vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/230355 / HA ZA 15-544 Vonnis van 8 maart 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVERSTAG B.V., gevestigd te Haarlem, eiseres, advocaten mrs. J.F.A. de Voldere en L.A.H. Jie Sam Foek te Amsterdam, tegen 1. de stichting [gedaagde 1].COM, gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 3] B.V., gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 1].COM B.V., gevestigd te Haarlem, gedaagden, advocaten mrs. M.P.H. Sanders en M.J.M.F. Voogt te Amsterdam. Partijen zullen hierna Overstag, [gedaagde 1], [gedaagde 3] B.V. en [gedaagde 1] genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk met [gedaagde 2] worden aangeduid. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de gelijkluidende dagvaardingen met producties 1 tot en met 30 de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 57 de akte overlegging productie en de daarop gevolgde akte tot intrekking productie 58 zijdens [gedaagde 2] de conclusie van repliek met producties 31 tot en met 75 de conclusie van dupliek met producties 59 tot en met 86 de akte uitlating producties zijdens Overstag de akte overlegging producties 76 tot en met 95 zijdens Overstag de akte overlegging producties 87 t/m 92 zijdens [gedaagde 2] het proces-verbaal van de pleidooizitting van 24 januari 2017 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Hierna is vonnis bepaald. 2De feiten Partijen en andere betrokkenen 2.1. Overstag is de persoonlijke holding van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) en 49%-aandeelhouder en enig bestuurder van Mensys B.V. (hierna: Mensys). Zij is tevens (sinds 26 juli 2013) 39%-aandeelhouder van [gedaagde 1]. 2.2. Mensys is in 1989 opgericht door [betrokkene 1], die tot januari 2013 enig aandeelhouder van Mensys is geweest. [betrokkene 1] is in Nederland één van de eerste ondernemers met een webwinkel. 2.3. [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) is een ondernemer, die met zijn persoonlijke holding [betrokkene 2] Beheer B.V. (hierna: [betrokkene 2]) sinds januari 2013 51% van de aandelen in Mensys houdt. Per 26 juli 2013 ging [betrokkene 2] tevens voor relatief korte tijd (tot 4 december 2013) 51% van de aandelen in [gedaagde 1] houden. 2.4. [gedaagde 1] was tot 7 juni 2013 Sneldohwa genaamd, een besloten vennootschap waarvan tot medio 2013 [betrokkene 1] 100% aandeelhouder was. 2.5. [gedaagde 1] is op 4 december 2013 opgericht door [betrokkene 2] en houdt thans 51% van de aandelen in [gedaagde 1]. [betrokkene 2] is enig bestuurder van [gedaagde 1] en (sinds 8 juni 2013) van [gedaagde 1]. [gedaagde 1] heeft certificaten van de aandelen in [gedaagde 1] uitgegeven aan de kinderen en andere familieleden van [betrokkene 2]. 2.6. [gedaagde 3] (hierna: [gedaagde 3]) is een specialist in high performance computing. Met [betrokkene 2] heeft hij in november 2012 besproken dat zij de complexe technologie van Compaan Design B.V. tot commerciële toepassing willen brengen. [gedaagde 3] is 100% aandeelhouder en enig bestuurder van [gedaagde 3] B.V. Sinds 1 augustus 2015 is hij in dienst bij [gedaagde 1]. 2.7. [gedaagde 3] B.V. houdt (sinds 26 juli 2013) 10% van de aandelen in [gedaagde 1]. Tevens heeft zij op 8 februari 2015 Numerator B.V. opgericht (hierna: Numerator), waarvan zij op 10 februari 2015 80% van de aandelen aan [betrokkene 2] heeft overgedragen. [gedaagde 3] B.V. is enig bestuurder en 20% aandeelhouder van Numerator. Het IBANC-traject 2.8. Na acht jaar dienstverband bij IBM startte [betrokkene 1] in 1992 onder de naam Mensys met zijn eigen onderneming, die zich bezighield met de ontwikkeling en verkoop van softwarepakketten e.a. Mensys heeft een aantal softwareapplicaties tot ontwikkeling gebracht en in de markt gezet, waaronder “Clieopatra”, “NetOp” en “eComStation”. Clieopatra is een softwareapplicatie die bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de verwerking van betalingsopdrachten bij de bank. 2.9. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren bevriend. Sinds 2007 vroeg [betrokkene 1] met enige regelmaat advies aan [betrokkene 2] aangaande de bedrijfsvoering van Mensys. Toen [betrokkene 1] in 2012 overspannen raakte, vroeg hij [betrokkene 2] om bij te springen en Mensys te besturen. Aanvankelijk gaf [betrokkene 2] aan dit verzoek gehoor tegen een vergoeding van € 2.000,- per dag. In 2013 kocht hij 51% van de aandelen in Mensys tegen nominale waarde. 2.10. In verband met de transitie naar de Europese SEPA standaard werkte Mensys al geruime tijd aan een opvolger voor Clieopatra, aanvankelijk met een softwareontwikkelaar uit Den Helder, die het product “SepaStudio” tot ontwikkeling bracht, maar zowel het product als de kwaliteit van de dienstverlening van de ontwikkelaar bleken tegen te vallen, waarna Mensys besloot met SepaStudio te stoppen. 2.11. Vervolgens bracht [betrokkene 2] Mensys in contact met [gedaagde 3], waarna [betrokkene 2] en [betrokkene 1] op 1 februari 2013 overeen kwamen dat [betrokkene 2] ervoor zou zorgen dat er op 1 mei 2013 SEPA software beschikbaar zou zijn met minimaal de functionaliteit van Clieopatra. Voorts is afgesproken dat Mensys deze software zou gaan verkopen tegen ontvangst van een marge van 20%. 2.12. Kort hierna, op 12 februari 2013, sloten [betrokkene 2] en [gedaagde 3] een overeenkomst, waarin [gedaagde 3] zich verbindt een software pakket – IBANC – te ontwikkelen met een “aantrekkelijke look & feel, de functionaliteit van Clieopatra en nader in te vullen extra’s”. De broncode van IBANC wordt eigendom van [betrokkene 2], die ook het exclusieve gebruiksrecht van IBANC verwerft. Bovendien zal [gedaagde 3] gedurende 1,5 jaar na oplevering van IBANC niet werken aan IBAN (SEPA) software voor anderen dan [betrokkene 2] zonder diens voorafgaande schriftelijke toestemming. 2.13. [gedaagde 3] heeft vervolgens het nieuwe product IBANC ontwikkeld in overleg met Mensys-werknemer [betrokkene 3] en [betrokkene 1] teneinde de functionaliteit van IBANC zoveel mogelijk in lijn te brengen met Clieopatra. Rond mei 2013 levert [gedaagde 3] het product af. IBANC is dan volledig operationeel. 2.14. Na een eerdere overeenkomst van 20 december 2012 is op 30 maart 2013 nogmaals een overeenkomst tot stand gekomen tussen Mensys en Sneldohwa, waarbij tevens [betrokkene 1] en Overstag partij zijn. In deze overeenkomst wordt vastgelegd dat Sneldohwa in plaats van Mensys IBANC gaat verkopen en dat extra aandelen zullen worden uitgegeven door Sneldohwa ten behoeve van [betrokkene 2] voor diens inbreng van IBANC en [gedaagde 3] als ontwikkelaar van IBANC. Tevens worden tegen betaling/verrekening van € 200.000 activa van Mensys, zoals eComStation en Clieopatra (met klantenbestanden), aan Sneldohwa overgedragen. 2.15. In de in 2.14 genoemde overeenkomst van 30 maart 2013 is voorts de volgende bepaling opgenomen: Tevens wordt voor Sneldohwa afgesproken: Voor de volgende zaken is instemming nodig van alle aandeelhouders: (…) - Bestuursbeloningen van meer dan 150.000 euro (basis full-time) 2.16. Op 7 juni 2013 heeft [betrokkene 2] de intellectuele eigendomsrechten van IBANC ingebracht in [gedaagde 1] (voordien Sneldohwa genaamd). [betrokkene 2] verkrijgt vervolgens 51% van de aandelen in [gedaagde 1] en [gedaagde 3] B.V. op 26 juli 2013 10%, waarna [betrokkene 1] de voor hem resterende 39% overdraagt aan Overstag. Op 4 december 2013 neemt [gedaagde 1] de aandelen van [betrokkene 2] in [gedaagde 1] over. 2.17. Een week voor de aandelenemissie ten behoeve van [gedaagde 3] B.V., op 19 juli 2013, is een overeenkomst gesloten tussen enerzijds [gedaagde 1] en anderzijds [gedaagde 3] en [gedaagde 3] B.V., waarbij is bepaald dat [gedaagde 3] zich tot 31 december 2015 voor 100% voor [gedaagde 1] zal inzetten en dat hij geen werkzaamheden voor andere opdrachtgevers mag verrichten zonder voorafgaande toestemming van [gedaagde 1]. [betrokkene 2] heeft deze overeenkomst als (indirect) bestuurder namens [gedaagde 1] voor akkoord getekend. 2.18. Op 4 maart 2014 stuurt [betrokkene 2] aan alle medewerkers van Mensys een e-mail, waarin hij onder meer het volgende opmerkt: Gents, we zijn nu al weer een paar weken bezig en het tempo moet omhoog. (…) Ik ben de mediator. Als er problemen zijn tussen mensen omdat afspraken niet nagekomen worden dan staan jullie meteen bij mij (of mail/telefoon). Als mensen ideeen hebben voor verbetering in kosten of sales dan graag overleg met mij. 2.19. Bij overeenkomst van 31 maart 2014 tussen Overstag, [gedaagde 3] B.V., Mensys en [betrokkene 2] verbindt [gedaagde 3] B.V. zich tot en met 31 december 2020 werkzaamheden te verrichten voor Mensys, met totdien het (nimmer uitgeoefende) optierecht voor [gedaagde 3] B.V. om 10% van de aandelen in Mensys van Overstag te kopen. 2.20. In opvolging van Mensys houdt [gedaagde 1] zich vanaf april 2013 bezig met de verkoop en levering van licenties op de diverse softwareproducten die zij op dat moment in eigendom heeft, waaronder IBANC en eComStation. In de jaren 2013 en 2014 worden met IBANC goede resultaten behaald, met name door het binnenhalen van een order van € 1,8 miljoen bij ING Bank, die voor 12.000 klanten IBANC aanschaft. Over het jaar 2013 wordt een dividend van € 150.000,- aan de aandeelhouders uitgekeerd en over 2014 € 2 miljoen. 2.21. Eind 2014 wordt [betrokkene 1], althans Mensys, evenals de overige werknemers van Mensys, geboden te verhuizen naar een ander kantooradres in Haarlem. 2.22. Bij e-mails van 15 en 20 januari 2015 laat [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] weten dat hij, [betrokkene 2], met [gedaagde 3] een adviesbedrijf gaat “optuigen voor betalingsverkeer van pro klanten”, dat zij “de IBANC pro klanten” overnemen en dat zij na lang beraad tot de conclusie zijn gekomen “dat we het uit elkaar moeten trekken om (gemotiveerd) door te gaan de komende jaren”. 2.23. Op 21 januari 2015 stelt [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] een aandelenruil voor, die erop neerkomt dat [betrokkene 1] (weer) enig aandeelhouder van Mensys zal worden terwijl [betrokkene 2] en [gedaagde 3] gezamenlijk de aandelen in [gedaagde 1] gaan houden, alles nadat [gedaagde 1] nog een dividend van € 250.000,- aan de aandeelhouders zou hebben uitgekeerd. [betrokkene 1] komt met een tegenvoorstel: dat een onafhankelijk deskundige de waarde van [gedaagde 1] per 1 januari 2015 bindend zal vaststellen. Geen van beide voorstellen wordt aanvaard. 2.24. Vervolgens wordt door [gedaagde 3] B.V. op 8 februari 2015 Numerator opgericht, waarvan [betrokkene 2] op 10 februari 2015 80% van de aandelen overneemt. De website van Numerator vermeldt: Numerator B.V. is de ontwikkelaar van IBANC software. De IBANC Ultimate en IBANC server, al of niet in combinatie met advisering of maatwerkmodules, zijn de voornaamste producten die worden geleverd aan professionele middelgrote en grote organisaties (voor kleine tot middelgrote organisaties zie www.ibanc.eu). Sinds september 2013 hebben per maand gemiddeld 1.000 organisaties gekozen voor IBANC-pay-collect-control-software. 2.25. [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) (belangrijkste SEPA-expert bij Mensys, medeontwikkelaar van Clieopatra en tevens betrokken bij de ontwikkeling van IBANC) is op 1 mei 2015 bij Numerator in dienst getreden als R&D en technical support medewerker. Mede als gevolg daarvan ontbrak het nadien bij [gedaagde 1] aan werknemers met toereikende kennis van IBANC en SEPA software. Dit had tot gevolg dat het voor [gedaagde 1] vanaf dat moment onmogelijk was de technisch gevorderde IBANC Server en Ultimate versies (tezamen: IBANC Pro) te verkopen en te ondersteunen. Aan de IBANC Pro klanten diende technisch complexe support te worden gegeven, waartoe alleen [gedaagde 3] en in mindere mate [betrokkene 3] in staat waren. Ook de software updates voor de IBANC Normaal klanten waren technisch complex en konden alleen door één van hen beiden worden verzorgd. 2.26. In een in opdracht van [betrokkene 1] door [betrokkene 4], werkzaam bij RSM Evaluent te Haarlem, op 18 mei 2015 uitgebrachte taxatie wordt de waarde van het aandelenpakket van [betrokkene 1] in [gedaagde 1] per 1 januari 2015 geschat op een bedrag van € 1.743.000,-. 2.27. Op 25 februari 2016 hebben [betrokkene 5] en [betrokkene 6] van de firma [betrokkene 8] in opdracht van [betrokkene 2] een memo met een indicatieve waardering van 100% van de aandelen in [gedaagde 1] uitgebracht, die, met toepassing van de Discounted Cash Flow-methode, uitkwam op een bedrag van € 91.000,-. 2.28. Numerator heeft één IBANC Pro product verkocht en geen andere IBANC producten. Zij heeft zich voor wat IBANC betreft beperkt tot het afsluiten van update- en supportcontracten. In 2014 werd hiermee ten gunste van [gedaagde 1] een omzet behaald van 443.785,- en in 2015 van € 654.087,-. Met name [gedaagde 3] heeft de verkoop van deze contracten in 2015 op verschillende manieren bevorderd. 2.29. In overleg met [gedaagde 1] en KPMG is in juli 2015 besloten dat [betrokkene 3] en [gedaagde 3] per 1 augustus 2015 (weer) in dienst kwamen van [gedaagde 1] teneinde de kans te vergroten dat [gedaagde 1] in aanmerking zou komen voor toepassing van de fiscaal gunstige Innovatiebox. Inmiddels is in december 2016 de Innovatiebox-heffingskorting aan [gedaagde 1] toegekend; er wordt een korting verleend van 50% op de vennootschapsbelasting over de jaren 2013 tot en met 2019. 2.30. De jaarrekening van Numerator over 2015 laat zien dat zij een totale omzet heeft behaald van € 59.503,- en een resultaat na belastingen van € 2.302,-. 2.31. Per 1 augustus 2015 heeft Numerator al haar IBANC gerelateerde (ondersteunings)werkzaamheden gestaakt. De verwijzingen op de website van Numerator over IBANC - waarvan een deel eind mei 2015 was weggehaald - zijn toen volledig verwijderd. De bestuursbeloningen/managementvergoedingen voor [betrokkene 2]/[betrokkene 2] 2.32. Over het jaar 2013 heeft [betrokkene 2] een managementvergoeding van € 150.000,- ontvangen. In 2014 brengt [betrokkene 2] een managementvergoeding van € 60.000,- in rekening bij [gedaagde 1]. Bij e-mail van 22 april 2015 laat [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] weten: Mijn gefactureerde management fee vorig jaar was 60k, gelijk aan die van [betrokkene 7]. Ja 60k, er zijn maanden in mijn werkende leven dat ik meer factureerde. Die fee ga ik naar aanleiding van dit gedoe verhogen met terugwerkende kracht. 2.33. Uit het concept jaarverslag over 2014 kan worden afgeleid dat [betrokkene 2] zichzelf voor het jaar 2014 nog eens € 240.000,- en derhalve in totaal € 300.000,- aan managementfee heeft laten uitkeren door [gedaagde 1]. 2.34. Al vóór de e-mail van 22 april 2015, op 19 januari 2015, had [betrokkene 2] zich voor het jaar 2015 € 200.000,- als managementfee laten uitkeren. 2.35. Op 18 december 2015 heeft een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van [gedaagde 1] plaatsgevonden. Daarbij presenteerde [betrokkene 2] onaangekondigd een document met een “Voorstel Management vergoeding en Bonus voor HQM [betrokkene 2] Beheer als directeur van [gedaagde 1].com BV voor de jaren 2014 t/m 2017”. Dit voorstel luidt: 2014 : Ook vanwege de uitzonderlijke resultaten in 2014 en de uitzonderlijk goed onderhandelde ING overeenkomst en Standard bank overeenkomst: Beloning inclusief prestatiebonus van 300.000 euro, inclusief aanblijfbonus voor blijvende betrokkenheid in 2016 en 2017 2015 : Ook vanwege de uitzonderlijke resultaten in 2015 van de aantallen verlengde Update support contracten en vanwege de verregaande systeem- en organisatieverbeteringen: Beloning inclusief prestatiebonus van 300.000 euro, inclusief aanblijfbonus voor blijvende betrokkenheid in 2016 en 2017. 2016 : De onderneming is nu in een consolidatie fase gekomen. Geleidelijke groei moet komen uit de Business Unit software handel (eerst Xale geheten, nu Proapptive) Beloning 150.000 euro, te betalen in 2 termijnen in januari en juli 2017 : Beloning 150.000 euro, te betalen in 2 termijnen in januari en juli. 2.36. Ondanks protesten van Overstag heeft [betrokkene 2] (als voorzitter van de vergadering) het voorstel in stemming gebracht en vervolgens geconstateerd dat het is aangenomen. De managementvergoedingen van € 300.000,- over de boekjaren 2014 en 2015 zijn door de AvA van [gedaagde 1] nog eens goedgekeurd op 29 januari 2016 met het vaststellen van de jaarrekeningen over die jaren. 3Het geschil 3.1. Overstag vordert samengevat - de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] B.V. tot gedwongen overname van alle door haar gehouden aandelen in [gedaagde 1], zulks tegen een door de rechtbank ex artikel 2:339 lid 1 jo 2:340 lid 1 BW vast te stellen prijs, met toepassing van een billijke verhoging ex artikel 2:343 lid 4 BW, althans tegen een zodanige prijs als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren. Voorwaardelijk, te weten in het geval [gedaagde 1] noch [gedaagde 3] B.V. binnen een termijn van vier weken na betekening van dit vonnis aan hun vorenbedoelde veroordelingen heeft voldaan, vordert Overstag de veroordeling van [gedaagde 1] ex artikel 2:343 BW tot een gelijke gedwongen overname als door haar gevorderd tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 3] B.V., alles met veroordeling van gedaagden in de proceskosten met rente als in de dagvaarding nader omschreven. 3.2. [gedaagde 2] voeren verweer tegen de vorderingen. 4De stellingen van Overstag en het verweer van [gedaagde 2] De stellingen van Overstag 4.1. Overstag stelt dat [betrokkene 2], [gedaagde 3] en [betrokkene 1] de intentie hadden om Mensys in [gedaagde 1] te laten integreren tot één onderneming en dat dit voornemen blijkt uit de hiervoor in 2.19. genoemde overeenkomst van 31 maart 2014 waarin [gedaagde 3] zich verbindt tot 2020 voor Mensys werkzaam te zijn en voorts uit de overheveling van belangrijke werknemers, activa en klantenbestanden van Mensys naar [gedaagde 1]. Bovendien droeg [gedaagde 1] van 3 september 2014 tot 29 april 2015 tevens de handelsnaam “Mensys”. Al vanaf de burn-out van [betrokkene 1] in 2012 bepaalde [betrokkene 2] feitelijk het beleid van Mensys en [gedaagde 1]. Anders dan [gedaagde 2] betogen had de verkoop van IBANC geen tijdelijk karakter; [betrokkene 2] liet zelf in oktober 2014 aan de certificaathouders van [gedaagde 1] nog weten dat [gedaagde 1] de daarop volgende jaren nog zeer goede financiële resultaten zou gaan behalen. Ook thans zou [gedaagde 1] nog een rooskleurige toekomst tegemoet zien wanneer zij wat meer initiatieven zou nemen. 4.2. Met de oprichting van Numerator in februari 2015 beoogden [gedaagde 2] [betrokkene 1] buiten te sluiten en heimelijk concurrerende activiteiten tot ontwikkeling te brengen. Die intentie kan volgens Overstag uit een groot aantal feiten worden afgeleid: Reeds in december 2013 bespraken [gedaagde 3] en [betrokkene 2] buiten [betrokkene 1] om dat zij [gedaagde 1]/eComStation als cash cow zagen; Bij voornoemde e-mail van 15 januari 2015 heeft [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] laten weten dat zij de “IBANC pro klanten” overnemen; Op haar website presenteert Numerator zich als de ontwikkelaar van IBANC en vermeldt zij (in ieder geval tot 27 augustus 2015) klanten van [gedaagde 1] als haar eigen klanten; De activiteiten van Numerator bestonden volgens opgave in het handelsregister uit “alle mogelijke werkzaamheden op het gebied van de implementatie van hard- en software op het gebied van betalingsverkeer”, overeenkomstig de doelomschrijving van [gedaagde 1]; Numerator heeft tot 1 augustus 2015 op actieve wijze IBANC-producten aangeboden en daarvoor offertes uitgebracht, terwijl de verkoop van die producten door [gedaagde 1] werd gestaakt; [betrokkene 3] verrichtte in 2015 dezelfde IBANC-gerelateerde werkzaamheden voor Numerator als hij voordien voor [gedaagde 1] verrichtte; Numerator profileert zichzelf in juni 2015 als een beter alternatief ten opzichte van [gedaagde 1] omdat zij “alles onder één dak” zou hebben. 4.3. Overstag betoogt voorts dat [gedaagde 1] bewust verwaarloosd is door de activiteiten van [betrokkene 2] en [gedaagde 3] voor Numerator en dat de beperkte omzet, die Numerator uiteindelijk heeft gerealiseerd een direct gevolg is van deze procedure, die zij tegen [gedaagde 2] heeft aangespannen. Wanneer zij geen juridische stappen had ondernomen, zou in 2016 en 2017 bijna alle omzet bij Numerator terecht zijn gekomen, getuige ook de maatregelen die [gedaagde 2] hebben genomen om voornoemde gewraakte handelingen ongedaan te maken, dan wel te verhullen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.