RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton – locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 6021597 \ CV EXPL 17-4880 Uitspraakdatum: 11 april 2018 Beschikking in de zaak van: 1 [passagier 1] 2. [passagier 2] beiden wonende te [woonplaats] verzoekende partijen verder gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A. Bos tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Compania Naţionalã de Transporturi Ariene Romane TAROM S.A. gevestigd te Otopeni verwerende partij verder te noemen: Tarom 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 11 mei 2017; het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 25 juli 2017. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben met Tarom een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Tarom de passagiers diende te vervoeren van Timisoara Airport (Roemenië) naar Boekarest Otopeni (vluchtnummer RO 604) en vervolgens van Boekarest naar Amsterdam Schiphol Airport (vluchtnummer RO 363) op 5 januari 2017, hierna: de vlucht. 2.2. De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen. 2.3. De passagiers hebben compensatie van Tarom gevorderd in verband met voornoemde vertraging. Tarom heeft in een e-mail van 21 maart 2017 aan (de gemachtigde van) de passagiers meegedeeld dat de passagiers recht hebben op een compensatie van € 250,00 per passagier en heeft verzocht om een originele machtiging dan wel de bankgegevens van de passagiers. Tarom is niet tot betaling overgegaan. 3Het verzoek en het verweer 3.1. De passagiers verzoeken Tarom te veroordelen tot betaling van: - € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten- de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). 3.3. De passagiers stellen dat Tarom vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Tarom van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. 3.4. Tarom betwist de hoogte van de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Tarom is gevestigd in het buitenland. Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De kantonrechter stelt vast dat op grond van het bepaalde in artikel 7 aanhef en lid 1, sub b, tweede streepje van de Brussel I bis-Verordening in combinatie met het bepaalde in het Rehder-arrest (zaak C-204/08) van het Hof, de Nederlandse rechter, meer in het bijzonder de kantonrechter te Haarlem bevoegd is van het geschil kennis te nemen, nu de plaats van aankomst van de onderhavige vlucht Schiphol was. 4.2. Niet in geschil is dat Tarom compensatieplichtig is jegens de passagiers. Tarom betwist echter de hoogte van de gevorderde compensatie, gelet op de afstand van de vlucht. Tarom heeft daartoe aangevoerd dat voor de berekening van de compensatie de ortodromische lijn dient te worden gemeten tussen de vertrekplaats en de eindbestemming. Deze afstand bedraagt in dit geval volgens Tarom 1.402 kilometer. Tarom heeft een aantal producties overgelegd waaruit dit blijkt. De bijbehorende compensatie is volgens artikel 7 van de Verordening € 250,00 per passagier in plaats van € 400,00 aldus Tarom. 4.3. Het verweer slaagt. Ingevolge artikel 7 lid 1 van de Verordening, krijgen de passagiers compensatie ten belope van: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.