RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/800590-15 Uitspraakdatum: 17 november 2017 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 november 2017 in de zaak tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonplaats] thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag. De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie, mr. M. van Oosten, en van hetgeen door verdachte en mr. G.R. Stolk, raadsman van verdachte, naar voren is gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Primair hij op of omstreeks 18 december 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan M. [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - deze [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt met zijn, verdachtes, geschoeide voet(en), en/of - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen heeft geschopt met zijn, verdachtes, geschoeide voet(en), en/of, - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt met zijn, verdachtes, (tot vuist gebalde) hand(en), en/of - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen heeft geslagen en/of gestompt met zijn, verdachtes, (tot vuist gebalde) hand(en), - dit (deels) terwijl deze [slachtoffer] reeds op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair hij op of omstreeks 18 december 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen M. [slachtoffer] heeft mishandeld door - deze [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen het hoofd te schoppen en/of te trappen met zijn, verdachtes, geschoeide voet(en), en/of - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen te schoppen en/of te trappen met zijn, verdachtes, geschoeide voet(en), en/of, - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen het hoofd te slaan en/of te stompen met zijn, verdachtes, (tot vuist gebalde) hand(en), en/of - [slachtoffer] (meermalen) (telkens) met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen te slaan en/of te stompen met zijn, verdachtes, (tot vuist gebalde) hand(en), - dit (deels) terwijl deze [slachtoffer] reeds op de grond lag. 2Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair ten laste gelegde feit vrijgesproken moet worden. Verdachte bekent een voet op de borstkas van het slachtoffer te hebben gehouden, maar ontkent het slachtoffer te hebben geschopt of getrapt. Verdachte stelt dat hij, door zo te handelen, juist mensen op afstand van het slachtoffer heeft gehouden. Naar de mening van de raadsman kan niet worden bewezen dat binnen in café “Noire” een poging tot zware mishandeling heeft plaatsgevonden, nu op de beelden is te zien dat op het moment dat het slachtoffer dit café verlaat, hij geen zichtbaar letsel heeft; het later bij het slachtoffer geconstateerde letsel past niet bij de handelingen die in het café zouden hebben plaatsgevonden, aldus de raadsman. Volgens de raadsman kan de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen van het subsidiair ten laste gelegde feit, nu binnen in het café op een gegeven moment sprake is geweest van een kluwen van slaande en schoppende personen, waarbij het slachtoffer is geraakt, en dat gesteld zou kunnen worden dat verdachte daarin een aandeel heeft gehad. 3.3 Bewijsmiddelen De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de aan dit vonnis als bijlage gehechte en daarvan deel uitmakende bewijsmiddelen. De rechtbank voegt hier nog aan toe dat zij, met goedvinden van partijen, in raadkamer de in het dossier bevindende beelden van café “Noire” heeft bekeken. De waarnemingen die [verbalisant] heeft opgenomen in zijn proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2015 (pagina’s 44 tot en met 56 van het dossier), stroken met hetgeen de rechtbank in raadkamer op de beelden heeft waargenomen. 3.4 Bewijsmotivering De rechtbank is van oordeel dat uit de aangehaalde bewijsmiddelen en met name uit het proces-verbaal van het uitkijken van de beelden van café “Noire”, voor zover het gevecht zich binnen in het café heeft afgespeeld, blijkt van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten dat sprake is van medeplegen. Dit betekent dat de gepleegde geweldshandelingen zowel aan verdachte als diens medeverdachten kunnen worden toegerekend. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat ook verdachte zelf het slachtoffer heeft getrapt en op hem heeft in gestampt. De rechtbank is voorts van oordeel dat het door meer personen met kracht slaan/stompen en schoppen/trappen tegen het lichaam van een persoon, deels terwijl deze persoon op de grond ligt – gelet op de voorzienbare mogelijke ernstige gevolgen hiervan – een poging tot zware mishandeling oplevert. Daaraan doet niet af dat het letsel in concrete gevallen kan meevallen. De rechtbank is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte en zijn medeverdachten in de onderhavige zaak zonder meer volgt, dat bij ieder van hen het opzet op het medeplegen van poging tot zware mishandeling aanwezig was. 3.5 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat Primair hij op 18 december 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan M. [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - deze [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt met geschoeide voet, en/of - [slachtoffer] meermalen met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen heeft geschopt met geschoeide voet, en/of, - [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt met (tot vuist gebalde) hand(en), en/of - [slachtoffer] meermalen met kracht tegen de romp en/of de armen en/of de benen heeft geslagen en/of gestompt met (tot vuist gebalde) hand(en), - dit deels terwijl deze [slachtoffer] reeds op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het primair bewezenverklaarde levert op: Medeplegen van poging tot zware mishandeling. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar. 5Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar. 6Motivering van de straffen 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. 6.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht de eis van de officier van justitie sterk te matigen en rekening te houden met de ouderdom van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf staat naar de mening van de raadsman niet in verhouding tot de ernst van het gepleegde feit. Het opleggen van een taakstraf, voor de duur van 80 uur, acht de raadsman passend. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft onder invloed van veel alcohol, samen met anderen, in een café geweld gepleegd tegen een persoon. Het slachtoffer heeft vele klappen gekregen en is, terwijl hij op de grond lag, met kracht tegen het lichaam geschopt en getrapt. Er mag van geluk worden gesproken dat de uiteindelijke fysieke gevolgen van het gevecht in het café relatief lijken te zijn meegevallen. Uit de toelichting van het slachtoffer op zijn vordering tot schadevergoeding komt naar voren dat het incident desalniettemin een grote impact op hem heeft gehad. Het slachtoffer ervaart nog steeds gevoelens van onbehagen wanneer hij zich in het uitgaansleven in zijn woonplaats begeeft. De rechtbank rekent verdachte zijn handelen ernstig aan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat geweld als het onderhavige, gepleegd in een drukke uitgaansgelegenheid, gevoelens van onveiligheid en onrust bij het publiek teweegbrengt. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 27 september 2017, waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het plegen van het feit weliswaar meer dan eens onherroepelijk was veroordeeld voor een geweldsdelict, maar dat mede gelet op de opgelegde straffen (een geldboete respectievelijk een taakstraf van 30 uur) de ernst van die zaken meevalt. Voorts heeft de rechtbank gelet op het rapport van Reclassering Nederland van 3 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.