Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 17/5675 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 29 oktober 2020 in de zaak tussen [X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres, (gemachtigde: mr.ing B.J.B. Boersma RB), en de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Groningen, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft met dagtekening 16 januari 2017 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt ten bedrage van € 35.027,42 aan douanerechten op industriële producten. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de utb, voor zover het een bedrag van € 3.986,51 betreft. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2017 het bezwaar ongegrond verklaard en de utb gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen op 21 december 2017 beroep ingesteld en bij brief van 19 april 2018 de gronden aangevuld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend op 23 februari 2018. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2020 te Haarlem. Namens eisers is verschenen mr. A.P. van Breukelen, kantoorgenoot van mr. Boersma voornoemd, bijgestaan door de heer [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] en [C] . De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiseres in de gelegenheid te stellen van alle categorieën telefoonhoezen die in geschil zijn (behalve typenummers [# 1] en [# 2] ) één monster aan de rechtbank toe te sturen en één aan verweerder. Eiseres heeft bij brief van 3 maart 2020, ontvangen bij de rechtbank op 5 maart 2020, een aantal monsters overgelegd. Vervolgens is verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Verweerder heeft bij brief van 10 april 2020, ontvangen bij de rechtbank op 16 april 2020, hierop gereageerd. Bij brief van 24 juni 2020 heeft de rechtbank partijen meegedeeld dat de rechtbank van oordeel is dat het niet nodig is om in deze zaak opnieuw een zitting te houden en een nadere zitting daarom achterwege wordt gelaten, tenzij partijen binnen een termijn van vier weken aangeven dat zij mondeling op een zitting willen worden gehoord. Bij fax van 1 juli 2020 heeft gemachtigde van eiseres aangegeven dat geen nadere zitting nodig is. Verweerder heeft niet binnen de termijn van vier weken gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen Feiten 1. De bedrijfsactiviteiten van eiseres bestaan uit de distributie van, de (groot)handel in en de im- en export van consumentenproducten. 2. Door de douane-expediteur [D] B.V zijn in de periode van 24 augustus 2015 tot en met 22 februari 2016 in totaal 13 aangiften gedaan als direct vertegenwoordiger van eiseres tot het brengen in het vrije verkeer van goederen, namelijk beschermhoesjes voor mobiele telefoons. In zes van deze aangiften zijn beschermhoesjes van het merk [E] voor diverse types smartphones van de merken [F] en [G] aangegeven. Het gaat om de beschermhoesjes met typenummers [# 1] , [# 2] , [# 3] , [# 4] , [# 5] die voorzien zijn van een flap (hierna ook “flipcase” genoemd). 3. Eiseres heeft de flipcases in de aangiften van 24 augustus 2015, 28 september 2015, 9 november 2015, 2 december 2015 en 12 januari 2016 aangegeven onder goederencode 8517 70 90 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN). In de aangifte van 22 februari 2016 zijn de flipcases aangegeven onder goederencode 4202 31 00 90. 4. Verweerder heeft bij eiseres een controle na de invoer (hierna: cni) ingesteld naar de juistheid van de goederencode en van het gehanteerde tarief. Hiervan is op 30 november 2016 een voorlopig rapport en op 9 januari 2017 een definitief controlerapport opgemaakt (hierna: het controlerapport). Bij de controle is onder meer geconstateerd dat de flipcases zijn aangegeven onder een onjuiste goederencode en dienen te worden ingedeeld onder goederencode 4202 32 10 00. 5. Verweerder heeft naar aanleiding van de cni de onderhavige utb uitgereikt voor een bedrag van € 35.027,42. Daarvan ziet een bedrag van € 11.911,95 op de flipcases. 6. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank van verweerder twee monsters ontvangen van de flipcases met typenummers [# 1] en [# 2] . Na de zitting zijn door eiseres monsters van flipcases met typenummers [# 3] , [# 6] en [# 7] overgelegd. Geschil 7. In geschil is de indeling van de flipcases met typenummers [# 3] , [# 2] , [# 1] , [# 4] en [# 5] in de GN. 8. Eiseres stelt dat de flipcases dienen te worden ingedeeld als producten van kunststof onder GN-code 3926 90 97 omdat geen sprake is van een bergingsmiddel zoals bedoeld in GS-post 4202. De daar bedoelde bergingsmiddelen zijn zodanig geconstrueerd dat het opgeborgen artikel steeds volledig uit het bergingsmiddel moet worden gehaald om te kunnen worden gebruikt. Dit is een van de karakteristieke eigenschappen van de artikelen van die post. De telefoon die is opgeborgen kan echter volledig worden gebruikt zonder de flipcase te verwijderen. De flipcase heeft drukknoppen, besturingsknoppen dan wel bedieningsknoppen, waardoor de flipcase een eigen functie heeft en deze niet kan worden beschouwd als bergingsmiddel. De flipcase is vergelijkbaar met de onderwaterbehuizing voor een camera, die ook niet als bergingsmiddel kwalificeert vanwege de aanwezigheid van verschillende druk-, besturings- of bedieningsknoppen en daarom wordt ingedeeld onder GN-code 3926 90 97. Eiseres verwijst naar de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 875/2011 (hierna: Uitvoeringsverordening 875/2011). Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de utb met een bedrag van € 3.986,51. De rechtbank begrijpt dit als een bedrag van € 3.987,58. Daarbij is uitgegaan van de berekening in het cijfermatig overzicht dat als bijlage 13 bij het verweerschrift is gevoegd. 9. Verweerder stelt dat de flipcases dienen te worden ingedeeld onder GN-code 4202 32 10 als bergingsmiddel voor een mobiele telefoon die normaal in de zak of in de handtas wordt meegedragen. Het artikel is bestemd om er een specifiek apparaat (mobiele telefoon, smartphone) in te bergen. Het heeft daarom de objectieve kenmerken van een bergingsmiddel dat gelijkenis vertoont met de bergingsmiddelen als vermeld in het eerste gedeelte van de tekst van GS-post 4202. Daarnaast heeft de flipcase geen ander doel (behalve bescherming) dan het opbergen van een mobiele telefoon. De flipcase is niet vergelijkbaar met de onderwaterbehuizing voor een camera omdat een onderwaterbehuizing, anders dan de flipcase, druk-, besturings- en/of bedieningsknoppen heeft en een eigen functie, namelijk het mogelijk maken van gebruik onder water van een digitale camera. De flipcase is ontworpen voor het opbergen van een specifiek type mobiele telefoon. Het feit dat de mobiele telefoon niet uit de flipcase gehaald hoeft te worden voor het gebruik ervan, komt ten goede aan de beschermende functie van de flipcase en betekent niet dat geen sprake is van een bergingsmiddel. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 10. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. Van toepassing zijnde regelgeving. 11. GS-post 4202 luidt – voor zover van belang – als volgt: “4202 Reiskoffers en valiezen, koffers voor toiletbenodigdheden, documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, etuis, foedralen en kokers voor kijkers, voor camera's, voor wapens, voor muziekinstrumenten of voor brillen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen; reiszakken, isothermische zakken voor voedsel of voor dranken, toiletzakken, rugzakken, handtassen, boodschappentassen, portefeuilles, portemonnees, kaartentassen, sigarettenkokers, tabakszakken, gereedschapstassen en -zakken, tassen, etuis, foedralen en kokers voor sportartikelen, etuis, foedralen en kokers voor flacons, juwelendoosjes, poederdozen, etuis, foedralen en kokers voor messenmakerswerk, alsmede dergelijke bergingsmiddelen, van leder, van kunstleder, van kunststof in vellen, van textiel, van vulkanfiber of van karton, of geheel of voor het grootste deel bekleed met deze stoffen of met papier (…) – artikelen van de soort die in de zak of in de handtas worden meegedragen 4202 31 00 – – met een buitenkant van leder of van kunstleder 4202 32 – – met een buitenkant van kunststof in vellen of van textiel 4202 32 10 – – – van kunststof in vellen 12. GS-post 3926 luidt – voor zover van belang – als volgt: 3926 Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914 3926 90 – andere – – andere 3926 90 97 – – – andere 13. In de toelichting IDR op GS-post 4202 staat – voor zover van belang – het volgende vermeld: “Deze post omvat uitsluitend artikelen die in de tekst van de post zijn genoemd en soortgelijke bergingsmiddelen. (…) Behoudens het bepaalde in de Aantekeningen 2 en 3 IDR op dit hoofdstuk mogen de in het eerste gedeelte van de omschrijving genoemde artikelen zijn vervaardigd van ongeacht welke stof. De uitdrukking ‘dergelijke bergingsmiddelen’ omvat hoedendozen, etuis voor toebehoren van camera’s en patroontassen, scheden voor jacht- of kampeermessen, draagbare gereedschapskisten of -koffers die speciaal zijn gevormd of aan de binnenkant uitgerust voor het erin opbergen van bepaald gereedschap, met of zonder hun toebehoren, enz. De artikelen vervat in het tweede gedeelte van de omschrijving van de post mogen echter uitsluitend zijn vervaardigd van de stoffen die in de omschrijving zijn opgesomd of moeten geheel of voor het grootste deel met deze stoffen of met papier zijn bekleed (het steunmateriaal mag van hout, metaal, enz. zijn). Als ‘leder’ wordt eveneens aangemerkt zeemleder (gecombineerd gelooid zeemleder daaronder begrepen), lakleder, gelamineerd lakleder en gemetalliseerd leder (zie Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk). De in dit tweede gedeelte gebezigde uitdrukking ‘dergelijke bergingsmiddelen’ omvat portefeuilles voor papiergeld, correspondentiemappen, etuis voor vulpennen, voor papiergeld of kaarten, naalden, sleutels, sigaren, pijpen, borsteldozen, schoenendozen, enz. Een hoes van kunststof en ontworpen voor een bepaald model mobiele telefoon (zie ook afbeelding 22 hierna) moet onder onderverdeling 4202.32 worden ingedeeld.” 14. In de Toelichting EG bij GS-post 4202 is – voor zover van belang – het volgende opgenomen: “De onderverdelingen 4202 3100 tot en met 4202 3900 omvatten eveneens hoezen voor mobiele telefoons die, naar aard en ontwerp, normaal in de zak of in de handtas worden meegedragen. Hoezen voor mobiele telefoons van deze onderverdelingen vallen onder het eerste gedeelte van de tekst van de post en kunnen bijgevolg uit elk materiaal zijn vervaardigd. Zij kunnen ontworpen zijn voor een specifieke mobiele telefoon of voor verschillende modellen mobiele telefoons die dezelfde afmetingen hebben. Zij kunnen eventueel voorzien zijn van een sluitmechanisme. Zij bedekken de achterkant, de zijkanten en de voorkant van de mobiele telefoon om deze te beschermen. Eenvoudige hoezen die alleen de achterkant en de zijkanten van de mobiele telefoon bedekken, zijn evenwel uitgesloten omdat zij niet de kenmerken hebben van post 42.02, en zij worden ingedeeld naar het materiaal waaruit zij zijn vervaardigd.” 15. In de Uitvoeringsverordening 875/2011 staat – voor zover van belang – het volgende vermeld: “Onderwaterbehuizing voor digitale camera’s, hoofdzakelijk vervaardigd van kunststof in de zin van aantekening 1 op hoofdstuk 39. (…). Het product is bestemd om een complete digitale camera te bevatten en maakt het mogelijk de camera te gebruiken in een vochtige of stofrijke omgeving. Indeling (GN-code 3926 90 97). De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 3
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.