RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Handel & Insolventie TvW/BLV zaak- en rolnummer: C/15/290567 / HA ZA 19/434 datum: 31 juli 2019 Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken in de zaak van: [eiser] en [eiseres] , wonende te [adres] Hongarije, EISERS bij dagvaarding van 19 juni 2019, advocaat: mr. S.A. Wensing te Coevorden, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , GEDAAGDE, n i e t v e r s c h e n e n Tegen gedaagde is verstek verleend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken. 1HET VERLOOP VAN HET GEDING Eisers hebben gesteld en gevorderd als vermeld in de aan dit vonnis in fotokopie gehechte en als hier ingelast geldende dagvaarding. 2DE BEHANDELING VAN DE ZAAK 2.1 Nu eisers in het buitenland woonachtig zijn en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. 2.2 De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 4 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), nu de gedaagde haar woonplaats heeft in Nederland. 2.3 Ten aanzien van het op de onderhavige vordering toepasselijke recht overweegt de rechtbank als volgt. De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Vo), nu de betreffende overeenkomst gesloten is na 17 december 2009. 2.4 Nu niet gesteld of gebleken is, dat door partijen een keuze is gedaan ten aanzien van het toepasselijke recht, is op grond van artikel 4 van Rome I-Vo het recht van toepassing van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie van de overeenkomst moet verrichten, haar gewone verblijfplaats heeft. De meest kenmerkende prestatie, te weten het verkopen van de paarden, is in het onderhavige geval door gedaagde verricht vanuit Nederland, zodat op de onderhavige vordering Nederlands recht van toepassing is. 2.5 Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan derhalve worden toegewezen behoudens het navolgende. 2.6 De gevorderde dwangsom zal op hierna genoemde wijze worden gematigd en gemaximeerd. 3DE BESLISSING De rechtbank: Bij verstek 3.1 Veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 16.000,00 (zestienduizend euro), voor de paarden ‘Ulrike C’ en ‘Haske’, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juni 2019 tot aan de dag van algehele voldoening. 3.2 Veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 850,00 (achthonderdvijftig euro) voor het verkochte tweespantuig, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juni 2019 tot aan de dag van algehele voldoening. 3.3 Gebiedt gedaagde om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 (duizend euro) per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro), rekening en verantwoording af te leggen over de paarden ‘Kelly’, ‘Fácán’ ‘Ulrike C.’, ‘Klaske’ en ‘Ymke’, en aldus over te gaan tot het verstrekken van afschriften en/of inzage in de correspondentie/bewijsstukken waaruit blijkt aan wie de paarden zijn verkocht en voor welk bedrag. 3.4 Veroordeelt gedaagde tot afgifte van het eenspantuig en het tweespantuig binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 3.000,00 (drieduizend euro). 3.5 Veroordeelt gedaagde om aan eisers tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 935,00 (negenhonderdvijfendertig euro). 3.6 Verwijst gedaagde in de kosten van dit geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op: € 1.015,06 aan verschotten en € 914,00 aan salaris van de advocaat. 3.7 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. 3.8 Wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. B. Liefting-Voogd en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 31 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.