RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd locatie Haarlem alimentatie/tegenspraak zaak-/rekestnr.: C/15/250846 / FA RK 16-6591 beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 25 oktober 2017 in de zaak van: [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de man, advocaat mr. J.H.M. de Boer, kantoorhoudende te Alkmaar, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vrouw, en [meerderjarige] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [meerderjarige] , advocaat mr. C.M. Bom, kantoorhoudende te Beverwijk. 1Procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 9 november 2016; - het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vrouw en [meerderjarige] , ingekomen op 23 januari 2017; - het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de man van 13 september 2017; - het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw en Teun van 19 september 2017. 1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 september 2017 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten. 1.3 De minderjarige [minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting haar mening in raadkamer kenbaar gemaakt. 2Feiten en omstandigheden 2.1 De vrouw en de man zijn op [huwelijksdatum] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2010. 2.2 Uit dit huwelijk zijn geboren: - [minderjarige] , op [geboortedatum] in [plaats] - [meerderjarige] , op [geboortedatum] in [plaats] , inmiddels meerderjarig. 2.3 Bij de hiervoor genoemde beschikking is bepaald dat het convenant en het ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking. Volgens het convenant zal de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 920 per maand, € 460 per kind per maand, moet voldoen. De voor [meerderjarige] geldende bijdrage is met ingang van 8 september 2014 van rechtswege omgezet in een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie. 3Verzoek De man heeft verzocht de beschikking te wijzigen in die zin, dat de bijdrage voor beide kinderen worden verminderd tot € 98 per maand per kind met ingang van 1 april 2016. Hij stelt hiertoe dat de hierboven genoemde beschikking door wijziging van omstandigheden heeft opgehouden te voldoen aan wettelijke maatstaven. 4Verweer De vrouw en [meerderjarige] hebben verweer gevoerd. Zij betwisten dat er een grondslag zou zijn om de bijdragen aan te passen. Zij hebben bezwaar gemaakt tegen vermindering van de bijdragen met terugwerkende kracht. 5Beoordeling 5.1 Op grond van artikel 1:401, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer deze nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt te voldoen aan de wettelijke maatstaven. Beoordeeld moet worden of sprake is van een wijziging van de omstandigheden zoals die door de rechter ten tijde van diens eerdere beslissing zijn vastgesteld respectievelijk van de omstandigheden waarvan partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn uitgegaan. 5.2 De rechtbank constateert dat er sprake is van wijzigingen van omstandigheden in de zin van voornoemd artikel. De man is op [huwelijksdatum] gehuwd met [naam] . Voorts is hij sinds 2015 ziek en in verband daarmee gestopt met werken en aangewezen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Zowel het nieuwe huwelijk van de man als diens ziekte zijn omstandigheden die een herbeoordeling van de onderhoudsverplichting van de man ten opzichte van de kinderen rechtvaardigen. 5.3 Dat de kinderen aan een bijdrage behoefte hebben, is niet in geschil. De discussie spitst zich toe op het in aanmerking te nemen inkomen van de man. 5.4 De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat sprake is van inkomensverlies van de man dat niet verwijtbaar is. De man is eind 2015 ziek geworden. Op dat moment had hij een eenmanszaak en was hij als zelfstandig ondernemer werkzaam. In maart 2016 is niet meer te genezen kanker bij de man geconstateerd. Omdat de man niet meer in zijn onderneming werkzaam kon zijn, heeft hij een beroep moeten doen op zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering bij [verzekeraar] . Uit de door de man overgelegde uitkeringsspecificaties blijkt dat de verzekeraar de man een uitkering heeft toegekend naar (volledige) arbeidsongeschiktheid van 100%. 5.5 De rechtbank constateert dat uit de door de man in het geding gebrachte specificaties van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering blijkt dat zijn bruto uitkering € 85,64 per uitkeringsdag is. In de maand februari 2017 (28 dagen) was de bruto uitkering € 2.397,92, in maart en mei 2017 (31 dagen) € 2.654,84 en in april en juni 2017 (30 dagen) € 2.568,20. Er wordt geen vakantietoeslag uitgekeerd. De vrouw heeft deze informatie over de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de man niet (inhoudelijk) betwist. 5.6 De vrouw en [meerderjarige] hebben aangevoerd dat de man meer inkomsten moet hebben dan hij heeft gemeld, omdat hij zeer regelmatig op vakantie gaat. Volgens de vrouw en [meerderjarige] geniet de man additionele inkomsten uit de verkoop van goederen op markten en fairs. De man doet dit, volgens hen, een aantal keren per maand. De keuze van de man om in het huwelijk te treden mag, volgens hen ook geen gevolgen hebben voor zijn onderhoudsverplichting jegens zijn kinderen 5.7 De rechtbank stelt voorop dat het bedrag aan draagkracht van de man volgens de richtlijn, zoals vermeld in het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen (hierna: Tremarapport) forfaitair wordt vastgesteld. Voor de vaststelling van kinderbijdrage is het netto besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige het uitgangspunt. Het forfaitaire stelsel is mede bedoeld om mensen de vrijheid te geven om hun vrij besteedbare ruimte te kunnen besteden op de wijze zoals zij dat zelf willen. Voorrang van kinderalimentatie boven andere onderhoudsverplichtingen heeft tot gevolg dat bij de bepaling van de draagkracht alleen de financiële situatie van de onderhoudsplichtige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.