← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2019:3622

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Haarlem wijziging geboorteakte zaak-/rekestnr.: C/15/286310 / FA RK 19-1570 beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 1 mei 2019 op verzoek van: De officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland, strekkende tot verbeteren van een geboorteakte van de burgerlijke stand betreffende: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] . 1Verloop van de procedure Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken: - het op 19 februari 2019 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie. 2Verzoek De officier van justitie verzoekt de verbetering te gelasten van de geboorteakte, met nummer [nummer] van het jaar 2019 van [plaats] , van het kind [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] , in die zin dat de gegevens als volgt worden verbeterd: OUDERS Geslachtsnaam moeder: - Voornaam moeder: - OVERIGE GEGEVENS GEBOORTEGEGEVENS OUDERS Plaats van geboorte moeder: - Dag van geboorte moeder: - 3Feiten en omstandigheden 3.

  1. [minderjarige] is op [geboortedatum] geboren uit [geboortemoeder] (hierna ook [geboortemoeder] ). 3.
  2. De geboortemoeder is op [huwelijksdatum] gehuwd met [duomoeder] (hierna ook [duomoeder] ). Blijkens het uittreksel uit de basisregistratie personen van 29 januari 2019 hebben zij nog twee andere kinderen geboren in 2014 respectievelijk in 2017, die beiden de geslachtsnaam [geslachtsnaam] hebben. 3.
  3. Op de geboorteakte van [minderjarige] is [geboortemoeder] vermeld als de moeder uit wie hij geboren is en zijn de voornamen, geslachtsnaam, plaats van geboorte en dag van geboorte van [duomoeder] vermeld onder het kopje geboortegegevens ouders/moeder. 3.
  4. [duomoeder] heeft [minderjarige] blijkens de latere vermelding betreffende erkenning behorende bij de geboorteakte erkend op [datum] . 4Beoordeling van het verzoek 4.
  5. Verzocht wordt de gegevens van [duomoeder] te verwijderen van de geboorteakte van [minderjarige] en de geslachtsnaam [geslachtsnaam] ongewijzigd te laten. 4.
  6. Ingevolge artikel 1:198 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is moeder van een kind, voor zover hier van belang, de vrouw: a. uit wie het kind is geboren; b. die op het tijdstip van geboorte van het kind is gehuwd of door een geregistreerd partnerschap is verbonden met de vrouw uit wie het kind is geboren, indien dit kind is verwekt door kunstmatige donorbevruchting en een door de stichting, bedoeld in die wet, afgegeven bewijs onbekende donor is overgelegd; c. die het kind heeft erkend. Afgezien van de vraag of [minderjarige] al dan niet is verwekt door middel van kunstmatige inseminatie, staat vast dat geen bewijs afgegeven door de Stichting is overgelegd. Voorts staat vast dat [duomoeder] het kind ten tijde van de geboorte nog niet had erkend, maar pas op 5 februari
  7. Dit betekent dat [duomoeder] op grond van voormeld artikel tot die datum juridisch niet als de moeder van het kind kan worden aangemerkt. 4.
  8. Op grond van artikel 1 lid 4 juncto lid 13 BW kunnen een ouder en haar echtgenoot of geregistreerde partner die niet de ouder is en die van rechtswege gezamenlijk het gezag als bedoeld in artikel 253sa BW uitoefenen, ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte (of op een ander moment) verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind zal hebben. Van deze naamskeuze wordt een akte opgemaakt. Geschiedt de (geslachts)naamkeuze als bedoeld in lid 4 van dit artikel niet ten tijde van de aangifte van de geboorte, dan neemt de ambtenaar van de burgerlijke stand ingevolge lid 5 juncto lid 13 van dit artikel in de geboorteakte als geslachtsnaam van het kind op: de geslachtsnaam van de moeder die niet de vrouw is uit wie het kind geboren is in het geval het kind door geboorte in familierechtelijke betrekking tot beide ouders komt te staan; de geslachtsnaam van de moeder uit wie het kind is geboren in geval een ouder en haar echtgenoot of geregistreerd partner die niet de ouder is, van rechtswege gezamenlijk het gezag als bedoeld in artikel 253sa over het kind uitoefenen. Krachtens lid 8 van ditzelfde artikel kan een verklaring als bedoeld in het vierde lid slechts ten aanzien van hun eerste kind worden afgelegd. De volgende kinderen over wie de ouder en dezelfde echtgenoot of geregistreerde partner, die niet de ouder is, van rechtswege gezamenlijk het gezag zullen uitoefenen, hebben dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind. 4.
  9. In artikel 1:253sa BW is bepaald dat over het staande hun huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren kind een ouder en zijn echtgenoot of geregistreerde partner die niet de ouder is gezamenlijk het gezag uitoefenen, tenzij het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot de andere ouder. [minderjarige] staat niet in familierechtelijke betrekking tot een andere ouder, zodat [duomoeder] en [geboortemoeder] van rechtswege samen het gezag over hem uitoefenen. 4.
  10. Nu vaststaat dat [duomoeder] [minderjarige] ten tijde van het opmaken van de geboorteakte (nog) niet had erkend en er geen donorverklaring is overgelegd kan de rechtbank niets anders dan het verzoek van de officier van justitie toewijzen, ook al betekent dit dat de duomoeder als moeder uit de geboorteakte van [minderjarige] wordt geschrapt, maar het kind wel vanaf zijn geboorte haar geslachtsnaam draagt. 5Beslissing De rechtbank: 5.
  11. Gelast verbetering van akte nummer [nummer] voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van [plaats] over het jaar 2019, betreffende [minderjarige] in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt: OUDERS Geslachtsnaam moeder “-” Voornamen moeder “-” OVERIGE GEGEVENS GEBOORTEGEGEVENS OUDERS Plaats van geboorte moeder “-” Dag van geboorte moeder “-” 5.
  12. Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van [plaats] . Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, rechter, in tegenwoordigheid van E. Dijkstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei
  13. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.