vRECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Haarlem zaak/rolnr.: 6632469 \ CV EXPL 18-942 datum uitspraak: 3 oktober 2018 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER inzake de stichting Stichting Pensioenfonds van de Metalectro (PME) gevestigd te 's-Gravenhage eiseres hierna te noemen: PME gemachtigde mr. F.L.J. van Dijk-Braun tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde hierna te noemen: [gedaagde] gemachtigde mr. N. Wouters 1De procedure 1.
(2013)is er door de gemeentelijke handhaving opgetreden tegen de overlast vanuit uw woning. Daarna hebben wij u in 2015 aangeschreven dat er opnieuw veel overlast is en dat er geconstateerd is dat de voor- en achtertuin vol staat met boedel, vuilnis, dierenverblijven, e.d.. onlangs hebben wij van de politie vernomen dat er opnieuw veel overlast was en er vele dieren in beslag genomen zijn. Daarbij zijn er diverse klachten richting Actys geuit van omwonenden met betrekking tot uw woongedrag en woonsituatie. De klachten betreffen het volgende: de tuin wordt gebruikt als opslag voor diverse zaken, het is vies en er is veel stankoverlast door: afval, aanwezigheid van veel dieren, uitwerpselen, e.d. (…) Hierbij verzoeken, en voor zover nodig, sommeren wij u om per direct de overlast, bestaande uit: het gebruiken van de tuin als opslag, de stankoverlast veroorzaakt door de vele dieren, uitwerpselen en afval, te staken en gestaakt te houden, bij gebreke waarvan wij u reeds n u voor alsdan in gebreke stellen. Mochten wij wederom klachten ontvangen, dan zullen wij zonder nader bericht een gerechtelijke procedure starten teneinde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te vorderen, waarbij alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten en schade op u zullen worden verhaald.” 2.
- Op 22 augustus 2017 hebben de bewoners wonende op de [a-straat] [huisnummer 2] , [huisnummer 3] en [huisnummer 4] een gezamenlijke klacht ingediend bij PME en PME gesommeerd stappen te ondernemen jegens [gedaagde] . In de brief staat – voor zover hier relevant – het volgende: (…) Omdat we ons woongenot niet willen laten bederven door deze buren, hadden we verwacht en gehoopt dat er vanuit Actys wonen actiever op ingespeeld zou worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bezoekje aan onze buurman, zodat jullie zelf kunnen ervaren hoe erg het is. De stank is op dit moment ondraaglijk aan het worden. Onze woningen op [huisnummer 2] en [huisnummer 3] stinken van binnen ook ontzettend. Op nummer [huisnummer 4] ruiken zij het zelfs ook, voornamelijk in de tuin en dit veroorzaakt natuurlijk ook hinder.” 2.
- Op zowel 25 als 26 april 2017 hebben de bewoners van [a-straat] [huisnummer 2] opnieuw klachten ingediend bij Actys over stankoverlast afkomstig van [a-straat] [huisnummer 1] . 2.
- Bij brief van 29 december 2017 hebben de bewoners van [a-straat] [huisnummer 2] diverse foto’s aan Actys gestuurd van de buitenzijde van de woning en tuin van [gedaagde] . In de brief staat – voor zover hier relevant – het volgende: (…) “De situatie nu bij de buurman: Overlast van de dieren, voornamelijk duiven. (…) Muizenoverlast. Eerst alleen in de tuin maar nu ook in huis Stankoverlast. De lucht in zijn huis is echt ondraaglijk en het is er ronduit smerig. Geluidsoverlast van het werken in zijn tuin. Dit gebeurt vooral in de maanden dat het niet zo koud is elke dag. Je kan elkaar geen eens verstaan in de tuin. (…) Is het niet mogelijk dat jullie een keer binnen gaan kijken? Wij willen graag blijven wonen en hebben het naar ons zin, maar met deze buren gaat het niet werken. We hebben alleen maar last van hem en alles wat hij doet. De stank en de muizen zijn op dit moment het ergste.” 2.
- Op 2 januari 2018 heeft de gemachtigde van PME [gedaagde] het volgende schriftelijk bericht: (…) “Sinds mei vorig jaar ontvangt Actys weer klachten van omwonenden over stank- en geluidsoverlast, veroorzaakt door onder meer het houden van duiven, salamanders, stinkdieren, duiven, slangenen het klussen in uw achtertuin aan terrariums en aanverwante artikelen. U gebruikt uw voor- en achtertuin voorts als opslagruimte voor talloze goederen. (…) Door uw woning op deze manier te gebruiken, handelt u, zoals Actys al eerder heeft aangegeven, in strijd met het bepaalde in de wet en in de tussen u en cliënte gesloten huurovereenkomst. De tekortkomingen zijn dusdanig ernstig dat deze ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. Ik verzoek u vriendelijk de huurovereenkomst binnen vijf dagen na dagtekening van deze brief op te zeggen per 1 maart aanstaande en te bevestigen dat u de woning uiterlijk 28 februari leeg en ontruimd conform het bepaalde in de huurovereenkomst aan cliënte zult opleveren.” 2.
- PME heeft het mutatierapport van 20 februari 2018 van de politie Noord-Holland district Kennemerland ingebracht. Uit het rapport volgt dat de rapporteurs een melding hebben ontvangen van de familie [naam buren huisnummer 2] . Op 14 februari 2018 hebben zij een bezoek gebracht aan de [a-straat] [huisnummer 1] . In het mutatierapport staat – voor zover hier van belang – het volgende: “ Zolang rapp wijkagent is verblijft [naam vriend] ook op het adres. [naam vriend] houdt zich bezig met het verhandelen van reptielen. Daar is hij ook al een paar keer voor vervolgt maar niet voor veroordeeld.” 2.
- Op 17 mei 2018 heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij [gedaagde] een controle uitgevoerd. Daarbij zijn er geen overtredingen aangetroffen. 2.
- Op 21 mei 2018 heeft [gedaagde] aangifte gedaan bij de politie te [woonplaats] van vernielingen aan haar auto. 2.
- Op 25 juni 2018 heeft [gedaagde] een klachtmelding ingediend bij de wijkagent ten aanzien van de familie [naam buren huisnummer 2] . 2.
- De bewoners van [a-straat] [huisnummer 6] , [a-straat] [huisnummer 7] en [a-straat] [huisnummer 8] hebben schriftelijk verklaard geen last te ondervinden van [gedaagde] . De voormalige bewoners van [a-straat] [huisnummer 5] hebben verklaard: “ Bij dezen willen wij kenbaar maken in de periode april 2015-januari 2018 woonachtig te zijn geweest op [a-straat] , [postcode] [woonplaats] . Ten aanzien van het contact met de bewoners van [a-straat] [huisnummer 1] , onze toenmalige naaste buren, kan ik bevestigen altijd in goede harmonie te hebben gewoond. Er was nimmer sprake van overlast of conflict.” 3De vordering 3.
- PME vordert – samengevat – de kantonrechter, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad om:
- Primair de met [gedaagde] gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [a-straat] [huisnummer 1] te [woonplaats] te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen de woning ontruimd op te leveren en de sleutels ter hand te stellen aan PME eventueel met behulp van de sterke arm;
- Subsidiair verzoekt PME [gedaagde] te veroordelen om alle in en om het gehuurde gehouden dieren te verwijderen en verwijderd te houden binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis alsmede [gedaagde] te verbieden om dieren in en om het gehuurde te houden op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] dit verbod overtreedt;
- Meer subsidiair om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente indien niet binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan. 3.
- PME legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] ernstig tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en de daarvan deel uitmakende algemene bepalingen. [gedaagde] handelt in strijd met haar wettelijke plicht zich als een goed huurder te gedragen. Uit de klachten van omwonenden volgt dat [gedaagde] structureel zorgt voor stank- en geluidsoverlast. De stankoverlast wordt veroorzaakt door het grote aantal dieren dat zij in en om de woning huisvest. Daarbij verwaarloosd [gedaagde] haar voor- en achtertuin door deze te gebruiken als werkplaats en als opslagruimte voor tal van goederen. De overlast en hinder zijn dermate ernstig dat omwonenden hierdoor in hun woongenot worden geschaad. PME is als verhuurder niet meer in staat om aan haar andere huurders het rustige huurgenot te verschaffen. PME heeft [gedaagde] meermaals gesommeerd om de overlast te beëindigen, maar [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven. De tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst is dusdanig ernstig dat zij ontbinding en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. 4Het verweer 4.1 [gedaagde] betwist de vorderingen van PME. Er is in de visie van [gedaagde] geen sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Zij voert aan dat er geen sprake is van een overlastsituatie die ontbinding en ontruiming van het gehuurde kan rechtvaardigen. De stank- en geluidsoverlast worden betwist en zijn nooit objectief vastgesteld. Daarom moet de subsidiaire vordering tot verwijdering van alle dieren op straffe van een dwangsom ook worden afgewezen. De vordering is te ruim geformuleerd en biedt geen grondslag voor toewijzing. Ten slotte wil [gedaagde] benadrukken dat PME in haar verplichtingen als goed verhuurder tekort is geschoten, omdat zij niet heeft getracht om op een buitengerechtelijke wijze tot een oplossing te komen. 5De beoordeling 5.
- Vooropgesteld wordt dat het gehuurde bestemd is om als woning te worden gebruikt en dat het huurder is toegestaan om huisdieren te hebben, maar dat omwonenden daarvan geen hinder of overlast mogen ondervinden. Overlast kan alleen dan tot ontbinding leiden als die overlast, naar maatstaven van hetgeen men in maatschappelijk verkeer van elkaar kan en moet aanvaarden, onaanvaardbaar is, oftewel als er sprake is van ernstige en structurele hinder. Enige hinder moet men van elkaar accepteren. In welke mate hinder nog aanvaardbaar is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Beoordeeld moet worden of [gedaagde] overlast heeft veroorzaakt, en zo ja, of de door [gedaagde] veroorzaakte overlast moet leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst, zoals door PME gesteld en door [gedaagde] wordt betwist. 5.
- PME stelt dat de stank- en geluidsoverlast dusdanig ernstig is dat zij ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. PME verwijst hierbij naar klachten van omwonenden, foto’s van de woning en tuin van [gedaagde] , een mutatierapport van de politie en de door PME verstuurde brieven. PME stelt dat er sprake is van een situatie, waarin een dusdanig aantal dieren wordt gehouden dat afwijkt van wat maatschappelijk gezien als een normale huisdiersituatie wordt gezien. Herhaaldelijk is [gedaagde] gesommeerd om rekening te houden met de buren en gesteld dat zij geen stank- en geluidsoverlast mag veroorzaken. Door [gedaagde] is nooit gereageerd op de brieven van PME en Actys. Ondanks diverse sommaties bleef PME klachten ontvangen van omwonenden over stank- en geluidsoverlast veroorzaakt door [gedaagde] . De verhuurder wil het volledige huurgenot verschaffen aan haar overige huurders en derden en dat is nu niet mogelijk. [gedaagde] gedraagt zich niet als een goed huurder en handelt in strijd met de wet, de huurovereenkomst en de algemene bepalingen door overlast te veroorzaken aan omwonenden. Er is sprake van een dusdanige tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. 5.
- [gedaagde] heeft betwist dat zij overlast heeft veroorzaakt, zodat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Overlast is nooit bewezen en de klachten die zijn gedaan kunnen betiteld worden als laster, zeker nu deze telkens afkomstig zijn van dezelfde buren. [gedaagde] heeft diverse verklaringen overgelegd van omwonenden van [a-straat] nummers [huisnummer 6] [huisnummer 7] en [huisnummer 8] en van de voormalige bewoners van nummer [huisnummer 5] . Uit de overgelegde verklaringen blijkt dat zij geen overlast van gedaagde ervaren of hebben ervaren. [gedaagde] is van mening dat PME een objectief en onafhankelijk onderzoek naar de stank- en geluidsoverlast had moeten doen. Van een professionele woningbouwvereniging mag worden verwacht dat eerst onderzoek wordt gedaan om het waarheidsgehalte van klachtmeldingen te toetsen. Voorts heeft [gedaagde] wel degelijk gehandeld na de diverse sommaties die zij van PME heeft ontvangen. [gedaagde] heeft vele dieren verwijderd en het aantal dieren dat zij nu nog houdt valt volgens [gedaagde] binnen de marges van de wet, het huurcontract en de algemene bepalingen. Ten aanzien van de tuin voert [gedaagde] aan dat door haar vriend, [naam vriend] , af en toe wordt geklust in de tuin aan terraria, maar dat dit eveneens binnen de marges van de wet gebeurt. De tuin ziet er netjes uit en in een drukbevolkte buurt moet men bepaalde zaken van elkaar tolereren. De vorderingen van PME moeten worden afgewezen. 5.
- Teneinde zelf de mate van stank- en geluidsoverlast vast te stellen, is de kantonrechter naar de woning van [gedaagde] gegaan. Gedurende de descente heeft de kantonrechter ter plaatse geconstateerd dat [gedaagde] grotendeels alle dieren die worden genoemd in de dagvaarding niet meer in haar bezit heeft. [gedaagde] bezit nu in ieder geval nog twee honden, één kat, schildpadden, muizen en meervallen. De kantonrechter heeft geen slangen, ratten, stinkdieren of cavia’s aangetroffen. Van [gedaagde] heeft verklaard dat zij inmiddels geen duiven meer houdt. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het duivenhok leeg is. De kantonrechter heeft zowel in het huis als in de tuin geen sterke geur waargenomen die als ernstige stankoverlast moet worden aangemerkt. De kantonrechter heeft wel geconstateerd dat [gedaagde] de tuin intensief gebruikt, maar niet zodanig dat zij daarmee in strijd handelt met hetgeen zij met PME is overeengekomen. 5.5 De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat PME nooit persoonlijk contact heeft opgenomen met [gedaagde] , bijvoorbeeld door bij haar op huisbezoek te gaan. Gesteld noch gebleken is dat de omwonenden met PME en [gedaagde] over de door hen ervaren overlast hebben gesproken. Het had op de weg van PME gelegen om een dergelijk overleg te initiëren en afspraken te maken met [gedaagde] . Vast staat dat PME geen (onafhankelijk) onderzoek heeft uitgevoerd of laten uitvoeren om de stank- en geluidsoverlast objectief vast te stellen. Zij heeft onmiddellijk nadat zij van met name de bewoners van [a-straat] [huisnummer 2] klachten ontving over stankoverlast gedaagde aangeschreven om de vermeende overlast te stoppen. Anderzijds is ook niet gebleken dat PME de klachten van [gedaagde] ten aanzien van haar buren serieus heeft onderzocht. PME heeft niet al het nodige verricht dat van haar als verhuurder in de gegeven omstandigheden verwacht had mogen worden. Dat valt haar te verwijten. Nu er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, zal de kantonrechter het verzoek tot ontbinding en ontruiming van het gehuurde afwijzen. 5.
- Subsidiair vordert PME dat [gedaagde] wordt veroordeeld om alle in en om het gehuurde gehouden dieren te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom. De kantonrechter oordeelt dat de vordering zeer ruim is geformuleerd en vanwege het ontbreken van enige toelichting moet worden afgewezen. Overleg tussen eiseres en gedaagde zal uitkomst moeten brengen ten aanzien van dit punt. De vordering zal worden afgewezen. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van PME, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De beslissing De kantonrechter: - wijst de vorderingen van PME af; - veroordeelt PME tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op € 600,00 aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter