RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15.040880.18 (P) Uitspraakdatum: 9 augustus 2018 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 juli 2018 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , thans gedetineerd in Detentiecentrum Schiphol HvB. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. H. Sytema, advocaat te ’s-Gravenhage, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is – kort samengevat – na nadere omschrijving van de voorlopige tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat: hij een gewoonte heeft gemaakt van mensensmokkel door in de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Nederland en/of Griekenland vijf kinderen behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland. De tekst van de hele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van mensensmokkel door meermaals kinderen van Athene naar Nederland te laten reizen op de paspoorten van zijn eigen kinderen. Uit de opgevraagde vliegtickets is gebleken dat verdachte steeds met meer mensen naar Nederland is teruggekeerd dan waarmee hij naar Griekenland is gereisd. In de telefoon van verdachte zijn gesprekken aangetroffen waarin foto’s van kinderen zijn vergeleken met foto’s van zijn eigen kinderen en waarin werd gesproken over geldbedragen. 3.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte kan worden veroordeeld voor de ten laste gelegde mensensmokkel op 26 februari 2018, maar dat hij van de rest van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd. Niet is vast komen te staan welke personen daadwerkelijk zouden hebben gereisd. Met de vliegtickets die onderdeel uitmaken van het dossier kan de identiteit van de reizigers niet worden vastgesteld. Daarnaast zijn de WhatsApp-gesprekken uit de telefoon van verdachte gefragmenteerd. De berichten geven geen duidelijk beeld over betalingen en het brengen en halen van kinderen. Tot slot heeft verdachte verklaard dat hij ten aanzien van de kinderen die hij op 26 februari 2018 mee naar Nederland nam uit humanitaire overwegingen heeft gehandeld en niet uit winstbejag. 3.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn weergegeven en de volgende bewijsoverweging. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte tijdens vier verschillende reizen tussen Nederland en Griekenland op de terugreis met in totaal vijf kinderen méér heeft samengereisd dan op de heenreis. Ook is gebleken dat verdachte telkens slechts één dag in Griekenland is verbleven. Verdachte heeft ten aanzien van één van die reizen bekend dat hij twee kinderen vanuit Griekenland mee naar Nederland heeft genomen door hen op de paspoorten van zijn eigen kinderen te laten reizen. Deze kinderen zijn op 26 februari 2018 ook op Schiphol aangetroffen. Verdachte heeft ten aanzien van de overige reizen bekend dat hij naar Griekenland is afgereisd, maar hij heeft ontkend dat hij zich tijdens die reizen schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Eén van de reizen zou hij hebben gemaakt in het kader van een ziekenbezoek en één reis ter viering van de verjaardag van zijn zoon. De rechtbank schuift de verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde. Algemeen bekend is dat dergelijk korte reizen niet geschikt zijn voor de reisdoelen die verdachte verklaart te hebben gehad. De ongeloofwaardigheid van de verklaringen van verdachte wordt ondersteund door het gegeven dat verdachte en zijn gezin niet vermogend genoeg zijn om zich dergelijk korte tripjes te kunnen veroorloven. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard dat hij uienschiller is. Bovendien acht de rechtbank de verklaring van verdachte ongeloofwaardig omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte via WhatsApp-gesprekken met derden heeft onderhandeld over de financiële beloning die hij wenste te ontvangen voor het meenemen van kinderen. Verdachte en de personen waarmee hij telefonisch contact heeft gehad, hebben foto’s van kinderen uitgewisseld, die met elkaar vergeleken en zij hebben daarbij gesproken over hun gelijkenissen of juist het gebrek daaraan. Het is bekend dat mensensmokkelaars gebruik plegen te maken van look-alike-paspoorten. Om voornoemde redenen schuift de rechtbank ook de verklaring van verdachte terzijde dat hij in december 2016 met zijn zoon [kind 1] (extra kind) zou zijn teruggevlogen nadat deze met de auto door een neef van verdachte naar Athene zou zijn gebracht. Deze verklaring heeft verdachte eerst ter zitting afgelegd, nadat hij in eerste instantie verklaarde zich over de reis van 10 en 11 december 2016 weinig te kunnen herinneren. Bovendien volgt uit het dossier dat verdachte op 10 en 11 december 2016 met zijn kinderen [kind 2] en [kind 3] heeft gevlogen terwijl verdachte ter zitting verklaarde met [kind 4] te hebben gereisd. Verdachtes verklaring kan aldus ook om die reden niet op de hem verweten reis slaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat verdachte de handelwijze ten aanzien van de mensensmokkel die hij heeft bekend te hebben gepleegd op 26 februari 2018, ook heeft toegepast tijdens de andere drie reizen. Alle vier de reizen zijn namelijk gemaakt tussen Nederland en Griekenland, met telkens slechts één dag verblijf in Griekenland, waarbij verdachte met meer kinderen terug naar huis is gekeerd dan waarmee hij is vertrokken. Vanwege de overeenkomsten op essentiële punten tussen de reis eindigend op 26 februari 2018 en de overige reizen betrekt de rechtbank het bewijs dat verdachte zich ten aanzien van de reis eindigend op 26 februari 2018 schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel bij het bewijs dat verdachte zich tijdens de overige driereizen eveneens schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Daarmee is komen vast te staan dat verdachte zich tijdens de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het smokkelen van kinderen en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Dat verdachte de kinderen tijdens alle reizen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland volgt uit het gegeven dat jonge kinderen logischerwijze niet zelf hun incheck, paspoortcontrole en vliegreis kunnen regelen. Ook ten aanzien hiervan gebruikt de rechtbank de verklaring van verdachte ten aanzien van de mensensmokkel die hij heeft bekend te hebben gepleegd op 26 februari 2018. Verdachte heeft ten aanzien van die reis immers verklaard dat hij de reis heeft geregeld en dat hij degene was die de boardingpassen bij zich had. Nu verdachte over de reizen contact heeft gehad met andere personen in het buitenland die de kinderen – kennelijk – hebben geselecteerd dan wel de reizen tezamen met zijn vrouw heeft gemaakt en aldus geprobeerd heeft als een ogenschijnlijk normaal Syrisch gezien naar Schiphol te reizen, is de rechtbank eveneens van oordeel dat verdachte de feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. 3.4. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat: hij in de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Schiphol en in Athene tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland; immers zijn verdachte en zijn mededaders: in de periode 10 december 2016 tot en met 11 december 2016 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden; en in de periode 13 januari 2018 tot en met 14 januari 2018 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden; en in de periode 10 februari 2018 tot en met 11 februari 2018 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op haar naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op haar naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden. en in de periode 13 februari 2018 tot en met 26 februari 2018 [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) en [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde personen niet op hun naam gestelde (zogenaamde look-a-like) paspoorten ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemde personen in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemde personen te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemde personen te begeleiden naar de paspoort(controle) en de niet op hun naam gestelde paspoorten ter controle aan te bieden; terwijl hij, verdachte en zijn mededaders telkens wisten dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was. Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door meerdere personen die daarvan een beroep of gewoonte maken. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar. 5Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar. 6Motivering van de sanctie 6.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de telefoon van verdachte verbeurd wordt verklaard omdat daarmee het strafbare feit is gepleegd. 6.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn gezin. De vrouw van verdachte heeft de zorg voor vier jonge kinderen. Het is van groot praktisch en financieel belang dat verdachte snel terugkeert naar zijn gezin. De raadsman heeft de rechtbank verzocht een straf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. 6.3. Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Ernst van het feit Verdachte heeft in de periode van ruim een jaar vijf kinderen vanuit Griekenland naar Nederland gesmokkeld. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de 'echte' asielzoeker daardoor kan worden geschaad. De rechtbank vindt het in het bijzondere ernstig dat verdachte zijn eigen kinderen heeft ingezet bij de mensensmokkel. Niet alleen door de gesmokkelde kinderen te laten reizen op de paspoorten van zijn eigen kinderen, maar ook door zijn eigen kinderen te laten meereizen om op die manier geloofwaardiger over te komen als reizend gezin. Daarnaast vindt de rechtbank het zeer kwalijk dat verdachte zich op het standpunt heeft gesteld – en ook is blijven stellen – dat hij niet in strijd met de wet heeft gehandeld en dat zijn motieven zuiver waren. De rechtbank benadrukt dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de identiteit van de gemokkelde kinderen niet kende, terwijl hij is blijven volharden in zijn verklaring dat de kinderen familie van hem waren. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte via de telefoon heeft onderhandeld over de beloning die hij zou ontvangen voor het smokkelen van kinderen. De teksten die verdachte daarbij heeft gebezigd doen denken aan de handel in goederen of vee. De rechtbank kan die omstandigheden niet rijmen met het standpunt van verdachte dat hij vanuit liefdadigheid heeft gehandeld en is van oordeel dat verdachte slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad. De persoon van verdachte Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op: - het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 23 april 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld; - het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 23 mei 2018 van [reclasseringswerker] reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, waaruit volgt dat verdachte onvoldoende probleembesef heeft, omdat hij vindt dat hij niets strafbaars heeft gedaan. Een meldplicht bij de reclassering is niet geïndiceerd omdat verdachte geen problemen ondervindt op de verschillende leefgebieden en omdat het recidiverisico op basis van zijn delictgeschiedenis als laag wordt ingeschat. De op te leggen straf Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de volgende omstandigheden. Bij het opleggen van de straf neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte slechts verantwoordelijkheid heeft genomen voor dat deel van het ten laste gelegde waarvoor hij op heterdaad is betrapt. Voor het overige gedeelte van de tenlastelegging heeft verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen en heeft hij zichzelf in een slachtofferrol geplaatst. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van 24 maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat 4 maanden daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zullen worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Bijkomende straf De rechtbank acht het in beslag genomen voorwerp, te weten een Apple telefoon, vatbaar voor de bijkomende straf van verbeurdverklaring nu dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp ervan het feit is begaan. 8Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: Artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. 9Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 4 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: 1. STK GSM (Volgnr. 1) (Omschrijving: wit, merk: Apple) Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. ten Bos, voorzitter,mr. E.C. Smits en mr. B. de Wilde, rechters,in tegenwoordigheid van mr. R.I. Robijns, griffier. en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2018. Mr. De Wilde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. I – Tenlastelegging hij in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in Athene, in elk geval in Griekenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s): * in de periode 10 december 2016 tot en met 11 december 2016 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door: - aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of; - daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of; - vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of; - voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of; - het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden. en/of * in de periode 13 januari 2018 tot en met 14 januari 2018 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door: - aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of; - daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of; - vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of; - voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of; - het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden. en/of * in de periode 10 februari 2018 tot en met 11 februari 2018 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door: - aan voornoemde persoon een niet op haar naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of; - daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of; - vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of; - voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of; - het niet op haar naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden. en/of * in de periode 13 februari 2018 tot en met 26 februari 2018 [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) en/of [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hen/hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door: - aan voornoemde perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.