Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 17/5299 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 17 december 2019 in de zaak tussen [X] B. V ., gevestigd te [Z] , eiseres (gemachtigde: mr. J.A. Biermasz), en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft bij besluit van 22 december 2016 de aanvraag van eiseres voor een vergunning van de uitvoer van een [A] ( [A] ) afgewezen. Verweerder heeft bij beslissing op bezwaar van 19 oktober 2017 de bezwaren ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen tijdig beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2019 te Haarlem. Namens eiseres is verschenen haar directeur [B] , bijgestaan door haar gemachtigde mr. J.A. Biermasz. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. De Munck, M. Zuidema en M.M. Otto. Overwegingen Feiten 1. Verweerder heeft eiseres bij brief van 26 augustus 2016 geïnformeerd dat eiseres met ingang van 26 augustus 2016 voor de uitvoer van goederen genoemd in posten ML5 en ML14 van de Gemeenschappelijke EU lijst van militaire goederen, te allen tijde over een uitvoervergunning dient te beschikken. 2. Eiseres heeft op 14 november 2016 een aanvraag ingediend voor een vergunning voor de uitvoer van één stuks [A] ( [A] ), hierna: het product.Voor zover van belang heeft eiseres in de aanvraag vermeld: “Gegevens eindgebruiker: [C] ( [C] ) of [D] ( [D] )Omschrijving goederen: Tot maximaal 15 stuks [A] ( [A] ) als voertuig gebonden gunshot localosatie systeemNaam product: Hardware [E][E]Omschrijving van het eind gebruik: De [C] gaat initieel 1 stuks [A] kopen en testen om vervolgens tot maximaal 15 stuks aan te schaffen. Het systeem zal enkel intern [F] gebruikt gaan worden ter ondersteuning van beveiligingsopdrachten door doelopsporing van mogelijke dreigingen." 3. Met de aanduiding “ [G] ” in de beschrijving van het product onderscheidt het zich van de [H] , doordat het product ook omvat een zogenoemde vehicle mount, een ombouw en een geluidkap. 4. Bij de aanvraag genoemd onder 2 heeft eiseres een End-use Certificate / End-User Statement overgelegd van [I] ) LTD (de geadresseerde), waarin wordt verklaard dat het product alleen in [F] zal worden gebruikt en wel door [C] ( [C] ), [D] ( [D] ). 5. In de negatieve beslissing vergunningaanvraag uitvoer van 22 december 2016 (het primaire besluit) staat, voor zover hier van belang, het volgende: “De in het geding zijnde goederen komen voor op de Gemeenschappelijk EU-lijst van militaire goederen. Voor de uitvoer van deze goederen is op basis van artikel 11, eerste lid, van het Besluit Strategische goederen een vergunning nodig. De aanvraag van [X] B.V. heeft betrekking op een beoogde uitvoer van een [J] voor het detecteren en lokaliseren van geweervuur naar [F] . (…) In verschillende deelstaten van [F] spelen interne conflicten. (…) De [C] is als commando groep georganiseerd en beschikt over specialistische offensieve capaciteiten. De kans is dan ook aanwezig dat zij betrokken is bij bovengenoemde conflicten. Gezien de aard van het onderhavige goed (een [J] voor het detecteren en lokaliseren van geweervuur) en de eindgebruiker ( [F] [C] ) valt niet uit te sluiten dat het goed zal bijdragen aan een verslechtering van interne conflicten of het grensconflict tussen [F] en [K] in de [L] regio. De aanvraag is derhalve afgewezen op grond van een negatieve uitkomst van de toetsing op het 3e criterium (interne conflicten) en het 4e criterium (regionale stabiliteit) van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport (GS2008/944/GBVB). Ik ben mij er van bewust dat deze afwijzing voor aanvrager economisch en financieel nadelige gevolgen kan hebben. Deze wegen echter niet op tegen het belang dat Nederland zich houdt aan de volkenrechtelijke verplichtingen aangegaan in het belang van de internationale vrede en veiligheid” 6. Eiseres heeft op 10 januari 2017, ontvangen door verweerder op 11 januari 2017, bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de vergunningaanvraag. Geschil 7. In geschil is of verweerder de aanvraag voor een vergunning voor de uitvoer van een [J] terecht heeft afgewezen. Meer specifiek is in geschil of het product een militair goed is in de zin van de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen van 9 februari 2015, hetgeen verweerder stelt en eiseres ontkent. Indien het product een militair goed is, is vervolgens in geschil of is voldaan aan de criteria 3 en 4 van het Gemeenschappelijk standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (hierna: het Gemeenschappelijk standpunt). 8. Eiseres stelt, kort samengevat, het navolgende. Het product kwalificeert niet als militair goed en is daarom niet vergunningplichtig. Verweerder draagt geen, dan wel onvoldoende bewijs aan voor zijn stelling dat de aanvraag wordt afgewezen op grond van artikel 2, derde en vierde criterium van het Gemeenschappelijk Standpunt. Verweerder heeft in strijd gehandeld met het Gemeenschappelijk Standpunt. De Nederlandse wetgeving en het beleid van verweerder zijn in strijd met de Europese wetgeving. Verweerder heeft in een soortgelijk geval anders beslist. Verweerder heeft het rechtszekerheidsbeginsel geschonden. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van haar beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar. Subsidiair verzoekt eiseres de rechtbank te bepalen dat het product niet vergunningplichtig is en meer subsidiair verzoekt eiseres de rechtbank te bepalen dat verweerder de vergunningaanvraag dient te honoreren. Voorts verzoekt eiseres om een proceskostenvergoeding en om een veroordeling van verweerder in de geleden en nog te lijden schade op grond van het bepaalde in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). 9. Verweerder stelt dat het product is doorontwikkeld voor militair gebruik. Het product is op juiste gronden ingedeeld als een militair goed. Het product is niet vergelijkbaar met het door eiseres genoemde SOTAS-systeem. Nederland heeft een eigen bevoegdheid om goederen al dan niet als militair te kwalificeren. Er is op een juiste wijze getoetst aan het derde en vierde criterium van het Gemeenschappelijk Standpunt. Het product is uitdrukkelijk geen product voor tweeërlei gebruik in de zin van Verordening (EG) nr. 428/2009 van 5 mei 2009. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 10. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. Beoordeling van het geschil 11. Voor de beoordeling van het onderhavige geschil begrijpt de rechtbank onder het product slechts de hardware en uitdrukkelijk niet de software. Immers ziet de aanvraag uitsluitend op het product zoals beschreven onder 2 en 3 hiervoor. In de aanvraag voor de vergunning staat de software niet vermeld. Dat de aanvraag voor de hardware (het product) volgens verweerder niet los kan worden gezien van de software die zich reeds in [F] bevindt omdat het product alleen kan functioneren met software, leidt niet tot een ander oordeel. Immers ligt uitsluitend ter beoordeling de uitvoervergunning voor het product zoals vermeld in de aanvraag. 12. Van belang voor de beoordeling van de vraag of het product als militair goed moet worden aangemerkt zijn de artikelen 1 en 12 van het Gemeenschappelijk standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie. Artikel 1 Elke lidstaat toetst per geval de bij hem ingediende aanvragen inzake uitvoervergunningen voor goederen die worden vermeld in de in artikel 12 bedoelde gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, aan de criteria van artikel 2. (...) Artikel 12 De lidstaten zorgen ervoor dat zij op grond van hun nationale wetgeving de uitvoer van op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vermelde goederen en technologie kunnen controleren. De gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen fungeert als referentie voor de nationale lijsten van militaire goederen en technologie van lidstaten, maar komt niet rechtstreeks in de plaats daarvan. Daarnaast is met betrekking tot de in-, uit- en doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik en militaire goederen het volgende bepaald in het Besluit strategische goederen (hierna: het Besluit) en in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012 (hierna: de Uitvoeringsregeling). In het Besluit is, voor zover in onderhavige zaak relevant, bepaald: Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) -militaire goederen: de militaire goederen, bedoeld in een door Onze Minister na overleg met onze Minister wie het mede aangaat vast te stellen ministeriele regeling; (…) Artikel 11 1. Het is verboden om militaire goederen uit te voeren uit Nederland zonder individuele, globale of algemene uitvoervergunning. (...) In de Uitvoeringsregeling is, voor zover in onderhavige zaak relevant, bepaald: Artikel 2 Als militaire goederen worden aangewezen de goederen, opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. 13. In de hiervoor bedoelde Gemeenschappelijke EU lijst voor militaire goederen worden de posten ML5 en ML 14 als volgt omschreven: “ML 5 Vuurgeleidingssystemen en aanverwante alarm- en waarschuwingssystemen, en aanverwante systemen, test- en uitlijningsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen, als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor: a. wapenvizieren, computers die worden gebruikt bij bombardementen, geschutrichtapparaten en boordbesturingssystemen voor wapens; b. systemen voor het detecteren, identificeren, verkennen of volgen van het doelwit en voor het bepalen van de schootsafstand; toestellen voor opsporing, het samenvoegen van gegevens, herkenning en identificatie; en toestellen voor sensorintegratie; c. apparatuur voor tegenmaatregelen tegen goederen als bedoeld onder ML5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.