van nakoming, althans uit hoofde van herstel van tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van art 7 van de franchiseovereenkomst met betrekking tot de belastprijzen, de onverdeelde marge en de kosten van logistiek en distributie, rekening houdend met hetgeen ter zake onverschuldigd door hen aan de franchisegever is voldaan, een en ander conform de vaststellingen als bedoeld onder Z, alles te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand, subsidiair met de wettelijke handelsrente ex art. 6: 119a BW, meer subsidiair met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW, vanaf 30 dagen na de opeisbaarheid van de respectievelijke vorderingen, oftewel per 1 februari ten aanzien van de afrekening van het boekjaar daaraan voorafgaand, subsidiair vanaf het gereedkomen van het concept KPMG rapport d.d. 31 januari 2014, meer subsidiair vanaf 27 juni 2014, nog meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening; Primair en subsidiair: DD. De franchisegever ten opzichte van eisers sub 2 t/m 243 te veroordelen om, zolang de thans tussen hen geldende bepalingen ten aanzien van het conditiestelsel van kracht zijn, de afrekeningen over boekjaren welke voltooid zullen zijn na het te dezen te wijzen vonnis op te stellen en uit te voeren met inachtneming van de te dezen te wijzen vonnissen ten aanzien van de verklaringen voor recht met betrekking tot de uitleg van de thans geldende franchiseovereenkomsten; Ten aanzien van het geven van inzage: EE. Te verklaren voor recht dat de franchisegever tegenover ieder van de eisers sub 2 t/m 243 op grond van de franchiseovereenkomst verplicht is die inlichtingen en bewijstukken te verschaffen die deze redelijkerwijs nodig heeft om zich een oordeel over de onverdeelde marge, de belastprijs en de logistiek en distributie kosten en daarmee het hem toekomende bedrag uit hoofde daarvan te vormen met betrekking tot het boekjaren 2008. FF. De franchisegever te veroordelen om binnen 2 weken na