RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 5703686 \ CV EXPL 17-1286 Uitspraakdatum: 28 juni 2017 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] gevestigd en kantoorhoudend te [plaats] eiseres verder te noemen: [eiseres] gemachtigde: Van Arkel Gerechtsdeurwaarders & Incasso Eindhoven tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] gemachtigde: mr. M.R. Backer 1Het procesverloop 1.
- [eiseres] heeft bij dagvaarding van 26 januari 2017 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. 1.
- [gedaagde] heeft bij brief van 13 februari 2017 uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. Dit uitstel is haar verleend. Het namens haar door mr. Backer op 10 april 2017 ingediende tweede verzoek om uitstel is bij brief van 19 april 2017 door de kantonrechter afgewezen. 2De vordering 2.
- [eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 11.508,
- Zij stelt dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan ten behoeve van onder meer de PR, marketing, communicatie en grenswetenschappelijke behandelingen. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de op grond van de overeenkomst op haar rustende betalingsverplichting. 2.
- Het gevorderde bedrag bestaat uit vergoedingen voor verrichte behandelingen, dit betreft een bedrag van € 8.320,00 en een vergoeding in verband met het verzuim in de nakoming van afspraken van € 400,00, beide bedragen te vermeerderen met BTW. Daarnaast vordert [eiseres] € 77,26 aan wettelijke rente vanaf tien dagen na factuurdatum, de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 880,51, alsmede de proceskosten. 3De beoordeling 3.
- [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom worden toegewezen, zoals hierna omschreven. 3.
- De hoofdsom is niet betwist en zal worden toegewezen zoals gevorderd. [eiseres] vordert daarnaast wettelijke rente vanaf tien dagen na factuurdatum. Op de overgelegde factuur d.d. 7 juli 2016 staat, naast ‘Het totaalbedrag dient binnen 10 dagen te worden voldaan (..).’, ook vermeld: ‘Voorwaarden: 30 dagen’, zodat uit de factuur onvoldoende duidelijk blijkt welke betalingstermijn partijen zijn overeengekomen. De stelling van [eiseres] dat met [gedaagde] een betalingstermijn is overeengekomen wordt daarom als onvoldoende gegrond afgewezen. In de op de factuur volgende brief d.d. 27 juni 2016 wordt [gedaagde] de gelegenheid geboden binnen veertien dagen na ontvangst van de brief te betalen; deze brief zal als ingebrekestelling worden beschouwd, zodat vanaf 14 juli 2016 de wettelijke rente is verschuldigd. 3.
- [eiseres] maakt voorts aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief. De gevorderde incassokosten zullen worden toegewezen. 3.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] een bedrag van € 11.431,51 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 10.551,00 vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag van de gehele betaling; 4.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 85,14 griffierecht € 470,00 salaris gemachtigde € 300,00 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter