← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2018:9354

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummers: 15/840053-13 en 15/700088-17 (gev ttz) Uitspraakdatum: 15 oktober 2018 Verstek Promis vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2018 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] . De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.H.S. Kurniawan-Ayre. 1Tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: Ten aanzien van parketnummer 15/840053-13: feit 1: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 mei 2008 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, een totaalbedrag van (ongeveer) 124.143,18 euro, althans (telkens) enig(

  1. e)geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte, (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als penningmeester en/of inkoper/medewerker van KLM, in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, zich (telkens) wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans (telkens) zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transactie(
  2. s)verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds), te weten: (zaaksdossier C1) - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 3.251,15 euro (omschrijving: " [omschrijving] )") (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 5.302,34 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] name van [rekeninghouder] ) en/of - op 10 juli 2009 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 1 oktober 2008 een geldbedrag van 4.387,46 euro (omschrijving: " [omschrijving] ") (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 20 oktober 2010 een geldbedrag van 15.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ); (zaaksdossier C2) - op 6 juni 2008 een geldbedrag van 5.250,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 11 juni 2010 een geldbedrag van 5.880,18 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C3) - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 2.383,81 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C4) - op 14 april 2009 een geldbedrag van 60.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C6) - op 12 september 2008 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 10 november 2008 een geldbedrag van 3.270,58 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 04 februari 2009 een geldbedrag van 1.631,94 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 11 maart 2009 een geldbedrag van 1.594,30 euro (omschrijving: " [omschrijving] (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ) en/of - op 31 maart 2010 een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 31 maart 2010 (wederom) een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en/of - op 12 mei 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ); en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 mei 2008 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, een totaalbedrag van (ongeveer) 124.143,18 euro, althans (telkens) enig(
  3. e)geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(gen) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de inloggegevens en/of pinpas van bovengenoemde bankrekening (met bijbehorende pincode), immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,(telkens) zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transactie(
  4. s)verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds), te weten: (zaaksdossier C1) - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 3.251,15 euro ( [omschrijving] )") (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 5.302,34 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] name van [rekeninghouder] ) en/of - op 10 juli 2009 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 1 oktober 2008 een geldbedrag van 4.387,46 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 20 oktober 2010 een geldbedrag van 15.000,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ); (zaaksdossier C2) - op 06 juni 2008 een geldbedrag van 5.250,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 11 juni 2010 een geldbedrag van 5.880,18 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C3) - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 2.383,81 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C4) - op 14 april 2009 een geldbedrag van 60.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ") (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of (zaaksdossier C6) - op 12 september 2008 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 10 november 2008 een geldbedrag van 3.270,58 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 04 februari 2009 een geldbedrag van 1.631,94 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 11 maart 2009 een geldbedrag van 1.594,30 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ) en/of - op 31 maart 2010 een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ) en/of - op 31 maart 2010 (wederom) een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en/of - op 12 mei 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) (naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ); feit 2: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, (een) geldbedrag(
  5. en)ter hoogte van in totaal (ongeveer) 22.447,75 euro, althans enig(
  6. e)geldbedrag(en), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(
  7. e)geldbedrag(
  8. en)verdachte (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als penningmeester en/of inkoper/medewerker van KLM, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, zich (telkens) wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans (telkens) zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transactie(
  9. s)verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds) (naar de bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] van International Card Services, ten gunste van accountnummer [accountnummer] ), te weten: (zaaksdossier C5) - op 16 juni 2004 een geldbedrag van 1.264,33 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 02 juli 2004 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 29 november 2004 een geldbedrag van 1.534,99 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 03 februari 2005 een geldbedrag van 1.034,62 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 06 mei 2005 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 13 juli 2005 een geldbedrag van 1.100,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 10 november 2005 een geldbedrag van 883,05 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 10 januari 2006 een geldbedrag van 1.194,87 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) en/of - op 06 maart 2006 een geldbedrag van euro 870,00 (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 16 juni 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 07 augustus 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 27 december 2006 een geldbedrag van 1.500,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 03 mei 2007 een geldbedrag van 1.201,32 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 29 augustus 2007 een geldbedrag van 1.180,57 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 04 februari 2008 een geldbedrag van 1.289,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 15 mei 2009 een geldbedrag van 1.200,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 26 oktober 2006 een geldbedrag van 945,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 06 mei 2010 een geldbedrag van 1.250,00 (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 6 juli 2010 een geldbedrag van euro 2.000,00 (omschrijving: [omschrijving] ); en/of hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, (een) geldbedrag(
  10. en)ter hoogte van in totaal (ongeveer) 22.447,75 euro, althans enig(
  11. e)geldbedrag(en), (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag(gen) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de inloggegevens en/of pinpas van bovengenoemde bankrekening (met bijbehorende pincode), immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans (telkens) zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transactie(
  12. s)verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds) (naar de bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] van International Card Services, ten gunste van accountnummer [accountnummer] ), te weten: (zaaksdossier C5) - op 16 juni 2004 een geldbedrag van 1.264,33 euro (omschrijving: [omschrijving] ") en/of - op 02 juli 2004 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 29 november 2004 een geldbedrag van 1.534,99 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 03 februari 2005 een geldbedrag van 1.034,62 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 06 mei 2005 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 13 juli 2005 een geldbedrag van 1.100,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 10 november 2005 een geldbedrag van 883,05 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 10 januari 2006 een geldbedrag van 1.194,87 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 06 maart 2006 een geldbedrag van euro 870,00 (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 16 juni 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 07 augustus 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 27 december 2006 een geldbedrag van 1.500,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 03 mei 2007 een geldbedrag van 1.201,32 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 29 augustus 2007 een geldbedrag van 1.180,57 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 04 februari 2008 een geldbedrag van 1.289,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 15 mei 2009 een geldbedrag van 1.200,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ”) en/of - op 26 oktober 2006 een geldbedrag van 945,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en/of - op 06 mei 2010 een geldbedrag van 1.250,00 (omschrijving: [omschrijving] ”) en/of - op 6 juli 2010 een geldbedrag van euro 2.000,00 (omschrijving: [omschrijving] ). Ten aanzien van parketnummer 15/700088-17: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 januari 2015 tot en met 06 oktober 2016 te Alkmaar, althans in Nederland, een totaalbedrag van (ongeveer) 132.750,00 euro, althans (telkens) enig(
  13. e)geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [BV] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte, anders dan door misdrijf onder zich had, zich (telkens) wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zonder toestemming van de [BV] , althans (telkens) zonder toestemming van het bestuur, namens [BV] transactie(
  14. s)verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan [BV] ), naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [BV] . 2Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verzocht om het Openbaar Ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren met betrekking tot feit 2 van parketnummer 15/840053-13. Voor zover het feit ziet op de transacties die zijn gedaan op 16 juni 2004, 2 juli 2004, 29 november 2004 en 3 februari 2005 is er sprake van verjaring. Gelet op artikel 70 Sr, aanhef en onder 3° vervalt het recht tot strafvordering door verjaring in twaalf jaren voor de misdrijven waarop een gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld. Nu er geen eerdere daad van vervolging heeft plaatsgevonden dan de dagvaarding aan verdachte op 7 maart 2017, is de rechtbank van oordeel dat het recht tot strafvordering van voormelde transacties met betrekking tot feit 2 van parketnummer 15/840053-13 is verjaard en de officier van justitie in zoverre niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Voor het overige heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Inleiding ten aanzien van parketnummer 15/840053-13 [aangever] heeft op 9 oktober 2012 aangifte gedaan namens stichting KLM-Personeelsfonds (later genaamd Stichting Care for Blue) van onder meer verduistering in dienstbetrekking door verdachte. Betalingen die zijn verricht zijn niet in overeenstemming met de stichtingsdoelstelling van het KLM-Personeelsfonds. De stichting KLM-Personeelsfonds is opgericht om financiële hulp te kunnen verlenen aan medewerkers die dat nodig hebben. Deze financiële hulp werd geboden in de vorm van een gift tot € 5.000,- en een lening tot € 10.000,-. De bijbehorende procedure hield in dat de betreffende medewerker een gesprek voerde met het bureau maatschappelijk werk, vervolgens werd door het bureau een advies uitbracht waarna een beslissing door de commissie werd genomen of een geldbedrag werd uitgekeerd. Deze commissie (de tekenronde) bestond telkens uit twee bestuursleden. Van de tekenronde en de aldaar genomen beslissingen werd telkens een verslag opgemaakt. In een zeer uitzonderlijk geval werd met spoed buiten de procedure om overgegaan tot betaling, doch dan diende deze zaak alsnog bij de eerstvolgende tekenronde behandeld te worden. Verdachte heeft bij de stichting de functie van penningmeester bekleed. Uit de statuten van genoemde stichting volgt dat de bestuursleden van de stichting in dienst waren van KLM. Verdachte is in 1987 in dienst van de KLM getreden en had laatstelijk de functie van Director Supply Manager. Als penningmeester van de stichting had verdachte tussen 1 januari 2004 en 10 mei 2011 als enige toegang tot de bankrekening(
  15. en)van de stichting en hij beheerde deze rekening via internetbankieren. Verdachte verrichtte werkzaamheden voor de stichting van 1998/1999 (pagina 21) tot aan zijn vertrek bij KLM in januari 2011 (pagina 16/17) als penningmeester en bestuurslid en was vanuit die rol aanwezig bij de tekenronde(
  16. n)waarbij in gezamenlijk overleg tussen twee bestuursleden een beluit werd genomen (pagina 29 onderaan). Verdachte beschikte over een bankpas van de bankrekening van de stichting en maakte gebruik van internetbankieren (pagina 44). De stichting is opgericht en uitsluitend bedoeld voor werknemers van KLM. Binnen de stichting KLM Personeelsfonds zijn twee toezichthouders, waarvan één namens KLM N.V. en één namens KLM Ondernemingsraad. Het onderzoek naar de betalingen is in opdracht van het Compliance Committee van KLM, door KLM Security Services en KLM Internal Audit verricht. Bedrijfsmaatschappelijk werk en het secretariaat waren betrokken bij tekenrondes (pagina 34) waarbij de tekenrondes plaatsvonden tijdens werkuren (pagina 30).Verdachte gebruikte het secretariaat van zijn eigen afdeling voor werkzaamheden ten behoeve van de stichting(pagina 30). De betalingen werden meestal verricht op kantoor (pagina 43). 4Bewijs 4.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder parketnummers 15/840053-13 en 15/700088-17 ten laste gelegde feiten. 4.2. Redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van het volgende. Verdachte is gelieerd aan de besloten vennootschap [BV] en [BV] . Voor [BV] is [BV] een van de bestuurders van de enig aandeelhouder [BV] . Verdachte is eigenaar (pagina 4) en aandeelhouder (pagina 6) van [BV] en beschikt over een ABN AMRO creditcard via ICS (pagina 9) en bankrekeningen met nummers [bankrekeningnummer] en [bankrekeningnummer] (pagina 10). Ten laste van rekeningnummer [bankrekeningnummer] op naam van het KLM Personeelsfonds zijn de navolgende bedragen afgeschreven. Ten aanzien van parketnummer 15/840053-13 feit 1: Op 5 januari 2009 is € 3.251,15 overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van [omschrijving] en € 5.302,34 is overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] ”. Op 10 juli 2009 is € 2.000,- overgeschreven onder vermelding van [omschrijving] . en op 1 oktober 2008 is er € 4.387,46 overgeschreven onder vermelding van [omschrijving] ” beide naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] . Op 20 oktober 2010 is € 15.000,- overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] ”. Verdachte heeft opdracht gegeven voor de inhuur van [bedrijf] voor een klein feestje bij hem thuis. D. Voor deze betalingen is geen toestemming gegeven en deze staan in geen enkele verhouding tot de stichtingsdoeleinden. Op 27 mei 2008 is € 5.250,- overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] over vermelding van “ [omschrijving] . Op 11 juni 2010 is € 5.880,18 overgeschreven naar [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van [omschrijving] ”. De betalingen aan [bedrijf] en [bedrijf] zijn niet in overeenstemming met de stichtingsdoeleinden en tevens is er geen toestemming gegeven voor de betaling van deze bedragen. Op 19 februari 2010 is er € 2.383,81 overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] ”. De betaling is verricht voor het plaatsen van zonnepanelen op de woning van verdachte. De betaling aan [bedrijf] is niet in overeenstemming met de stichtingsdoeleinden en tevens is er geen toestemming gegeven voor de betaling van dit bedrag. Op 14 april 2009 is een bedrag van € 60.000,- overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van [omschrijving] ”. De betaling is niet in overeenstemming met de stichtingsdoeleinden en tevens is er geen toestemming gegeven voor de betaling van dit bedrag. Op 12 september 2008 is er € 2000,- overgeschreven naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] ”. Op 10 november 2008 is er € 3.270,58 onder vermelding van “ [omschrijving] ” overgemaakt en op 11 maart 2009 is er € 1.594,30 onder vermelding van [omschrijving] overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] . Op 4 februari 2009 is er € 1.631,94 overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] . Op 19 februari 2010 is € 5.000,- overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] . Op 31 maart 2010 is tweemaal € 1.095,71 overgemaakt naar [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van [omschrijving] . Op 12 mei 2010 is € 5.000,- overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] onder vermelding van “ [omschrijving] ”. De betalingen zijn niet in overeenstemming met de stichtingsdoeleinden danwel met toestemming daarvoor verricht. Ten aanzien van parketnummer 15/840053-13 feit 2: Op 6 mei 2005, 13 juli 2005, 10 november 2005, 10 januari 2006, 6 maart 2006, 16 juni 2006, 7 augustus 2006, 27 december 2006, 3 mei 2007, 29 augustus 2007, 4 februari 2008, 15 mei 2009, 26 oktober 2006, 6 mei 2010 en 6 juli 2010 zijn er verschillende bedragen overgeschreven van rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten gunste van International Card Services rekeningnummer [bankrekeningnummer] . Het rekeningnummer [bankrekeningnummer] is op naam gesteld van verdachte en verdachte bezit een creditcard met nummer [creditcardnummer] .De betalingen zijn niet in overeenstemming met de stichtingsdoeleinden en tevens is er geen toestemming gegeven voor de betaling van deze bedragen. Bewijsoverweging Bestuursleden van de stichting waren in dienst van de KLM. Had verdachte geen dienstverband met de KLM gehad, laatstelijk in de functie van Director Supply Manager, dan was hij niet aangewezen om de functie van penningmeester van de stichting te bekleden. De stichting beheerde gelden bijeengebracht door (personeelsleden van) KLM en dit was bestemd voor personeelsleden van KLM in financiële nood. De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat het penningmeesterschap van de stichting zozeer is verweven met het dienstverband van verdachte met de KLM dat verdachte de door hem (als penningmeester van de stichting) beheerde gelden uit hoofde van zijn persoonlijke dienstverband als inkoper/medewerker bij de KLM onder zich had. Ten aanzien van parketnummer 15/700088-17: Verdachte deed met toestemming van aangeefster de administratie en boekhouding van haar onderneming [bedrijf] ). . Hij had uit dien hoofde het bankpasje van de zakelijke rekening ABN Amro met nummer [bankrekeningnummer] van dit bedrijf tot zijn beschikking. Vanaf 27 januari 2015 tot 20 oktober 2010 zijn diverse bedragen met een totaal bedrag van € 132.750,- naar [BV]overgeschreven van genoemde zakelijke ABNAMRO rekening [bankrekeningnummer]. Verdachte heeft dit geld overgemaakt van haar rekening (de rechtbank begrijpt: de zakelijke rekening van [naam] ) naar zijn rekeningen heeft een grote (financiële) fout gemaakt. 4.3. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummers 15/840053-13 en 15/700088-17 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat Ten aanzien van parketnummer 15/840053-13: feit 1: hij op meer tijdstippen in de periode van 27 mei 2008 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, een totaalbedrag van 124.143,18 euro, geheel toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, telkens als penningmeester van de Stichting uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van inkoper/medewerker van KLM, onder zich had, zich telkens wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, telkens zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans telkens zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transacties verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds), te weten: (zaaksdossier C1) - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 3.251,15 euro (omschrijving [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 05 januari 2009 een geldbedrag van 5.302,34 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] name van [rekeninghouder] en - op 10 juli 2009 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ") naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 1 oktober 2008 een geldbedrag van 4.387,46 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 20 oktober 2010 een geldbedrag van 15.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ; (zaaksdossier C2) - op 6 juni 2008 een geldbedrag van 5.250,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 11 juni 2010 een geldbedrag van 5.880,18 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en (zaaksdossier C3) - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 2.383,81 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en (zaaksdossier C4) - op 14 april 2009 een geldbedrag van 60.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en (zaaksdossier C6) - op 12 september 2008 een geldbedrag van 2.000,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 10 november 2008 een geldbedrag van 3.270,58 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 04 februari 2009 een geldbedrag van 1.631,94 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 11 maart 2009 een geldbedrag van 1.594,30 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 19 februari 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] en - op 31 maart 2010 een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 31 maart 2010 (wederom) een geldbedrag van 1.095,71 euro (omschrijving: [omschrijving] ”) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] en - op 12 mei 2010 een geldbedrag van 5.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [rekeninghouder] ; feit 2: hij op meer tijdstippen in de periode van 6 mei 2005 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Hoofddorp en/of Alkmaar en/of Amsterdam, althans in Nederland, geldbedragen, telkens geheel toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds, welke geldbedragen verdachte telkens als penningmeester van de Stichting uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van inkoper/medewerker onder zich had, zich telkens wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, telkens zonder toestemming van de Stichting KLM-Personeelsfonds, althans telkens zonder toestemming van het bestuur, namens de Stichting KLM-Personeelsfonds transacties verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan de Stichting KLM-Personeelsfonds) (naar de bankrekening van International Card Services, ten gunste van accountnummer [accountnummer] ), te weten: (zaaksdossier C5) - op 6 mei 2005 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 13 juli 2005 een geldbedrag van 1.100,00 euro (omschrijving: " [omschrijving] ) en - op 10 november 2005 een geldbedrag van 883,05 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 10 januari 2006 een geldbedrag van 1.194,87 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 6 maart 2006 een geldbedrag van euro 870,00 (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 16 juni 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 7 augustus 2006 een geldbedrag van 1.000,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 27 december 2006 een geldbedrag van 1.500,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 3 mei 2007 een geldbedrag van 1.201,32 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 29 augustus 2007 een geldbedrag van 1.180,57 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 4 februari 2008 een geldbedrag van 1.289,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 15 mei 2009 een geldbedrag van 1.200,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 26 oktober 2006 een geldbedrag van 945,00 euro (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 6 mei 2010 een geldbedrag van 1.250,00 (omschrijving: [omschrijving] ) en - op 6 juli 2010 een geldbedrag van euro 2.000,00 (omschrijving: [omschrijving] ). Ten aanzien van parketnummer 15/700088-17: hij op meer tijdstippen in de periode van 27 januari 2015 tot en met 6 oktober 2016 te Alkmaar, althans in Nederland, een totaalbedrag van 132.750,00 euro, geheel toebehorende aan [BV] , welke geldbedragen hij anders dan door misdrijf onder zich had, zich telkens wederrechtelijk heeft toegeëigend, immers heeft hij, verdachte, meermalen, telkens zonder toestemming van de [BV] , namens [BV] transacties verricht vanaf de ABN AMRO bankrekening [bankrekeningnummer] (toebehorende aan [BV] ), naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [BV] . De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 5Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van parketnummer 15/840053-13 feit 1 en feit 2: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd. Ten aanzien van parketnummer 15/700088-17: Verduistering, meermalen gepleegd. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar. 6Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar. 7Motivering van de sanctie 7.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de door de benadeelde partij ingediende vordering zal worden toegewezen tot het bedrag van € 62.731,30 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente. Voor het overige moet de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. 7.3. Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van een geldbedrag van de stichting KLM Personeelsfonds dat hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij KLM onder zich had. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf jaar (tussen 2005 en 2010) iets meer dan 141.000 euro verduisterd. Omdat verdachte in dienst was van KLM kon hij de functie van penningmeester van de Stichting KLM Personeelsfonds bekleden. Vanuit die functie heeft verdachte telkens in strijd met de stichtingsdoeleinden en zonder toestemming van het bestuur van de stichting geld van die stichting overgemaakt naar onder andere de bankrekeningen van zijn B.V.’s alsmede aflossingen gedaan op zijn eigen creditcardaccount, maar ook rekeningen van derden betaald en/of voorgeschoten en leningen verstrekt, waarvan de terugbetaling naar zijn eigen rekeningen terugvloeide. Verdachte is hierbij zeer geraffineerd te werk gegaan. Uit het dossier blijkt dat hij bij de verschillende overschrijvingen telkens heeft verwezen naar bepaalde tekenronden (“tkn”) en personeelsnummers (“psn”), zoals te doen gebruikelijk was bij reguliere betalingen uit het personeelsfonds. Verdachte heeft hiermee kennelijk de bedoeling gehad om de werkelijke aard van de betaling te maskeren. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee. Werknemers van KLM hebben het vermogen van de stichting bijeengebracht om op die manier hun collega’s bij te staan in tijden dat dat voor hen noodzakelijk is. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van zijn werkgever en in het bijzonder de stichting KLM Personeelsfonds en haar leden en heeft hij het vertrouwen dat in hem mocht worden gesteld op ernstige wijze geschonden. Bovendien heeft de stichting KLM Personeelsfonds door het handelen van de verdachte financiële schade geleden. De rechtbank neemt de verdachte dit zeer kwalijk. Vervolgens heeft verdachte zich – in 2015/2016 nogmaals - schuldig gemaakt aan verduistering van een geldbedrag, dit keer van [bedrijf] , het bedrijf van zijn toenmalige levenspartner. Door het vertrouwen dat door haar in verdachte werd gesteld was hij belast met de boekhouding van [bedrijf] en was hij als enige in het bezit van een bankpas van de zakelijke rekening. Verdachte heeft in een periode van ruim anderhalf jaar 132.750 euro verduisterd. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van zijn ex-partner en misbruik gemaakt van haar vertrouwen. Het bedrijf van zijn ex-partner is door de verduistering in zwaar weer terecht gekomen. Hoewel een deel van het ontvreemde bedrag inmiddels is terugbetaald, weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee dat hij niet tot nauwelijks inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen en geen verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn handelen en het laakbare daarvan nauwelijks lijkt in te zien. Nu verdachte niet ter terechtzitting is verschenen heeft hij de rechtbank niet nader voorgelicht over zijn persoonlijke omstandigheden en de eventuele (financiële) gevolgen die de strafprocedure voor hem heeft gehad. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van de over hem uitgebrachte reclasseringsadviezen, gedateerd 9 augustus 2017 en 25 september 2018. Hieruit komt naar voren dat de kans op recidive als laag wordt ingeschat. De rechtbank heeft verder acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 17 augustus 2018, waaruit blijkt dat verdachte nooit eerder is veroordeeld voor een misdrijf. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat uitsluitend een vrijheidsbenemende straf op zijn plaats is. Bij de duur daarvan houdt de rechtbank in het voordeel van de verdachte rekening met de ouderdom van de zaak met parketnummer15/840053-13. De rechtbank ziet, gelet op het feit dat verdachte recenter (parketnummer 15/700088-17) een soortgelijk feit heeft gepleegd, aanleiding te bepalen dat een deel van de vrijheidsbenemende straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. 8Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel [gemachtigde] heeft namens de benadeelde partij de Stichting Care for Blue [de rechtbank begrijpt: voorheen Stichting KLM Personeelsfonds] een vordering tot schadevergoeding van € 90.875,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten met betrekking tot parketnummer 15/840053-13 zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit materiele schade. De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 72.564,49 rechtstreeks voortvloeit uit de onder feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten met betrekking tot parketnummer 15/840053-13. De vordering zal derhalve in zoverre worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de betreffende overboeking tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt opgebouwd; € 8.533,49 betalingen aan [bedrijf] en [BV] ; € 5.250,00 betalingen aan [bedrijf] ; € 5.000,00 betaling aan [persoon] ; € 2.384,00 betaling aan [bedrijf] ; € 22.447,00 betalingen aan [bedrijf] ; € 6.387,00 betalingen aan [bedrijf] ; € 5.880,00 betalingen ten behoeve van vliegtickets Zuid-Afrika [de rechtbank begrijpt: [bedrijf] ]; € 4.864,00 betalingen aan [bedrijf] ; € 2.191,00 betalingen aan [bedrijf] ; € 9.628,00 betalingen van giften, leningen en een factuur aan [bedrijf] . Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat de overige gestelde schadeposten het rechtstreeks gevolg zijn van het hiervoor in de rubriek bewezen verklaring onder de feiten 1 en 2 van parketnummer 15/840053-13. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder de feiten 1 en 2 van parketnummer 15/840053-13 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: verduistering in dienstverband, meermalen gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 321, 322 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 van parketnummer 15/840053-13 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 15/700088-17 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat de onder 1 en 2 van parketnummer 15/840053-13 bewezenverklaarde feiten en het onder parketnummer 15/700088-17 bewezen verklaarde feit de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Stichting Care for Blue [de rechtbank begrijpt: voorheen Stichting KLM Personeelsfonds] geleden schade tot een bedrag van € 72.564,49, bestaande uit materiële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf steeds de datum van de betreffende afzonderlijke overboeking tot aan de dag der algehele voldoening, aan Stichting Care for Blue, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering. Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer Stichting Care for Blue de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 72.564,49, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 318 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf steeds de datum van de betreffende afzonderlijke overboeking tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. M. Goedhuis-Visser, voorzitter, mr. W. Veldhuijzen van Zanten en mr. J. W. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.J. de Baat, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2018. Mr. J.W. de Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina’s 9-11. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1, pagina’s 188-191. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1, pagina’s 191 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012 C1, pagina 181. Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen nadere informatie KLM d.d. 21 september 2017, map 09, pagina’s 107-118. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014 pagina 16, en een schriftelijk bescheid, te weten het onderzoeksrapport van de KLM van 3 oktober 2012 pagina 18. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 111, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 178 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 190. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 177. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11 onder “opmerking verbalisant”. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014, pagina 34. Het proces-verbaal, zaaksdossier C.1 Betalingen aan gelieerde BV’s d.d. 23 maart 2015, pagina 3 en bijlage 2 op pagina’s 73, 77 en 97. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 11, eerste alinea. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 11 en 20 en bijlagen op pagina’s 22, 24, 61 en 62 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 10 1e, 2e en 9e gedachtestreepje. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014, pagina 73. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 183 midden. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 12 en en 20 bijlagen op pagina’s 29 en 63 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 10, 3e en 10e gedachtestreepje. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 183 bovenaan en pagina 184 bovenaan. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 12 en bijlage op pagina 30 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 10, 6e gedachten streepje. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 september 2014 pagina 54 midden. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 183 bovenaan en pagina 184 bovenaan. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 21 en bijlage op pagina 72 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 10, 14e gedachtestreepje. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 6 december 2012, C1 pagina 184. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 21 en bijlage op pagina 68. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 20 en bijlagen op pagina’s 65 en 66 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11, 12e gedachtestreepje. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 21 en bijlage op pagina 69. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 12 en bijlage op pagina 30. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 20 en bijlage op pagina 67 en het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11, 13e gedachtestreepje. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 21 en bijlage op pagina 70. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 11. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2015, C1 bijlage 1 pagina 12 en 13. Het proces-verbaal van zaaksdossier C5 ICS d.d. 29 mei 2015, C5 pagina 4 onderaan en proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 mei 2015, dossier C5, pagina 158 en bijlage op pagina 177.. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 9 oktober 2012, algemeen deel, pagina 10, 7e gedachtestreepje en pagina 11. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 12 januari 2017, pagina 12. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 6 oktober 2016, p.10, het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 december 2016 p. 126 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 6 oktober 2016, pagina 10, 2e alinea en het proces-verbaal bevindingen bankrekening [BV] ., zaakdossier C1 d.d. 16 maart 2015, pagina 152 kopje:(vorderen gegevens) en proces verbaal verhoor verdachte van 24 september 2015 pagina 6 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 6 oktober 2016, pagina 10, 1e alinea, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 12 januari 2017, pagina 14, eerste alinea en geschriften; te weten kopiebankafschriften waarop de betreffende bedragen zijn gearceerd; pagina’s. 122, 114, 106, 103, 98, 93, 92, 87, 82, 81, 78, 76, 75, 73, 72, 71, 70, 67, - het niet gearceerde bedrag van 300 euro op pagina – 61, 60, 59, 58, 55, 53, 51, 50, 48, 46, 43, 41, 40, 36, 34, - het niet gearceerde bedrag van 400 euro op pagina -32, 31 en 30. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 december 2016, pagina 125, 3e alinea van onder. Een geschift, te weten een kopie van een WhattsApp gesprek, pagina 21, laatste zin en pagina 23, eerste alinea, laatste zin..

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.