Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 16/5651 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 12 oktober 2018 in de zaak tussen [X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres (gemachtigde: T. Wright), en de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres op 9 juni 2016 een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt voor € 323.675,04 aan douanerechten op industrieproducten. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de utb gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2018 te Haarlem. Namens eiseres is niemand verschenen. De rechtbank stelt vast dat de uitnodiging naar het adres van de gemachtigde van eiseres is toegezonden en dat deze uitnodiging niet retour is ontvangen, zodat eiseres op juiste wijze is uitgenodigd en de zitting doorgang kan vinden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. U. Gürsültür en mr. I. Ramdjiawan. Overwegingen Feiten 1. Eiseres heeft op 8 juni 2016 op eigen naam en voor eigen rekening aangifte gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van 31.498.970 kg alumina. De CIF-Rotterdam prijs van de goederen zoals vermeld in de aangifte is $ 9.126.826,56, waarbij als verkoper [A] . (hierna: [A] ) te [b] en als koper [C] (hierna: [C] ) te [d] zijn vermeld. De bijbehorende factuur met kenmerk [# 1] van 27 maart 2016 waarin dit bedrag is vermeld, is door eiseres overgelegd. De douaneautoriteiten hebben de goederen op 9 juni 2016 vrijgegeven. 2. Tot de stukken van het geding behoort een factuur met kenmerk [# 2] van [E] SA (hierna: [E] ) aan [A] van 24 mei 2016 met daarin vermeld een bedrag van $ 7.936.480,48 en leveringscondities [F] te [g] , betreffende de levering van 31.489.970 kg alumina door [E] aan [A] . 3. Tot de stukken van het geding behoort een verklaring van [E] van 13 juni 2016, zonder vermelding van de naam van de ondertekenaar, waarin het volgende is vermeld: “This is to confirm that our invoice [# 2] issued on May 24, 2016 is based on our contract, ref [# 3] , made on July 3, 2006 and last amendment to this contract was made on October 22, 2014 between [A] , [adres 1] , [b] and [E] SA, [adres 2] , [d] .” Geschil 4. In geschil is of de utb tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer in bijzonder is in geschil of de douanewaarde juist is vastgesteld. 5. Eiseres stelt dat er teveel aan douanerechten is geheven, omdat verweerder bij het bepalen van de douanewaarde ten onrechte is uitgegaan van de transactie(prijs) tussen [A] en [C] . Op grond van artikel 347 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (hierna: UVo) moet worden uitgegaan van de transactie tussen [E] en [A] . Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de utb met een bedrag van € 28.984,30. 6. Verweerder stelt dat de transactie tussen [A] en [C] een transactie betreft die voldoet aan artikel 128 van de UVo. Eiseres kan niet meer terugkomen op de aangegeven douanewaarde, omdat de gehanteerde grondslag niet onjuist is en de goederen reeds zijn vrijgegeven. Verweerder verwijst in dit verband naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 juni 1990 (zaak C-11/89, Unifert Handels GmbH) en artikel 173, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie (hierna: DWU). Artikel 347 van de UVo biedt de mogelijkheid om te kiezen op het moment van het doen van aangifte indien sprake is van een overeenkomst voor verkoop voor uitvoer naar de Europese Unie van vóór 18 januari 2016. Dit is niet aannemelijk gemaakt. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 7. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. Toepasselijke wettelijke bepalingen 8. Artikel 70, eerste lid, van het DWU luidt als volgt: “1. De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, waar nodig aangepast.” 9. Artikel 173 van het DWU luidt als volgt: “Wijziging van een douaneaangifte 1. De aangever wordt, op zijn verzoek, toegestaan een of meer gegevens in de douaneaangifte te wijzigen nadat deze door de douane is aanvaard. De wijziging mag niet tot gevolg hebben dat de douaneaangifte betrekking heeft op andere goederen dan die waarop zij oorspronkelijk betrekking had. 2. Dergelijke wijzigingen worden niet toegestaan als het verzoek daartoe wordt gedaan na een van de volgende gebeurtenissen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.