RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 5543377 \ CV EXPL 16-10770 Uitspraakdatum: 6 juni 2018 Vonnis in de zaak van: 1 [passagier 1]
- [passagier 2]beiden wonende te [woonplaats] (Bulgarije) eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. H. Yildiz tegen de rechtspersoon naar Bulgaars recht Bulgaria Air AD gevestigd te Sofia (Bulgarije) gedaagde hierna te noemen Bulgaria Air gemachtigde N. Morteva 1Het procesverloop 1.
- De passagiers hebben bij dagvaarding van 21 september 2016 een vordering tegen Bulgaria Air ingesteld. Bulgaria Air heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd. Een Engelse vertaling van de conclusie van repliek is aan Bulgaria Air toegezonden. Bulgaria Air heeft hierop niet meer gereageerd. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met Bulgaria Air een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Bulgaria Air de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Sofia (Bulgarije) op 31 januari 2016 met vluchtnummer FB462 met als geplande vertrektijd 10:20 uur (lokale tijd) en geplande landingstijd 13:50 uur (lokale tijd), hierna: de vlucht. 2.
- De vlucht is geannuleerd. De passagiers hebben gebruik gemaakt van een vervangende vlucht op 1 februari
- 2.
- De passagiers hebben compensatie van Bulgaria Air gevorderd in verband met voornoemde annulering. 2.
- Bulgaria Air heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- De passagiers vorderen dat Bulgaria Air bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en tot betaling van de proceskosten. 3.
- De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Bulgaria Air vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. 4Het verweer 4.
- Bulgaria Air betwist de vordering. Zij voert daartoe aan dat zij geen compensatie verschuldigd is omdat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid, te weten een onverwachts vliegveiligheidsprobleem, dat ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden. Volgens Bulgaria Air is op 11 juli 2015 bij de daling een onverwachts mankement vastgesteld op het toestel type Embraer 790 met registratienummer LZ-PLO die de vlucht van Sofia naar Amsterdam uitvoerde. Het systeem vertoonde de melding “flight control no dispatch”. Dit betekende dat het onderdeel roeraandrijving was beschadigd en vervangen moest worden. Na landing op de luchthaven van Sofia heeft er een inspectie plaatsgevonden van het gehele toestel. Dit heeft geleid tot vertraging van de daaropvolgende vluchten, waaronder vlucht FB
- Ten gevolge van de schade aan het toestel is de onderhavige vlucht geannuleerd. Bulgaria Air voert aan dat er geen ander toestel beschikbaar was vanwege een druk vliegschema. Bulgaria Air meent dat zij op deze omstandigheid geen invloed kon uitoefenen. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- Naar aanleiding van het verweer van Bulgaria Air hebben de passagiers de vordering verder onderbouwd. Daarbij zijn zij ingegaan op het verweer van Bulgaria Air en hebben aangevoerd dat een technisch mankement geen buitengewone omstandigheid in de zin van de Verordening oplevert. Zij hebben daarbij gewezen op het arrest van het Hof van 17 september 2015 (C‑257/14; Van der Lans / KLM). 5.
- Bulgaria Air heeft hierop niet meer gereageerd, ook niet ten aanzien van de lange periode die tussen het ontdekken van het mankement en de annulering van de vlucht zit. Als gevolg daarvan is de vordering onvoldoende gemotiveerd weersproken. Daarom zal de vordering worden toegewezen. 5.
- Tegen de gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom heeft Bulgaria Air evenmin verweer gevoerd, zodat deze toewijsbaar is zoals gevorderd. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van Bulgaria Air, omdat zij ongelijk krijgt. Uit de conclusie van repliek maakt de kantonrechter op dat de passagiers verzoeken om af te wijken van het gebruikelijke liquidatietarief. In hetgeen de passagiers hieraan ten grondslag hebben gelegd, ziet de kantonrechter echter geen aanleiding om af te wijken van het liquidatietarief. Gesteld noch gebleken dat sprake is misbruik van procesrecht dan wel onrechtmatig handelen aan de zijde van Bulgaria Air. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- veroordeelt Bulgaria Air tot betaling aan de passagiers van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 januari 2016 tot aan de dag van de gehele betaling; 6.
- veroordeelt Bulgaria Air tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 94,08griffierecht € 223,00salaris gemachtigde € 200,00 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter