RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 6672323 \ CV EXPL 18-1385 Uitspraakdatum: 24 april 2019 Vonnis in de zaak van: 1 [passagier sub 1],
- [passagier sub 2], beiden wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. E.L. Heenk tegen de vennootschap naar buitenlands recht British Airways Plc statutair gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk), mede kantoorhoudende te Amsterdam gedaagde hierna te noemen British Airways gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer 1Het procesverloop 1.
- De passagiers hebben bij dagvaarding van 30 januari 2018 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport met een tussenstop op London Heathrow Airport naar Sint Petersburg (Rusland) op 15 mei 2017, hierna: de vlucht. 2.
- De vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow is met een vertraging van 23 minuten uitgevoerd. De passagiers hebben hierdoor de vlucht naar Sint Petersburg gemist en zijn door British Airways omgeboekt naar een andere vlucht. 2.
- De passagiers hebben compensatie van British Airways gevorderd. 2.
- British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- De passagiers vorderen dat British Airways, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans € 145,20, althans een in redelijke justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat British Airways vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven is British Airways tevens de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. 4Het verweer 4.
- British Airways betwist de vordering. Op haar verweer wordt – voor zover relevant- bij de beoordeling van het geschil in gegaan. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Ingevolge artikel 7 lid 1 van de herschikte EEX-verordening is in kwesties al deze mede bevoegd de rechtbank van de plaats van vertrek en de rechtbank van de plaats van aankomst. Nu vast staat dat de vlucht vanuit Amsterdam-Schiphol Airport, gemeente Haarlemmermeer is uitgevoerd is de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, bevoegd om kennis te nemen van de vordering. 5.
- De kantonrechter overweegt dat de passagiers bij dagvaarding hebben gesteld dat zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van de gestelde vertraging van de vlucht rust op de passagiers. Zij beroepen zich immers op het rechtsgevolg van die stelling, te weten het recht op compensatie op grond van de Verordening. De passagiers hebben hun stelling echter niet onderbouwd en hebben bovendien ook, nadat door British Airways is betwist dat de passagiers meer dan drie uur vertraging hebben opgelopen, in de conclusie van repliek niet nader gereageerd. Het had op de weg van de passagiers gelegen om meer feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de juistheid van hun stelling kan volgen. Nu hiervan geen sprake is zal de vordering worden afgewezen. 5.
- Op hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan omdat dit niet tot een andere beslissing leidt. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door British Airways worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- wijst de vordering af; 6.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor British Airways worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van British Airways; 6.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van € 60,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door British Airways worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 6.
- verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten- van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter