RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7071406 \ CV EXPL 18-5770 Uitspraakdatum: 19 december 2018 Vonnis in de zaak van: 1 [passagier sub 1], wonende te [woonplaats]
- [passagier sub 2], wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R.A. Bos (Flight Claim) tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KLM Cityhopper B.V. statutair gevestigd te Haarlemmermeer en kantoor houdende te Schiphol gedaagde hierna te noemen KLM Cityhopper gemachtigde mr. G.W. Oreel 1Het procesverloop 1.
- De passagiers hebben bij dagvaarding van 11 juli 2018 een vordering tegen KLM Cityhopper ingesteld. KLM Cityhopper heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De feiten 1.
- De passagiers hebben met KLM Cityhopper een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLM Cityhopper de passagiers diende te vervoeren van Bologna naar Amsterdam-Schiphol Airport met vluchtnummer KL 1584 op 8 april 2018 om 13:00 uur lokale tijd, hierna: de vlucht. 1.
- De vlucht is geannuleerd dan wel met vertraging uitgevoerd. 1.
- De passagiers hebben compensatie van KLM Cityhopper gevorderd in verband met vertraging. 1.
- KLM Cityhopper heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 2De vordering 2.
- De passagiers vorderen dat KLM Cityhopper bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum dagvaarding;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 2.
- De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat KLM Cityhopper vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door KLM Cityhopper van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. 3Het verweer 3.
- KLM Cityhopper betwist de vordering. Zij voert aan dat er sprake was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. In de omgeving van het vliegveld van Bologna is een nog niet ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Aangezien de bom onschadelijk diende te worden gemaakt is de luchthaven van Bologna op 8 april 2018 gesloten geweest. De ontmanteling van de bom heeft uiteindelijk tot 17:40 uur geduurd. De vlucht maakt deel uit van de rotatie Amsterdam – Bologna- Amsterdam met de vluchtnummers KL1583 en KL
- De voorafgaande vlucht KL1583 kon vanwege de genoemde omstandigheden niet in Bologna landen en moest uitwijken. De onderhavige vlucht is geannuleerd. Doordat alle vluchten van en naar Bologna moesten worden geannuleerd zaten in de eerste dagen na de heropening van het vliegveld alle vluchten vol. De passagiers zijn omgeboekt naar het eerstvolgende alternatief op 10 april
- 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat KLM Cityhopper op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien KLM Cityhopper kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Volgens overweging 14 van de considerans van de Verordening kunnen dergelijke omstandigheden zich met name voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. 4.
- De passagiers stellen dat KLM Cityhopper geen beroep kan doen op een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, aangezien KLM Cityhopper niet voldoende heeft onderbouwd dat de voorafgaande dan wel de onderhavige vlucht te maken heeft gehad met slechte weersomstandigheden. 4.
- De kantonrechter overweegt dat KLM Cityhopper gemotiveerd verweer heeft gevoerd door met stukken te onderbouwen dat sprake is geweest van een niet ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog die moest worden ontmanteld met als gevolg dat niet alleen de luchthaven van Bologna op 8 april 2018 tot zeker 17:40 uur is gesloten, maar ook dat meer dan 9.000 personen in Bologna geëvacueerd zijn. Daarnaast hebben de passagiers ondanks hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet bij repliek gereageerd op het verweer van KLM Cityhopper. De conclusie kan daarom niet anders zijn dan dat de vertraging (volgens de passagiers) of annulering (volgens KLM Cityhopper) het rechtstreeks gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid, namelijk de sluiting van de luchthaven tot 17:40 uur vanwege de ontmanteling van een bom uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van het vliegveld van Bologna. De kantonrechter zal de vordering dan ook afwijzen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgt. 4.
- Ook de door KLM Cityhopper gevorderde nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLM Cityhopper worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor KLM Cityhopper worden vastgesteld op een bedrag van € 60,00 aan salaris van de gemachtigde van KLM Cityhopper. 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van € 30,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLM Cityhopper worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter