beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer Zaaknummer: C/15/282225/HA RK 18/221 Beslissing van 20 december 2018 op het verzoek van: [verzoeker] , verzoeker, Strekkende tot wraking van: mr. E.B. de Vries-van den Heuvel en mr. M. Mateman, hierna ook te noemen: de rechters, en de griffier, de administratief medewerkster. 1Procesverloop 1.
- Bij schriftelijk verzoek van 16 november 2018 heeft verzoeker de wraking verzocht van de rechters mr. E.B. de Vries-van den Heuvel en mr. M. Mateman, de griffier en de administratief medewerkster bij de afdeling wraking van de rechtbank Noord-Holland. 1.
- De rechters hebben niet in de wraking berust en hebben schriftelijk op het verzoek gereageerd. 2Overwegingen feiten 2.
- Verzoeker heeft bij schriftelijk verzoek van 25 september 2018 de wraking verzocht van mr. S.K.A. Efstratiades in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, aanhangige zaken met zaaknummers 18/318 en 18/319, hierna: de hoofdzaken 2.
- Op 8 november 2018 heeft de wrakingskamer op het verzoek beslist. Het wrakingsverzoek (met zaaknummer C/15/279626/HA RK 18/173) is niet-ontvankelijk verklaard. 2.
- In de hoofdzaken is op 15 november 2018 einduitspraak gedaan. beoordeling van het verzoek tot wraking van de wrakingskamer 2.
- Verzoeker heeft op 16 november 2018 schriftelijk de wraking verzocht van twee van de rechters van de wrakingskamer: mr. E.B. de Vries-van den Heuvel en mr. M. Mateman. 2.
- Om verzoeker in zijn (tweede) verzoek tot wraking te kunnen ontvangen is in ieder geval vereist dat het verzoek wordt gedaan voordat op het wrakingsverzoek in de hoofdzaken einduitspraak is gedaan. Hieraan wordt niet voldaan. Het onderhavige verzoek tot wraking is gedaan na de einduitspraak in de wrakingsprocedure in de hoofdzaken. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Reeds op die grond dient verzoeker niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn (tweede) verzoek tot wraking, nu het doel van de wraking - nieuwe rechters voor de beoordeling van het tweede wrakingsverzoek - niet meer kan worden bereikt. 2.
- Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c., in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank - op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Wrakingsprotocol-rechtbank-Noord-Holland.pdf - zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting afwijzen. 2.
- Ingevolge het bepaalde in paragraaf 9.1 sub d, in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank - op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Wrakingsprotocol-rechtbank-Noord-Holland.pdf - kan alleen een rechter die de zaak behandelt gewraakt worden en niet een bij de behandeling van de zaak betrokken griffier en administratief medewerkster. De wrakingskamer zal daarom ook het verzoek tot wraking van de griffier en de administratief medewerkster, zonder behandeling ter zitting, wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afwijzen. 3Beslissing De rechtbank - wijst het verzoek tot wraking van de rechters, de griffier en de administratief medewerkster wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid af - beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechters, de griffier en de administratief medewerkster in bovenvermelde procedure een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mrs. E.J. van Keken en C.A.M. van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Graanstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2018.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.