RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 7301588 \ AO VERZ 18-98 Uitspraakdatum: 27 november 2018 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Besseling & All Techniek B.V., gevestigd te Heerhugowaard verzoekende partij verder te noemen: Besseling gemachtigde: mr. M.J.M. Groen tegen [verweerster] , wonende te [woonplaats] verwerende partij verder te noemen: [verweerster] gemachtigde: mr. J. Keekstra 1Het procesverloop 1.
- Besseling heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerster] heeft verweer gevoerd. 1.
- Op 27 november 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2De beoordeling 2.
- Besseling verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt Besseling ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van [verweerster] niet meer mogelijk is. 2.
- [verweerster] heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Besseling in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [verweerster] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing. 2.
- Nu [verweerster] heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van [verweerster] niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [verweerster] . 2.
- Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden met ingang van 1 december
- 2.
- Partijen zijn het er ook over eens dat [verweerster] aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 1.166,40 bruto. Besseling zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding. 2.
- Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2018; 3.
- veroordeelt Besseling om aan [verweerster] een transitievergoeding te betalen van € 1.166,40 bruto; 3.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 3.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 27 november 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter