RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 18/1800 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 oktober 2018 in de zaak tussen
(2019)het volume van het vliegverkeer substantieel toeneemt. In afwachting van de inwerkingtreding van de wijziging van de Wlv is het maximum aantal vliegbewegingen per gebruiksjaar tot en met 2020 namelijk gesteld op 500.000 (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 665, nr. 212, p. 2). Bovendien is het, aldus verweerder, niet zo dat in het komende gebruiksjaar per definitie weer een overschrijding (in die mate als in het gebruiksjaar 2016) van de grenswaarden van de Aalsmeer - en Zwanenburgbaan zal plaatsvinden. Een en ander is namelijk afhankelijk van de weersomstandigheden. Het kan zo zijn dat in het gebruiksjaar 2019 meer moet worden teruggevallen op de Buitenveldertbaan dan op genoemde twee banen. Ten slotte heeft verweerder erop gewezen dat de geluidssituatie op de woningen van eisers aanvaardbaar is. De woningen van eisers liggen binnen de 59 en 48 dB(A) Lden-contour. Bovendien wordt aan de criteria voor gelijkwaardigheid, uitgedrukt in aantallen woningen met een geluidsbelasting, aantal ernstig gehinderden en aantal ernstig slaapgestoorden ruimschoots voldaan. Ook aan de in het NNHS stelsel opgenomen norm voor de maximale toegestane hoeveelheid geluid wordt ruimschoots voldaan. Onder voornoemde omstandigheden is verweerder van mening dat, rekening houdend met zowel de belangen van omwonenden (niet alleen die van de Aalsmeerbaan en de Zwanenburgbaan) als die van de luchtvaartsector, van handhavend optreden kon worden afgezien. 7.3 Eisers hebben verweerders hiervoor weergegeven uiteenzetting niet concreet gemotiveerd weersproken, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet verweerders uiteenzetting voor onjuist te houden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, indien in het gebruiksjaar 2016 is gevlogen volgens het NNHS, op die grond in redelijkheid van handhavend optreden heeft kunnen afzien. De rechtbank is, gegeven verweerders uiteenzetting, van oordeel dat handhavend optreden in het geval is gevlogen volgens het NNHS zodanig onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhavend optreden op grond van artikel 8.22, eerste lid, van de Wlv in die concrete situatie kan worden afgezien. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende onderbouwd dat vliegen volgens het NNHS voor omwonenden – en dus ook voor eisers – wat betreft geluidbelasting per saldo gunstiger is dan vliegen volgens een verdeling op basis van de grenswaarden van het wettelijke systeem. Het NNHS wordt bovendien al acht jaar gehanteerd en er bestaat op verschillende terreinen draagvlak voor toepassing van dat stelsel. Daarbij komt dat de Eerste en Tweede Kamer reeds een wetsvoorstel tot wijziging van de Wlv voor de invoering van het NNHS hebben aanvaard dat – zoals verweerder ter zitting desgevraagd heeft verklaard – naar verwachting eind 2019 samen met een gewijzigd Luchthavenverkeersbesluit Schiphol van kracht wordt. Het gebruiksjaar 2018 is bijna verstreken. Uitgaande van het van kracht worden van genoemd wetsvoorstel eind 2019 zou handhaving door middel van het voorschrijven van maatregelen, indien ook in het gebruiksjaar 2018 (een) overschrijding(en) van de grenswaarden zouden worden geconstateerd, zich naar verwachting slechts beperken tot het daarop volgende gebruiksjaar
- Daarmee zouden, gelet op verweerders uiteenzetting, noch het algemene belang noch de belangen van de omwonenden (van alle banen) en de luchtvaartsector worden gediend. 7.4 Het betoog van eisers slaagt niet.
- Eisers betogen verder dat in het gebruiksjaar 2016 niet is gevlogen conform het NNHS. Zij voeren hiertoe verschillende argumenten aan. 9.1 Ten eerste betogen eisers dat zij concrete aanknopingspunten hebben dat niet conform het NNHS is gevlogen. Op de voor hen meest hinderlijke baan, de Aalsmeerbaan, vindt namelijk een overschrijding van de grenswaarden plaats vanaf het vierde jaar na invoering van het nieuwe stelsel. Daarvoor heeft nooit een overschrijding plaatsgevonden op basis van vliegen conform het huidige wettelijke stelsel. De niet-preferente Aalsmeerbaan moet dus wel veel meer gebruikt zijn gaan worden. 9.2 Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht en onder 7.2 is weergegeven, sluiten vliegen volgens het NNHS en overschrijdingen van de grenswaarden elkaar niet uit. Onderkend is juist dat, ondanks dat wordt gevlogen volgens het NNHS, overschrijdingen van de grenswaarden konden gaan plaatsvinden. Oorzaak van die overschrijdingen is, zoals verweerder heeft toegelicht, gelegen in de toename van het aantal vliegbewegingen per jaar. De omstandigheid dat in het gebruiksjaar 2016 een overschrijding van de grenswaarden ten aanzien van de Aalsmeerbaan heeft plaatsgevonden vormt, anders dan eisers hebben verondersteld, dan ook geen concrete aanwijzing dat in het gebruiksjaar 2016 niet zou zijn gevlogen volgens het NNHS. Het argument van eisers slaagt niet. 10.1 Ten tweede is volgens eisers het onderzoek dat verweerder heeft verricht onvoldoende om te kunnen concluderen of is gevlogen volgens de regels van het NNHS. Verweerder heeft volgens eisers allereerst de reikwijdte van de voorgeschreven toets te beperkt opgevat. Het NNHS bestaat uit vier regels, maar verweerder heeft slechts beoordeeld of aan de eerste twee regels is voldaan. Daarbij komt dat er veel uitzonderingen mogelijk zijn op de vier regels, zodat de LVNL veel ruimte heeft om in de dagelijkse vliegoperatie van die regels af te wijken. Toepassing van uitzonderingen wordt ten onrechte gekwalificeerd als naleving van de regels. Daarnaast mocht verweerder niet uitgaan van de inhoud van de kwartaalberichten van de sector. Deze kwartaalberichten hebben, gelet op de disclaimer die aan de onderzijde ervan is vermeld, slechts de status van concept en de getallen die erin zijn opgenomen hebben slechts een voorlopig karakter. Verder had de verificatie van de berekeningstool die gebruikt wordt bij de totstandkoming van de kwartaalberichten moeten plaatsvinden door een onafhankelijke partij met verstand van het testen van complexe automatiseringssystemen. Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaart Centrum (NLR) kan niet als deskundig worden beschouwd op dat gebied. Ten slotte betekent de omstandigheid dat de omgevingsraad Schiphol (ORS) zich niet over de betrouwbaarheid van kwartaalberichten heeft uitgelaten niet dat verweerder zich om die reden op die kwartaalberichten kan verlaten. 10.2.1 Wat betreft de reikwijdte van de toets aan de regels van het NNHS heeft verweerder zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de regels 3 en 4, anders dan de regels 1 en 2, voor de overschreden handhavingspunten niet onderscheidend zijn. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd nader toegelicht dat bij de beoordeling of aan regel 1 is voldaan wordt bezien of de afgesproken percentages zijn gehaald. Bij de beoordeling of aan regel 2 is voldaan vindt een oorzaakanalyse plaats. Indien uit de informatie met betrekking tot de regels 1 en 2 blijkt dat aan die regels is voldaan, volgt daaruit volgens verweerder automatisch dat ook aan regel 3 is voldaan. Daarom heeft verweerder niet expliciet naar die regel verwezen. Verder ziet regel 4, aldus verweerder, op enkele tientallen vluchten die nooit op zichzelf de oorzaak kunnen zijn geweest van een overschrijding van de grenswaarden in die mate die in het gebruiksjaar 2016 is vastgesteld. Anders dan eisers hebben verondersteld, is het daarnaast volgens verweerder niet zo dat er legio mogelijkheden zijn om van de regels af te wijken zonder daarover verantwoording te hoeven afleggen. Achteraf moet worden verklaard dat een baan is gebruikt volgens de regels. Is een baan niet gebruikt volgens de regels, dan moet worden verklaard waarom dat niet is gebeurd. 10.2.2 Verweerder heeft verder aangegeven dat bij de beoordeling of de overschrijdingen van de grenswaarden het gevolg zijn van het toepassen van de regels van het NNHS gebruik wordt gemaakt van de gegevens uit de kwartaalberichten van de luchtvaartsector. Deze kwartaalberichten bevatten informatie omtrent de afwikkeling van het vliegverkeer. De input wordt door de LVNL geleverd en de beoordeling vindt plaats met toepassing van de berekeningstool die door de LVNL is ontwikkeld op basis van rekenregels die aan de Alderstafel zijn vastgesteld. Het NLR heeft de berekeningstool op verzoek van de LVNL in 2012 geverifieerd. Naar aanleiding hiervan is de tool op een aantal punten aangepast. Vervolgens heeft het NLR nog een verificatie gedaan in eveneens 2012, waarbij het heeft geconcludeerd dat voorgestelde aanpassingen correct zijn doorgevoerd. Het NLR is volgens verweerder een onafhankelijke (gelet op haar statuten) en deskundige (gelet op haar aanwijzing als Groot Technologisch Instituut) partij. Voorts heeft verweerder, naar aanleiding van het bezwaarschrift, een aanvullend onderzoek verricht naar de betrouwbaarheid van de gegevens in de kwartaalberichten. Op 4 december 2017 heeft verweerder een bezoek gebracht aan de LVNL en heeft hij zich laten informeren over het rekensysteem en de deskundigheid van de medewerkers die ermee werken. Ook heeft verweerder een demonstratie gehad. De omstandigheid dat een kritische en speciaal aangewezen partij als de ORS geen kanttekeningen heeft geplaatst bij de totstandkoming van de kwartaalberichten vormt een aanvullende bevestiging van de betrouwbaarheid ervan, aldus verweerder. Een steekproef achteraf zoals eisers voorstaan was naar de mening van verweerder dan ook niet noodzakelijk. Daar heeft verweerder slechts ten overvloede om verzocht. Bovendien vormt een steekproef een momentopname, zodat daarmee niets is gezegd over de vraag of aan de regels is voldaan, omdat daarvoor naar gegevens over een heel gebruiksjaar moet worden gekeken. Beoordeeld is in hoeverre het feitelijke baangebruik bij de onderzochte vluchten verklaarbaar was vanuit de baanpreferentieregels. Gekeken is voor hoeveel procent van de vluchten uit de steekproef het baangebruik volgens het NNHS overeenkomt met het uiteindelijke baangebruik. 10.3 De rechtbank ziet in hetgeen eisers hebben aangevoerd geen aanleiding verweerder niet te volgen in diens hiervoor onder 10.2.1 en 10.2.2 weergegeven uiteenzettingen. Verweerder heeft van de juistheid van de inhoud van het kwartaalbericht van het vierde kwartaal van het gebruiksjaar 2016 mogen uitgaan. Niet bestreden is dat uit dat kwartaalbericht volgt dat aan de regels van het NNHS is voldaan voor het gebruiksjaar
- Verweerder heeft zich gelet daarop terecht op het standpunt gesteld dat in het gebruiksjaar 2016 is gevlogen volgens het NNHS. Ook het tweede argument van eisers slaagt niet.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzitter, mr. D.M. de Feijter en mr. S.M. van Velsen, leden, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober
- griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. BIJLAGE – Wet- en regelgeving Wet luchtvaart Artikel 8.15: Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor de luchthaven een luchthavenverkeerbesluit vastgesteld. Artikel 8.17:
- Het luchthavenverkeerbesluit bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. [..]
- De regels bevorderen het realiseren van een beschermingsniveau, waarbij de in het besluit beschreven grenswaarden met betrekking tot de door het luchthavenluchtverkeer veroorzaakte belasting ten aanzien van veiligheid, geluid en lokale luchtverontreiniging niet worden overschreden.
- Het besluit bevat in ieder geval: a. [..]; b. de grenswaarden voor de geluidbelasting, waarbij in ieder geval punten in of aan de rand van woonbebouwing in de nabijheid van de luchthaven bepaald worden met de grenswaarden die op ieder van die punten van toepassing zijn; [..]. Artikel 8.22
- Zodra de inspecteur-generaal constateert dat de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden. [..] Luchthavenverkeerbesluit Schiphol Artikel 1.1: a. gebruiksjaar: de periode van een jaar die loopt van 1 november tot en met 31 oktober; [..] Artikel 4.2.1
- De Ldenwordt gebruikt als indicator voor de geluidbelasting gedurende het gehele etmaal ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer. De geluidbelasting wordt berekend over een gebruiksjaar.
- Het totale volume van de geluidbelasting bedraagt niet meer dan 63,46 dB(A).
- De geluidbelasting in een punt dat is aangewezen in bijlage 2 bij dit besluit bedraagt niet meer dan de bij dat punt aangegeven waarde. Artikel 4.2.2
- De Lnight wordt gebruikt als indicator voor de geluidbelasting gedurende de periode van 23 uur tot 7 uur ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer. De geluidbelasting wordt berekend over een gebruiksjaar.
- Het totale volume van de geluidbelasting bedraagt niet meer dan 54,44 dB(A).
- De geluidbelasting in een punt dat is aangewezen in bijlage 3 bij dit besluit bedraagt niet meer dan de bij dat punt aangegeven waarde.