beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 269754 HA RK 18-18 Beslissing van 14 februari 2018 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , wonende te Koog aan de Zaan, verzoeker. Het verzoek is gericht tegen de rechters en de griffiers van de rechtbank Noord-Holland. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 2 oktober 2017, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 10 oktober 2017, schriftelijk de wraking verzocht van de rechters en de griffiers in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuursrecht, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 17/2804 VOO, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 Bij brief van 17 oktober 2017 heeft de griffier van de wrakingskamer verzoeker meegedeeld dat griffiers niet gewraakt kunnen worden en dat er nog geen rechter betrokken is bij deze procedure. Verder is verzoeker verzocht aan te geven of hij wrakingsverzoek(en) intrekt en, zo nee, per procedure aan te geven welke rechter hij wraakt. 2De beoordeling 2.1 In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit dit artikel volgt dat het niet mogelijk is om al een wrakingsverzoek in te dienen voordat bekend is welke rechter de zaak zal behandelen. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.