RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/800181-17 (P) Uitspraakdatum: 22 december 2017 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 december 2017 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting [naam P.I. ] , te [plaats P.I. ] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Sanders en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 november 2016 te Heerhugowaard tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten verlies, althans (ernstige) vermindering van het gezichtsvermogen heeft toegebracht door ovenreiniger, althans een bijtende chemische vloeistof in het gezicht en de ogen van die [slachtoffer] te gieten/gooien. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.
- Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.
- Standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. 3.
- Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende: Uit het dossier blijkt dat op 22 november 2016 in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I. 2] te [plaats P.I. 2] een zware mishandeling van gedetineerde [slachtoffer] heeft plaats gevonden. Er zijn weliswaar aanwijzingen in het dossier voor de betrokkenheid van meer personen bij het tenlastegelegde, waaronder verdachte, maar van een actieve rol van verdachte bij het plegen van het delict is onvoldoende gebleken. Nu blijkens het dossier alleen aangever verklaart dat verdachte een actieve rol had, omdat hij degene is die [medeverdachte] heeft opgestookt en vlak voordat [medeverdachte] het bijtende middel in aangevers gezicht gooide heeft gezegd: “Hij is ready” en/of “Gooi het in zijn gezicht” en verdachte betrokkenheid bij het incident ontkent, is sprake van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. 4Vordering benadeelde partij De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 186.700,- (deels als voorschot) ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. 5Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering. Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. van Hoorn, voorzitter, mr. P. van Steijnen en mr. J.J.M. Uitermark, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 december
- Mr. Uitermark en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.