vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/244424 / HA ZA 16-375 Vonnis van 31 mei 2017 in de zaak van de rechtspersoon naar Zwitsers recht EUROMET S.A., gevestigd te Paradiso, Zwitserland, eiseres, advocaat mr. J.D. Bakker te 's-Gravenhage, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST, zetelend te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, gedaagde, advocaat mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding te Amsterdam. Partijen zullen hierna Euromet en de Ontvanger genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 september 2016 het proces-verbaal van comparitie van 17 maart 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 26 maart 2015 heeft de Ontvanger executoriaal beslag gelegd op inventaris, machines en twee vorkheftrucs van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Plus Trade Netherlands B.V. (hierna: Plus Trade) ter zake een belastingschuld van Plus Trade van € 1.185.497,-, te vermeerderen met invorderingsrente vanaf 26 maart 2015. Op 26 juni 2015 heeft de Ontvanger cumulatief beslag gelegd op een verpulveringsmachine en een profielrol-vorm-installatie (hierna tezamen: “de installatie”) voor grotendeels dezelfde belastingschuld. 2.2. Op 28 augustus 2015 heeft de heer [A.], een in de metaalsector gespecialiseerde senior register makelaar taxateur, werkzaam bij Troostwijk Waardering en Advies (hierna: Troostwijk), de in beslaggenomen zaken getaxeerd tegen liquidatiewaarde en deze vastgesteld op een bedrag van € 142.000,-. 2.3. Euromet heeft een vordering van € 347.953,56 te vermeerderen met rente en proceskosten op Plus Trade, in verband met de ontbinding van een koopovereenkomst tussen Euromet en Plus Trade op 30 september 2015. 2.4. Op 5 oktober 2015 is de executieverkoop door de Ontvanger in De Telegraaf aangekondigd. Voorts is op 5 oktober 2015 geadverteerd in een Duits vakblad genaamd MaschinenMarkt en op 9 oktober 2015 in Vraag & Aanbod Nederland (2015, nr. 41). Ook is de executieverkoop door Troostwijk aangekondigd via haar internetsite. 2.5. Op de veiling zijn de “Algemene voorwaarden Online veiling TroostwijkAuctions.com” en de “Specifieke Online Veilingvoorwaarden van een openbare veiling” van Troostwijk van toepassing verklaard. In de Specifieke Online Veilingvoorwaarden is bepaald dat alle kavels eerst afzonderlijk worden verkocht en dat daarna de ‘Combinatie’ wordt verkocht. Het startbedrag van een combinatie is het totaal van de opbrengst van de individuele kavels die deel uitmaken van de combinatie, vermeerderd met 5%. 2.6. Voor de veiling is een catalogus met een kavellijst opgesteld waarin per kavel het openingsbod is aangegeven; in totaal een bedrag van € 68.050,-. Vermeerderd met 5% zou het minimum bod voor alle combinaties € 71.452,50 bedragen. Het startbedrag is in onderling overleg tussen de belastingdeurwaarder en Troostwijk vastgesteld. 2.7. Op 15 oktober 2015 heeft de online executieverkoop via Troostwijk plaatsgevonden. De veilingopbrengst bedroeg € 191.400,- exclusief btw. 2.8. Op 4 november 2015 heeft Euromet tevergeefs geprobeerd conservatoir beslag te leggen op de installatie van Plus Trade. 2.9. Op 10 november 2015 heeft Euromet conservatoir beslag gelegd op de nog resterende handelsvoorraad van Plus Trade. 2.10. Bij vonnis van 6 januari 2016 van deze rechtbank is Plus Trade (bij verstek) veroordeeld om aan Euromet te betalen een bedrag van € 343.741,15 vermeerderd met wettelijke rente en een bedrag van € 5.941,84 aan proceskosten. Euromet heeft van haar vordering op PlusTrade nog niets geïncasseerd. 3Het geschil 3.1. Euromet vordert - samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair voor recht te verklaren dat de executoriale verkoop die ten laste van Plus Trade heeft plaatsgevonden op of omstreeks 15 oktober 2015 door middel van een veiling via internet nietig is, subsidiair de Ontvanger te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 347.682,99 inclusief omzetbelasting, vermeerderd met wettelijke handelsrente, (primair en subsidiair) met veroordeling van de Ontvanger in de proceskosten. 3.2. Euromet legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de verkoop op 15 oktober 2015 via internet heeft plaatsgevonden en dat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Volgens Euromet hadden de goederen van Plus Trade met inachtneming van de regelgeving zoals neergelegd in de eerste afdeling van de tweede titel van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv), waarin de gerechtelijke tenuitvoerlegging van roerende zaken die geen registergoed zijn, is neergelegd, met name artikel 463 Rv, verkocht moeten worden en is dit ten onrechte niet gebeurd. Het voorgaande maakt volgens Euromet dat de executieverkoop nietig is. Voorts stelt Euromet dat de Ontvanger onrechtmatig heeft gehandeld, omdat de verkoop zonder wettelijke grondslag heeft plaatsgevonden en een veel te lage opbrengst voor de installatie is gegenereerd. Volgens Euromet had een diepgaand onderzoek verricht moeten worden en hadden specifieke partijen aangezocht moeten worden en heeft de Ontvanger ten onrechte volstaan met een standaardverkoopmethode. Euromet stelt dat de verkoop van de installatie heeft plaatsgevonden op basis van minimum biedprijzen die niet in een redelijke verhouding staan tot de werkelijke waarde van de installatie. De marktwaarde van de installatie bedraagt volgens Euromet tussen de 2 en 4 miljoen euro. Als gevolg van het handelen van de Ontvanger zijn de schuldeisers van Plus Trade - waaronder Euromet – benadeeld, doordat hun verhaalsmogelijkheden tot nihil zijn gereduceerd, aldus Euromet. Euromet begroot de door haar ten gevolge van het onrechtmatig handelen van de Ontvanger geleden schade op een bedrag van € 347.682,99. 3.3. De Ontvanger voert verweer. De Ontvanger voert aan – naar de rechtbank begrijpt - dat Euromet geen belang heeft bij haar vorderingen. Ten aanzien van de primaire vordering van Euromet voert de Ontvanger aan dat bij de verkoop is voldaan aan de vereisten van artikel 463 Rv, zodat deze niet nietig is. Als de verkoop niet aan de vereisten van artikel 463 Rv voldeed, dan heeft de verkoop nog wel goederenrechtelijk effect en is de verkoop evenmin nietig, aldus de Ontvanger. De Ontvanger voert voorts aan dat, in het geval de verkoop teruggedraaid en over gedaan zou moeten worden, dit tot hoge kosten leidt, terwijl niet aannemelijk is dat een hogere opbrengst zou worden gerealiseerd, zodat Euromet hierbij geen rechtens te respecteren belang heeft. Ten aanzien van de subsidiaire vordering van Euromet voert de Ontvanger aan dat de executieverkoop voldoet aan de vereisten van artikel 463 Rv en ook overigens niet onrechtmatig is geweest. Subsidiair en meer subsidiair voert de Ontvanger aan dat er geen causaal verband bestaat tussen het handelen van de Ontvanger en de door Euromet gestelde schade respectievelijk dat de schade hem niet kan worden toegerekend. De Ontvanger betwist voorts de hoogte van de schade. Ten slotte verzoekt de Ontvanger een eventuele veroordeling van de Ontvanger niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Volgens de Ontvanger weegt het belang van Euromet bij betaling van schadevergoeding niet op tegen het restitutierisico dat de Ontvanger zal lopen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Gegeven de omstandigheid dat Euromet in Zwitserland is gevestigd, dragen de vorderingen een internationaalrechtelijk karakter. Derhalve dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen en zo ja, welk recht op de vorderingen van toepassing is. 4.2. Op deze zaak is van toepassing het Verdrag betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EVEX II), nu Nederland als lid van de EU en Zwitserland partij zijn bij dit verdrag. Voorts is van toepassing de Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke handelszaken (Brussel I bis-Verordening), nu de Ontvanger woonplaats heeft in Nederland. Artikel 64 EVEX II bepaalt dat EVEX II onverlet laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo) alsook de wijzigingen daarvan. Dit brengt mee dat aan de hand van de Brussel I Bis-Verordening moet worden bepaald of de Nederlandse rechter in dit geval rechtsmacht heeft. Nu de Ontvanger woonplaats heeft in Nederland is de Nederlandse rechter op grond van de hoofdregel van artikel 4 van die verordening bevoegd van de vorderingen kennis te nemen. 4.3. Ten aanzien van het toepasselijke recht op de vorderingen overweegt de rechtbank als volgt. De primaire vordering moet worden beoordeeld naar Nederlands recht, nu Euromet aan die vordering ten grondslag legt dat de executoriale verkoop nietig is wegens strijd met het Nederlandse procesrecht, meer specifiek artikel 463 Rv. De bepaling van het toepasselijke recht op de subsidiaire vordering dient plaats te vinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Verordening Rome II), nu de vordering betrekking heeft op een door deze verordening bestreken onderwerp en de gestelde schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden na inwerkingtreding van de verordening (11 januari 2009). Nu niet is gesteld, noch gebleken, dat door partijen een keuze is gedaan ten aanzien van het toepasselijke recht, is ingevolge artikel 4 van Verordening Rome II het recht van toepassing van het land waar de schade zich voordoet. Nu het door Euromet gestelde onrechtmatig handelen van de Ontvanger in Nederland heeft plaatsgevonden, heeft de gestelde schade zich in het onderhavige geval voorgedaan in Nederland, zodat op de subsidiaire vordering ook Nederlands recht van toepassing is. 4.4. De Ontvanger heeft – naar de rechtbank begrijpt – als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat Euromet geen belang heeft bij haar vorderingen. De Ontvanger legt aan dit verweer ten grondslag dat Euromet op het moment van de executieverkoop geen beslag had gelegd op de zaken van Plus Trade, waardoor de vordering van Euromet ook niet zou zijn voldaan uit de opbrengst van de veiling van die zaken. Ook indien Euromet daarop wel beslag had gelegd, zou de vordering van Euromet volgens de Ontvanger niet zijn voldaan, vanwege de hoge preferente vordering van de Ontvanger. Dit verweer slaagt niet. Daartoe wordt overwogen dat Euromet weliswaar op het moment van de veiling geen beslag had gelegd op de aan Plus Trade toebehorende zaken, maar als onvoldoende gemotiveerd betwist staat vast dat Euromet op het moment dat de veiling plaatsvond wel een schuldeiser van Plus Trade was. Als schuldeiser had Euromet belang bij een zo hoog mogelijke opbrengst van de executieveiling, nu een zo hoog mogelijke opbrengst in zijn algemeenheid ten goede komt van het vermogen van de geëxecuteerde, te weten Plus Trade. Op dat vermogen had Euromet (op grond van artikel 3:277 Burgerlijk Wetboek) een verhaalsrecht gehad. Euromet heeft daarom voldoende belang bij haar primaire vordering om voor recht te verklaren dat de executoriale verkoop via internet nietig is. Voor zover de Ontvanger ook heeft bedoeld aan te voeren dat Euromet geen belang heeft bij haar subsidiaire vordering tot schadevergoeding, is dit verweer onvoldoende met redenen omkleed, zodat dit zal worden gepasseerd. 4.5. Euromet legt aan haar primaire vordering ten grondslag dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 463 Rv, te weten dat de verkoop dient plaats te vinden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.