← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2018:10958

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer: C /15/282445/ KG RK 18/224 Datum uitspraak : 13 december 2018 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.), ingediend door: [verzoekster] [adres] hierna te noemen: verzoekster. 1PROCESVERLOOP 1.

  1. Ter terechtzitting van 10 december 2018 heeft verzoekster een mondeling verzoek, nadien schriftelijk bevestigd, gedaan tot wraking van mr. E. Jochem (hierna te noemende: de rechter) als behandelend bestuursrechter van de bij deze rechtbank, locatie Alkmaar, behandelende zaak met zaaknummer HAA 18 / 2756 WET JOC
  2. 1.
  3. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek. 2BEOORDELING VAN HET VERZOEK 2.
  4. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan elk rechter die de zaak behandeld worden gewraakt. 2.
  5. In haar schriftelijk bevestigde verzoek heeft verzoekster onder meer het volgende gesteld: “De zitting verliep eerst aanvankelijk goed, en bij even schorsen zou uitspraak volgen, nu die mr. E. Jochem begon gelijk van ik wijs het af…. En tot slot moest ik maar de RvS”. 2.3 Bij mailbericht van heden, 13 december 2018, heeft de rechter op een tweetal vragen van de wrakingsadministratie, namens de voorzitter van de wrakingskamer gesteld, het volgende bericht.1.“Het wrakingsverzoek werd gedaan nadat ik de mondelinge uitspraak (geheel) had gedaan.”2.”Er is een einduitspraak gewezen. Ik heb betrokkene ook gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep daartegen.”. 2.
  6. Op grond van de wet kan de rechter die een zaak behandeld worden gewraakt.Het wrakingsmiddel is daarmee toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens haar een vooringenomenheid koestert, althans een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid heeft gewekt, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan. De behandeling is dan immers geëindigd en de rechter is geen behandelend rechter meer. 2.
  7. De wrakingskamer komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot wraking.Het verzoek zal op die grond buiten behandeling worden gesteld. 3Beslissing De rechtbank: 3.
  8. stelt dit verzoek tot wraking buiten behandeling; 3.
  9. beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en aan de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, en mrs. L.J. Saarloos en S. Jongeling, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. N. de Roo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 december
  10. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.