beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/278312 / HA RK 18/151 Beslissing van 28 augustus 2018 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , wonende te Nieuw-Vennep, verzoeker. Het verzoek is gericht tegen: mrs. Th.S. Röell, J.M. Janse van Mantgem en W. Veldhuijzen van Zanten, hierna te noemen: de rechters. 1Procesverloop 1.1 Op 28 augustus 2018 is ter zitting het wrakingsverzoek (zaaknummer C/15/276646 / HA RK 18/119) behandeld. Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker de rechters van de wrakingskamer gewraakt. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. 2Het standpunt van verzoeker 2.1 Uit het proces-verbaal van de zitting van 28 augustus 2018 blijkt dat verzoeker de leden van de wrakingskamer wraakt omdat zij werkzaam zijn in hetzelfde arrondissement als mr. Sassenburg, zijnde de gewraakte politierechter in de zaak met zaaknummer C/15/276646 / HA RK 18/
- Verzoeker wraakt de hele rechtbank Noord-Holland en wenst dat zijn wrakingsverzoek naar een ander arrondissement wordt verwezen. 3De beoordeling 3.1 Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub d, in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de wrakingskamer alsmede de hele rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. Ingevolge voornoemde bepalingen kan alleen een rechter die de zaak behandelt gewraakt worden en niet het hele college. 3.2 Bovendien kan een wrakingsverzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn niet aangevoerd, ook niet voor zover het de rechters betreft die het verzoek tot wraking van verzoeker behandelen. Het enkele feit dat de rechters in de rechtbank Noord-Holland werkzaam zijn levert geen grond op voor wraking. 3.3 Bij deze stand van zaken moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting geen grond is. 4Beslissing De rechtbank 4.1 Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking en stelt het verzoek daarom buiten behandeling, 4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechters een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden, 4.3 beveelt dat het proces in het in de hoofdzaak aanhangig gemaakte wrakingsincident wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. Th.S. Röell, voorzitter, mr. J.M. Janse van Mantgem en mr. W. Veldhuijzen van Zanten, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Naeije, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus
- griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.