← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2019:11468

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 6139820 CV EXPL 17-5002 Uitspraakdatum: 6 maart 2019 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. U. Hoogland tegen Expro North Sea Limited gevestigd te den Helder gedaagde verder te noemen: Expro gemachtigde: mr. R. Muurlink 1Het procesverloop 1.

  1. Bij vonnis van de kantonrechter van 8 augustus 2018 is in de onderhavige procedure een deskundigenbericht gelast. De vraagstelling is in voormeld vonnis opgenomen. De kantonrechter heeft de heer ing. A. de Beer en de heer drs. A.J. Steenbergen tot deskundigen benoemd met de opdracht gezamenlijk een schriftelijk en ondertekend rapport uit te brengen. De kantonrechter heeft bepaald dat [eiser] het voorschot ad € 8.712,00 diende te betalen, welk voorschot de rechtbank heeft ontvangen. Aan de deskundigen is op 7 september 2018 bericht dat zij hun werkzaamheden konden aanvangen. Bij brief van 17 januari 2019 hebben de deskundigen de kantonrechter bericht dat het onderzoek veel tijdrovender is dan aanvankelijk werd gedacht, waarbij aangegeven is dat 11 in plaats van 6 adviesdagen nodig zijn. De deskundigen verzoeken de kantonrechter het voorschot nader vast te stellen op € 13.730,00 exclusief btw, derhalve op € 16.613,30 inclusief btw. 2.
  2. Bij brief van 15 februari 2019 heeft de raadsman van Expro de kantonrechter bericht geen bezwaar te hebben tegen de verhoging van het voorschot maar dat de kosten wel (erg) hoog zijn. Bij brief van 15 februari 2019 heeft de raadsman van [eiser] de kantonrechter bericht dat [eiser] de verhoging niet kan betalen. [eiser] kan ook niet inzien waarom het voorschot zo drastisch verhoogd moet worden. [eiser] verzoekt om eerst in het eindvonnis te beslissen over de aanvullende kosten. 2De verdere beoordeling 2.
  3. De deskundigen hebben om verhoging van het vastgestelde voorschot verzocht en wel met een bedrag van € 7.901,30 inclusief btw. 2.
  4. Het is [eiser] die in deze procedure stelt dat hij te weinig betaald heeft gekregen en dus is het redelijk om het (verhoogde) voorschot bij hem in rekening te brengen. Dat het aanvullend voorschot onredelijk hoog is, is niet gebleken. Betalingsonmacht bij [eiser] is geen reden om af te zien van een aanvullend voorschot. Wel zullen de deskundigen verantwoording moeten afleggen over de door hen gewerkte uren. De kantonrechter gaat ervan uit dat de deskundigen bij de eindrapportage de gewerkte uren inzichtelijk maken voor partijen en de kantonrechter. Het aanvullend voorschot dient dan ook door [eiser] te worden gedeponeerd, dit mede op grond van hetgeen in het vonnis van de kantonrechter van 8 augustus 2018 is overwogen en beslist. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  5. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen nader vast op het door de deskundigen begrote bedrag van € 16.613,30 (inclusief btw); 3.
  6. bepaalt dat [eiser] een aanvullend bedrag van € 7.901,30 (inclusief btw) in depot dient te storten vóór de rolzitting van 27 maart 2019 en wel door overmaking aan de griffier, na toezending van een factuur door de financiële dienst (LDCR); 3.
  7. draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het aanvullende voorschot zodat de werkzaamheden kunnen worden voortgezet; 3.
  8. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gegeven door mr. W.A. Swildens en in het openbaar uitgesproken op 6 maart
  9. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.